Luchtfoto kerk, ca. 1970

1585-1624 E.H. Martinus Aerts

  Terug naar overzicht

Hij werd geboren te Aarschot in 1538.

In 1560 werd hij geprofest, in 1562 legde hij zijn plechtige geloften af en het volgende jaar werd hij priester gewijd. In 1567 werd hij refectorius van de abdij. Hij was dus verantwoordelijk voor de eetzaal van de paters.

In 1586 werd hij aangesteld als pastoor van Loenhout. Een jaar later had hij zich in veiligheid gesteld te Prinsenhage, waar hij de zielzorg waarnam.

Na de oorlog heeft hij Loenhout helpen heropbouwen. Zo zorgde hij in 1593 voor nieuwe klokken en liet hij in 1595 herstellingen uitvoeren aan de kerk.

Het bisdom benoemde hem op 17 mei 1602 tot waarnemend landdeken van Breda voor de overbelaste deken de Smidt. Een beetje later nam Mathias van der Goes de functie over. Deze stierf op 15 augustus 1605. De nieuwe landdeken werd dan Mattheus Van Iersel, een Nederlandse geestelijke die gevlucht was voor de protestanten. Hij iwa afkomstig van Eersel en zijn echte achternaam was Goris. Als eerste werk bezocht deze zijn parochies, en kwam zo ook in Loenhout op bezoek bij pastoor Aerts, namelijk op 29 november 1605.*

Hij verschijnt in deze attestatie voor de schepenbank van 1617, waarin ene Michiel Joerdaens zwakzinnig verklaard wordt.

Hij overleed op 11 oktober 1624, na 40 lange jaren in dienst als pastoor van Loenhout. Op zijn grafzerk voor het hoogaltaar was te lezen:

Obiit A° aetatis suae LXXXVI
professionis monasticae LXII
sacerdotii LXI
pastoralis functionis in Loenhoudt XXXCIII
Aerschottensis
etiam decanus aggeris Bredensi
Dies ejus sicut umbra transierunt.

Dit laatste is het tweede deel van vers 4 in psalm 144 die luidt:

[Een mens is toch gelijk aan een ademtocht,]
zijn dagen lijken op een voorbijgaande schaduw.

Deze zerk was in Antwerpen gemaakt en aldaar opgehaald door Nicolaes De Mur.


*Bron: historici.nl en dbnl.org