Rechtspraak nr. 1323 (OA Loenhout)

Oud archief Loenhout – Rechtspraak, nr. 1323

f° 1 r° - ... - Anthonis Verwilt tegen de huisvrouw van Jan Christiaens

| 1323-0001-01 |

zoening

Margriete x Peeter van Staeijen was aanwezig in Hoogstraten in het "scaecbert" waar Huijbrecht Thoens en Anthonis Verwilt met meer anderen vergaderden om de 'peis' te maken waarbij de huisvrouw van Jan Christiaens als (toen) gehuwd met vs Huijbrecht zoveel woorden maakte dat er geen 'peis' gesloten werd, Anthonis Verwilt stond toen op een wierp 3 of 4 st voor het gelag

Henrick Jan van Staeijen kent item

Gielis van Aerde was eveneens aanwezig kent item

f° 1 v° - s.d. - de erfgenamen opt hesschot tegen Henrick Jan Heijns

| 1323-0002-01 |

erfpalingen in het hoochbosch

Nijs van Bavele overhandigt kopij uit het cijnsboek geautoriseerd door Peeter Imbrechts, schout en rentmeester, item schepenbrief dd 11.06.1515, item toon uit het register van +Jan van Balle, gewezen secretaris in Loenhout

verder 06.10.1550

Peeter Martens opte rijdt heeft gezien dat Lijsbeth, moeder van Henrick Jan Heijns, woonde aan "hufferlaer heijde" en hield daar een koe, had een klein reepje (erven) in het hoogbos waar nu dispuut over is en waar zij met een zak gras haalde

verwezen wordt naar het cijnsboek waaruit blijkt dat Peeter Mertens op het hoogbos beemd genaamd de "duijct" heeft voorheen toebehoorde aan Amsem de Weerdt, eveneens beemd op het hoogbos bij de "ameldongelen" welke toebehoord heeft aan Jacob Laureijs van Nederven

verwezen wordt naar een schepenbrief dd 11.06.1515 waaruit blijkt dat Marie Henrick van Aken x Bertelmeus Hovelmans aan Willem Vermunten het derdedeel in een beemd "ameldonck" verkocht

f° 2 v° - 06.10.1550 - Henrick Mast tegen Marie x +Wouter Conincx en kinderen

| 1323-0003-01 |

rente

verwezen wordt naar een schepenbrief dd 26.10.1522 waarbij Jan Henrick Marten Sibs als voogd en Jan Peeter Boets als toeziener van Lijnken Wouter Conincx waarvan moeder was +Agneese Peeter Boets een rente van 15 st verkochten aan Peeter Claus Peeters in mindering van 2 V rogge 20 st op hooimade op het hoogbos

Laureijs van Aerde, schepen, en Peeter van Onstaeijen, man van leen, kennen dat Marie x +Wouter Conincx na diens overlijden ongedeeld in het sterfhuis is blijven zitten

f° 3 r° - s.d. - de erfgenamen opt hesschot tegen Henrick Jan Heijns

| 1323-0004-01 |

cfr supra f° 1 v°

aanleggers overhandigen kopij met getuigenissen, de klerk wordt gevraagd kennis te hebben dat vonnis gewezen werd dat zij genoeg bewijzen hebben voorgelegd

schepenen wordt gevraagd dat zij kennis hebben dat het veld in kwestie wel degelijk de "duijct" wordt genoemd en niet de "straelde" die aan de andere kant van het hoogbos zou gelegen zijn

f° 3 v° - 20.10.1550 - Jacob Wouter Jacobs tegen Laureijs Domus als navolger van Jan Pauwels Keeselmans

| 1323-0005-01 |

rente

verwezen wordt naar het laatboek van den Wijngaerde onder het hof van Tijchelt dd 27.12.1538 waaruit blijkt dat Wouter Coppen Jacobs 2 Kgld ontvangen heeft op de goederen van Goris Francx

vermeld wordt dat de hypotheekbrief van de erfgenamen Jan Pauwels Keeselmans van een jongere datum is, 3 of 4 jaar

beweerd wordt ook dat de rente van Jan Pauwels in het laatboek niet wordt vermeld vermits deze van jongere datum is dan de rente van Jacob Wouter Jacobs

f° 4 r° - s.d. - Jan Willems van den Wijngaerde tegen Pauwels Aerts in naam van heer Vervoot

| 1323-0006-01 |

leengoed

Henrick Peeter van Staeijen kent dat Joris van den Wijngaerde stierf voor de oogst nu 16 jaar geleden

Heijlken x Jan Broeders kent dat Joris van den Wijngaerde stierf omtrent Sinksen 16 jaar geleden

Marcus Loijcx kent dat Jan Hegge als voogd van zijn huisvrouw huis en aanhorigheden in leen ontving onder het leenhof van Nedervenne en dat Jan Willems in dit leenhof geen man van leen was

f° 4 - s.d. - los blad

| 1323-0007-01 |

eed door Daniel Hasemondt dat hij niet uit de heerlijkheid van Loenhout zal vertrekken voordat hij de vrouwe van Loenhout rekening zal gedaan hebben van zijn handelingen als 'kuecken schrijvere' (ondergeschikt beambte van de keukenmeester)

op deze eed presenteert de schout vs Daniel te ontslaan van de gevangenschap

in marge: deze eed heeft Daniel gedaan in presentie van de schout Peeter Imbrechts en de schepenen Peeter Jan Snellen en Jan Keeselmans op 25.01.52 svl

f° 4 v° - 17.11.1550 - Peeter Martens voor zijn zoon tegen de schout

| 1323-0008-01 |

slagen cfr bundel 1322

de schepenen Jan van Bavele en Peeter Jan Snellen kennen aanwezig geweest te zijn ten huize van de schout toen Peeter Martens in naam van zijn zoon 10 st aanbood

f° 5 r° - s.d. - Laureijs Domus tegen Jacob Wouters

| 1323-0009-01 |

rente

verwezen wordt naar een laatbrief dd 28.03.1542 die eerst 4 Kgld erfelijk inhoudt en voor de andere 2 Kgld gegaan hebben op de "brugacker"

f° 5 v° - 01.12.1550 - Clara van Dietfoirt tegen haar broer Gielis

| 1323-0010-01 |

koop van stede cfr bundel 1322

Peeter Anthonis kent dat Gielis Thoens de stede van zijn zuster Clare over had zoals Claere die van Anthonis gekocht had behalve dat zij daaraan een pond br verloor

Jan Hegge kent item

beiden kennen nog dat dat zij de koop goedkeurden met 4 personen van vaders kant en 3 van moeders kant

Gielis van Dietfoirt kent geen bescheid te hebben gehad van de koop tussen Anthonis en Clare van de stede in de katerstraat

Peeter Anthonis van Dietfoirt kent dat Gielis Thoens daarbij was toen Clara de stede van haar broer Anthonis kocht, dat Gielis er eveneens bij was als voogd van hun 'moeije' Margriete en alsdan akkoord was dat Margriete de erfpanden leende aan Clara om de rente van de 20 pond op te zetten

Anthonis van Dietfoirt kent item, verder dat hij de stede aan Clara verkocht zoals hij die gekocht had van Peeter Nouts behoudens dat zij hem 20 pond moest geven in rente half geld half koren

f° 6 r° - 15.12.1550 - Peeter Nijs tegen Willem van den Bogaerde

| 1323-0011-01 |

rente

Peeter Marten opte rijdt kent dat Barbele x Marcus Nouts deelde op een rente van 1 L rogge 2,5 st op Willem van den Bogaerde, verder dat hij aanwezig was bij de koop van paarden tussen vs Marcus Nouts en Peeter Nijs waarbij Peeter de vs rente zou krijgen

Berbel x Marcus Nouts was een 1 L rogge 6 st heffende op Willem van den Bogaerde welke rente zij verkocht aan Peeter Cornelis Nijs, dit ten tijde Marcus Loijcx schout was

Jan Hovelmans hoorde Berbel of Marck zeggen dat zij een L rogge 6 st hieven op Willem van den Bogaerde

Mathijs van den Bogaerde kent dat hij de stede waar Willem van den Bogaerde nu woont lang voordien verkocht heeft aan Willem van den Wijngaerde en hem toen het geld en de rogge uitstak te kwijten met 2 V rogge 20 st

f° 6 v° - s.d. - Marck Nouts tegen Lenaerdt van Aerde

| 1323-0012-01 |

koop van paard

Katrijne, huisvrouw van de schout, vernam dat Lenaert van Aerde een paard verkocht aan Marck Nouts voor 18 Rgld

Jan de Cuijpere kent item, kent nog dat het paard stijf en kreupel was

Cornelis de Cuijpere kent dat het paard stijf en kreupel was

f° 6 v° - 29.12.1550 - zelfden

| 1323-0013-01 |

cfr boven

Peeter Bernaerts en Cornelis Peeters vernamen dat Marck Nouts het paard van Lenaert gekocht had voor 18 Kgld en dat er gesproken werd van 'steertcoop weertcoop'

f° 7 r° - 29.12.1550 - Geerdt Vorselmans tegen Anthonis Verwilt

| 1323-0014-01 |

pacht

Gielis Buijens (die de eed niet doet omdat hij in deze winnaar of verliezer is, waardoor de getuigenis wordt gecasseerd) kent dat Geerdt Vorselmans aan Marie x +Henrick Hovelmans 6 V rogge gemeten heeft van 3 V jaarlijks en dat hij daarmee de nieuwe pacht betaalde, wordt nu 5 jaar geleden

verwezen wordt naar de voorwaarden waaronder Peeter Joos het land waarop de 3 V staan verhuurd heeft

brief van evictie is dd 17.09.1543

Peeter Vorselmans hoorde van de dorsers dat zij Marie Hovelmans jong wijf 6 V rogge gemeten hadden

Jan Thoens heeft Anthonis Verwilt 3 V rogge gemeten vanwege Geert Vorselmans

verwezen wordt naar een kwitantie dd 22.02.1549 svl van 12 V rogge van de weduwe Adriaen Wouters

f° 7 v° - 29.12.1550 - Grieten van Staijen tegen Goosem Lemmens

| 1323-0015-01 |

cfr bundel 1322

Peeter Cornelis Nijs kent dat Peeter van Staeijen een pond br kwijt schold aan Goosem Lemmens waarop deze Peeter een 'couslaken' (laken voor een broek) beloofde

Willem de Coninck kent als man van leen dat Peeter van Staeijen een pond gr beloofde aan Goosem Lemmens als hij zijn vrouw de stede zou afkopen en dat Goosem dan een 'couslaken' beloofde, waard 20 st of een Kgld

f° 7 v° - s.d. - Anthonis Verwilt tegen Geerdt Vorselmans

| 1323-0016-01 |

cfr supra f° 7 r°

Jan Thoens kent dat toen hij Anthonis Verwilt de 3 V rogge mat Anthonis zei dat hij Geert weer zou bezetten als lichtmis weer geleden zou zijn

f° 8 r° - 29.12.1550 - Cornelis van Elsacker als voogd van de kinderen Willem Luijcx tegen Willem Lemmens van Beerse

| 1323-0017-01 |

rente

Lenaerdt van Staeijen kent dat een jaar geleden aan Willem Lemmens zijn deel betaald heeft van datgene dat de erfgenamen van de weduwe Willem Lams op hem heffende zijn alsook het deel van de kinderen Willem Luijcx, kent nog dat vs Willem tevreden was dat de voogden van vs kinderen hem het vijfde deel in 2 V rogge 16 st erfelijk overgaven en dat dit aan hem zou betaald worden

f° 8 v° - 29.12.1550 - Sebastiaen Stock tegen Jan Koeck

| 1323-0018-01 |

akkoord (zaak niet vermeld)

de schout kent aanwezig geweest te zijn ten huize van Bastiaen vs waar beide partijen hun akkoord bevestigden wat zij veertien dagen nadien ten huize van de schout herhaalden

f° 9 r° - 1551 - de kinderen Wouter Conincx tegen Henrick Mast

| 1323-0019-01 |

erfdeling - rente

verwezen wordt naar een kopij (niet vermeld waarvan) dd 11.02.1550 svl waaruit blijkt dat Katrijne, de voordochter van Wouter Conincx, met haar man Henrick Mast bekende tevreden te zijn geen rechten meer te hebben aangaande huis en erven waar Wouter de Coninck uitgestorven is en dit voor zekere som van penningen te betalen met pasen en allerheiligen. Voor het geval Marie Sconincx gebrek van betaling heeft stelt Peeter Martens opte rijdt borg

verder blijkt dat Wouter de Coninck de voogden van Katrijne of het weeskind zelf niet verder heeft verbonden dan 3 pond br eens

f° 9 v° - 26.01.1551 - de schout voor de heer tegen Peeter Diericx de jonge

| 1323-0020-01 |

slagen en verwondingen

meester Jan Vorspoel, chirurgijn, kent dat Jan Adriaen Haest bebloed en gewond aan zijn hoofd bij hem kwam en zei dat Peeter Diericx dit gedaan had, hij werd daarna door Peeter Diericx betaald voor de zorgen

Peeter Cornelis Goris kent dat Peeter Diericx van Aerde hem vertelde dat hij de gracht van Jan Adriaens 'ingestoken' had

Nijs van Bavele, man van leen, hoorde Peeter Diericx zeggen dat hij de heining van Jan Adriaen Haest opgeworpen had, zegt verder dat Jan Adriaens eerst met een bijl naar hem wierp waarop hij hem geslagen heeft

Peeter van Bavele kent item

Peeter Diericx de oude kent dat zijn zoon hem zei dat hij de heining van Jan Adriaens had gebroken, dat deze met een bijl gooide waarop hij hem daarna 'een smacke gaf'

Agneese x Peeter Diericx vernam van de jonge Peeter Diericx item

f° 10 r° - 26.01.1551 - de kinderen Claus van Staeijen tegen de weduwe Claus van Staeijen

| 1323-0021-01 |

nalatenschap

Peeter Anthonis Faes hoorde van Claus van Staijen dat hij wat geld gedeeld had dat zijn kinderen toebehoorde, dat het niets waard was om in rente te beleggen en dat hij er daarom wat schapen wou voor kopen, waarop hij van deposant 27 schapen kocht, hij is dan meermaals bij Claus (toen nog in leven) geweest en begeerde 'raapkoeken' voor de schapen, dat Lijsbeth x Claus toen zei dat zij zich de schapen niet aantrok wat ze ook herhaalde als hij de schapen kwam helpen scheren, zegt verder dat bij de deling Anne x +Marck Marcx aannam de schapen te houden

Mathijs Jan Haest kent dat Claus van Staijen in de deling na het overlijden van Griete Jan Thijs en haar zuster Leenken altijd in zijn 'kinderstede' gestaan heeft als voogd en haar deel ontvangen heeft, dat hij de tabbaert van de moeder verkocht heeft en aan Claus gevraagd heeft waar hij met het geld moest blijven waarop deze zei dat hij er schapen mee diende te kopen en de opbrengst van de wol voor hem en zijn vrouw houden, de schapen zelf ten profijt van de kinderen blijvend

Adriaen Wouters te Sneppel kent dat Claus van Staijen hem schapen liet houden die voorheen de weduwe Marck Marcx gehouden had, dit 4 jaar geleden

f° 10 v° - 09.03.1551 - de heer tegen Peeter Diericx

| 1323-0022-01 |

cfr supra f° 9 v°

Adriaen van Aken, schepen, kent dat Jan Adriaen Haest gekwetst bij hem kwam en hem vroeg mee naar de schout te gaan om klacht in te dienen voor wat Peeter Diericx de jonge gedaan had, hij is dan met de schout, Jan Adriaens en Peeter van der Buijten gegaan naar de plaats waar volgens Jan de 'heining' door Peeter was gebroken en hij hem geslagen had, dit was volgens Peeter Cornelis Goris op de erven van Jan Adriaens

Peeter van der Buijten kent item

f° 11 r° - 09.02.1551 - Margriete van Staijen tegen de schout

| 1323-0023-01 |

cfr bundel 1322, over de waterlaat

Peeter Jan Snellen, Laureijs van Aerde en de andere schepenen hebben geen kennis wanneer de schout schuldig is 'de waterlaeijen te begaene', hebben evenmin kennis dat de costumen zeggen dat men schuldig is dit te publiceren hetzij in de kerk hetzij waar men de geboden doet

f° 11 v° - s.d. - Henrick van Staeijen als momboor van de kinderen Claus van Sraeijen

| 1323-0024-01 |

cfr supra f° 10 r°

verweerders concluderen dat de penningen waarmee de schapen gekocht zijn kwamen van de goederen van de kinderen Claus van Staeijen als van hun grootmoeder en moeijken en dat bijgevolg de opbrengst ervan de kinderen moet volgen

f° 12 r° - 09.02.1551 - Nout van den Bogaerde tegen Willem Sijmons

| 1323-0025-01 |

slagen en verwondingen

Jan Jan Nouts getuigt dat Willem Sijmons met een bijl op het hoofd van Nout van den Bogaerde sloeg zodat hij samen met Nout naar meester Jan ging om de wonde te verbinden

