De Heren van Loenhout

1277-1287 Arnold van Leuven (of van Gaasbeke)

Deze heer en vrouwe Elisabeth van Breda, verkopen de oude en nieuwe tienden (inkomsten), die ze te Loenhout en te Wouw bezitten, aan de St.-Bernardsabdij. Zij ontvangen hiervoor de som van 2.554 ponden. (rekening: Abdij te Bornem van 23 juni 1277). Arnold van Leuven was…

Lees meer

1287?-1310 Arnold van Haeleke (Hellebeke)

Hij werd ook Aert, heer van Heelbeke genoemd. Hij was ridder en hij "bezat daerenboven noch de goederen ende hoeven van Heetvelde, geleegen bij Liefferinge, Kester ende Goyck". Hij was gehuwd met Maria van Gaasbeek, vrouwe van "t hoff van Wolfshagen" te St.-Pieters-Leeuw. De band…

Lees meer

1330-1346 Jan I van Hellebeek (of Heelbeke)

Hij vestigde zich in het eerste kasteel van Loenhout. In het leenboek staat hij vermeld met het jaartal 1334, voor de één of andere benoeming door Hertog Jan III. We weten niet wanneer hij de heerlijkheden erfde. We veronderstellen dat ook hij ridder was van…

Lees meer

1346-1347 Jan II van Hellebeke

Hij werd dus in de plaats van zijn oudste broer Arnout, heer van Loenhout en hij was ook heer van Ophain Bois sur Isaak. Hij had waarschijnlijk maar één dochter: Johanna van Hellebeke. Wij zijn niet zeker van de vermelde jaartallen, omdat we niet weten…

Lees meer

1347-1362 Jan II van Boechout en Johanna van Hellebeke

Jan II van Boechout was, door zijn huwelijk met de enige dochter Johanna Van Hellebeke, de eerste van Boechout die heer van Loenhout en Popendonk werd. Zij hadden geen kinderen. De opeenvolgende heren zullen vanaf nu lange tijd afkomstig zijn van de familie van Boechout…

Lees meer