Verdere reizen (1570-76)

Terug naar overzicht

In 1570 vertoeft Stadius te Antwerpen; uit deze stad is geschreven de opdracht der 3de uitgave der "Ephemerides ", gedateerd den 30 Augustus 1570.

Wederom zwerft de Loenhoutenaar van de eene naar de andere stad. In 1571 is hij te Gent; daar trekt hij op 25 Juni een horoskoop voor Justinus van Nassau. Blijkens een brief aan Augerus van Boesbeke gericht (10.3), ten gunste van Goltzius, is Stadius de 19 Januari 1574 te Brugge, waar hij verblijft bij de gebroeders Lauwerin, van adellijke afkomst.

Marcus Lauwerin, zoon van Jeronimus — deze laatste een man van aanzien die de hoogste ambten bekleedde en die met het halssnoer van het Gulden Vlies vereerd werd —, nauwelijks in 't bezit van het rijk erfdeel zijns vaders, waaronder de uitgestrekte Polders bij Watervliet, riep tot hem Hubertus Goltzius, de behendige toen te Antwerpen verblijvende graveur, en bekostigde de hooge uitgaven der verschillende werken die aan deze een welverdiende faam bezorgde (11.1).

In het huis van deze adellijke Mecoenas kwam Stadius in betrek met Goltzius. In het voorwoord van zijn te Brugge in 1576 verschenen werk "Sicilia et magna Graecia sive Historiae Urbium et Populorurn Graeciae ex Antiquis numismatibus restitutae Liber Primus" herinnert Goltzius er aan dat hij voor de geographische volgorde van zijn werk den raad van Joannes Stadius en van Ortelius trouw gevolgd heeft (11.2).

Sedert het vertrek uit Leuven komt er een heele ommekeer in Stadius' gedragslijn.

Is de 1ste uitgaaf (1556) zijner "Ephemerides ", heel pralerig en vleiend opgedragen aan Philips II "Koning van Spanje, van Engeland, van Frankrijk, van Napels, van Jerusalem en van Sicilië" dan wordt de hulde der 2de uitgaaf (1560) al heel wat koeler, daar luidt het "Philips van Oostenrijk, de groote Koning, zoon van Keizer Karel V, voorstander van het geloof ". In de volgende editie (1570) is van deze opdracht aan Philips Il niets meer te vinden.

Wat meer is, het volgend jaar (1571) trekt hij, zooals hooger gezegd, een horoskoop voor den jeugdigen Justinus van Nassau.

Voetnoten

(10.3) Deze brief beslaat de bladzijden 169-175 van het werk : "Augeri Gisleni Busbequi Caesaris apud Regem Gall. Legati epistolae ad Rudolphum II, Imperat. e bibliotheca Io. Bapt. Houwaert I. C. Patricii Bruxel."
Brux., apud loannem Pepermanum..., Anno 1631. Terug

(11.1) Messager des Sciences historiques. Année 1892. — Gand. — Blz. 371. Terug

(11.2) J. Denucé. — Oud-Nederlandsche Kaartmakers in betrekking met Plantyn. Antw. 1913. T. 11, blz. 10. Terug