Jan Nijs zag dat Nout en Willem woorden hadden en dat Nout viel en bloedde

mr Jan Vorspoel, chirurgijn, verzorgde de hoofdwonde van Nout van den Bogaerde, hij werd betaald door Willem Sijmons met een 'wercblock' en 2 of 3 maal zijn gelag

f° 12 v° - s.d. - Peeter Jan Nout Luijcx tegen de kinderen Cornelis Keeselmans

| 1323-0026-01 |

rente

verwezen wordt naar het schepenregister dd 18.05.1541 waarbij Jan Pauwels voor de secretaris bekent dat hij als voogd van de kinderen van zijn broer Cornelis aan Peeter Jan Nout Luijcx moet helpen betalen in de 4 Kgld die Willem Delijen heffende is op erven die vs Peeter van vs Jan als voogd gekocht heeft, en nog de 20 st die Willem Puts heffende is

verwezen wordt nog naar het register dd 18.12.1543 waaruit blijkt dat Hubrecht Delijen bekende betaald te zijn van 4 Kgld erfelijk die hij heffende was op de panden nu in handen van Peeter Jan Nout Luijcx

schout en schepenen kennen dat +Jan Pauwels Keeselmans als momboor van de kinderen Cornelis zoveel macht had als Jan Cornelis Keeselmans, huidig momboor, macht heeft

gevraagd wordt Peeter Jan Nout Luijcx met zijn vrouw en zijn dochter te bevestigen dat hij van de bedoelde erven 11,5 Kgld heeft gegeven

f° 13 v° - 23.02.1551 - Katrijne x +Jan van Aerde tegen Nout Verrijdt

| 1323-0027-01 |

huur/koop van erven

Lenaert Peeter Nouts hoorde dat Aerdt de Visschere het heiveld dat Jan van Aerde hem verkocht had voor een st 'goet ende quaet' de roede gedurende 10 jaar zou mogen opgraven en dat hij verder nog 5 L rogge moest geven

Wouter Henrick Loijcx kent item

Adriaen van Aken, schepen, weet dat Aerdt de Visschere x Thoenken het heiblok kochten voor een st per roede en daarop 10 of 12 jaar mochten graven, Aerdt zou daarboven nog de h geest van Loenhout zekere rogge betalen

Henrick de vorster heeft op verzoek van Katrijne vs aan Nout van der Rijdt verboden het heiblok te gebruiken

Pauwels Ackermans is gemachtigd van Nout Verrijdt

f° 14 r° - 09.02.1551 - Claren van Dietfoirt tegen Gielis Thoens

| 1323-0028-01 |

cfr f° 5 v°

Anthonis van Dietfoirt (broer van Clara) kent dat Gielis Thoens tegen hem zei: 'broeder wat soude mij raeden, ick soude de stede van Claren overnemen', verder zei Gielis dat als Clare hem een koe 'die langemanne heet' zou toegeven hij de stede zou overnemen

zelfde heeft nog van Gielis vernomen dat hij aan de verkoop van de stede in de katerstraat een halster rogge erfelijk gewonnen had

zelfde kent dat Peeter Nouts van hem 30 pond br ontvangen heeft

f° 14 v° - s.d. - Geert Vorselmans tegen Goris Putcuijps

| 1323-0029-01 |

koop van stede

getuigenis wordt gevraagd van Cornelis van Huijsen en Henrick Valckmans die aanwezig zouden geweest zijn toen Goris Putcuijps de stede kocht voor 50 sister (waarin Geert een vijfdedeel had)

getuigenis wordt eveneens gevraagd van Adriaen van Aken, Peeter van Onstaeijen en Goris Frans

f° 15 r° - 23.02.1551 svl - Michiel Verstraten tegen Marije Snels

| 1323-0030-01 |

rente

verwezen wordt naar een schepenbrief dd 01.02.1535 waaruit blijkt dat Gheerdt Anthonis Wegen x Margriete bekenden jaarlijks 2 V rogge 20 st schuldig te zijn aan Katrijne x Michiel Verstraten op een stede met toebehoren in Heecht en op een heiblok

verwezen wordt naar een schepenbrief dd 10.05.1535 waaruit een rente van 5 Kgld blijkt op de helft van een stede in Heecht

verder 20.02.1553

verwezen wordt naar een schepenbrief dd 22.01.1539 svl waaruit blijkt dat Michiel Verstraten heft 7 L rogge 21 st 3 oort 9 muiten br, en welke brief vermeld dat mede gecompareerd is Margriet Quitijn Thoens dr x Geert Anthonis Wegen die bekende Michiel verkocht te hebben een L rogge 2,5 st erfelijk

f° 16 r° - 04.05.1551 - Lijsbeth Jan Laets dr tegen de kinderen Claus Cornelis van Staeijen

| 1323-0031-01 |

eigendom van schapen

Adriaen Wouters heeft nooit anders geweten dan dat de schapen die hij van Claus aannam om te houden zowel aan Claus als aan diens huisvrouw Lijsbeth toebehoorden, en dat beiden de onkosten betaalden, hij hield de schapen toen Claus nog leefde, na diens dood begeerde Lijsbeth de helft van de schapen te hebben wat de voogden van de kinderen Claus van Staeijen verboden

Adriaen Vermunten weet dat Lijsbeth Adriaen Wouters hielp de schapen te wassen en de onkosten te betalen, te weten schoenen voor de herder en 'raepbroot' voor de schapen

verder 13.06.1551

Anna x Cornelis Luijcx heeft met haar man de schapen gehouden, heeft nooit gehoord dat de schapen de een meer dan de andere toebehoorden

Adriaen Heufkens kent dat Henrick Cornelis van Staeijen hem zei dat hij de schapen half om half zou laten gaan, item voor de opbrengst van de wol

f° 16 v° - 01.07.1551 - Gielis Thoens tegen zijn zuster Clare

| 1323-0032-01 |

cfr supra f° 14 r°

Clara vs kent dat toen haar broer Anthonis haar de stede verkocht hij geen renten bij specificatie benoemde

Gielis van Dietfoirt verklaart dat hij tegen de man van Clara zei dat hij het zonder schade mocht bedingen

f° 17 r° - 27.07.1551 - Cornelis Jan Pauwels Keeselmans tegen Cornelis Pauwels Geens

| 1323-0033-01 |

rente

verwezen wordt naar schepenbrief dd 13.01.1506 ter zake 2 V rogge

verwezen wordt naar het schepenregister dd 18.06.1549 waaruit blijkt dat Cornelis Jan Pauwels gedeeld is op 2 V 2 L rogge op de goederen van Cornelis Pauwels Geens

verwezen wordt naar een schepenbrief dd 04.07.1504 terzake 7 L rogge

f° 17 v° - 27.07.1551 - Jan Gielis Larijen tegen Willem de Coninck

| 1323-0034-01 |

schuld

Peeter Clements was met Jan Gielis ten huize van Willem de Coninck, hijzelf had schuld aan Jan Gielis en Willem de Coninck had aan hem schuld, waarop hij aan Willem zei van zijnentwege aan Jan 13 st, wat Willem beloofde binnen 14 dagen te doen

f° 18 r° - 12.08.1551 - Cornelis Henricx van Aerde inzake de achtergelaten goederen van Jan Cornelis van Aerde

| 1323-0035-01 |

rente

verwezen wordt naar vonnis dd 15.08.1546 waaruit blijkt dat +Jan van Aerde bekende aan Cornelis van Aerde het gedeelte van Peeter van Aerde, meer bepaald 3 V rogge, niet uitgestoken te hebben

f° 18 v° - 26.08.1551 - de huisvrouw van Jan Christiaens tegen Anthonis Verwilt

| 1323-0036-01 |

cfr f° 1 r°

Peeternelle Lenaert Peer Nouts dr verklaart dat de huisvrouw van Anthonis Verwilt in Donk kwam ten huize waar Mariken x Jan Christiaens toen woonde met haar eerste man en waar zij (Peeternelle) toen ook bij woonde, en dat de huisvrouw van Anthonis toen tegen Marije zei dat ze blij was dat de 'peis' gemaakt was tussen hun echtgenoten inzake de kwetsuur door Anthonis Verwilt toegebracht aan Hubrecht x Marije

Henrick Jan van Staeijen was in Hoogstraten in het "peerdeken" waar de 'peis' gemaakt werd tussen Hubrecht Thoens en Anthonis Vewilt

Griete van Staeijen kent dat haar zoon Anthonis en Hubrecht Thoens de 'peis' maakten in Hoogstraten in het "peerdeken"

f° 19 r° - 07.09.1551 - Cornelis Pauwels Geens tegen Cornelis Jan Pauwels Keeselmans

| 1323-0037-01 |

cfr supra f° 17 r°

Jan Peeter Hovelmans was ten huize Peeter van Onstaeijen alwaar Jan Pauwels Keeselmans en Cornelis Pauwels Geens vergaderd waren en vs Jan Pauwels tegen hem zei dat hij (Jan Hovelmans) aan Cornelis Pauwels het geld gegeven had voor het kwijten van een V rogge van de 7 L rogge om de rente alleen te hebben

Kersten Diericx heeft Jan Pauwels Keeselmans horen zeggen dat hij op Cornelis Pauwels Gheens niet meer heffende was dan 2 V rogge

Lijsbeth Cornelis Pauwels dr was aanwezig bij Peeter van Onstaeijen alwaar Cornelis Pauwels Geens 8 Kgld of 2 pond br telde aan Jan Pauwels Keeselmans om een V af te kwijten

Cornelis Peeter Keeselmans vernam dat Jan Pauwels Keeselmas een halster rogge eiste van Cornelis Pauwels Geens

f° 19 v° - 07.09.1551 - Marie Snels tegen Michiel Verstraten

| 1323-0038-01 |

cfr supra f° 15 r°

Cornelis Pauwels Geens was aanwezig in Hoogstraten alwaar Willem de Backere een helft in de stede in Heecht verkocht aan Geerdt de Wege voor 23 pond br en dat de erfgenamen Claus Goossems die de andere helft toebehoorde hun deel mee mochten laten gaan, dit 17 jaar geleden, kent nog dat Willem de Backer de rente verkocht aan Marije Snels

Peeter van Onstaijen was aanwezig toen Willem de rente verkocht aan Marije Snels

volgens schepenbrief kocht vs Geert x Margriete de helft van de stede van Willem Jan Peeter Claus (= de Backere), volgens schepenregister kende Michiel Verstraten dat Geert de Wege de stede waarop hij nu woont kocht voor 46 pond br, de een helft van Willem de Backere en de andere helft van de kinderen Claus Goosems, wat Goosem Claus Goosems eveneens bekend heeft

f° 20 r° - s.d. - Cornelis Pauwels Geens tegen Cornelis Jan Pauwels Keeselmans

| 1323-0039-01 |

cfr supra f° 19 r°

Aerdt Jan Brans was aanwezig toen Jan Pauwels Keeselmans een paard kocht van Cornelis Pauwels Geens waarbij Jan Pauwels zei op Cornelis Geens niet meer te heffen dan 2 V rogge

Willem Sijmons kent item, ook dat dit vroeger 3 V waren maar dat Cornelis een V had gekweten

f° 20 v° - 07.09.1551 - Henrick Lodders tegen Jan Coeck

| 1323-0040-01 |

opbrengst van land

Jan van Bavele, schepen, was aanwezig toen Jan Coeck en Henrick Lodders akkoord maakten het 'trontsaet' en de gerst alsook de rogge te delen van de stede die Jan Coeck gehuurd had van Henrick Lodders

Adriaen Cornelis Diels maakte voor Jan Coeck de rekening, daarna was er twist over pond br

Peeter Joos kent dat Jan Coeck tegen hem en Bernaert Nouts als h geestmrs 15 L rogge verdingde

Marie x Peeter Jan Boets hoorde dat Henrick Lodders de helft van de gerst en van het 'rontsaet'

f° 21 r° - 07.09.1551 - Willem Sijmons tegen Nout van den Bogaerde

| 1323-0041-01 |

cfr supra f° 12 r°

Jan Nijs zag dat Nout vs Willem wou slaan en met zijn bijl naar hem wierp en hem met een 'opsteker' aanviel

f° 21 r° - s.d. - Cornelis Pauwels Geens

| 1323-0042-01 |

cfr supra f° 20 r° e.a.

Cornelis van Elsackere Geertssen was aanwezig toen Cornelis Pauwels Geens presenteerde aan Cornelis Jan Pauwels het verloop van de 2V rogge te betalen waarmee Cornelis Jan Pauwels niet tevreden was

Cornelis Peeter Keeselmans hoorde item

f° 21 v° - 15.09.1551 - Adriaen Peeter Joos tegen Jan Praeijens

| 1323-0043-01 |

splitsing van lenen

volgens het leenboek is het half volle leen dat Aerdt Avens in naam van zijn huisvrouw heeft verkocht gespleten van het leen dat zijn vrouw te leen houdt van de heer van Arenberg, nadien droegen zij hun leen op ten behoeve van Jan Praijens

verder procedure inzake leengoederen

ook blijkt dat de huisvrouw van Adriaen Peeter Joos de genaamde Katlijne Andries Goos dr betreft

f° 22 v° - 23.09.1551 - de erfgenamen van de weduwe Peeter Hazen tegen Martine de Hase

| 1323-0044-01 |

betaling

Laureijs van Aerde, Peeter Jan Snellen en Adriaen van Aken, schepenen, waren aanwezig ten huize van de schout alwaar Marten de Hase bekende dat zijn moeder in Brecht van Lipken Dreijselaers niet meer ontvangen had dan 10 gld 2 st, welke hij zelf naar zijn moeder gebracht heeft, de gld 10 st

Adriaen van Aken kent nog dat hij Djanne x +Peeter Hasen gevraagd heeft of zij van Marten niet meer ontvangen heeft, waarop deze zei 10 gld 2 st of daaromtrent

f° 22 v° - s.d. - Adriaen Peeter Joos

| 1323-0045-01 |

cfr supra f° 21 v°

vermeld wordt dat het heerlijk leen diverse ongedeelde beemden betreft, die men deelt als het hooi in de oppers is

de stadhouder verklaart dat de ouders van de huisvrouw van Adriaen Peeter Joos de lenen bekwamen door koop en mangeling

f° 23 r° - s.d. - Mathijs van Aerde tegen Lenaerdt Bous(ch)aerts

| 1323-0046-01 |

schuld

Henrick de vorster kent dat Lenaert Boscaerts aan Mathijs van Aerde tot de eerste betaling van de watermolen zou verschijnen dag gaf om het paard te betalen dat deze van hem gekocht had

Kersten Diericx kent item

f° 23 v° - 07.10.1551 - Jan Gielis Larijen tegen Lenaert van Aerde

| 1323-0047-01 |

schieting

Peeter Soeten, Anthonis Wouter Laets, Jan Wouter Laets en Joos Henricx waren daarbij toen Jan Gielis Larijen een st beloofde aan Lenaert van Aerde als Cornelis Peeter der Wewen de 'papegaai' zou afschieten en anders zou Lenaert 10 st geven aan Jan. Cornelis schoot de papegaai niet af want Peeter Soeten deed dit

Peeter Soeten en Jan Wouter Laets kennen nog dat zij daarbij waren toen Lenaert van Aerde wedde tegen Jan Gielis Larijen er ook gewed werd voor een ton bier

f° 24 r° - 05.10.1551 - de erfgenamen Anthonis Hovelmans tegen Jan Henrick Hovelmans

| 1323-0048-01 |

cfr vorige akten

Peeter Martens opte rijdt, Agneese Henrick Hovelmans dr en haar zuster Barbele kennen dat na het overlijden van Henrick Hovelmans genaamde Anthonis Hovelmans, toen nog in leven, gedeeld was op de stede in Sneppel waar Jan Hovelmans nu woont om daar jaarlijks 6 Kgld op te heffen

f° 24 r° - 02.11.1551 - Cornelis van den Bogaerde tegen zijn dochter Katrijne

| 1323-0049-01 |

cijns op stede

Aernout van den Bogaerde kent dat hij de stede waar de betwiste cijns op staat gedurende 3 jaar gehuurd heeft van zijn broer Cornelis voor 5,5 Kgld en dat Katrijne Cornelis van den Bogaerde dr zei nader te zijn om de huur te hebben waarop Aernout deze aan haar overliet

Jan Peeter Thijs Hasen kent item

f° 24 v° - 16.11.1551 - Claus Diericx tegen Grietken van Staijen

| 1323-0050-01 |

huur van land

Jan de Hase huurde land van Griete van Staeijen, indien hij de huur zou volmaakt hebben had hij de stoppels onder gedaan en spurrie gezaaid

gevraagd wordt of Claus Diericx dit volgens dezelfde voorwaarden huurde

Thoomas Goris was aanwezig toen Griete en Claus onderling tevreden zouden zijn met wat Jan de Hase daarvan zou zeggen

f° 25 r° - 16.11.1551 - Nijs Peeter van Bavele tegen Henrick Jan Heijns

| 1323-0051-01 |

beemden de "duijct"

Peeter Diericx, ca 75j, heeft de beemden in het hoogbos west van de kleine beek nooit de "straelde" horen noemen, de "straelde" lag oost van het beekje

Laureijs van Aerde, schepen, ca 75 j, heeft de beemden in kwestie nooit de "straelde" horen noemen maar wel de "duijct"

f° 25 r° - 14.12.1551 - Jan Peeter Hovelmans als voogd van Peeter Verwilt tegen Geerdt Vorselmans

| 1323-0052-01 |

schuld

verwezen wordt naar de rekeningen die Anthonis Hovelmans deed voor de kinderen Peeter Verwilt waaruit blijkt dat Geerdt Vorselmans met de goederen die hij zelf op de koopdag gekocht heeft ontvangen heeft 10 Kgld 1 st

f° 25 v° - 14.12.1551 - Jan Henrick Hovelmans tegen Agneese Henrick Hovelmans

| 1323-0053-01 |

cfr supra f° 24 r°

Peeter Martens opte rijdt kent dat Jan Hovelmans na het overlijden van zijn vader Henrick Hovelmans gedeeld is op 9 L rogge op de goederen van Nijs Jan van Bavele en dat Agneese Henrick Hovelmans dr in dezelfde deling een kavel had waarbij zij elke partij 20 st toe moest geven

f° 26 r° - 14.12.1551 - Henrick Jan Heijns tegen de erfgenamen opt hesschot

| 1323-0054-01 |

erfpalingen van de hooimade op het hoogbos

Dingne x Michiel Leijs kent dat de beemd is gelegen over de beek aan Peeter Nouts beemd waarvoor jaarlijks als cijns een halve braspenning wordt gegeven, kent verder dat ten tijde van haar moeder de paal werd gehouden op een vlierbosje en dat alle jaren 'gewrongen' werd tussen een man genaamd 'Schrue' en Henrick van Aken, dit meer dan 50 jaar geleden

verder 24.12.1551

Adriaen Jan Michiel Buijens kent dat hij voor 1500 bij Henrick Jan Heijns vader woonde en toen hooide in het hoogbos over het beeksken maar heeft geen kennis van de palen

