Andere onuitgegeven werken

Terug naar overzicht

In aansluiting met voorgaande paragraaf hebben wij, om het overzicht der werken van Joannes Stadius te vervolledigen, een woord te zeggen over een paar onuitgegeven werken.

In dezelfden geest als zijn "Florus" heeft Stadius het uitwerken bestudeerd van nog twee andere Latijnse schrijvers, namelijk van Suetonius en van Tacitus.

Dit wordt getuigd door Valerus Andreas in zijne "Bibliotheca Belgica" (1623), op bladzijde 533:

"Dum parem in SUETONIO ac TACITO purgandis atque illustrandis operam ponit, รจ medio cursu abripitur."

Deze bevestiging wordt gestaafd door Stadius' kleinzoon, den kanunnik Joannes Rycquius, in het rouwdicht op zijn grootvader, voorkomende in zijn dichtbundel "Parcae", blz. 86-87:

Vixisses saltem, donec promissa dedisses
Pignora, SVETONI Caesaras, & TACITVM:
Quis male barbarico contradas pulvere sordeis
Coeperat heu ! sollers dextra lavare tua:
Addiderasque NOTAS, ET COMMENTARIA, Fama
Auspice, victuris adnumeranda libris.
Omnia denasceus rupisti haec commoda, & ista.
Tot bona, tam parvo clausit in orbe, dies.
Moerorem tamen hunc magnus levat Optio, qualem
SVETONI ET TACITI substituere libri.
TORRENTI scusere manum bissena Quiritum.
Sceptra, suam TACITO LIPSIVS addit opem.