Bronnen

Terug naar overzicht

Voor de eerste maal wordt van Joannes Stadius gewag gemaakt in het in 1567 gedrukte werk van Guicciardini "Descrittione di tutti i Paesi Bassi" (1.1).

In de 16-eeuwsche encyclopaedie "Bibliotheca universalis" van den Zwitserschen geneesheer en natuurkundigen Conradus Gesnerus (1.2), later door Josias Simler (1.3) en ook door Johannes Jacobus Frisius (1.4) vermeerderd heruitgegeven, vinden wij eene zeer korte vermelding omtrent Stadius.

Heel wat breedvoeriger is Stadius' levensbeschrijving door Kanunnik Aubertus Miraeus in zijne "Elogia" (1.5). Voor de bibliographie der werken van Stadius is deze nochtans onbeduidend; veel beter daarvoor (voornamelijk voor Stadius' Florus) is de "Bibliotheca Classico" van Georgius Draudius (1.6).

Heel bondig daarentegen is de mededeeling in de "Bibliotheca Belgica" (2.1) en in de "Fasii Academici" (2.2) van Valerus Andreas van Desschel in de Kempen; hij had nochtans het werk van Miraeus wel kunnen raadplegen. Zij wordt schier onveranderd vertaald door zijne naschrijvers als Feller (2.3), Delvenne (2.4), Piron (2.5), en in het naamloos "Dictionnaire historique" (2.6) en in het "Allgemeines Gelehrten-Lexicon" van Christian Gottlieb Jiicher (2.7).

Al even kort is de vermelding bij Sweertius (2.8), die enkel bijvoegt het door den Gentenaar Justus Rycquius vervaardigd Epitaphium, dat hij gevonden heeft in dezes werkje "Parcae", een bundel rouw- en lofdichten (2.9). Dit Latijnsch dichtbundel van den kleinzoon van Stadius is van belang voor de kennis dezer familie.

Bij Foppens (2.10) wordt de biographie veel uitvoeriger; buiten de reeds genoemde werken heeft hij zeker de "Elogia" van Jacobus Philippus Tomasinus van Padoua (3.1) in handen gehad, waaruit zinnen bijna letterlijk werden overgeschreven. Bij Foppens ook treffen wij het door de Larmessin in koper gesneden portret van Stadius aan; het werd overgenomen uit het bekend werk van Bullart (3.2).

Latere studiewerken stellen zich niet meer tevreden met het slaafsch naschrijven van een reeds bestaande "Bibliotheca" of "Elogia". Zij brengen heel wat aanvullende gegevens, soms ook wel onnauwkeurige, aan. Vermelden wij:

  • ABBÉ GOUJET. — Mémoire historique et littéraire sur le Collège royal de France. Paris. 1758. T. II., blz. 97-98, 117-126.
  • DELAMBRE. — Histoire de l'Astronomie du Moyen-Age. Paris, Courcier. 1819. — Blz. 447-449.
  • FELIX NEVE. — Mémoire historique et littéraire sur le Collège des Trois-Langues â l'Université de Louvain. Bruxelles. MDCCCLVI. — Blz. 168.
  • QUETELET. — Histoire des Sciences mathématiques et physiques chez les Belges. Brux. 1864. — Blz. 102-104.
  • SÉDILLOT. — Les professeurs de mathématiques et de physique générale au Collège de France. Verschenen met nota's van B. Boncompagni in « Bollettino di bibliografia e di Storia delle scienze matematiche e fisiche". Roma. 1869. T. II, blz. 435-437.
  • J. C. HOUZEAU. — Catalogue des ouvrages d'Astronomie et de Météorologie qui se trouvent dans les principales bibliothèques de la Belgique,... Brux. Hayez. 1878. Blz. 188.
  • J. C. HOUZEAU et A. LANCASTER. — Bibliographie générale de l'Astronomie. Brux. Hayez. 1887. T. I, blz. 1531.
  • C. LE PAIGE. - Notes pour servir à l'histoire des mathématiques dans l'ancien Pays de Liége. In « Bulletin de l'institut archéologique Liégeois ». — Liége, 1888. T. XXI, blz. 475-481.
  • ABEL LEFRANC. - Histoire du Collège de France, depuis ses origines jusqu'à la fin du Premier Empire. Paris. 1893. Blz. 224 en 382.
  • FERN. VAN ORTROY. - Bio-bibliographie de Gemma Frisius, fondateur de l'école belge de Géographie, de son fils Corneille et de ses neveux les Arsenius. (Mémoires collection in-8°. Deuxième série. T. Xl. Fase. II. — Académie Royale de Belgique. Classe des Lettres et des Sciences morales et politiques). Brux. Octobre 1920. Blz. 340-342.
  • HENRI BOSMANS, S. J. - Jean Stade. In « Biographie Nationale ». Brux. 1923-24. T. XXIII, coll. 526-33. De beste bijdrage die tot heden verscheen.