Cornelis van Staijen timmerman woonde hier vroeger met de moeder van Henrick Jan Heijns, kent item

Bernaert Nouts kent item

f° 26 v° - 11.01.1552 - Jan Coeck tegen Henrick Lodders

| 1323-0055-01 |

cfr supra f° 20 v°

Adriaen Huefkens kent dat Henrick Lodders en Jan Coeck akkoord waren om wederzijds getuigen te laten horen

Jan van Bavele, schepen, was aanwezig toen Henrick Lodders en Jan Coeck overeen kwamen inzake het koren op de stede die Jan Coeck van Henrick Lodders in huur had gehad, kent verder dat Henrick Lodders een koe van Jan Coeck had voor 8 of 9 Kgld

f° 27 r° - 18.01.1552

| 1323-0056-01 |

op bovenstaande datum is op verzoek van Henrick Verschueren met vonnis gewezen dat 'Henrick wel mach en behoirt te leijden mannen kennisse etc'

Jan van Lint, man van leen, en Katrijne, bastaard dochter van Robbrecht van der Marck, heer van Arenberg, verklaren dat zij in 1519 de stede waar zij wonen gekocht hebben van Adriane x +Peeter Grobs en dat deze toen zei dat zij met de betaling van de stede al de kommer die haar man in zijn leven bezwaard had wou aflossen, en nadien heeft Adriane vs dit ook bevestigd en dat zij de beemden in Zundert kommerloos gemaakt had

(nota: het is ons niet duidelijk hoe Henrick Verschueren en de getuigenis bij elkaar passen)

f° 27 v° - s.d. - Jan de Weerdt tegen Adriane Braens

| 1323-0057-01 |

erfpaling

Cornelis Michiel van Elsackere kent dat destijds door de heer op de erven een erfpaling was gesteld en dat Claus Haeijen toen verklaarde dat het huis dat Adriaen Braens nu gekocht heeft aan de kant van Jan Weerdt geen erven had maar weet niet meer of het een 'oseldruppe' (afloop van buiten de muur uitstekend rieten dak) had

Thoomas Janssen kent item, verder dat hij het huis in huur heeft gehad

vs Cornelis kent verder dat hij als voogd van de kinderen Quirijn Beeren (aan wie het huis toen toebehoorde) de kosten moest betalen

Aerdt Jan Verhaerdt heeft gewoond in het huis waar nu Thoomas Janssen woont en dat Jan Block toen in het huis woonde waar nu Jan de Weert woont en dat tussen beide een hekje hing, dat hij een put moest maken voor zijn mooswater, dat Jan Block zijn kolen zette tot aan de gang

f° 28 r° - 26.01.1552 - Kersten Diericx tegen Cornelis Peeter Keeselmans

| 1323-0058-01 |

uitkoop

Peeter van der Buijten, secretaris, was aanwezig bij de koopdag na het overlijden van de huisvrouw van Kesten Diericx waarbij de voogden van de kinderen en Cornelis Keeselmans met heer Lambrecht van den Bulcke overeen kwamen Kersten uit te kopen van alle achtergelaten goederen van +Katrijne x Kersten Diericx en waarbij Kersten zekere goederen toegezegd werden

Geert Jacob Stoops, Meer, was aanwezig na het overlijden van zijn zuster Katrijne x Kersten Diericx waarbij Cornelis Peeter Keeselmans met de voogden van de kinderen overeen kwamen betreffende het voordeel dat Kersten zou behouden in de roerende goederen, nl. een bed

f° 28 v° - 17.10.1552 - Marie Snels tegen Michiel Verstraeten

| 1323-0059-01 |

cfr supra f° 19 v°

Cornelis Pauwels Geens kent dat de stede waarvan Willem de Backere de helft verkocht aan Geerdt de Wege voordien toebehoorde aan vs Willem de Backere en dat hij die zelf bewoonde en bezaaide gedurende 15 of 16 jaar

Marie Jan Peeter Claus dr kent item, verder nog dat vs Willem, haar broer, die helft verkocht had voor 23 pond br, en dat hij op de stede heffende bleef 11 lichte gld 5 st

Christiaen Jan Diericx kent dat het 18 of 19 jaar geleden was dat Willem de Backere de helft van de stede verkocht had aan Geerdt de Wege

Wouter de Wege kent dat zijn broer Geert hem gezegd heeft dat hij de stede van Willem de Backere gekocht had voor 46 pond waarvan hij de helft afgelegd had en dat hij van Willems 23 pond rente gaf welke Marie x +Wouter Snels nu heffende is

Margriet x +Geert de Wege kent dat haar man de stede kocht de helft van Willem de Backere voor 23 pond br en dat zij daarop rente gaven van 5 Kgld 15 st en dat zij een of twee jaar nadien de andere erfgenamen de andere 23 pond uitbetaalden op welk geld Michiel Verstraten nu de rente heft

f° 29 v° - 28.11.1552 - Marie Wouter Snels tegen Michiel Verstraeten

| 1323-0060-01 |

cfr supra

Peeter Thoens kent vernam van Geert de Wege dat hij Willems de Backere deel van de stede kocht voor 23 pond br, dat hij nadien bij Michiel Verstraeten geld haalde, dat de stede van Willem was en dat hij deze met zijn eerste huisvrouw samen gekocht had

Ghijsbrecht de Bije kent item

procedure renten

f° 30 v° - s.d. - kommer uit de hoeven van de erfgenamen Peeter Vorselmans

| 1323-0061-01 |

-de heer van Arenberg - 4 V rogge

-Lieven de Buck, Antwerpen, - 16 V rogge

-mr Henrick van Meere, Mechelen, - 20 V rogge waarvan Willem Cornelis Vermunten 8 V betaalt

-Cornelis van den Broecke - 5 V rogge

-de erfgenamen Rommen Jan Rombouts - 6 V rogge

-de erfgenamen van zuster Marije - 12 V rogge

-Geert Vorselmans - 8 Vrogge

-meester Willem Schoofs - 17 Kgld

-Michiel Laureijs Rombouts - 2 Kgld

-de erfgenamen Jacob de Bruijne - 25 st

-Willem Verboven - 25 st

-jonker Jan van den Wijngaerde - 35 st

f° 30 v° - 17.04.1553 - Kersten Diericx tegen Cornelis Keeselmans

| 1323-0062-01 |

cfr supra f° 28 r°

Peeter Kersten was mede aanwezig toen zij als voogden en Geerdt Jacob Stoops uitgekocht hebben Kersten Diericx van de achtergelaten goederen van +Katrijne x Kersten Diericx, kent als supra

Cornelis Pauwels Geens kent item

f° 31 v° - 02.11.1551 - Peeter Nout Luijcx tegen Katrijne van Coeschot

| 1323-0063-01 |

procedure

Adriaen Hueffkens vernam dat er een rechtsprocedure geboden was in de goederen van Peeter Jan Nout Luijcx waarop deze toen aan de vorsters Henrick en Cornelis Vorspoel vroeg of zij in naam van Lijne Cornelis Wouters daarover de 'wete' hadden gedaan, wat niet het geval bleek

Jan Henrick Hovelmans en Henrick Leijs kennen item

f° 32 r° - 04.04.1552 - Jan de Weert tegen Adriaen Braens

| 1323-0064-01 |

cfr supra f° 27 v°

Bernaert Couwenberchs woonde circa 18 à 30 jaar terug in het huis waar Jan de Weert nu woont en dat hem dit was verkocht met de oseldrup aan het huis toebehorende en dat de erve paalde op de hoek van Lijsbeth Christiaens huis, heeft het alzo terug verkocht

Laureijs van Aerde, schepen, kent dat toen de erfpaling door de heer bevolen werd Adriaen Braens daarbij aanwezig was

Peeter Jan Snellen kent dat toen Jan van Lint schout was hij met de andere schepenen bij de erfpaling is geweest en dat de voogden van de kinderen Quirijn Beeren en Claus van Staeijen toen de kosten betaalden

Sijmon Wouters kent dat het huis waar Jan de Weert nu woont de oudste erve is, hoorde aan zijn 'moeijke' toe van Jan Thoens hove tot Jan van Lint hove

verwezen wordt nog naar de voorwaarde dd 19.02.1526 waarbij Mechtelt Gielis Jans met haar zoon Claus Peeters verkochten aan Thijs de smid en Claus Haijen in fine zegt dat de 'oselen' vrij druppelen op het zijne en op de hoek van het huis van Lijsken Christiaens

f° 32 v° - 04.04.1552 - Cornelis Michiel van Elsacker tegen Cornelis van Staeijen timmerman

| 1323-0065-01 |

over het maken van de 'peis'

Ghijsbrecht de Bije was aanwezig toen de peis gemaakt werd tussen timmerman in naam van zijn zoon en Peeter Nouts Bijlken, en dat zij verdere afspraken zouden maken en het vergeven zouden hetzij timmermans zoon zou sterven of niet

Peeter van Staeijen Janssen kent dat Bijlken in naam van zijn zoon en Cornelis van Staeijen timmerman in naam van zijn zoon Peeter bij hem vergaderden en dat de 'peis' gemaakt was op conditie dat partijen kort nadien opnieuw zouden vergaderen en elkaar vergeven 'soo verre als den wijnt waeijde en den haen craeijde', kent verder dat daarna timmerman niet gekomen is

f° 33 r° - 13.06.1552 - Gheert Vorselmans tegen Lenaerdt van Heester

| 1323-0066-01 |

rente

gevraagd wordt aan Jan Henrick Loijcx dat hij aanwezig is geweest toen +Peeter Diericx de jonge de 3 V rogge heeft betaald aan Lenaerdt van Heester voor de deur van Peeter van der Buijten aan de bornput en dat Lenaerdt verklaard heeft dat Geerdt hem niets meer schuldig was dan alleen wat met lichtmis verschijnen zou

f° 33 r° - Jan de Weert

| 1323-0067-01 |

Cornelis Jan Mercx en Cornelis Jan Nout Luijcx kennen dat zij Metten Gielis Jans in het huis waar nu Jan de Weert woont hebben zien wonen en weten niet beter dan dat het haar erve was

f° 33 v° - 25.06.1552 - Henrick Cornelis van Staeijen tegen Jan Christiaens van Tijgelt van Wuustwezel

| 1323-0068-01 |

diefstal van garen

Jan Wouter Laets heeft in "westdoorne" in de "altena" zitten drinken met Jan van Tijgelt die hem vroeg wat voor iemand Heijn van Staeijen was en dat hij hem verdacht van het wegnemen (oprapen) van zijn garen

Adriaen Heuffkens kwam met Jan van Tijgelt van Antwerpen, ze hadden toen woorden over het garen waarbij vs Jan zei dat Henrick van Staeijen dit had en dat hij hem 'een loot door zijn lijf zou jaegen'

Peeter Willem Bode reed met Cornelis van den Broecke en Henrick van Staeijen naar Antwerpen op donderdag avond voor palm zondag en zegt dat Henrick van Staeijen altijd bij de wagen bleef en dat hij hem niets zag oprapen

f° 34 r° - s.d. - op bevel van de gravin van Arenberg

| 1323-0069-01 |

stroperij

op de vraag of hij vier of vijf personen uit Princenhage of Etten kent die duiven of ander wild geschoten hebben verklaart Aerdt Marten Smekens aan Peeter Pielnake, stadhouder en kastelein, dat hij enkel weet heeft van ene Jan die een huisvrouw van Meer heeft en wiens moeder, genaamd Katlijn Lemmens, 20 of 25 jaar vroedvrouw in Meer was. Deze Jan is een wever van zijn ambacht, van wie hij eens 15 pond wild zwijn kocht dat hij in Antwerpen verkocht heeft. Kent ook een Cornelis Nouts, alias padde van Meer, die ook van vs Jan wild zou gekocht hebben, en dat hij in Princenhage beter kon kopen dan Aerdt in Meerle

f° 35 r° - 30.07.1552 - Henrick van Staeijen Cornelissen en Jan Christiaens van Tijgelt

| 1323-0070-01 |

cfr supra f° 33 v°

partijen zien af van verdere procedure en leggen zich neer bij wat schout en schepenen voor hun nemen

wethouders doen een arbitrale uitspraak waarbij Jan van Tijgelt zal dienen toe te geven dat hij Henrick van Staeijen valselijk beschuldigd heeft

(nota: er wordt uitgebreid beschreven hoe en wat Jan van Tijgelt dient te zeggen)

f° 36 r° - 08.08.1552 - Anthonis van Aerde tegen Jan Vervloet

| 1323-0071-01 |

rente

Adriaen van Aken kent dat Nout Vervloet zei dat zijn zoon Jan 14 V rogge heffende was op Adriaen van Aerde die hij zou geven voor 13 pond br de sister en dat Anthonis aan Jan of zijn vader de palmslag gaf

verder 31.10.1552

schout en Adriaen van Aken kennen dat Anthonis van Aerde in het huis van de schout 5 L rogge veilde aan Aernout van der Vloet, zundertse maten, dat Aernout Vervloet zei dat zijn zoon Jan in Zundert 14 V rogge was heffende op Adriaen Heijn van Aerde

f° 37 r° - 08.08.1552 - Cornelis Abrahams voor zijn huisvrouw Berbele Zoeten en haar kinderen tegen Cornelis Boets

| 1323-0072-01 |

schuld

verwezen wordt naar de uitspraak van 08.05.1551 tussen Jan Cornelis Boets met zijn ouders en Adriaen van Aken waaruit blijkt dat indien Adriaen dit begeert dat vs Jan Bode, zijn ouders of die het begeren de oude stede zullen moeten opdragen vooraleer Adriaen daarvan enige penningen zal moeten geven

schout en schepenen kennen dat Jan Bode en zijn ouders Cornelis Bode x Lijsbeth de oude stede opgedragen hebben tot behoef van Adriaen van Aken

f° 38 r° - 30.08.1552 - Peeter Jan Snellen voor zijn huisvrouw tegen Adriaen van Aken

| 1323-0073-01 |

verwantschap, rente

Peeter Bode inde rijdt woonde met Lijsbeth x +Adriaen Coninc, dochter van Jan van den Bogaerde, en heeft deze horen zeggen dat Jan Martens en haar zoon Cornelis, die men de Lathoudere noemt, in de derde graad 'naarschap' waren, verder dat Peeter Martens opte rijdt een wettige zoon is van Jan Martens vs, en dat de huisvrouw van Peeter Jan Snellen een wettige dochter is +Cornelis de Lathouder die men noemt Cornelis de Coninck

Peeter Martens opte rijdt kent dat de moeder van zijn vader de dochter was van Peeter van den Bogaerde en de moeder van Cornelis de Coninck de dochter was van Jan van den Bogaerde, welke Peeter en Jan broers waren, zodat hijzelf en Katrijne Cornelis Conincx dr (x Peeter Jan Snellen) 'naarschap' zijn in de vierde graad

Lijsbeth x Cornelis Boets kent item

Peeter Martens kent nog dat hij het halster rogge waar de voorwaarde van de koop van de beemd nota van maakt niet ontvangen heeft, en dat hij besproken heeft dat hij voor deze 2 V 8 pond gr br wou hebben en dat hij die ontving van Adriaen van Aken

verwezen wordt naar het schepenregister waaruit zou blijken dat mr Zeger Shertogen twee beemden opgewonnen heeft en dat hij rentebrieven had op Cornelis Bode en al zijn goederen

f° 39 r° - s.d. - de kinderen Jan de molenare tegen Jan Cornelis Boets

| 1323-0074-01 |

verkoop van beemd en borgstelling

verwezen wordt naar een schepenbrief dd 17.06.1551 waaruit blijkt dat Cornelis Jan Bode twee beemdekens verkocht heeft aan Jan Godevaerts molenare en dat Cornelis Bode indien daar meer kommer op stond verbonden heeft zijn andere goederen, en dat uit vs brief niet blijkt dat Cornelis Bode aan vs Jan enige rente uit de beemdekens uitgestoken heeft

f° 39 v° - 30.08.1552 - Jan Keeselmans tegen Wouter Henricx Loijcx

| 1323-0075-01 |

rente

Marten van der Wijmeeren kent dat op de goederen van +Henrick Loeijcx een rente staat van 3,5 L rogge die gelijk moeten betaald worden door Jan Henricx Loijcx, Wouter Henricx Loijcx, Lijsbeth Henricx Loijcx dr, Anne Henricx Loijcx dr en Jan Cornelis Keeselmans

f° 40 r° - 31.08.1552 - Henrick Jan Heijns tegen de erfgenamen opt hesschot

| 1323-0076-01 |

eigendom van beemd

erfgenamen betreffen blijkbaar:

