Rechtspraak nr. 1333 (OA Loenhout)

Oud archief Loenhout – Rechtspraak, nr. 1333

stuk 1 - 21.12.1661 - Jacob Gijsbrechts

| 1333-0001-01 |

uitrukken van gewassen

Jacob Gijsbrechts kent het gewas waarmee hij aangetroffen werd geplukt te hebben bij de eendenpoel omtrent de geer, item de 2 pijnboompjes, kent van Nieuwmoer gegaan te zijn langs het arenberchs moer en zo naar het vs bos naast een hoeve aan de heide van Meer, meende de gewassen in Nieuwmoer te verkopen, had leren ‘vingerlinghe’ gedragen om zich niet te kwetsen

stuk 2 - 19.11.1670 - Peeter de Camp

| 1333-0002-01 |

ondervraging vreemdeling

Peter de Camp, aangehouden in Loenhout, zegt geboren te zijn in Nimwegen (Nijmegen), gehuwd met Agnes Frangen, is 3 weken terug gescheiden van zijn vrouw inde stad van de graef alwaar hij woont in de hooghste straat op de rechtse kant zo men van het kasteel komt, is via ’s Hertogenbos, Breda, Roosendaal, Bergen op Zoom naar Loenhout gekomen, heeft in Wuustwezel bij een weduwe in de schuur overnacht, heeft van die vrouw pap gekregen, heeft in Loenhout gelogeerd bij een man van wie een broer in Halsteren bij de molen woont, is ook ten huize van Jacob Kenis geweest

(nota: het blijkt niet uit het verhoor of hij van enig misdrijf verdacht wordt)

stuk 3 - 25.01.1671 - Hendrick Janssen de Crom

| 1333-0003-01 |

bedreigingen en geweldpleging

Nicolaes Peeters Verbocht kent kent ten huize Michiel Cornelis van Elsacker ‘in de leeuw’ gehoord en gezien te hebben dat Hendrick Janssn de Crom op de deur bonkt en al vloekend riep dat hij binnen wou waarop de stadhouder antwoordde dat hij niet binnen mocht en dat Hendrick daarop met de duivel dreigde, en dat hij dan vernieling aan de koestal en andere plaatsen aanrichtte, is daardoor binnen geraakt en heeft met een mes naar de aanwezigen gestoken

Wouter Jan Rommens kent item

Michiel Cornelis Elsacker kent item

Catalijn Peeters Swaegemaeckers x Cornelis Huegens, kent dat Hendrick Janssen de Crom bij haar thuis is gekomen zeggende ‘gij Maeijken Aertssen hoer’ (sic) en vragende of haar man niet thuis was, en toen zij antwoordde dat dat zijn zaken niet waren zei hij dat hij haar de hals zou afsnijden en wat hij herhaalde tegen haar man (die op zijn bed lag) toen die erbij kwam, Catalijn heeft dan hulp geroepen waarbij haar moeder Maeijken Aertssen is gekomen, zij hebben zich dan in hun kamer opgesloten

Op verzoek van de schout staan schepenen toe dat deze vs Hendrick de Crom mag arresteren, waarop deze naar Brecht zou gevlucht zijn

stuk 4 - 13.08.1671 - Hendrick Janssen de Crom

| 1333-0004-01 |

baldadigheden

Adriaen Mathijs Weerts, 29j, kent dat Heijndrick de Crom, komende uit het huis van Jan de Wijse, de zwager van Cornelis Blijens, Hoogstraten, zittend op een paard, tegenkwam, diens paard bij de toom nam en tegen hem zelf vloekende, en ook nog een andere persoon lastig vaklende, heeft daarna ook een voerman met kar, Peeter Vermeeren en Jan de Wijse aangevallen, de voerman heeft dan Heijndrick met de zweep geslagen, waarna Heijndrick met een mes in de hand de voerman heeft nagelopen door het huis van Jan de Wijse tot de lindenboom voor het huis van Claes Cornelissen; Jan de Wijse vroeg dan aan Heijndrick waarom hij zijn knecht met een mes vervolgde en dat hij hem zou calengieren, waarop Heijndrick repliceerde ‘calengiert mijn gat dat is voor u keerende hem om ende cloppende op zijn billen’; wou vervolgens naar de vorster steken maar deze werd gewaarschuwd door Peeter Claessen daarbij aanwezig

Peeter Bastiaen Peeter Joris, 29j, betreft de voerman van de kar van Jan de Wijse, kent dat Heijndrick de Crom ten huize van zijn ouders was

Jan de Wijse, vorster in Loenhout, verklaart ut ante, kent ook dat Heijndrick met verweet voor oude kreupele duivel, dat indien hij een pistool had hij hem zo zou omver schieten

