Nalatenschap

Terug naar overzicht

Joannes Stadius is gehuwd geweest met Margaretha Zylia (13.1); hij had een zoon Hieronymus, Medicus en Philologus(13.2), - die later verscheidene herdrukken bezorgde van zijn vaders werken, - en twee dochters: Martina, ongehuwd overleden voor 1624 (13.3), en Catharina.

Deze laatste is gehuwd geweest met Jacobus Rycquius (13.4); zij was de moeder van den bekenden schrijver Justus Rycquius, te Gent geboren den 6 Mei 1587 en als leeraar der welsprekendheid en der geschiedenis aan de Universiteit van Bologna overleden den 10 December 1627. (13.5) Ter eere van zijn grootvader Stadius (13.6), van zijn oom en tante schreef hij verscheidene lofdichten. Het is dankzij zijn gedichten dat wij zoveel van zijn grootvader, Jan Stadius, te weten zijn gekomen.

                       ┌─────────────────────┐
                       │  Joannes Stadius    │
                       │ °1/5/1527, Loenhout │
                       │ +17/6/1579, Parijs  │
                       │          x          │
                       │   Margareta Zylia   │
                       └──────────┬──────────┘
           ┌──────────────────────┼──────────────────────┐
┌──────────┴──────────┐┌──────────┴──────────┐┌──────────┴──────────┐
│ Hieronymus Stadius  ││   Catharia Stadia   ││   Martina Stadia    │
│Medicus en filologus ││          x          ││      Ongehuwd       │
│   ca. 1600-1624     ││   Jacobus Rycquius  ││    + voor 1624      │
└─────────────────────┘└──────────┬──────────┘└─────────────────────┘
                       ┌──────────┴──────────┐
                       │   Justus Rycquius   │
                       │   °6/5/1587, Gent   │
                       │+10/12/1627, Bologna │
                       │        Leraar       │
                       └─────────────────────┘

Of Meester Jan Stadius, die bij de blijde intrede van Zijne Koninklijke Hoogheid den Prins-Kardinaal Ferdinand, broeder van den Koning van Spanje, souverein Heer der Nederlanden, te Gent op den 27 Januari 1635, "de som van 8 pd. 6 schell. 8 gr., over het schilderen van vier stucken slaende in de pedestalen van de groote arcade" (7) ontving, verwant is aan onze familie van Staeyen, hebben wij niet kunnen onderzoeken.

Stadius, gewezen Mathematicus van den Prins-Bisschop van Luik, van Philips II en van den Hertog van Savoie, oud leeraar bij de Leuvensche Hoogeschool, en professor aan de Universiteit van Parijs, genoot tijdens zijn leven een hooge faam als geleerde. Hij stond in betrekking en in hoog aanzien bij een Gemma Frisius, bij een Jozef Scaliger, bij een Augerus van Boesbeke, bij een Stephanus Pighius.

Als blijk van hoogschatting en waardeering worden weldra na Stadius' afsterven tal van "Epitaphia " opgemaakt door een Matalius Metellus, door een Joannes Edoardus Moninus, door een Philippus Avenellius. (14.1)

Door zijne tijdgenooten werd Stadius op dezelfde lijn gesteld als een Bressieu, wiens nevenknie hij was te Parijs, als een Gemma Frisius die hij als professor te Leuven had opgevolgd, als een Adriaan Romain, die na zijnen dood zijn leerstoel bezette.

Als leeraar geldt hij deze misschien wel, doch stellig staan zijne werken onder de hunnen, door gemis aan oorspronkelijkheid.

Onbetwistbaar, Stadius was een geleerde, maar hij bezat niet dien scheppenden geest noch die nieuwe en schitterende opvattingen die de voortbrengselen van genoemde geleerden kenmerken.

Ongelukkiglijk ook, hebben én zijn onstandvastig avontuurlijk karakter, én zijne astrologische droomerijen, Stadius belet eene nog glansrijkere bestemming te bereiken.

Voetnoten

(13.1) J. Rycquius in zijn werk "Parcae" lascht op bladz. 146-47 een latijnsch gedicht in aan "Castissimm Matronm Margaretm Zylia, aviae meae maternae." Terug

(13.2) Ibidem, blz. 98-100.
"Lessus in obitu Hieronymi I. F. Stadii, Medici & Philologi, Avunculi mei." Terug

(13.3) Ibidem, blz. 145-46; "Piissimae Virginis Martinae loannis F. Stadiae, materterae dulcissimae". Terug

(13.4) Ibidem, blz 145 : "Patris mei clarissimi lacobi Rycquii". Terug

(13.5) R. Van den Berghe. — Justus Rycquius. In "Messager des sciences historiques". 1880, blz. 12-32, 189-208: 1881, blz. 160-185, 457-477. Terug

(13.6) J. Rycquius. — Parcae, blz. 85-91. — Zelfde lofdicht komt voor op blz. 65-70 in : Iusti Ryckii Gandavensis LL. apud Catuacos Stud. praeludia poetica. Duaci, ex typ. C. Boscardi, 1606. Terug

(13.7) Prudens van Duyse. — Wat een boek met twee-en-veertig platen in groot folio eertijds kostte. — In "Annales de le Société Royale des Beaux-Arts et de Littérature de Gand." T. 1(1844-45), blz. 89.
Het werk, waarvan spraak, is : "Serenissimi Principis Ferdinandi Hispaniarum lnfantis S. R. E. Cardinalis Triumphalis Introitus in Flandriae metropolim Gandavum auctore Guilielmo Becano S. J."
Antv. Ex off. Joannis Meursii. Anno M.DC.XXXVI in-F°. Terug

(14.1) Men kan al deze vinden in Rycquius' "Parcae", blz. 88-91. Het "Epitaphium" door Rycquius, werd opgenomen in het werk van Johannes Grossus "Vrbis Basil. Epitaphia et inscriptiones omnium templorum, Curiae, Academ. & aliar. Aedium public. Lat. & German."
Basileae, sumtibus Joan. Jacobi Genathi. 1626. Blz. 374. Terug