Nijs Peeter van Bavele voor zijn huisvrouw Marije

Joos Huijbrechts voor zijn huisvrouw Quirijna

Aerdt van de Velde voor zijn huisvrouw Katrijne

verwezen wordt naar het oude cijnsboek waaruit blijkt dat Jan Maes 2,5 vierendeel bunder in de beemd placht te hebben, waarop volgt Jan Godevaert Pullekens van Brecht en nadien Jan Martens en Willem Jan Wils

uit het nieuw cijnsboek blijkt dat vs stuk beemd is vermeerderd met een vierendeel bunder

uit het oude cijnsboek blijkt nog dat boven Anssem de Weerdt van de "duijct" uitgedaan staat Herman van der Vloet en daarboven Jan Martens

verder is er sprake zowel van de "dijct" als van de "straelde" en worden nog in de cijnsboeken vermeld: Peeter Martens de oude, Jacob Laureijs van Nedervenne, Jan Pijck, Cornelis Jan Pauwels, Peeter Nouts, Margriete heer Willem Hagens dr

f° 42 r° - 07.09.1552 - Lenaerdt Dierick Boets

| 1323-0077-01 |

doodslag op Adriaen Lenaerdt Peeter Nouts

Jan Henrick Loijcx zag dat Adriaen Lenaerdt Peeter Nouts 's nachts Lenaerdt Dierck Boets, Jan Peeter Martens, Adriaen Cornelis Vermunten en meer andere volgde met een 'korenvork' en toen Jan Peeter Martens en Adriaen Cornelis Vermunten zeiden dat ze geen ruzie wilden antwoordde vs Adriaen Nouts dat hij nog wat uitstaan had met Lenaerdt Dierck Boets

Adriaen Cornelis Vermunten kent dat Adriaen Lenaert Peeter Nouts hen volgde tot bij Adriaen Jan Michiel Buijens, dat er woorden waren, dat Adriaen Nouts naar Lenaerdt Dierick Boets, alias 'Swager' sloeg zonder dat hij er woorden mee had, dat daarna Adriaen naar huis ging en zij hem volgden tot zijn huis, dat vs Adriaen aldaar Lenaerdt verweet voor dief en dergelijke, dat Lenaerdt met een steen of kei wierp, dat Adriaen neer lag en zij hem in huis brachten

Heijlwich x +Adriaen Lenaerdt Peer Nouts kent dat Gheert Anthonis Pauwels haar man mede in huis bracht van bij Joos Huijbrechts alwaar hij woorden gehad had met Jan Peeter Martens, Adriaen Vermunten en Lenaerdt Dierick Boets. Hij liep toen opnieuw uit huis tot aan Adriaen Segers waar er opnieuw woorden waren en Adriaen met een korenvork naar Lenaerdt Dierick Boets alias Swager sloeg, etc. als boven

Jan Peeter Martens kent item

f° 44 r° - s.d. - Peeter Jan Snellen tegen Peeter Thoens

| 1323-0078-01 |

twist

Kersten Dierick zag dat Peeter Jan Snellen en Peeter Thuens woorden hadden bij zijn huis aan de plaatse waarbij Peeter Thoens vroeg of Peeter Jan Snellen ook een van de mannen was die zijn knecht verraden had

Katrijne x Kersten Dierick kent item

f° 44 v° - 23.07.1552 - Henrick Cornelis van Staeijen

| 1323-0079-01 |

taxatie van kosten

in de zaak tussen Jan van Tijgelt en Henrick van Staeijen wordt bepaald dat Jan aan Henrick zal geven 2 Kgld 9 st alsmede de 25 st verklaard in de brief van Breda

f° 44 v° - 08.11.1552 - Peeter Jan Snellen tegen Adriaen van Aken

| 1323-0080-01 |

cfr supra f° 38 r°

Peeter Imbrechts, schout, en Cornelis Geert van Elsackere verklaren dat de voorwaarden waarop Peeter Marten Sibs de beemd de "hulsdongelen" verkocht heeft aan Adriaen van Aken werden nageleefd

Jan van Staeijen kent dat beide partijen toen met de voorwaarden akkoord gingen

voorwaarden dateren 23.09.1551

f° 45 r° - 19.09.1552 - de heer tegen Cornelis Peeter Nouts

| 1323-0081-01 |

slagen en verwondingen

Marie x Peeter Jan Bode kent dat Cornelis Peeter Nouts en Wouter van Elsacker bij hun zaten te drinken en woorden hadden. Cornelis ging eerst buiten en kwam daarna gekwetst terug binnen

Peeter Jan Bode kent dat Cornelis van den Broecke Cornelis Peeter Nouts binnen bracht en dat Cornelis Nouts een 'gelint bert' in zijn hand had en gekwetst was

Cornelis van den Broecke kent dat hij met Cornelis Peeter Nouts, Wouter van Elsackere en meer anderen zat te drinken en dat Cornelis en Wouter woorden hadden omdat een van hen de andere had bezet, verder dat toen Cornelis buiten ging Wouter hem volgde, dat zij buiten in de beemd van Henrick van der Buijten ruzie maakten en dat Cornelis gewond was

uit het bezetboek blijkt dat Wouter Geert van Elsacker bezet had Cornelis Peeter Nouts voor 6 Kgld en dat deze daarna ontzet had

Jacob van Onstaeijen concludeerde tot afdragen van de meester en van smart en verlet, wordt gevraagd of de bezetting die Wouter Geens op Cornelis Nouts deed een half jaar of langer is voor de instantie van recht door Cornelis Nouts op Wouter Geert van Elsackere, en dat het bezetboek van 08.02.1552 inhoudt dat de schout Cornelis Peeter Nouts bezet heeft voor 60 realen omdat hij gevochten had met Wouter Geert van Elsacker

f° 46 r° - 19.09.1552 - de weduwe Willem van Wouwe tegen Cornelis Bode

| 1323-0082-01 |

schuld en borgstelling

Pauwels Aerts, stadhouder, kent dat Willem van Wouwe als borg voor Cornelis Bode van de hoeve in Wuustwezel met vonnis was veroordeeld de achterstel te betalen welke Cornelis Bode schuldig was aan jonker Jan en juffr Marie van den Wijngaerde, en dat hij de goederen van Willem van Wouwe heeft doen verkopen en dat Willem van Wouwe dan betaald heeft aan meester Henrick van Hegelsom

Jan Lodewijcx, vorster in Wuustwezel, heeft op verzoek van Pauwels Aerts de goederen van Willem van Wouwe gepand

f° 46 v° - 19.09.1552 - Jacob van Onstaeijen tegen Geert Vorselmans

| 1323-0083-01 |

twist

Aernout de Cuijpere en Jan Aert Peeter Nouts kennen heden gezien te hebben dat Jacob van Onstaeijen in de kamer op de bank onder het venster zat en dat Geert Vorselmans hem zei dat hij 'zijn mond beschaamde' waarbij Geert zijn hand op de 'opsteker' die hij bij hem had legde

f° 47 r° - 07.09.1552 - Adriaen van Aken tegen Jan Peeter Thijs Hasen

| 1323-0084-01 |

twist

Claus de molenare hoorde dat Jan Peeter Thijs Hasen tegen Adriaen van Aken zei dat deze hem verraden had

Peeter Marten opte rijdt kent item

f° 47 v° - 03.10.1552 - Henrick van sinte Huijbrechts tegen Adriaen van Aken

| 1323-0085-01 |

calengiering

Jan Peeter Thijs Hasen verkocht aan Adriaen van Aken het "schoirblock" voor 60 pond gr br eens en een V rogge

schout en schepenen verklaren dat de erven werden gecalengierd door de huisvrouw van Jan Peeter Thijs Hasen

Cornelis Vorspoel, vorster, verklaart de goederen niet geveild te hebben na de laatste koop

schout en schepenen verklaren dat de huisvrouw van de vorster (Henrick) een zuster van volle bed is van Jan Peeter Thijs Hasen

Margriete x Jan Peeter Thijs Hasen en haar dochter Neelken kennen dat zij de calengiering niet zouden afgedaan hebben indien Adriaen van Aken geen nieuwe overeenkomst had gemaakt en een tabbaert laken had beloofd

Jan Peeter Thijs verklaart dat de eerste overeenkomst werd veranderd en dat Adriaen in het laatste contract beloofde de 4 pond erfelijk te kwijten

schout en schepenen hebben geen kennis dat Cornelie Jan Hasen dr de goederen ontvangen had

f° 48 v° - 17.10.1552 - Cornelis Heijns tegen Thomas Janssen

| 1323-0086-01 |

slagen en verwondingen

Peeter Jan Snellen, schepen, was aanwezig bij Claus de molenare toen deze woorden had met Cornelis Heijns waarbij Claus het mes van Cornelis afnam en dat Thomas Janssen, toen hij de vechters wou scheiden gewond raakte

Cornelis Ijsendonck kent dat Thomas Janssen op een avond bij hem kwam en hem vroeg naar Claus molenaren te gaan alwaar Peeter Soeten en Mathijs van Aerde zaten dewelke zeiden dat Thoomas en Cornelis Heijns bij hun uitspraak bleven

f° 49 r° - 09.01.1553 - de schout tegen Cornelis Peeter Nouts

| 1323-0087-01 |

cfr f° 45 r°

Agneese x Adriaen van Elsackere verklaart dat Wouter van Elsackere en Cornelis Peeter Nouts woorden hadden in huis van Peeter Jan Boets en daarna in de hof ieder een knuppel in de hand hadden, Cornelis zei dat hij dat 'hoerekint' nog op zijn lijf zou slaan

f° 49 v° - 17.10.1552 - Jan Cornelis Keeselmans tegen Cornelis Jan Bode

| 1323-0088-01 |

rente

verwezen wordt naar een schepenbrief dd 13.05.1532 waaruit blijkt dat Cornelis Jan Boets verkocht heeft aan Cornelis Jan Pauwels Keeselmans x Marie een beemd "dbosch eusel" waarbij niet meer zou uitgestoken zijn dan 4 Kgld 3,5 L rogge erfelijk

verwezen wordt naar een schepenbrief van Antwerpen dd 28.06.1504 waaruit blijkt dat Henrick Goosems Henricxssen, Loenhout, verkocht aan Fase Nout Faessen, Loenhout, een rente van 5 st gr br op het 'bosch eusel'

f° 50 r° - 17.10.1552 - Aernout de Cuijpere

| 1323-0089-01 |

procedure, vonnis waarbij Aernout de Cuijpere 'kennis mag leiden'

f° 50 r° - 18.10.1552 - geen vermelding

| 1323-0090-01 |

rente

Willem Pauwwels verklaart dat lang geleden Katrijne x +Jan Pauwels Keesemans van hem 3 V rogge erfelijk gekocht heeft en welke hij heffende was op de stede nu in handen van Aernout de Cuijpere en dat vs Katrijne die gekocht had voor 6 pond br

f° 50 v° - 31.10.1552 - Thoomas Janssen tegen Cornelis Heijns

| 1323-0091-01 |

cfr f° 48 v° slagen en verwondingen

Peeter Zoeten kent dat Cornelis Heijns zijn hulp vroeg om de 'peijs' te maken tussen hem en Thomas Janssen, kent nog samen met Mathijs van Aerde dat beide partijen tevreden waren met de afspraken waarbij Cornelis Heijns 2 Kgld zou geven aan Thomas volgens contract geschreven door Cornelis Ijsendonck

Claus de molenare kent dat Cornelis Heijns hem zei toen hij terugkwam van het zetten van zijn fuiken dat hij met het contract tevreden was en de 10 st in het gelag zou betalen

f° 51 r° - 14.11.1552 - Jan Cornelis Keeselmans tegen Cornelis Bode

| 1323-0092-01 |

cfr f° 49 v° rente

Cornelis Jan Nout Luijcx verklaart dat het eusel bedoeld in de schepenbrief van Antwerpen hetzelfde is als het eusel in de schepenbrief van Loenhout dd 08.05.1542

Jan Praeijens kent item

f° 51 v° - 22.11.1552 - Jan Cornelis Keeselmans tegen Adriaen Michiels Verdijcke

| 1323-0093-01 |

rente

Huijbrecht van Linden kent dat hij vroeger 3 V rogge leenpacht hief op de goederen waar Jan Koeck nu woont en dat hij die verkocht aan Michiel Verdijck voor 7,5 pond br

f° 52 r° - 28.11.1552 - Anthonis van Aerde tegen Jan Aernout Vervloet

| 1323-0094-01 |

cfr f° 36 r° rente

Peeter van Eekele hoorde dat Aernout Vervloet in naam van zijn zoon Jan de 14 V rogge op de stede van Adriaen Heijns van Aerde verkocht aan Anthonis van Aerde maar weet de prijs niet meer

Bernaerdt Wouters vernam item ten huize van de schout

f° 52 v° - 28.11.1552 - Claus Diericx tegen Gielis Bode

| 1323-0095-01 |

betaling

Thomas Janssen kent dat toen hij het huis kocht van Gielis Bode hij 3 Kgld moest geven aan Claus Diericx welke van de erfpenningen van de koop zouden gekort worden

f° 52 v° - 12.12.1552 - Jan Aerdt Peeter Nouts tegen Goris Wagemans in naam van Willem de Vos

| 1323-0096-01 |

rente

Jan Aerdt Peeter Nouts, verwijzend naar schepenbrief dd 06.11.1548, heeft de stede opgewonnen volgens het bankenrecht van Loenhout en had deze op 02.11.1547 ingezet voor 16,5 V rogge 6 Kgld jaarlijks met een jaar verschenen pacht

meester Goris Wagemans verklaart dat Michiel van Elsacker boven de schuld die hij op 19 september bekende geen schuld heeft dan wat zal verschijnen komende lichtmis

f° 54 r°_- 20.12.1552 - Adriaen van Aken tegen Peeter Jan Snellen

| 1323-0097-01 |

cfr supra f° 44 v°

Cornelis Gheerts van Elsacker was aanwezig toen Peeter Martens de beemd in kwestie verkocht waarbij besproken was dat Peeter Martens 2 V rogge erfelijk zou hebben die Adriaen in Klein Zundert heffende was

f° 54 v° - 03.01.1553 svl - Adriaen van Aken tegen Peeter Jan Snellen

| 1323-0098-01 |

calengiering, ook cfr bovenstaande

Jan Lemmens alias de Bruijne en Dierick van den Broecke kennen dat de 7 V rogge waarvan Adriaen van Aken nu de 2 V vermangeld heeft met Peeter Martens opte rijdt tegen de vs beemd, erfgrond renten zijn en dat de 7 V competeerden aan Lijsbeth van den Broeck, moeder van de huisvrouw van Adriaen, verder dat vs Dierick de 2 V gekocht had van Peeter Martens voor 8 pond gr br en 3 st in het gelag. Verder dat Peeter Martens met Dierick niet tevreden was en zijn geld tot Zundert niet wou halen maar daarvoor in Loenhout borg wou hebben wat Adriaen van Aken deed

verder 14.02.1553

Laureijs van Aerde kent dat de 2 V leenrenten niet kwijtbare grondcijns of grondrechten waren en dat de schoonmoeder van Adriaen van Aken daarvoor haar deel van de stede gelaten had

f° 55 r° - 09.01.1553 - Adriaen van Aken tegen Henrick van Sinte Hubrechts

| 1323-0099-01 |

calengiering en rente

Dierick van Linden kent dat Jan de Hase 3 pond erfelijk uitstak voor het stuk grond onder kwestie welke Adriaen zou korten aan de eerst erfpenningen van de 15 pond br waarvoor hij het land gekocht had

Quirina x Joos Hubrechts de vorster kent dat Adriaen het stuk land kocht voor 15 pond br en een V uitgaande

Willem Dierick Ingelen kent dat Adriaen van Aken dit land alzo kocht van Jan de Hase

Peeter Zoeten en Cornelis van den Broeck kennen dat alles is gedaan onder de voorwaarden zoals nu gekend

Adriaen van Aken wenst deze voorwaarden in het register gesteld te hebben

de schout kent dat Jan Peeter Thijs met zijn vrouw en de dochter Neelken het stuk land hebben opgedragen tot koopmans behoef en dat Peeter Soeten tot voogd stond bij de dochter van Jan Peeter Thijs Hasen

f° 56 r° - 09.01.1553 - Cornelis van Staeijen timmerman, ook voor zijn zoon Peeter, tegen Cornelis Michiels van Elsacker

| 1323-0100-01 |

cfr f° 32 v°

verwezen wordt naar het schepenregister dd 28.08.1551 waaruit blijkt dat Ghijsbrecht de Bije, Jan Cornelis Nijs en Peeter van Staeijen Janssen getuigden en waarbij Cornelis van Elsacker beloofd zou hebben Cornelis van Staeijen te betalen

f° 56 v° - s.d. - Adriaen van Aken tegen Henrick van Sinte Hubrechts

| 1323-0101-01 |

cfr supra f° 55 r°

Peeter van der Buijten geeft extract van een 'klein papierken' waarvan de schrijver niet gekend is

uit de tekst blijkt dat Jan Peeter Thijs gekomen is bij Peeter Zoeten om met Adriaen van Aken te spreken en dat zij met Cornelis van den Broeck naar Peeter Boets zijn gegaan en Adriaen hebben gevraagd of hij niet meer wou geven dan de 15 pond, verder staat dat Cornelis van den Ende en Peeter Zoeten dit gevraagd hebben

verder is nog sprake van een roklaken en een lening

f° 57 v° - s.d. - Adriaen van Aken tegen Henrick van Sinte Huijbrechts

| 1323-0102-01 |

cfr supra

Marck Cornelis Nijs was aanwezig toen Adriaaen van Aken het stuk land kocht van Jan Peeter Thijs en dat aldaar vermaand werd van 3 pond erfelijk

f° 58 r° - 06.02.1553 - Jan Vervloet tegen Anthonis van Aerde

| 1323-0103-01 |

cfr supra f° 52 r°

procedure, goederen en rente in kwestie zouden onder Zundert gelegen zijn

f° 58 v° - 20.02.1553 - Claus Diericx tegen Adriaen van Eekele

| 1323-0104-01 |

betaling

Cornelis Maes moest Claus Diericx geld geven van erfpenningen en dat Peeter Nijs hem eerst vermaande dit niet te doen maar toen de erfgenamen van Marie Wouters daarbij kwamen mocht hij het geld wel geven, dit werd ontvangen door Peeter Joos en Tollenaere

