Markante figuren‎ > ‎

Pastoors van Loenhout

E.P. Louis Bogaerts (1985) en E.H. Jozef Van Dongen (1993)

Eeuw Bisdom Dekenij Patronaatsrecht Pastoor
12de <1277
Luik
<1277
Hilvarenbeek
Heren van Breda (3)
13de
1277
St. Bernards
(Wereldlijk beneficie) (1) (4)
1277 Paulus
14de 1300 Wilhelmus
1310 Henricus
15de 1399 Godefridus Optenberghe

1400 Wilhelmus Haeghen

1419 Henricus Hanghe
1420
St. Bernards (2)
 
1421 Reynerius van Oerbeke
16de 1426 Gerardus van Goch
1442 Henricus Centurionis
1471 Jan Voorspoel
1505 Petrus Voorspoel
1510 Pieter Van Egmont
1519 Hendrik Vander Stromp
1525 Carolus Coninckx (Regis)
1530 Adriaen Aernoudts
1532 Mattheus Rouvoet
1539 Adrianus Clomp
1544 Lambertus van den Bulcke
1559
Antwerpen
1559
Breda
 
1560 Jacobus Zeeuwen
1580 Joannes van den Sype
1586 Martinus Aerts (Marten)
17de 1611
Hoogstraten
 
1620 Nicolaas De Moor
1629 Corneel Truyts
1634 Franciscus Bondelius
1671 Bernardus van Aldenhoven
1694 Stephanus van Diependael
1694 Benedictus de Altuna
18de 1708 Bonaventura van der Haeghen
1718 Felix Vleminckx
1747 Humbertus de Munck
1769 Gosuinus Delgado
1788 Andreas Jongelinx
19de
1802
Mechelen
1802
Brecht
1802
Bisschop Mechelen
1805 Bernardus de Lausnay
1813 Joannes Martinus Rosa
1830 Bartholomeus Mattheus Kuypers
1837
Hoogstraten
 
1852 Dominicus Homans
1868 Frans Jacobs
1893 Adrianus Adriaensen
20ste 1911 Joseph Leers
1917 Eduard Roest
1935 Julianus Verschueren
1951 August Desmedt
1962
Antwerpen
1962
Bisschop Antwerpen
 
1967 Jozef Noyens
1996 Carlos Van Puyenbroeck
21ste 2000 Jan Simons
2008 Sede vacante

Nota's

(1) Wereldlijk beneficie: de Abdij moest een priester voorstellen, die dan door de bisschop werd aangesteld en door de "landdeken", daartoe gemachtigd, in zijn pastoorsambt bevestigd. Dat laatste heet de "inhaling".

(2) Inlijving: In 1420 werd, met toestemming van paus Martinus V, de parochie Loenhout, samen met die van Gastel en Wouw (Nederland), ingelijfd bij de Abdij. Daardoor werd de abt van rechtswege de pastoor van Loenhout; in feite bestuurde hij de parochie door een priester, een "wereldlijke" of een kloosterling te benoemen, die ter plaatse de dienst waarnam. Zijn naam in de acten is dan ook meestal "vicarius" of "vicecureyt" of "bedinder van der cure".

(3) Het patronaat der kerk, of het recht om de pastoor aan te stellen, hoorde toe aan de heren van Breda. Deze heren mogen aanzien worden als de stichters van het grootste deel van de parochies van onze streek.

(4) Rond 1270 schonken de heren van Breda hun recht om de pastoor te benoemen aan de St. Bernardsabdij; dit was wellicht een gevolg van het concordaat van Worms (investituurstrijd), waarbij overeengekomen werd dat het niet langer de wereldlijke heersers mochten zijn die de geestelijkheid aanduidden. In 1277 verkocht Arnold Van Leuven, de Heer van Breda, ook de tienden die hij in Loenhout bezat aan de Abdij van Sint-Bernards in Hemiksem. Dit was het begin van de band tussen Loenhout en deze abdij, een band die zou standhouden tot 1830.