Maeijken Adriaenssen, dienstmeid bij Jan de Wijse, 42j, kent dat Heijndrick tegen haar zei dat onze lieve Heer een schelm is

mr Peeter Joerdaens, practisijn in Loenhout op het platteland, kent ten huize Jan de Crom gezien te hebben dat Heijndrick de Crom er brandewijn dronk, enige impertinente woorden sprak en zijn mes trok zeggende ‘gij dickenbuijck oft dicksack, en dreigende hem door de buik te steken, en dat hij ook nog zei (god is een schelmken)

stuk 5 - 03.09.1674 - Peeter Gabriel Goris

| 1333-0005-01 |

bedreiging

Jan Adams van Geel, jongman, 20j, was ten huize Jan Adriaen Roelen achter de kerk, daar was ook Peeter Gabriel Goris die fulmineerde tegen de wethouders in Loenhout en voorstelde er naartoe te gaan om te vechten, Jan Gabriel Goris, broer van vs Peeter, zei dat dit niet kon

Jan Adriaen Roelen, herbergier in Loenhout, 34j, heeft geen dreigementen gehoord

Hendrick Jansen de Crom, 28j, weet dat er wat gezzegd werd maar heeft de juiste woorden niet onthouden

(nota: er was een vergadering ‘principelijcken van sijn corporaelschap waarbij de pioniers zouden aangenomen worden’)

stukken 6, 7 en 8 - 08.01.1675 - baldadigheden

| 1333-0006-01 |

over het maken en zingen van een schandelijk lied en diefstal van pistolen

Voor dit onderzoek verwijzen we naar onze pagina.

volgende pesonen worden in bundel genoemd:

Joos Deckers, vorster, 64j - Cornelis Jacob Kenis - Guilliam Jacob Kenis

Jan Cornelis Theuns, 41j - Frederick Philips - Jan Melssen Luijcx

Mathijs Antonis Mathijs Goossens, 19

Jan Cornelissen van Elsacker, 20j - Jan Adam van Geel, molenaar

Michiel van Antwerpen, 55j

Michiel Cornelis van Elsacker, 29j

Gabriel Peeters, 30j - Peeter Joosen

Jan Bode, 20j

Jan Adriaen Peeter Aerts, Wuustwezel, 26j, jongman

Jan Mathijs Goossens, 24j

Cornelis Joos Deckers, 25j

stuk 9 - 09.06.1682 - voor de schout

| 1333-0007-01 |

baldadigheden

Theodorus van Beeck, Wuustwezel, 30j, kent op 30 september 1680 op Loenhout kermis ’s avonds met Hendrick van Elsacker naar huis te zijn gegaan, hebben onderweg in de palinckstraat Adriaen Verdaert, vorster in Wuustwezel, tegengekomen die hen zei ‘hier staat een kar, ik zal er de huif afsnijden’, dit herhaalde nadat ze gezegd hadden de kar te laten dat ze er niets mee van doen hadden, erbij zeggende dat het een kar was van de 'simdenss weesen' (simon denissen?) heeft dan de huif afgesneden en op de brug van het kasteel geworpen

Hendrick van Elsacker, Wuustwezel, 27j, kent item

stuk 10 - 10.12.1685 - Peeter Geerts van der Buijten

| 1333-0008-01 |

misbruik van vertrouwen

Peeter Joris Coecken, 44j, kent dat Bastiaen Ruffen en Peeter van der Buijten hem twee levende patrijzen hebben verkocht die zij in zijn huis in bier hebben opgedronken en dat hetzelfde gebeurt is ten huize Bastiaen Ruffen waar de patrijzen zaten, Peeter en Bastiaen hebben hem nog drie patrijzen meegegeven om in Antwerpen te verkopen, heeft de helft voldaan in gld en de andere helft door het meebrengen van poeder en lood, heeft echter maar twee patrijzen kunnen verkopen

stuk 11 - 25.02.1686 - Geert Lazarus en Louis Willems

| 1333-0009-01 |

bedelarij

Louis Willems, °Heilissem, 24j, zegt te hebben gebedeld met zijn vrouw en zijn compagnon enkel van aanzien te kennen uit de gevangenschap, kent ook 8 jaar gevangen geweest te zijn in Hoogstraten

Geert Cornelissen alias Lazarus, °Castel, 34j, zoon van Cornelis Geertssen, verdient zijn kost met kousen brijen en schooien, zegt zijn compagnon niet te kennen, zegt Goverdine enkel te kennen als mede schooister en bijslaap, was eveneens gevangen in Hoogstraten voor het beroven van een huis, ontkent de officier in Minderhout geslagen te hebben, zegt dat dit zijn broer Jan was

Goverdine Janssens, dr van Jan Riemslagh, °Oorschot, 22j, kent in Moergestel bij de watermolen gewoond te hebben in dienst van Heijliger ..., is dan hiernaartoe gekomen om te bedelen met Geert Lazarus om zijn kind te helpen dragen, is er dan bij gebleven als zijn vrouw zonder gehuwd te zijn

stuk 12 - 25.05.1700 - Huybrecht Jans van Tilborch alias scheper Jan, Zundert, +60j

| 1333-0010-01 |

diefstal van heide

Heijndrick Smits, vorster in Loenhout, 31j, kent samen met Bastiaen Ruffen, in de bossen van de paters jezuieten ‘de munte’ aangetroffen te hebben zekere Huybrecht ex Zundert, samen met zijn dochter, en dewelke heide had geplukt