Godevaert van Ijperen hielp het geld delen tussen de erfgenamen van Marie Wouters waarbij iedereen tevreden was, ook Adriaen van Eekele als voogd van de kinderen Adriaen Wouters. Nadien hoorde hij wel Adriaen van Eekele en Henrick Anthonis Hovelmans zeggen dat hun ieder 32 st ontbrak

Joris Peeter Christiaens kent item

f° 59 r° - 06.02.1553 - Christiaen Diericx tegen Aernoudt de Cuijpere

| 1323-0105-01 |

rente

verwezen wordt naar een schepenbrief dd 09.02.1532 ml waaruit blijkt dat Wouter Henrick Loijcx bekende jaarlijks schuldig te zijn aan Jan Willem van den Wijngaerde 6 L rogge op een stede int sant aan de kerk

Ghijsbrecht de Bije, Gheerdt Vorselmans en Peeter van der Buijten kennen dat Aernout de Cuijpere thans op deze stede woont

f° 59 v° - 14.02.1553 - Adriaen van Aken tegen Peeter Jan Snellen

| 1323-0106-01 |

cfr supra f° 54 v°

Peeter Imbrechts, schout, Peeter Martens, Jan Nijs en Katrijne, huisvrouw van de schout, blijven bij de voorwaarden van de koop die aldus gebeurd is zodat Adriaen aan Peeter Martens boven de 2 V rogge nog 7 pond br en een Kgld in het gelag moet geven

Peeter Martens kent verder nog dat in de Loenhout kermis week 1551 Adriaen van Aken daar was met 2 of 3 mannen van Zundert, die hem 7 pond boden maar nadien akkoord gingen voor 8 pond

Joos Hubrechts en zijn vrouw Quirina kennen dat Peeter Martens de 2 V rogge verkocht aan de lieden van Zundert voor 8 pond br en 2 of 3 st in het gelag

f° 60 r° - s.d. - Cornelis Abrahams voor zijn vrouw Barbele en hun kinderen tegen Cornelis of Jan Bode

| 1323-0107-01 |

cfr supra f° 37 r°

Adriaen van Aken zegt dat hij Cornelis Bode geen geld zou gegeven hebben indien deze hem het land niet zou ontwonnen hebben

f° 60 v° - 20.03.1553 - Cornelis Peeter Nouts tegen de heer

| 1323-0108-01 |

wegenis

Peeter Jan Bode kent dat de weg van zijn huis naar Cornelis Peeter Nouts of naar zijn vaders huis loopt over de "brielsche vonder" en verder naast de "doren acker"

Marie x Peeter Boets kent dat Wouter van Elsackere en Cornelis Peeter Nouts in haar huis woorden hadden maar mekaar niet gekwetst hebben

f° 61 r° - 20.03.1553 - Geert Wierocx tegen de erfgenamen Peeter Wierock

| 1323-0109-01 |

rekening

Lambrecht van Onstaeijen kent dat hij zat te drinken ten huize van de vorster en daar een vrouw aan een man vroeg of vader voogd geweest was waarop deze zei dat dit het geval was en dat zijn vader boven 2 blanken niets schuldig was

Berthelmeus van Broeckhoven was ten huize van de vorster waar ook Jan Peeter Wijerocx was die zei dat zijn vader toen hij ziek was gezegd had dat er bescheid op een schab lag waarin stond hoe het met hem en de kinderen van zijn broer Jan gesteld was en dat hij nog gehouden was van omtrent 2 blanken

schepenen en schout verklaren dat Adriaen Cornelis Giels gezegd had geschrift te hebben gezien betreffend de erfgenamen Peeter Wierocx

f° 61 v° - 11.04.1553 - Adriaen van Aken tegen Peeter Jan Snellen

| 1323-0110-01 |

cfr supra f° 59 v° e.a.

Peeter Pielnacke, stadhouder, kent dat Peeter Jan Snellen de beemd in leen ontving in naam van zijn huisvrouw en deze nadien calengierde waarbij zijn huisvrouw Katrijne aanwezig was

meester Jan Vorspoel en Peeter Joos kennen item

Henrick Peeter Martens, Jan van Bavele en Jan de Cuijpere hebben nooit anders geweten dan dat deze beemd uitweg had dan over het stuk land dat Adriaen van Aken onlangs kocht van Jan Peeter Thijs

f° 62 r° - 17.04.1553 - Gielis Bode tegen Claus Diericx

| 1323-0111-01 |

cfr supra f° 52 v°

Peeter Soeten gaf uit naam van Gielis Bode 30 st aan Claus Diericx

Peeter Jan Bode was aanwezig toen Gielis Bode het huis kocht van Claus Diericx en dat hij 4 jaar dag had aan de penningen, ieder jaar een deel

f° 62 r° - 10.07.1553 - Bertelmeus Cornelis Meus tegen Henrick Jan Leijs Rombouts

| 1323-0112-01 |

wegenis

Henrick Jan Heijns, ca 70j, kent dat de huizen waar nu Meus Cornelis Meus woont daar niet stonden en dat de weg die nu naast de "doren acker" loopt ging waar nu de messing van Meus is en zo verder naar het veken waar de beemd die Jacob van Onstaeijen nu verkocht heeft moet wegen, kent verder dat hij Jan Brans "geakkerd" heeft en dat hij zijn paarden mende tot aan de "doren acker"

f° 62 v° - 15.05.1553 - de kinderen Aert der Wewen tegen Adriaen Jan Ooms, getrouwd hebbende de moeder van de zelfde kinderen

| 1323-0113-01 |

erfregeling

Nijs Peeter van Bavele kent dat bij de scheiding tussen voogden en moeder besproken was ieder het zijne zou hebben met wat op de grond stond

Aerdt van de Velde kent item

f° 63 r° - 21.08.1553 - Dierick van Linden tegen Marcus Loijcx

| 1323-0114-01 |

rente

gerefereerd wordt aan een certificatie Antwerpen dd 10.06.1541, aan een schepenbrief waaruit blijkt dat vs Dierick gegoed is binnen de stad van Antwerpen, en een extract waaruit blijkt dat Hubrecht Tienemans hem de rente in kwestie, al is die tot zijn profijt, niet aantrekt

f° 63 v° - 21.08.1553 - de weduwe mr Jacob Heerls tegen Joos Huijbs

| 1323-0115-01 |

rente

Peeter Jan Wackers kent dat hij is opgegroeid op de stede waar nu Joos Huijbs woont en die vroeger zijn vader toebehoorde, welke toen 6,5 V rogge uitreikte aan Aerdt Heerls als voogd van Jacob Heerls en welke rente hij na overlijden van zijn vader met zijn medeplegers ook heeft uitgereikt

de stede werd verkocht aan Dierick Engelen waarbij de rente ook werd uitgestoken

Dierick Ingelen bezat de stede 9 à 10 jaar en betaalde de rente aan Jacob Heerls of zijn voogd waarna hij de stede verkocht aan Joos Huijbs met uitsteken van de rente

f° 64 r° - 06.09.1553 - Adriaen Huefkens tegen Jan Henrick Hovelmans

| 1323-0116-01 |

opdragen van erven

Adriaen Vermunten kocht het stuk land in kwestie van zijn broer Cornelis en had dit 5 of 6 jaar in handen en dat toen Jan Hovelmans het stuk wou overnemen maar dat hij het nooit opgedragen heeft want dat hij het nooit ontving

kent nog dat de moeder van de huisvrouw van Adriaen Huefkens zijn eigen zuster was

Jan van Bavele en Bernaerdt Nouts kennen dat Adriaen Vermunten en de schoonmoeder van Adriaen Huefkens volle zuster en broer waren

schout en schepenen kennen dat voor recht wordt gehouden dat verkochte goederen nog openstaan voor calengiering indien deze nog niet opgedragen zijn

f° 64 v° - 06.09.1553 - de schout tegen Margriete van den Wijngaerde Gielis dr

| 1323-0117-01 |

verkoop van land

Cornelis Wouter Stevens en zijn zoon Anthonis verklaren dat Margriete toen zij de "steechde" verkocht aan Peeter Joos tegen de schout had gezegd dat zij hem nog 6 L zaailand zou verkopen (waarvan de helft leen was) voor 40 pond br waarop de handslag werd gegeven en Peeter van Staeijen( x Griete vs) zei dat hij tevreden was. Magriete zei verder dat ze geen 'lijfkoop' wou geven waarop de schout zei dat hij 8 Kgld zou geven, te weten 4 alhier en 4 tot zijn huis te verdrinken

Peeter van der Buijten kent item

f° 65 r° - 06.09.1553 - Adriaen Braens tegen Jan de Weerdt en huisvrouw

| 1323-0118-01 |

cfr supra f° 32 r°

Bernaerdt Couwenberchs verklaart dat het huis waar Jan de Weerdt nu woont van hem is geweest en hem verkocht werd met de oseldrup aan het noord einde en zo op de noord oost hoek en het huis nu toebehorende Wouter van Elsackere, en dat hij het zo verkocht heeft aan Jan de Cuijpere, verder dat de pruimenboom die Jan de Weerdt nu voor hem houdt daar gezet werd door Jan Willems alias 'lichtgelaeijen'

Bernaerdt Wouter Stevens kent dat hij in hetzelfde huis gewoond heeft en dat 'lichtgelaeijen' woonde in het huis waar nu Adriaen Braens woont en dat 'lichtgelaeijen' hem toeliet de pruimen die op zijn erf gevallen waren op te rapen, maar verbood hem aan de boom te schudden

Sijmon Wouts kent dat lang geleden op vs erven een erfpaling is gedaan waarbij door schepenen was gewezen dat Jan Willems alias 'lichtgelaeijen' naast zijn huis in zijn hof mocht gaan zonder toezeggen van iemand en dat de pruimenboom hem toebehoorde

f° 65 v° - 07.09.1553 - Cornelis van Bavele tegen Jan Praeijens

| 1323-0119-01 |

erfpaling

Quirijn Jan Gheert Wils kent dat toen Henrick Hovelmans de hooimade die Cornelis van Bavele Bernaertszoon nu in handen heeft bezat hij die 3 keer gemaaid heeft en dat Henrick die paalde aan de beek op de hoek aan de munten beemd

Peeter Thoens hooide ook voor Henrick Hovelmans waarbij deze met 'reiskens' paalde aan de hoek van de beek aan het hangen van de sloot

Jan Claus van Daele kent dat hij het hooi (de hooimade) huurde van Muerken Wouters en zijn zoon Adriaen en dat hij aan de beek kwam met een 'klein swaeijken', en dat een man van Brecht het veld dat Jan Praeijens nu in handen heeft hooide

Jacob Hubrechts werd door Adriaen Wouters de paalbomen gewezen toen hij turf afgroef voor Muerken Wouters en het hout afdeed

Peeter Jan Wackers heeft bewust veld ook gemaaid

Anthonis Jan Wackers kent item

Peeter Nouts bijlken kent dat zijn vader het veld dat Jan Praeijens nu in handen heeft gedurende 4 jaren huurde en dat zijn vader hem de paal wees in de hoek aan de beek

Agneese x Peeter Diericx hooide met haar vader Henrick Hovelmans het veld dat Cornelis nu in handen heeft

Mariken Jan Ooms hielp het veld ook hooien

Marck Nouts hooide het veld voor Henrick Hovelmans

alle bovenvermelde getuigen hebben nooit over enige betwisting gehoord

f° 67 r° - 18.09.1553 - Jan Cornelis Keeselmans tegen Peeter en Jan Bode

| 1323-0120-01 |

rente, cfr supra f° 51 r°

verwezen wordt naar schepenregister Loenhout waaruit blijkt dat Cornelis Bode aan Cornelis Keeselmans een beemd met uitsteken van rente

verder blijkt dat Marten Peeter Martens op zelfde beemd een Kgld erfelijk is hebbende

f° 67 v° - 02.10.1553 - Cornelis van den Broeck tegen Peeter Willem Bode

| 1323-0121-01 |

schulden

Jan van Bavele, schepen, was met Peeter Bode bij Jozijne x +Wouter van den Broeck dewelke woorden hadden over bier, een kalf en andere zaken die Peeter van Jozijne gehad zou hebben waarbij Jozijne begeerde kwijtgescholden te worden van rogge die zij Peeter nog schuldig was

gevraagd wordt aan Cornelis van den Broeck x Adriane en zijn zuster Lisken te affirmeren dat Peeter Bode en Jozijne mekaar kwijt gescholden hebben

gevraagd wordt aan Jan van Onstaeijen dat Jozijne, moeder van zijn huisvrouw, hem gezegd heeft dat zij Peeter Bode kwijt gescholden heeft

f° 68 r° - 02.10.1553 - Jan Keeselmans tegen Peeter en Jan Bode

| 1323-0122-01 |

cfr supra f° 67 r°

Peeter Jan Nout Luijcx kent dat Cornelis Bode het goed kocht van Henrick Goosems, weet niet hoe lang hij het gebruikt heeft

Wouter van den Cloote, schepen, kent item

schepenen wordt gevraagd dat zij nooit anders gehoord hebben dan dat Peeter en Jan Bode de achtergelaten goederen van hun vader Jan Bode hebben gedeeld

f° 68 v° - s.d. - Lenaerdt Steenbackers tegen Griete x Peeter van Staeijen

| 1323-0123-01 |

mangeling en calengiering

Laureijs Rombouts en Sijmon Thijs Theus verklaren dat toen Griete van Staeijen en vs Laureijs Rombouts erven mangelden dat Laureijs het stuk land schikte op 8 pond br, verder dat Lenaerdt Steenbackers en de huisvrouw van Laureijs meer bloedverwant zijn dan Griete van Staeijen en Laureijs huisvrouw

verder 24.10

Laureijs Rombouts verklaart dat hij Margriete toe moest geven onder geld en rente, de hoofdpenningen belopende 81 pond br

f° 69 r° - 11.10.1553 - Jan Praeijens tegen Cornelis van Bavele

| 1323-0124-01 |

erfpaling cfr supra f° 65 v°

Peeter Diericx, ca 70j, zag dat de hooimade was gemaaid van boven af lopende op de wilg naast de beke

Aernout Cornelis Nouts van Brecht, ca 48j, verklaart dat zijn vader de hooimade in huur had en die maaide van boven af op de wortel van de wilg, hoorde eveneens van zijn vader dat zij over de 50 jaar gewoond hadden met Jan Geert Haeijkens die gezegd had dat op de wilg gepaald werd, verder nog dat zijn oom Lenaerdt Nouts ook met Jan Geert Haeijkens gewoond had, ten slotte dat zijn vader als momber van de kinderen Jacob Geerts de hooimade verhuurd heeft

Anthonis van Alphen, schepen in Brecht, ca 51j, hooide als momber van de kinderen Jacob Geerts deze hooimade in 1532 en 1533 en dat Henrick Hovelmans tussen dit goed en dat Cornelis van Bavele nu in handen heeft, afgetekend heeft met 'rijskens' en dat hij deposant deze rijskens uittrok en op de wilg stak waartegen Henrick Hovelmans niets zei

Cornelis van den Bogaerde, ca 54j, hooide 18 of 19 jaar geleden het hooi van Henrick Hovelmans maaide en dat deze hem dat paalde boven aan een berk en op de wilg, en dat Marie x Henrick Hovelmans tegen haar man zei: 'ik heb U gewezen van de berk op de wilg en niet verder'

Jan Peeter Thijsen, ca 50j, kent item

Jan Henrick Hovelmans, ca 50j, maaide het hooi in de tijd van zijn vader Henrick Hovelmans

Cornelis van den Bogaerde verklaart dat de betreffende wilg de 6de wilg is westwaarts van de beek

Peeter Cornelis Nouts kent item

Adriaen Wouters Adriaenszoon, ca 24j, kent dat toen Marie, zijn vaderlijke grootmoeder na de dood van Henrick Hovelmans bij zijn vader woonde, het hooi, dat nu Cornelis van Bavele toebehoort, gemaaid had van de berk op de beek, en dat zijn moeder gezegd dat het op de wilg scheidde

Peeter Cornelis Nouts, ca 48j, kent dat zijn vader zei dat het gepaald was op de top van de wilg

Marck Nouts, ca 48j, huurde de hooimade die Jan Praeijens in handen heeft van Nijs Jacob Geerts

Heijlwich x Henrick van Staeijen, ca 30j, woonde 5 jaar bij Henrick Hovelmans

f° 70 v° - 30.10.1553 - Jan Cornelis Keeselmans tegen Peeter Jan Nout Luijcx

| 1323-0125-01 |

verkoop goederen weeskinderen

verwezen wordt naar schepenregister dd 13.05.1532 waaruit blijkt dat Cornelis Jan Bode beemd het "boscheusel" verkocht aan Jan Pauwels Keeselmans x Marije

schepenen verklaren dat niemand andermans goederen mag verkopen zonder diens toestemming, en dat voor verkoop van goederen van weeskinderen 4 lieden van des vaders kant en 3 van des moeders kant moeten zweren dat dit ten profijt van de weeskinderen is

vermeld wordt dat de nakinderen van Cornelis Keselmans 10, 11 of 12 jaar in momboorschap staan

f 71 v° - s.d. - Adriaen Jan Ooms tegen Peeter Cornelis van Aerde als voogd van de kinderen Aert der Wewen

erfdeling

Nijs Peeter van Bavele kent dat toen Adriaen Jan Ooms met zijn huisvrouw van haar kinderen deelden bij Peeter van Aerde als toeziener besproken werd dat Adriaen mocht hebben wat hij met recht zou winnen, ook aangaande de schuur

Aerdt van de Velde kent dat de voogden en Adriaen Ooms met zijn vrouw veel woorden hadden over het ploegrecht en de schuur

getuigen kennen dat Adriaen op het goed gewoond heeft, hebben niet gezien dat iemand anders daar arbeid verrichtte of gezaaid heeft

f° 72 r° - 02.01.1554 - Cornelis Boets tegen Kersten Diericx en huisvrouw

| 1323-0126-01 |

...

