Salische Wet, MS. Nr. 4404 Bibl. Nat. de Paris, f° 179r

Naar meer beschaving

Terug naar overzicht

Er is weinig te zeggen over de eerste bewoners, die de bevolking der twee nederzettingen Heilaer en Sneppelaer vormden. We vinden wel terug waar de drie akkers, heiden, schotten en schansen geweest zijn, uit de plaatsnamen, die nu nog aan de streken en straten gegeven worden. Het Oosteneind of Oosteinde van het dorp, geeft bijvoorbeeld, de juiste ligging van de oude Dorpsplaats aan.

Al wat we kunnen zeggen over de eerste bewoners berust bijna op veronderstellingen. Slechts van 1277 af kunnen wij steunen op documenten en oude geschriften. Toch zullen wij, in verband met de geschiedenis van Loenhout, de bijzonderste beschavingswerken aanduiden, immers deze gelden zowel voor onze gemeente, als voor de omliggende dorpen.

Onze bewoners leefden volgens de Salische Wet, geschreven in het jaar 450. Het christendom was nog niet tot hier doorgedrongen; doch de Salische Wet was zeer streng ten opzichte van de zeden; de hekserij werd streng gestraft. Akkerbouw, jacht en visvangst stonden onder bijzondere bescherming van de wet. Alle misdrijven werden door het Malum gestraft. Als bestuur trad op: de koning, of bemiddelaar tussen de goden en het volk; de grafianus of graaf, die onder het dak van de koning verbleef; de tongenus, die het maal voorzat; de honderdman, die honderd soldaten onder zijn bevel had, enz. Behalve de edelen bestond het volk uit slaven en vrijgemaakten.

Vanaf de 4° eeuw kwamen reeds monniken in onze streken; zij brachten grote opbloei.

Tijdens de 6° eeuw kwamen reeds Benedictijnen. Na Clovis' bekering noemen wij de H.H. Eligius, Amandus en Lambertus en verder zendelingen van de Ierse Cyclus, zoals de H.H. Livinus, Columbanus, Dymphna, Amelberga. De oprichting van vrouwenkloosters of "Nona" bracht zeer veel bij tot de beschaving.

De H. Willibrordus (691-729) met zijn gezel, de H. Bonifacius moeten wij aanzien als de voornaamste geloofspredikers in onze streek. Willibrordusputtekens, die voor het Doopsel dienden, vinden wij nog te Overbroek en elders. In de bekeringsperiode werden reeds vele kerken toegewijd aan de H.H. Petrus en Paulus.

Tijdens de inval der Noormannen (9° eeuw) moesten de bewoners van onze streek zich verschuilen in verschansingen of schansen (schansakker).

Gedurende de Kruistochten (10° en 11° eeuw) kwamen grote volksverhuizingen voor, wegens de overal heersende armoede.

In de 12° eeuw kwamen de Witheren te Tongerlo. Deze vooral brachten de beschaving. Zij leerden behalve de godsdienst, ook een nieuwe manier van boeren. Door hun bemiddeling ontstonden de eerste ontginningen, en het was in de 12° en 13°eeuw, dat verscheidene Kempense parochies, ook Loenhout, tot stand kwamen.