Professor in Parijs en overlijden (1576-79)

Terug naar overzicht

 In 1576 reist Stadius naar Parijs, op verzoek van Hendrik III, Koning van Frankrijk, opvolger van Frans I en Hendrik II, hardnekkige bekampers der Habsburgers.

Bij testament van 1 Oogst 1568 had de vermaarde mathematieker Petrus Ramus aan het Collège de France te Parijs eene rent van 500 pond vermaakt, som als eereloon aan een leeraar der Mathematieken bij deze instelling toe te kennen (11.3). Na herhaaldelijk aandringen, verkregen eindelijk de testamentuitvoerders den 9 April 1576 een arrest, bevelende de laatste wilsbeschikkingen van Ramus te eerbiedigen. Aan den plechtigen prijskamp, gehouden op 15 Juli 1576, tot het begeven van bedoelde leerstoel, nam benevens Maurits Bressieu en Postel, ook Stadius deel. Bressieu behaalde den palm. Doch de Jury, waaronder de president de Thou en de geleerde Franciscus de Foix de Candale, bisschop van Aire, was over de antwoorden en over de uiteenzettingen van Joannes Stadius zoo zeer voldaan, dat beslist werd ook aan deze een leerstoel toe te vertrouwen.

Hendrik III, op voorstel der Universiteit, weerhield den Loenhoutenaar, en zijne aanstelling bekrachtigend, kende hij hem dezelfde bezoldiging toe als deze uitgekeerd aan de andere koninklijke professoren.

Zoo werd Stadius titularis van een gewonen leerstoel voor mathematieken. Hij verving Charpentier, sedert twee jaren overleden, en bezette ook den leerstoel voor du Hamel gesticht (12.1).

Dit alles gaf, zonder twijfel, aanleiding tot het samenstellen van het werkje "Petri Rami Arithmetica ", dat eerst in 1581 gedrukt werd, na zijnen dood.

Tusschen zijne leerlingen te Parijs heeft de Loenhoutenaar een beroemd naamgenoot gehad, de duitsche sterrenkundige Joris Stadius, te Stein geboren in 1550 en te Graz overleden in April 1593. Men heeft beiden wel eens met malkander verward (12.2).

In de lente van 1579 ontving Stadius te Parijs een brief van Plantin, uit Antwerpen op 10 April 1579 met der haast geschreven, meldende dat de Keulsche drukker Gymnicus eene verminkte uitgave van zijn Florus voorbereidde; en de Antwerpsche aartsdrukker, die van de betaling voor het drukken van dit werk had afgezien, vroeg hem dringend machtiging om de 1ste uitgave van zijn Florus te mogen herdrukken (12.3). Stadius herzag dit werk nog voor hij van deze wereld scheidde (12.4).

Meester Jan Stadius, van Loenhout, nauwelijks 52 jaren oud, overleed te Parijs in den nacht van 17 Juni 1579, ten huize van maarschalk de Retz, in de voorstad St. Honoré, na gedurende drie jaren de mathesis aan het Collège de France gedoceerd te hebben.

Jan Stadius werd te Parijs begraven. Op zijn grafschrift staat vermeld dat hij stierf op 17 juni 1579 en dat hij 52 jaar en bijna twee maanden had geleefd. Het is daarom dat Ernalsteen hem doet geboren worden op 1 mei 1527. Anderen laten hem op nieuwjaarsdag het levenslicht zien. (1)

Voetnoten

(11.3) Coujet, op. cit. T II, blz. 231.
Ch. Waddington. — Ramus, sa vie, ses écrits et ses opinions. Paris, 1855, blz. 326. Terug

(12.1) Lefranc, op. cit., blz. 223-224. Terug

(12.2) Allgemeine Deutsche Biographie, herausgegeven im Auftrag der Commission der Konigl. Akademie der Wissenschaft.
Leipzig. 1893; Verbo Stadius". Terug

(12.3) J. Denucé. — Correspondance de Christophe Plantin. T. VI, blz. 61-63. Terug

(12.4) Ibidem. blz. 128-30.
In een brief aan Janus Dousa, dd. 31 Januari 1580, schrijft Plantin "Florus primo praelo ab aliquo opere liberato submitterem cum commentariis Stadii ab eodem ante ejus mortem recognitis." Terug

(1) A.J. Weyns in Vlaamse Stam, november 1977, nummer 11, 13de jaargang, p. 587 Terug