Het Slot van Loenhout

1661-1675 Louise, Adriana Perez de Baron

Terug naar overzicht

Zij was de nicht van Catharina Leonore Perez de Baron en erfde de heerlijkheden. Haar vader was Marc Antoine Perez, tot ridder verheven door koning Filips II op 13 januari 1609. Hij was schepen van Antwerpen, overleed op 20 december 1634 en werd begraven te Brussel in het klooster van de Recolletten. Marc Antoine Perez was gehuwd met Marie Perez de Baron, dochter van Martin Perez de Baron en van Catherine Perez; dezen hebben wij al ontmoet als ouders van Louis Perez de Baron, Heer van Loenhout. Een schema zal dit verduidelijken:

               ┌───────────────────────────┐
               │  Martine Perez de Baron   │
               │             x             │
               │      Catherine Perez      │
               └──────────────┬────────────┘
              ┌───────────────┴──────────────┐
┌─────────────┴─────────────┐  ┌─────────────┴─────────────┐
│  Louis Perez de Baron     │  │   Marie Perez de Baron    │
│HEER VAN LOENHOUT 1611-1634│  │                           │
│           x               │  │             x             │
│     Louise Cassina        │  │     Marc Antoine Perez    │
└─────────────┬─────────────┘  └─────────────┬─────────────┘               
┌─────────────┴─────────────┐  ┌─────────────┴─────────────┐
│Catherine Eleonore Perez   │  │   Louise Adrienne Perez   │
│         de Baron          │  │                           │
│     VROUWE VAN LOENHOUT   │  │   VROUWE VAN LOENHOUT     │
│         1634-1661         │  │         1661-1675         │
└───────────────────────────┘  └───────────────────────────┘ 

Voor de dood van Catharina had de moeder van Louise reeds herhaalde malen geldelijke steun verleend ten voordele van de kerk en de kapel.

Louise erfde van Catharina onder bepaalde voorwaarden. Ze moest enkele verplichtingen nakomen tijdens haar leven en vooral bij haar dood. Deze voorwaarden werden te Luik in 1672 geopend in bijzijn van getuigen:

  • De parochie van Loenhout erfde van Catharina 1000 gulden voor de kerk en 1000 gulden voor de armen van de gemeente.
  • Verder moest op haar kosten het altaar in de kerk gemarmeerd worden en een oksaal met een klein orgel mocht aangekocht worden. Ze voorzag zelfs een bedrag voor de organist. Waarschijnlijk was dit het eerste orgel in de kerk.
  • De broederschap van de koord van St.-Franciscus moest blijven bestaan met een grote mis met muziek elke eerste zondag van mei. Is dit niet het ontstaan van de mei-feesten van Loenhout, wanneer elk jaar het water in de put gewijd werd? Deze put was onder Catharina de Baron gebouwd.
  • Zij voorzag het nodige geld om bij haar dood de grote klok zes weken te luiden.
  • Ook schonk ze bij haar dood een roodvelouren altaarkleed, een kazuifel en een "cape".
  • Na de dood van Louise moest de kist van verzilverd koper met Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel, die eigendom was van Catharina, aan de kerk geschonken worden en geplaatst worden op haar altaar. Deze kist werd vernietigd in 1940. Voor hetzelfde altaar voorzag ze nog vier zilveren kandelaars.
  • Aan de kapel van Sint-Quirinus met de put schonk ze 300 gulden om er een altaar te maken. Bewijst dit niet dat het retabel oorspronkelijk gemaakt werd voor de kerk? Het retabel was al meer dan 100 jaar voor die tijd gebouwd. Is dit testament misschien de reden geweest dat men het retabel van St.-Quirinus, dat hoogstwaarschijnlijk in de kerk stond, verplaatst heeft naar de kapel? Ook pater Bogaerts vroeg zich af vanaf wanneer het retabel van de kerk naar de kapel verhuisde.

Louise Adrienne Perez, Vrouwe van Loenhout, overleed in 1676. Zij belastte bij haar dood de heerlijkheden, die toen zeker niet goed bij kas waren, met twee legaten, achtereenvolgens bestemd voor het gasthuis van Turnhout en voor het St.-Geertruidenklooster te Brussel. Als algemeen legataris stelde zij Don Philibert de Sotomayor aan, met wie zij familiebanden had.