Marcus Loijcx kent dat hij schout geweest is en dat voor hem menige zaak bedingd is en dat Pauwels Aerts die 'uitgeheijscht' heeft

Peeter Thuens kent dat sommige goederen ontvangen zijn in de erfbank en dat de stadhouder van den Wijngaerde die weer deed ontvangen als laatschap en het profijt naar hem trok

f° 72 v° - 08.01.1554 - Magriete van Staeijen tegen de schout

| 1323-0127-01 |

cfr f° 64 v°

Jacob van Elsackere hoorde van Griete dat zij op het land geen lijfkoop wou gedronken hebben

Peeter van der Buijten kent item

Alijdt Michiel Leijs dr kent dat Jan Peeters bij Peeter van Staeijen kwam en aan Peeter en Griet vroeg om de lijfkoop te helpen drinken maar Griete wou dit niet, wat Alijdt tegen Trijne x de schout gezegd heeft

Cornelis Wouters kent item

verder 21.01.1554

Jan Peeters kent dat de schout hem naar Peeter van Staeijen in Brecht gestuurd heeft en dat één van beiden naar Antwerpen was

f° 73 r° - 08.01.1554 - Cornelis Keeselmans tegen Kersten Diericx

| 1323-0128-01 |

erfenis

heer Lambrecht van den Buelcke, pastoor, was aanwezig bij het akkoord tussen Cornelis Keeselmans en Kersten Diericx die de moeder van vs Cornelis gehuwd had, en waarbij deze een bed uit het sterfhuis zou hebben en verder uit de deling zou blijven

Geert Jacob Stoops blijft bij zijn verklaring dd 26.01.1552, zegt verder dat volgens hem de kinderen van Cornelis Mertens alle schulden en wederschulden zouden hebben

Cornelis Pauwels Geens kent dat Kersten Diericx de penningen van 10 L rogge die hij schuldig was voor het zijne hield en die zou geven aan wie het 'lief of leed' was, en dat hij de akker die hij huurde ook voor het zijne hield, hij wou die huren voor een daalder om er spurrie op te zaaien

Peeter Henrick Kerstens kent dat hij de 10 L rogge die hij van Kersten gekocht had dat Kersten die voor hem hield

Cornelis Marck Marcx kent dat Kersten Diericx na de dood van zijn huisvrouw hem altijd van de baten van de stede die hij gehuurd had heeft gemaand

Cornelis Pauwels Geens kent dat Kersten Diericx hem na de uitkoop van het sterfhuis een stalen boog gedragen heeft en dat in de uitkoop besproken was dat Cornelis en de zijnen al de roerende goederen zouden behouden

f° 74 r° - 08.01.1554 - Mathijs van Aerde tegen Jan van Aken

| 1323-0129-01 |

koop van schapen

Adriaen Marcx verklaart dat Jan van Aken van hem vier ooien met hun lammeren gekocht had en dat Thijs van Aerde zei dat hij schapen van Jan van Aken gekocht had en 'keurgoed' wou hebben en koos toen de twee beste schapen met hun lammeren en nog twee ooien waarvan hij de lammeren niet wou hebben maar wel de beste uit de anderen

Jan van Aken presenteert te verifiëren dat hij de schapen niet verkocht dan elk ooi met haar lammeren zoals hij die van Adriaen Marcx gekocht had

f° 74 v° - 22.01.1554 - Peeter Willem Bode tegen de weduwe Jacob Delijen

| 1323-0130-01 |

rente

verwezen wordt naar schepenbrief dd 04.03.1530 waarbij Lijsbeth Jan Claus Peeters dr x Peeter de Cuijpere bekenden schuldig te zijn aan Jacob Wouter Delijen x Anne een jaarlijkse rente van 7 gld op een heiblok in Terbeek achter het hesschot

Cornelis van Bavele Janssen heeft vs heiblok gekocht van Peeter Kerstens

Peeter de Cuijpere kent dat hij Jacob Delijen of zijn erfgenamen nooit van dit heiblok gekweten heeft

Peeter Cornelis Nijs heeft vs heiblok gekocht gehad van Jacob Delijen en verkocht aan Peeter Kerstens

f° 75 v° - 22.01.1554 - Jan van Staeijen tegen Cornelis van Elsackere

| 1323-0131-01 |

erfdeling

Peeter van Staeijen, Lenaert van Staeijen en hun zuster Marije verklaren dat toen zij na de dood van hun vader deelden de deelbriefjes geschreven werden door Peeter Nouts bijlken

Peeter Nouts bijlken kent dat hij de vijf briefjes van de deling schreef, ook het briefje waarin vermeld hetgeen Cornelis van Elsacker en Jan van Staeijen samen moeten geven

Wouter van de Cloote verklaart item

f° 76 r° - 05.02.1554 - de heer tegen Henrick Lodders

| 1323-0132-01 |

'lantgraven' hebben

Hendrick Lodders kwam aan de deur van Adriaen van Aken, zeggende dat deze hem eertijds 'gelantgraeft' had en vragende om hem nu te 'ontlantgraven'

Adriaen zei tegen zijn vrouw Dingne om Henrick binnen te laten

f° 6 r° - s.d. - Jan van Staeijen tegen Cornelis van Elsackere

| 1323-0133-01 |

cfr supra

heer Lambrecht, pastoor, haalt ieder jaar 2 L rogge bij Jan van Staeijen en is daarvan 7 of 8 jaar betaald

Cornelis Michiel van Elsackere haalt in naam van Cornelis Verbuijten dr ieder jaar 3 L een kwartier rogge 15 st bij Jan van Staeijen

Henrick Peeter Martens cum suis als navolgers van hun grootvader Henrick Hovelmans heffen jaarlijks een V rogge op Jan van Staeijen

de heer van Arenberch heft jaarlijks 3 L rogge op Jan van Staeijen

Mathijs Claus Heijlens heft jaarlijks 3 st 1 oort op Jan van Staeijen, volgens briefje geschreven door Peeter Nouts blijkt dat Cornelis van Elsackere deze rente alleen moet geven

f° 76 v° - 13.02.1554 - Magriet van Staeijen tegen Lenaerdt Steenbackers

| 1323-0134-01 |

cfr supra f° 68 v°

Huibrecht Leijs met Jan Braens als getuige schreef de voorwaarden, beiden getuigen dat Margriet van Staeijen met haar man Peeter en Laureijs Jan Laukens erve om erve mangelden volgens voorwaarden geschreven 06.06.1552

Laureijs Rombouts kent dat voor zij mangelden hij zei dat indien hij daar geen ander stuk zou voor gehad hebben hij niet had willen verkopen

Peeter Heijn Kerstens kent als man van leen dat hij het goed gekocht zou hebben van Margriet van Staijen en haar man voor 12 pond br als zij het hem geleverd zouden hebben

f° 77 r° - 13.02.1554 - Adriaen van Aken tegen Peeter Nouts bijlken de jonge

| 1323-0135-01 |

mangeling

Peeter Thoens en Cornelis van Staeijen timmerman kennen dat toen Peeter Nouts bijlken x Marie mangelden tegen Gielis Buijens dat Peeter Nouts de stede in de palingstraat zou hebben waarin Gielis woonde en Gielis zou de stede aan het einde van de koestraat hebben waarin Peeter Nouts cum uxore woonde, waarbij Gielis een V rogge leenrente toe moest hebben, gestaan op de "neckerspoel" in handen van Dierick Bode en welke Peeter Nouts daarop heffende was

mr Jan Vorspoel, stadhouder van Rutgeert van Duerne, won de V rogge in en werd voldaan door Adriaen van Aken

f° 77 v° - 19.02.1554 - Gheerdt Vorselmans tegen Henrick Cornelis Goris

| 1323-0136-01 |

koop van land

Peeter Vorselmans en Gielis de Bie kennen dat Henrick Cornelis Goris het goed in het "hencxbroeck" kocht van Geerdt Vorselmans elk meuken voor een V rogge en 10 st jaarlijks, hebben nooit van kwijting horen vermanen, Henrick betaalde de lijfkoop

de koop geschiedde half maart toen Geerdt in de akker waar hij nu woont kwam wonen

Gheerdt Vercaert kent dat Henrick het goed aanvaardde en dat hij dit drie jaar gebruikt heeft

Bernaerdt Nouts, schepen, kent item, verder dat Henrick in dit heiblok turf gegraven heeft, en dat het goed toen Henrick dit aanvaardde beter was dan nu

Cornelis Heijns Cuijpere en Lenaert van Aerde waren aanwezig bij de koop waarbij beide partijen tevreden waren en dat Henrick als lijfkoop een tonneken bier gaf

Thoomas Cornelis Goris kent dat hij zijn broer Henrick hoorde zeggen dat hij Gheerdt Vorselmans zijn "hencxbroeck" afgekocht had elk L zaad voor 10 st en een V rogge

Peeter Bernaert Nouts weet dat Henrick het goed aanvaard heeft en zag hem daar koren en turf halen

f° 78 v° - 19.02.1554 - Cornelis Meijs tegen Willem Polmans

| 1323-0137-01 |

huur van huis

Wouter van Elsacker hoorde Willem Polmans zeggen dat hij het huis niet zou nemen zolang Cornelis hem betaalde

Cornelis van den Bogaerde kent dat Cornelis Meijs het huis van Willem Polmans huurde voor zes jaar en indien Willem het huis verkocht zou Cornelis dat moeten ruimen met opzeg van een half jaar

f° 79 r° - 26.02.1554 - Willem Thoens tegen Jan Willems

| 1323-0138-01 |

erfscheiding

Dierick Nijs Hegs vernam van Jan Willems van den Wijngaerde dat Gabriel van Aerde gezegd had dat Dingne x Ghijsbrecht Pauwels een paal gevonden had in de hof waar Jan Willems nu woont

Gabriel van Aerde had Jan Willems gezegd dat in de stede een weinig leen was

mr Jan Vorspoel en Peeter Joos, mannen van leen, waren aanwezig toen Willem Thuens zeker leen ontving (waarover nu dispuut is)

procedure bij verkoop van erven waarin ook een stuk leen is

Peeter Pielnake, stadhouder, bevindt het leen in het leenboek van Arenberch onder het volle leen van Henrick de Costere

Jan Hegge houdt in leen van Jan de Costere een half L zaailand in Neerven aan Dielis van den Wijngaerde

f° 80 r° - 27.02.1554 - Adriaen van Aken tegen Peeter Nouts bijlken de jonge

| 1323-0139-01 |

cfr supra f° 77 r°

Adriaen Huefkens verklaart dat Peeter Nouts bijlken de oude principaal verkoper is

Peeter Nouts bijlken mangelde met Gielis Buijens stede om stede waarbij hij Gielis 4 pond br toe moest geven van de erfpenningen die hij van Cornelis Bode ontvangen zou en indien Cornelis Bode in gebreke bleef zou hij een V rogge toegeven op de "neckers poel"

f° 80 v° - 02.03.1554 - Willem Thoens tegen Jan Willems

| 1323-0140-01 |

cfr supra f° 79 r°

uit het leenboek van Henrick de Costere blijkt dat Nijs Hegge een half L te leen houdt, gelegen N Gielis Willem, de stadhouder heeft dit stuk laten bezetten

na opwinning door de stadhouder heeft Willem Anthonis dit stuk ontvangen 13.04.1546

Jacob van Onstaeijen heeft voor deze in naam van Willem Thoens gekocht van de kinderen Jan Andries Heerls een L leengoed wat door Ghijsbrecht Jan Pauwels gecalengiert werd

Wouter van de Cloote, Jan Keeselmans en Jan van Aerde, schepenen, affirmeren dat op sint mathijsdag de stadhouder bekende van deze percelen ontvangst te hebben gehad (van klein rechten, heergewade, boeten, maningen etc)

de schout kent dat Jan Willems de dag na de koop van de stede bij hem kwam en met Willem Thoens overeenkwam over de lijfkoop waarbij Willem aan de erfpenningen van Jan 10 Kgld 16 st zou korten

f° 81 v° - 02.03.1554 - Jan Willems tegen Willem Thoens

| 1323-0141-01 |

cfr supra

schepenen verklaren dat Jan Willems gezegd had dat hij een onsterfelijke waarborg verkocht en dat nadien Jacob van Onstaeijen en de schout aanboden borg te blijven waarmede Jan Willems niet tevreden was, en waarop hij gevraagd werd welke borg hij dan wel wilde, de kerk of de molen of gans Loenhout

f° 82 r° - 13.11.1553

| 1323-0142-01 |

het is niet duidelijk, gezien ook de datering, waar dit precies thuishoort, maar het gaat wel over de stede die Jan Willems in handen heeft

Pauwels Ackermans treedt op als gemachtigd van de kinderen Jacob van de Kerckhove

Cornelis van Elsacker Gheertssen kent dat Nijs Hegge het stuk leen in de stede nooit opgedragen heeft

f° 83 r° - 05.03.1554 - Marck Nouts tegen Jan Coeckx

| 1323-0143-01 |

koop van schapen

Cornelis de Cuijpere zag dat onder de schapen van Marck Nouts schapen waren die 'kossemden' (kossem=zwelling?) en (doorgehaald) 'ook die de bolruijne hadden' (vermoedelijk kopschurft) en had vernomen dat Marck deze schapen gekocht had van Jan Koecken

Jan Barnaerdt Nouts kent item

f° 83 v° - 05.03.1554 - Cornelis van Staeijen timmerman tegen Cornelis van Aerde

| 1323-0144-01 |

rente

Willem Nout Stuijts kent dat Cornelis van Staeijen hem betaalde van een sister rogge op de stede in tereik en dat Cornelis van Aerde Henrickx hem voordien betaalde van het zelfde sister

f° 83 v° - 07.03.1554 - Jan Willems tegen Willem Thoens

| 1323-0145-01 |

cfr supra f° 81 v° e.a.

de stadhouder en de schepenen Jan van Bavele, Jan van Staeijen en Jan van Aerde kennen dat zij voor recht houden dat niemand zijn leengoederen voor recht mag stellen zonder akkoord van de leenheer maar kunnen in bepaalde gevallen wel als borg gesteld worden

verder f° 84 r° en f° 84 v°

f° 85 r° - s.d. - Lenaert Steenbackers tegen Griete van Staeijen

| 1323-0146-01 |

cfr supra f° 76 v°

Jan van Dietfoirt verklaart dat Laureijs Rombouts 8 pond betaald had

Marcus Loijcx, stadhouder, verklaart dat het stuk land 'verheergewaad' was tegen 8 pond br

f° 85 v° - 16.04.1554 - Henrick Cornelis Goris tegen Gheerdt Vorselmans

| 1323-0147-01 |

cfr supra f° 77 v°

Claus Diericx was aanwezig bij de koop tussen Henrick Goris en Geert Vorselmans waarbij Geert meer pand wou maar dat Henrick die niet kon geven en Geert uiteindelijk tevreden was

Gielis Thoens kent item

Thoomas Goris kent item

Lijsbeth x Gielis Thoens kent dat haar zoon Henrick Goris zei dat hij geen goederen had maar dat Geert tevreden was

Peeter Nouts kent item

f° 86 r° - 05.06.1554 - de heer tegen de weduwe en kinderen Cornelis Lenaert Boets

| 1323-0148-01 |

eigendom van erven

uit het leenboek blijkt niet aan welke zijde Matheus van Bavele dit "heijlaer" verkocht had

Jan en Cornelis van Bavele hebben nooit geweten dat hierover twist was tussen de heer van Loenhout en de leenheer

Henrick van Ijpenroij kent dat de pastoor hem op het heijlaer zond om de 'saeijen' te helpen steken en dat hij de stak boven het venneken zoals ook Casus Huefkens kent

Jan de Cuijpere zegt dat Matheus van Bavele hem de 'saeijen' liet steken aan Peeter Boets zijde

Cornelis van Bavele hoorde zijn vader meermaals zeggen dat dit leengoed lag naast Heijlken van den Bogaerde, zijn vader overleed wel 47 jaar geleden

Jan van Bavele hoorde zijn vader vaak zeggen dat dit leengoed gelegen was naast waar nu Peeter Boets stede is

Jan de Cuijpere kent item

f° 86 v° - 20.11.1554 - Lenaerdt Steenbackers tegen Griete van Staeijen

| 1323-0149-01 |

cfr supra f° 85 r° e.a.