Buiten bovengemelde gedrukte werken en buiten de werken van Stadius zelf, raadplegen wij de "Scabinale protocollen" van Loenhout en van Brecht, bewaard in het Staatsarchief te Antwerpen; wij onderzochten het rijk archief van het Museum Plantin-Moretus. De "Correspondance de Christophe Plantin" door Max Rooses en Jan Denucé (9 Deelen) werd reeds door de Antwerpsche Bibliophilen in het licht gegeven.

Voetnoten

(1.1) Descrittione di M. Lodovico Guicciardini patritio Fiorentino, de tutti i Paesi Bassi, altrimenti detti Germania inferiore. — In Anversa 1567, Apresso Guglielmo Silvi, stampatore Regio, Con Privilegio. — Blz. 132. Terug

(1.2) Bibliotheca universalis, seu catalogus omnium scriptorum locupletissimus. Terug

(1.3) Ribliotheca instituta et collecta primum a Conrado Gesnero,.. aucta per losiam Simlerum Tigurinum. Tiguri. Apud Christophorum Froschoverum. Mense Martio, Anno M. D. LXXIII. — Blz. 417. Terug

(1.4) Bibliotheca instituta et collecta primum a Conrado Gesnero,... ampli-ficata per lohannem lacobum Frisium Tigurinum. — Tiguri, excudebat Chris-tophorus Froschoverus. Anno M. D. LXXXIII. — Blz. 499. Terug

(1.5) Elogia Belgica sive Illustrium Belgi scriptorum... vitae. — Antv. Apud Davidem Martinium MDCIX — Blz. 106-107. Elogia Illustrium Belgii Scriptorum. — Antv., Sumptibus Viduae et Heredum loannis Bellen,... Anno 1602. — Blz. 123-124. Terug

(1.6) Bibliotheca Classica... Georgio Draudio. — Francofurti ad Moenum 1625. — Blz. 1252. Terug

(2.1) Valeri Andreae Desseli, I. C. Bibliotheca Belgica,... Lovanii, Apud Henricum Hastenium,... MDCXXIII. — Blz. 533. Terug

(2.2) Fasti Academici studii generalis Lovaniensis. Lovanii, Apud Hieronymum Nempaeum. M. DC. L. Blz. 280. Terug

(2.3) Dictionnaire historique. Paris. 1818. T. VIII, blz. 253. Terug

(2.4) Biographie du Royaume des Pays-Bas, ancienne et moderne. — Mons. M. J. Leroux. 1829. T. II, blz. 433. Terug

(2.5) Algemeene levensbeschrijving der mannen en vrouwen van België, welke zich door hunne dapperheid, vernuft, geest, wetenschappen, kunst, deugden, dwalingen of misdaden eenen naem verworven hebben, sedert de eerste tijden tot op den dag van heden. Mechelen, Olbrechts, 1860. Blz. 367. Terug

(2.6) Dictionnaire historique ou histoire abrégée de tous les hommes, nés dans les XVII Provinces Belgiques, qui se sont fait un nom par le genie, les talens, les vertus, les erreurs, etc. depuis la naissance de J. C. jusqu'à nos jours. A Paris, et se trouvent à Anvers, chez C. M. Spanoghe. M. DCC. LXXXVI. T. II, blz. 181-82. Terug

(2.7) Allgemeines Gelehrten-Lexicon,... herausgegeben von Christian Gottlieb Jöcher. — Leipzig. MDCCLI. Coll. 763-764. Terug

(2.8) Athenae Belgicae..., Franciscus Sweertius Antverp... digessit et vulgavit. — Antv. Apud Gulielmum a Tungris M. DC. XXVIII. — Blz. 472-473. Terug

(2.9) lusti Rycquii Parcae id est Epitaphiorum a se conscriptorem Libri tres. Ad Illustriss. et excellissimum D. D. Federicum Caesium, F. Princip. Sancti-Angeli. Gandavi, E Typographeio loannis Kerchovii. Anno M. DC. XXIV. — Blz. 88-89. Terug

(2.10) Bibliotheca Belgica, sive virorum in Belgio vita, scriptisque illustrium catalogus, librorumque nomenclatura. Bruxellis. Per Petrum Foppens... M.D.CC.XXX1X, T. II, blz. 734-735.Terug

(3.1) Iacobi Philippi Tomasini Patavini illustrium virorum elogia. Iconibus exornata. Patavii. Apud Donatum Pasquardum, & Socium MDC XXX, in-4°. — Blz. 112-116. Terug

(3.2) Académie des Sciences et des Arts. Amsterdam. Heritiers de Daniel Elsevier. 1682. T. II, blz. 96-98. Terug