Bastiaen Ruffen, vorster, 64j, ook vorster in Loenhout, kent dat vs Huybrecht hem zei tot het plukken van de heide verleid te zijn door Peeter van der Straeten, door een genaamde Bolleken en door zekere Daem, allen uit Zundert

Huybrecht Jans van Tilborgh, over de 60 jaren, wnde in Zundert op de Wildert, kwam met zijn dochter Grietken naar de munte alwaar ze heide hebben geplukt, kent dit vroeger nog eens gedaan te hebben, zegt dit gedaan te hebben op aanraden van Peter van der Straeten, Jacob van de Wildert alias Bolleken, en Doom Verschueren, dewelke hem de eerste keer op de munte gebracht hebben

stuk 13 - 08.09.1700 - Jan Deckers

| 1333-0011-01 |

vechtpartij

Adriaen Peeter Joris Coecken, 25j, passeerde ‘s nacht op weg naar huis aan de woonst van Jan Deckers en kwam er Heijndrick Smits, vorster, tegen dewelke hem vroeg wat hij daar deed en hem beval daar niet te staan en hem dreigde te slaan met een hout waarna een schermutsemling ontstond

Geeraerdt van Elsacker, 23j, ging slapen bij Adriaen Jan Deckers wiens ouders buiten het dorp naar Scherpenheuvel waren, hoorde gerucht op straat, zag na het openen van het venster dat het Adriaen Peter Coecken en de vorster Heij ndrick Smits waren die na enige wordteling uit elkaar gingen, dat nadien Heijndrick Smits op de deur van de woning van Jan de Wijse klopte en stootte en de bewoners maande buiten te komen zeggende ‘komt vuijt alle gaer gij pollen’

Adriaen Jan Deckers, 17j, kent item

Aldegonde Jan de Wijse, 24j, kent dat deur en venster beschadigd werden, werd door de vorster uitgemaakt ‘gij hoer, gij fots, gij donder hoe, gij craen, laet vuijt de pollen die gij bij u hebt’ , waarop zij antwoordde dat hij een straatschender was, dat er niemand was die hem misdaan had

stuk 14 - 30.10.1715 - zonder opschrift

| 1333-0012-01 |

vermiste soldaten (?)

Aan een aantal inwoners wordt gevraagd waar zij waren op donderdag 29 oktober

Melssen de Cuijper was bij Aert Peeter van Aerde, zag twee soldaten voorbij komen lopen die zeiden dat een franse partij twee van hun kameraden hadden gevangen vast genomen en dat ze niet wisten of het fransen of boeren waren

Aert Peter van Aerde kent item

Cornelis van Reet was daar ook aanwezig, kent item

Sijmon Kaes (Casus) was op het kerkhof, is samen met Anthonis van Aecken gegaan, ’s avonds is hij in gezelschap geweest van Arnaut Cornelis Arnauts, de zoon van Boudewijn Arnauts en meer andere (op de wacht)

Anthonis van Aecken was in de voormidaag op het kerkhof en is nadien naar huis gegaan met Matthijs Antonij Goossens en Claes Gijsen, is dan tot de avond bij de kerk gebleven en daarna met zelfde Claes en Matthijs naar Sneppel gegaan, werden vervoegd door de vrouw van Jacobus Meijvis bij wie zij dan tot na middernacht in huis zijn geweest

Jacobus Meijvis ging voor de middag met Quirijn Willems aan diens huis hooi halen, verklaart niet te weten of Anthonis van Aecken en Matthijs Anthonis Wiericx in zijn huis zijn geweest (nota: hier wordt vermeld Matthijs Anthonis Wiericx, hogerop Matthijs Anthonis Goossens)

Peeternelle Adriaen Peeters x Jacob Meijvis kent ’s avonds met haar man en hun meissen geweest te zien, zegt niemand gezien te hebben en dat er niemand in hun huis is geweest

Claes Gijsen ging voor de middag met Anthonis van Aecken en Matthijs Antonij Wiercx mutsaarts halen aan zijn huis in Sneppel, ging daarna aan de kerk en is ’s avonds met Simon Kaes naar Sneppel gegaan, troffen onderweg vs van Aecken en Wiericx en hadden de intentie samen boekweit te wannen (graan zuiveren) maar dat er te veel wind was, is dan terug naar de kerk gegaan waar Simon op de wacht ging

Matthijs Anthonis Wiericx kent met Annthonis van Aecke, Claes Gijsen en Peeter Wouter Ooms naar Sneppel te zijn gegaan in het huis van Jacobus Meijvis