Adriaen Ingelen vernam van Laureijs Jan Laukens dat het land dat deze tegen Margriete van Staeijen mangelde op 8 of 9 pond stond

f° 87 r° - s.d. - Adriaen Huefkens tegen Jan Hovelmans wagenmakere

| 1323-0150-01 |

cfr supra f° 64 r°

Cornelis Vorsspoel, vorster, kent dat Adriaen Huefkens, nadat deze het land gecalengierd had, naar deze erven stuurde en dat daar koren in schoven lag

Anthonis Wouter Laets kent dat daar koren lag en dat er boekweit stond dat Jan Hovelmans daaraf gehaald heeft

Meus Cornelis Meus kent item

f° 87 v° - s.d. - Jan Hovelmans tegen Bernaerdt Nouts

| 1323-0151-01 |

ontzetting van goederen en borgstelling

Cornelis Marck Marcx was aanwezig toen Jan Hovelmans de schout verzocht zijn goederen te ontzetten en dat hij zelf zich borg stelde

Cornelis Pauwels Gheens kent dat Jan Hovelmans op maandag in de goede week ten huize van de schout verzocht zijn goederen te ontzetten en dat Cornelis Marcx borg werd

f° 88 r° - 01.06.1554 - Peeter Nijs tegen Cornelis Thijs Pauwels

| 1323-0152-01 |

verkoop van stede

Bernaerdt Mars, liggende onder zijn heilig sacrament, verklaart met Peeter Thijs Pauwels in Hoogstraten te zijn geweest bij Peeter de Knoddere waarbij Peeter Thijs tegen Peeter de Knoddere zei dat hij van zijn goederen in Loenhout geld ontvangen had en dat hij Knoddere nu zou betalen, verder dat Kersten Thijs de stede waar Jan Peeter Nijs nu woont gekocht had van zijn vader Thijs Jan Pauwels en deze daarna terug verkocht had

f° 88 v° - 07.05.1554 - Marcus Loijcx, stadhouder, tegen Jan Henrick Hovelmans

| 1323-0153-01 |

betwisting van grond

Peeter van Dietfoort en Sijmon Thijs Theus getuigen

f° 88 v° - s.d. - Jan van Staeijen tegen Cornelis van Elsacker

| 1323-0154-01 |

cfr supra f° 76 r°

Cornelis van Elsacker kent dat hij de kavel waarop Lenaerdt van Staeijen na zijn moeders dood op gedeeld was omgewisseld heeft

Peeter Nouts bijlken verklaart geen andere deel briefjes geschreven te hebben dan dewelke hij over gegeven heeft

Lenaerdt van Staeijen verklaart dat Cornelis van Elsackere alleen de pacht moest betalen van de erven hem van zijn moeder verstorven

f° 89 r° - 25.06.1554 - Michiel Verstraten tegen Adriaen Meus

| 1323-0155-01 |

bezetting van panden, procedure

volgens de rechtsprocedure kan men niemand zijn panden ontwinnen dan nadat men eerst aan betrokken de 'wete' heeft gedaan

de vorster verklaart dat hij de wete heeft gedaan aan de huurder Jan Goosem Lemmens en niet aan de eigenaar zijnde Michiel Verstraten

f° 89 v° - 03.07.1554 - Peeter Lenaerdt Boets als momboor van de kinderen +Dierick Boets en Kersten Diericx x Katrijne Dierick Boets tegen Cornelis Bode

| 1323-0156-01 |

over procedures in het laathof van jonker Jan van den Wijngaerde

de vraag wordt gesteld of er in dit laatschap voor Pauwels Aerts en voor mr Jan Vorspoel de meier van het laatschap ooit commissie getoond heeft om vierschaar te kunnen houden en waar de laten ten hoofde dienden te gaan

getuigen terzake Peeter van Onstaeijen, meer dan 60 jaar oud, en verder Jan van Bavele, 50 j jaar, Jan Hegge, 70 j, en Peeter van der Buijten, 49 jaar

f° 90 v° - 19.09.1554 - Cornelis van Aerde tegen Cornelis van Staeijen timmerman

| 1323-0157-01 |

cfr supra f° 83 v°

verwezen wordt naar een kwitantie dd 17.07.1544 waarbij Cornelis van Staeijen bekent betaald te zijn door Jan de Coninck

f° 91 r° - s.d. - de kinderen Cornelis Keeselmans tegen de erfgenamen Jan Pauwels Keeselmans

| 1323-0158-01 |

betaling

Henrick Jan Heijns verklaart het geld dat Cornelis Pauwels gegeven had van de hooimade op het hoogbos doorgegeven te hebben aan Jan Pauwels

f° 91 r° - s.d. - Kersten Diericx

| 1323-0159-01 |

cfr f° 89 v°

uit het laatboek blijkt dat Pauwels Aerts in 1542, 43, 44 en meer jaren stadhouder is geweest van het laathof jonker Jan van den Wijngaerde, in welke jaren Jan van Bavele schepen is geweest

f° 91 v° - 29.10.1554 - Peeter van Staeijen tegen Cornelis Pauwels Geens

| 1323-0160-01 |

schulden

Cornelis Vorspoel, vorster, verklaart ten huize van de weduwe Jan Gielis Larijen de wete gedaan te hebben van het bezet gedaan door Peeter van Staeijen van de achtergelaten goederen van Jan Gielis, dat de huisvrouw van Cornelis Pauwels daar ook aanwezig was en dat hij verbod had gedaan garen weg te dragen

Kersten Diericx hoorde Cornelis Pauwels zeggen dat toen Jan Gielis nog leefde tot hem gezegd had indien hij van het garen laken gemaakt had hij daarmee Cornelis Pauwels betaald zou hebben

f° 92 r° - 29.10.1554 - Cornelis van Elsackere als momboor van de kinderen Willem Luijcx tegen Mathijs van den Bogaerde

| 1323-0161-01 |

verkoop van stede en voorwaarden

uit de voorwaarden dd 23.01.1550 svl blijkt dat Cornelis van Elsackere als voogd en Aerdt Vergult als toeziener van de weeskinderen Willem Luijcx een stede zullen verkopen, en dat daaruit jaarlijks uitgaat aan de heer van Loenhout 10 st, de nonnen van Antwerpen 20 st en tot behoef van het zingen van missen 30 st

heer Lambrecht van den Buelcke, pastoor, kent dat Dingne x +Pauwels Jan Boets hem minstens 2 jaar betaald heeft voor het zingen van de missen

f° 92 v° - 26.11.1554 - Adriaen Anthonis Meus tegen Michiel Verstraten

| 1323-0162-01 |

cfr supra f° 89 r°

Henrick van Sinte Hubrechts, vorster, verklaart de wete gedaan te hebben aan Jan Goosem Lemmens en dat de goederen die deze in huur had bezet waren door begeerte van Adriaen Anthonis Meus

Jan Goosem Lemmens verklaart dat de vorster hem de wete gedaan heeft en dat hij dit aan Michiel Verstraten gezegd heeft dewelke hem zei de goederen dan te ontzetten

Ghijsbrecht de Bije, gedurende meer dan 30 jaar vorster geweest zijnde, verklaart dat hij de wete deed aan diegene die de goederen in handen had

Henrick van Sinter Hubrechts en Cornelis Vorspoel, beide vorsters, kennen item

Pauwels Aerts, gewezen stadhouder, kent dat hij de wete deed aan de 'grond' en ook aan diegene die de lenen gebruikte en niet verder, uitgezonderd één keer aan Willem Hovelmans die bij Bergen woonde, dit op verzoek van partijen

f° 93 v° - s.d. - de kinderen Willem Cornelis Luijcx tegen Mathijs van den Bogaerde

| 1323-0163-01 |

cfr supra f° 92 r°

verwezen wordt naar het missaal waaruit zou blijken dat de 30 st gehypothekeerd staan op drie huizen in Huffel en niet op het huis van aanlegger

Gielis Thoens, 60 j, meent dat het huis waar Mathijs van den Bogaerde nu woont daar niet in stond en dat Peeter inde Bijle dit daarbij zette

Peeter van Dietfoort, schepen, kent item, verder dat van 'muerken heer Jans brouhuis tusschen Jan Martens schuure' geen huizen stonden maar een lange dorenhaag was en dat het zelve huis daar geen 50 jaar gestaan heeft

f° 94 r° - 24.12.1554 - de erfgenamen Marie Wouters tegen Willem Loijcx

| 1323-0164-01 |

rente

verwezen wordt naar een schepenbrief van Antwerpen dd 12.04.1483 waaruit blijkt dat Jan Hegge +Janssen, strodekker, Loenhout, een jaarlijkse rente van 5 st gr br verkocht aan Jan Dingen Peeterssen, Merksem, op een beemd in Loenhout op de "boeckheester" W Jan van den Wijngaerde O Cornelis Huijgens N Sijmon Lemmens

verwezen wordt naar het cijnsboek waaruit blijkt dat Willem Jan Loijcx betaald voor een vierendeel bunder beemd op de "boeckheester" W de beek Z Peeter Pauwels N het klooster van Tongerloo en dat voorheen toebehoorde Goosem Lemmens

f° 94 v° - 02.01.1555 - Peeter Cornelis Nijs tegen Cornelis Thijs Pauwels Geens

| 1323-0165-01 |

cfr supra f° 88 r°

Cornelis van den Bogaerde kent dat Thomas Thijs Pauwels met Cornelis de Lazarus koren maaide op dit stuk land, maar dat zij dit koren niet van het veld haalden en zeiden dat zij het proces verloren hadden

Cornelis Abrahams van Huijsen, gewezen toeziener, kent dat van de goederen uitkoop was geweest maar weet niet meer of er geld afgegeven werd

Cornelis Pauwels Gheens kent dat hij als voogd van Heijlken en Lenaerde, nu aanleggers, aanwezig was toen Kersten Thijs hen uitkocht maar dat zij geen geld kregen en het goed dan ook niet opgedragen werd

Peeter Thijs Pauwels kent dat Cornelis Pauwels Gheens van de beemd die hij van Kersten Thijs kocht 5 pond br onderhield ten behoeve van de huisvrouw van Bastiaen van Aerde en haar zuster Heijlken, welke 5 pond kwamen van de uitkoop van de stede waar Jan Peeter Nijs nu woont

f° 95 r° - 21.01.1555 - Adriaen van den Wijngaerde tegen Agneese x +Peeter Diericx

| 1323-0166-01 |

verwantschap en calengiering

schepenen kennen dat Peeter Cornelis Loijcx en Cornelis Loijcx twee broers waren, dat Peeter Cornelis Loijcx de vader was van heer Peeter Loijcx, priester, en dat Cornelis Loijcx de vader was van Katrijne, moeder van Adriaen van den Wijngaerde

de schout en de schepenen Jan Keeselmans en Henrick van der Buijten verklaren dat Adriaen van den Wijngaerde de stede calengierde vooraleer heer Peeter deze opgedragen had

f° 95 v° - s.d. - Peeter Nijs tegen Bastiaen van Aerde

| 1323-0167-01 |

cfr supra f° 94 v°

Cornelis Gheerts van Elsackere hoorde Cornelis Pauwels tegen Kersten Thijs Pauwels zeggen dat hij de kinderen hun geld niet gaf waarop Kersten zei dat hij de beemd zou verkopen en dan de kinderen betalen

uit het cijnsboek zou verder blijken dat in de stede die Thijs Jan Pauwels aan zijn zoon Kersten verkocht meer erven dan leen is

f° 96 r° - s.d. - Agneese x +Peeter Diericx tegen Adriaen van den Wijngaerde

| 1323-0168-01 |

cfr supra f° 95 r°

de schout en de schepenen Jan Keeselmans en Henrick van der Buijten kennen dat een maand geleden Adriaen van den Wijngaerde begeerde het goed te calengieren

de schout en de schepen Jan van Bavele kennen dat Agneese het goed ontvangen heeft op 07.01.1555

vervolgt f° 97 r°

f° 96 v° - 21.01.1555 - Laureijs Jan Nouts tegen Hubrecht Lenaerdts

| 1323-0169-01 |

huur van erve

Cornelis Lambrecht van Onstaijen was met de kermis bij Laureijs Jan Nouts waar Hubrecht Lenaerdts in huis kwam en waar zij op 2 Kgld na akkoord gingen over de verkoop van een hooimade welke Laureijs, oom van deposant, toen van Hubrecht huurde voor 7 Kgld per jaar

de vorster kent dat hij op verzoek van Laureijs Jan Nouts het hooi 'arresteerde' dat Hubrecht Lenaerdt gehooid had

f° 97 v° - 18.02.1555 - Cornelis Gheerts van Elsackere tegen Jan van Staijen

| 1323-0170-01 |

cfr supra f° 88 v°

Mathijs Claus Heijlens kent dat zulke 3 st 1 oort die zijn moeder heffende was betaald werden door Jan van Staijen, vader van aanlegger, na de dood van zijn huisvrouw Margriete, en heeft deze nooit horen zeggen dat Cornelis van Elsackere die schuldig was

Peeter Nouts bijlken meent dat hij de briefjes tussen de kinderen Jan van Staeijen geschreven heeft na het overlijden van Jan van Staeijen en weet niet of Cornelis van Elsacker bij de deling aanwezig was, bij de deling na de dood van Margriete was hij niet aanwezig

Peeter van Staeijen heeft Cornelis van Elsacker niet gezien in de deling na zijn vaders dood

f° 98 r° - 04.03.1555 - Joos Hubrechts tegen de erfgenamen Peeter Martens

| 1323-0171-01 |

betaling

Wouter van den Cloote, schepen, hoorde Peeter Martens zeggen toen Nout de Cuijpere om betaling dingde van de erfgenamen Peeter Martens opt Hesschot dat deze toen zeiden dat zij Peeter opte rijdt daarvan betaald hadden

Jan van Bavele, schepen, kent item

Aerdt van de Velde kent dat Peeter opte rijdt bij hem was en dat Joos Huijbs, Nijs van Bavele en Nout de Cuijpere daar ook kwamen en dat Peeter Martens toen langs achter buiten ging. Hij had Peeter ook horen zeggen dat Joos hem 5,5 V rogge betaald had met geld voor de huisvrouw van Nout Cuijpers

f° 98 v° - 04.03.1555 - de schout tegen Grieten van Staeijen

| 1323-0172-01 |

schuld

Jan van Bavele, schepen, verklaart dat toen Anthonis Verwilt 'int ijser was' Margriete van Staeijen beloofde te betalen als haar eigen schuld alzo de schout en Anthonis Verwilt gerekend hadden, nl 4 Kgld 17 st min 10 st die Anthonis van de schout verdiend had met zagen

Ghijsbrecht Jan Pauwels en Gielis Thoens waren aanwezig toen Margriete dit aan de schout beloofde

Jan van Staeijen, schepen, kent item; Margrite van Staeijen is de moeder van Anthonis Verwilt

f° 99 r° - 04.03.1555 - Henrick Valckemans tegen Henrick Jan Marcx

| 1323-0173-01 |

verkoop van koe

Willem de Grauwe kent dat Henrick Valckemans een koe verkocht aan Anthonis Wouter Laets en dat deze de koe aan hem doorverkocht waarvoor hij 10 st in het gelag gaf, 4 Kgld aan Henrick Marcx, hij zelf kocht de koe voor 12 Kgld en hield de rest van het geld in voor wat Henrick Valckemans hem nog schuldig was

Cornelis Peeter Martens was ook bij de koop aanwezig

f° 99 v° - s.d. - Adriaen van den Wijngaerde tegen Agneese

| 1323-0174-01 |

cfr supra f° 96 r°

Mariken x Cornelis Ijsendonck verklaart dat Agneese haar aan Adriaen van den Wijngaerde liet vragen om de lijfkoop van het huis weer te geven, en dat Adriaen meer verwant was dan zij zelf

f° 100 r° - 26.03.1555 - de erfgenamen Peeter Jan Snellen en de huisvrouw van Cornelis van Elsacker tegen de erfgenamen Peeter opte Rijdt

| 1323-0175-01 |

rente op de "hulsdonck"

uit het leenboek blijkt dat Peeter Jan Snellen x Katrina beemd de "hulsdonck" ontvingen in januari 1552, uit welke beemd de 10 V rogge uitgaan

uit een certificatie Breda dd 03.09.1553 blijkt dat Adriaen van Duerne verklaarde dat men hem nog 20 V rfogge ten achter is

f° 100 r° - s.d. - Joos Huijbs tegen de erfgenamen Peeter Martens

| 1323-0176-01 |

rente

uit een brief van Aernout de Cuijpere niet meer heft dan 18 L rogge op het "hesschot"

f° 100 v° - 26.03.1555 - Cornelis Peeter Keeselmans tegen Jan van Dietfoirt voor zijn vrouw cum suis

| 1323-0177-01 |

rente

Kersten Diericx hoorde Jan Pauwels Keeselmans als voogd van de kinderen Cornelis Pauwels Keeselmans zeggen dat die kinderen de 2 V rogge die Marten Peeter Martens heffende was op "lischot heijde" moesten betalen, en welke goederen nu in handen zijn van Cornelis Peeter Keeselmans

Marten Peeter Martens verklaart dat niemand anders dan Jan Pauwels Keeselmans hem betaald heeft zo lang hij de rente heffende is, hoorde Jan Pauwels Keeselmans tegen Kersten Diericx zeggen dat hij de 2 V rogge van Marten Peeter Martens moest afdragen aan de nakinderen van Cornelis Pauwels, kent nog dat na de dood van Jan Pauwels hij werd betaald door Jan Keeselmans alias brouwere

f° 101 r° - 27.05.1555 - Cornelis van Elsacker Geertssen tegen Jan van Staeijen

| 1323-0178-01 |

cfr f° 97 v° e.a.

Peeter Nouts Bijlken verklaart dat Cornelis van Elsacker niet aanwezig was toen hij de deelbrieven tussen de erfgenamen Jan van Staeijen opstelde

Lenaert van Staeijen kent dat hij met zijn broers en zuster gedeeld had vooraleer hij met Cornelis van Elsacker hun moeders versterf mangelde

f° 101 v° - 01.04.1555 - de weduwe en kinderen Jacob Delijen tegen Peeter Willem Bode

| 1323-0179-01 |

cfr f° 74 v°, rente

aan schepenen en secretaris wordt gevraagd te affirmeren dat ten tijde van de verkoop van het heiblok Adriaen Wouters klerk was en dat hij zeer onzorgvuldig was en dikwijls zaken vergat op te schrijven, waarop schepenen enkel bevestigen dat in die periode Adriaen Wouters effectief klerk was

de koop van de hoeve door Peeter Bode zou na het schrijven van het heiblok geschied zijn

Jan de Cuijpere verklaart dat toen zijn broer Peeter de Cuijpere het heiblok en bos nog bezat de schout Gheeraert Imbrechts van hem (Peeter) veel heesters kocht voor de heer, dit wel bij de 23 jaren geleden

Ghijsbrecht de Bije verklaart dat toen Jacob Delijen het bos ingewonnen had hij vorster was hij dit bos zijn 'kerckgeboden' gaf, dat hij voorheen het schaarhout kocht van Peeter de Cuijpere maar de heesters liet staan

verder 29.04.1555

Lenaerdt Peeter Nouts verklaart dat uit het heiblok en bos, toen nog eigendom van Peeter de Cuijpere, heesters aan de schout verkocht waren ten behoeve van de heer, en daarbij geholpen werd door Peeter Nijs, Peeter van de Sande en Peeter van Bavele en ook Cornelis Marcx

Jacob Delijen zou de goederen opgewonnen hebben op 11.02.1538

f° 102 v° - 07.05.1555 - Peeter Nijs tegen Bastiaen van Aerde

| 1323-0180-01 |

cfr f° 95 v°

Cornelis van Staeijen Cornelissen woonde vroeger bij Willem Sijmons, verklaart dat deze aan Lenaerdt x Bastiaen van Aerde een halve V rogge mat waarbij zij zich tevreden verklaarde

Peeter Nijs verklaart dat hij Peeter de Hoevenaere 'ten ijersten' zou geleid hebben als deze niet 'cranck' was geweest

f° 103 r° - 07.05.1555 - Cornelis Pauwels Geens tegen Peeter Cornelis Nijs

| 1323-0181-01 |

leen

uit het leenboek blijkt dat Lijsbeth Jan Pauwels Geens 3 V rogge ontvangen heeft op 3 L zaailand, verder dat Kersten Thijs Pauwels en Neelken Pauwels Geens daarin elke de helft ontvangen hebben in broederlijk en zusterlijk recht

f° 103 r° - s.d. - Jan Delijen tegen Peeter Bode

| 1323-0182-01 |

het is onduidelijk waarop dit precies terugslaat

f° 103 v° - 15.05.1555 - Peeter van den Bossche tegen Peeter Willem Bode

| 1323-0183-01 |

levering van koren

Peeter de Cuestere, ca 22 j, woonde vroeger bij Peeter van den Bossche op de hoeve van Peeter Willem Bode, ging daarna met Peeter van den Bossche in Brecht wonen. Het koren op het veld werd na de oogst gebracht in de schuur van vs hoeve. Daarna hielp hij het koren dorsen en leverde hij 73 V rogge aan Peeter Willem Bode, waarvoor deze 2 V rogge van zijn pachting kwijt schold aan Peeter van den Bossche

verklaart verder dat Lijncken x Peeter Willem Boets elke avond opschreef hoeveel ze leverden

Cornelis Ghiel Buijens de jonge, ca 35 j, bevestigt bovenstaande

Peeter van den Bossche zou vrijdag ll nog in Antwerpen bij vs Lijnken geweest zijn die hem bevestigde dat zij het geschrift aan Peeter Bode gegeven had

f° 105 r° - s.d. - Peeter Nijs voor zijn moeder tegen Goosem Lemmens de jonge

| 1323-0184-01 |

rente

Wouter van den Clote, schepen, kocht eertijds van Mathijs van de Vekene Janssen een rente van 7 L en het vierendeel in een half L rogge en 8 st een groten br waarvan de panden nu in handen zijn van Goosem Lemmens de jonge

Mariken Mathijs van de Vekene dr x +Cornelis Nijs en Lijsbeth x +Jan Bouwens kennen dat zij samen zijn gedeeld op vs rogge rente op vs goederen en ieder nog op 8 st een grote br, verder was ook Lucije van de Vekene x +Peeter Jan Nijs op zelfde rente en 8 st een gr br

verwezen wordt naar de verkoopakte dd 12.11.1527 waarbij de kinderen en erfgenamen Henrick van de Vekene een stede met huis en erven in Terbeek aan het "heijcken" zullen verkopen

Jan van Bavele, schepen, verklaart dat dit de stede betreft waar Goosem Lemmens nu woont

f° 105 v° - 26.06.1555 - Andries Huefkens tegen Cornelis Jan Michiel Buijens

| 1323-0185-01 |

uitkoop van nalatenschap

Jab (Jacob) Zebrechts en Marten Thuen Theus verklaren aanwezig geweest te zijn in Westmalle alwaar Cornelis Jan Michiel Buijens en Henrick Huefkens beiden zeiden dat vs Cornelis zijn zuster Claere x vs Henrick uitkocht van hun vaders versterf en Cornelis beloofde met kerstmis 8 pond br met een jaar rente te geven

Cornelis zou nu met kerst twee jaar geleden de penningen betaald hebben

f° 106 r° - zonder hoofding, blijkbaar vervolg aan f° 105 r°

| 1323-0186-01 |

Jan van de Vekene, Peeter van de Vekene en Jan Bouwens van Malle cum uxore hebben in de koop geconsenteerd, present Peeter Jan Nijs cum uxore

Jacob Peeter Diericx verklaart dat de 8 st 1 gr br toen hij de stede kocht niet uitgestoken waren en hijzelf deze bij verkoop ook niet uitstak

f° 106 v° - 08.07.1555 - Henrick van der Buijten nomine uxoris tegen Wouter Rombouts

| 1323-0187-01 |

vruchtgebruik bij overlijden echtgeno(o)t(e)

Cornelis Jan Marcx, ca 60j, hoorde zeggen dat men hier voor gewoonterecht hield dat de langstlevende zijn tocht behield in de achtergelaten goederen van de eerst overledene

Ghijsbrecht de Bije, 30 jaar of meer vorster geweest, ca 72j, verklaart item, deed dit zelf ook tgo zijn kinderen

Kersten Diericx, ca 44j, kant dat zijn vrouw Katrijne na het overlijden van haar eerste man Peeter Keeselmans de tocht in diens goederen behield

Cornelis Keeselmans, schepen, ca 30j, kent dat zijn moeder na het overlijden van zijn vader de tocht behield in de achtergebleven goederen

Jan Hegge, ca 74j, heeft wel over de 50 jaren horen zeggen dat men dit voor gewoonte hield

Peeter Jan Nout Luijcx, ca 70j, item

f° 107 r° - 09.11.1555 - Cornelis Pauwels Geens tegen Peeter Nijs

| 1323-0188-01 |

erfenis, ook cfr f° 103 r°

Jan Hegge, ca 68j, (nota: zie vorige akte, Jan Hegge ca 74j) en Goosem Lemmens, ca 62j, verklaren dat Mathijs Jan Pauwels (de vader van Kersten Thijs) een zuster had genaamd Lijsbeth, wonende in Antwerpen, gehuwd met een zeker Jan die kuiper was

vs Lijsbeth was gedeeld op land achter de stede dat gebruikt of gehuurd werd door Mathijs Jan Pauwels

f° 107 v° - 27.04.1556 - Henrick van der Buijten tegen Wouter Rombouts

| 1323-0189-01 |

cfr f° 106 v°

Sijmon Thijs Theus en Peeter Cornelis Nijs kennen dat Henrick van der Buijten sinds 5 jaar in Neerven woont, nu met zijn huidige vrouw

Peeter Cornelis Nijs hoorde nog dat Henrick met zijn vrouw gedeeld is van haar kinderen en dat zij de tocht behield in de goederen van haar eerste man +Jan Laureijs Rombouts

getuigen hebben niet gehoord dat de kinderen niet tevreden waren met de deling

f° 108 r° - 08.07.1555 - erfgenamen Peeter Martens opte Rijdt tegen Joos Huijbs

| 1323-0190-01 |

rente

Aernout de Cuijpere verklaart dat er om bewuste rente van 5 V rogge vaak twist is geweest en dat hij tijdens het leven van Peeter Martens vaak de erfgenamen van opt Hesschot heeft doen bezetten

verder 02 september

uit het bezetboek blijkt dat Aernout de Cuijpere bezet heeft Marten de Lange als gebruiker voor 18 L rogge en 10 V

f° 109 r° - s.d. - Adriaen Anthonis Meus tegen Michiel Verstraten

| 1323-0191-01 |

cfr f° 92 v° ea

Michiel Vertsraten ontkent de erfdom van aanlegger, deze zegt op zijn beurt dat Michiel eertijds verklaarde dat Gheert de Wege de stede waarop hij nu woont kocht voor 46 pond br waarvan Willem de Backere de helft had en de kinderen Jan Claus Goosems de andere helft, waarbij het kind van Jan Claus Goosems dochter een vijfdedeel. 'welk kind Peeter Jan Nout Luijcx bewaert ende aanleggere in dese is'

Item kent Goosem Claus Goosems

verwezen wordt naar schepenakte dd 16.08.1546 waarbij Geert de Wege de schuld bekent aan Peeter Jan Nout Luijcx van 2 Kgld 15 st en belooft een brief te verleiden van 13 st 2,5 oort op rekening van Adriaen Anthonis Meus

Peeter Jan Nout Luijcx presenteert te affirmeren dat Claus Goosems dochter genaamd Lijsken de moeder was van Adriaen Anthonis Meus

(nota opsteller: wij hebben de akte waarnaar verwezen wordt vooralsnog niet teruggevonden, want uit bovenstaande is niet duidelijk of vs Lijsken nu de dochter is van Claus Goosems of van Jan Claus Goosems)

f° 110 r° - 05.11.1555 - Kersten Diericx tegen Cornelis Bode

| 1323-0192-01 |

cfr f° 89 v°

in deze aangelegenheid werd reeds vonnis gewezen op 22.10.1555

Jan Cornelis Keeselmans kent dat hij voor hem alsook voor zijn zusters in 1552 heeft doen bezetten Cornelis Bode en zijn goederen voor het gebrek van afdracht van 20 st jaarlijks welke Cornelis Bode dan ontzet heeft

in die periode bezat Cornelis Bode een koe en meer roerende goederen, maar op het ogenblik van de uitvoering van het vonnis zei Cornelis Bode dat die hem niet toebehoorden, waarna hij Cornelis Bode 'in hechten van het ijser heeft moeten doen halen'

gevraagd wordt aan schout, schepen en aan Peeter van der Buijten, klerk, dat hen wel bekend was dat Cornelis Bode zich verscholen hield buiten de heerlijkheid van Loenhout voor de tijd van 6 jaren

verwezen wordt ook naar het schepenregister waaruit blijkt dat in 1552 Cornelis Bode gezworen heeft dat hij geen roerende goederen zou vervreemden

f° 111 r° - 09.11.1555 - Jan van Dietfoirt tegen Cornelis Keeselmans

| 1323-0193-01 |

cfr f° 100 v°

Kersten Diericx hoorde de vrouw van Jan van Aerde zeggen dat de erfgenamen van Jan Pauwels de oude gelijkerhand moesten betalen de 2 V rogge die Willem Puts heffende was op de goederen Cornelis Keeselmans

Jan Cornelis Keeselmans, Jan van Dietfoirt en Joris Christiaens wordt gevraagd te affirmeren dat zij Cornelis Keeselmans hebben horen zeggen dat ten tijde zijn vader de stede, die Cornelis nu bezet heeft, kocht hem aangemaand is alle renten en pachten die uit vs goederen schuldig waren jaarlijks te betalen, en dat eventueel verzwegen kommer zijn mede erfgenamen die zouden moeten afdragen

de rente waar nu kwestie om is zou verzwegen kommer betreffen

f° 111 v° - 13.11.1555 - Wouter Jan Rombouts tegen Henrick van der Buijten

| 1323-0194-01 |

cfr f° 107 v°

Godevaert Steenbackere was als toeziener bij de deling tussen Wouter Rombouts en consorten en hun moeder

f° 112 r° - 23.12.1555 - Jan van Eekele tegen Lambrecht van Bavele

| 1323-0195-01 |

verkoop van stede

Claus van den Broecke, 54j, oud schepen in Wuustwezel, verklaart dat toen de stede van de erfgenamen Steven Wouter Goris verkocht werd, hij met meer anderen zat te drinken op de hoogkamer bij Peeter van der Buijten, dat Jan van Eekele de eerste slag van de verkoop had waarop Adriaen van Aken zei dat hij de stede niet zou houden , dat ze zou 'verhuecht oft ontcalengiert' worden

Jan Maes, ca 55j, kent item

Jan Peeter Joos, ca 28j, hoorde Adriaen van Aken tegen Jan van Eekele zeggen ...

schout en secretaris verklaren dat Lambrecht van Bavele stede en hoeve aanvaard heeft

als schepenen worden vernoemd: Jan Keeselmans, Wouter van den Cloote, Henrick van der Buijten, Jan van Staeijen, Peeter van Dietfoirt, Cornelis Keeselmans en Jan van Bavele

f° 112 v° - 08.01.1556 - Mathijs van Aerde tegen Anthonis Acdorens

| 1323-0196-01 |

verkoop van schapen

Joos Hubrechts meent dat de schapen die Anthonis Acdorens verkocht aan Mathijs van Aerde de 'bolruijde' hadden

Ghijsbrecht de Bije en Jan de Cuijpere verklaren item, en dat vs Anthonis dit bij de verkoop had gezegd

f° 113 r° - 14.01.1556 - Wouter Jan Rombouts tegen Henrick van der Buijten

| 1323-0197-01 |

cfr f° 111 v°

Cornelis Jan Nout Luijcx, ca 70j, altijd te Loenhout gewoond hebbende, heeft nooit geweten dat de langstlevende de goederen in tocht bleef bezitten

Peeter Jan Nout Luijcx, ca 60j, kent item

Cornelis Jan Marcx, meer dan 60j, kent item

Peeter Nouts, ca 62j, was aanwezig bij de deling tussen de weduwe Peeter Pauwels en haar kinderen waarbij de weduwe de oude goederen van Peeter Pauwels 'betochtte' maar deze goederen deelde half om half, dit 19 of 20 jaar terug

Jan Praeijens was bij de deling na de dood van Wouter Snels tussen de weduwe Marie en Wouters erfgenamen, en dat men deelde half om half, Laureijs van Aerde en Peeter van Onstaeijen zeiden toen dat zij tocht mocht houden in de oude goederen maar niet in de verkregen goederen

Laureijs van Aerde en Peeter van Onstaeijen zouden schepenen geweest zijn over de 40 jaren

f° 113 v° - 12.01.1556 - Peeter Willem Bode tegen de weduwe Jacob Delijen

| 1323-0198-01 |

cfr f° 101 v°

verwezen wordt naar de 'costumen' van Loenhout waarbij, indien enige crediteurs ten achter zijn aan hun onderpanden, men de onderpanden bezet voor hun gebrek van binnen jaars en de roerende goederen voor het gebrek van buiten jaars

nota: gaat verder f° 116 r° en v°, procedure

f° 114 r° - s.d. - Heijnrick van der Buijten tegen Wouter Jan Rombouts met zijn broers en zusters

| 1323-0199-01 |

cfr f° 113 r°

Joos Puls, ca 46j, h geestmeester in Brecht, verklaart dat bij de scheiding tussen Katrijne x Henrick van der Buijten en haar kinderen de voogd en de kinderen Wouter en Katrijne wel tevreden waren dat hun moeder haar tocht behield

Godevaert Steenbackers, ca 53 j, kent dat vs kinderen en hijzelf als toeziener wel tevreden waren, kent nog dat hij in naam van de kinderen in Brecht ten huize van Pauwels Aerts met Heijnrick van der Buijten vergaderd was en hoorde daar niet dat de kinderen niet tevreden waren

de getuigen Jan van Bel, Wouter van den Cloot, Peeter Tuens, Peeter van der Buijten, Ghijsbrecht de Bie en Gielis Toens kennen dat volgens gewoonterecht in Loenhout de langstlevende de tocht mag behouden in de oude goederen

f° 117 r° - 20sten (geen verdere datum) - Dierick van Linden tegen Peeter Frans

| 1323-0200-01 |

niet gekend

Jan Jan Nijs verklaart een of twee brieven uit het sterfhuis Franck Marcelis buiten gebracht te hebben, Peeter Frans was aldaar aanwezig

f° 117 r° - 03.02.1556 - Pauwels Ackermans tegen Dierick Hegge

| 1323-0201-01 |

eigendom van weide

Goosem Lemmens verklaart dat de weide die Dierick Hegge nu in handen heeft eertijds toebehoorde +Nijs Hegge, dat na diens dood Dierick de weide verkocht aan Claus der Wewen maar ze terug in handen kreeg daar ze nooit opgedragen werd

f° 117 v° - 17.02.1556 - Jan van Eekele tegen Lambrecht van Bavel

| 1323-0202-01 |

cfr f° 112 r°

Jacob Huijbrecht Coppen Jans was aanwezig bij de bespreking van de koop van de hoeve tussen Jan van Eekelen en Lambrecht van Bavel

Peeter van Eekele was met Jan van Eekele ten huize van de schout om na opdracht van de hoeve deze te ontvangen, en dat er veel woorden waren of Jan van Eekele de koop zou overdragen aan Lambrecht hetwelk vs Jan evenwel niet begeerde, nadien calengierde Lambrecht de koop in naam van zijn vrouw

Jan van Staeijen kent dat de calengiering aan Lambrecht aangewezen werd

verder f° 118 r°

vraag aan de getuigen Claus van den Broecke, Jan Maes en Jan Peeter Joos, waarvan het antwoord is vervat f° 112 r°

verwezen wordt naar de voorwaarden waarop de erfgenamen met hun voogd Adriaen van Aken en hun toeziener Jan Sijmons de hoeve in Popendonck verkocht hebben

f° 119 r° - 03.02.1556 - Pauwels Ackermans tegen Dierick Nijs Hegs

| 1323-0203-01 |

cfr f° 117 r° en andere betwistingen

verwezen wordt naar de inventaris door verweerder op 21.08.1543 geleverd waarbij geen sprake zou zijn van geld munten, goud of zilver, van wollen klederen, hemden etc dan alleen van 'een paer quade slapelakens en een lange hantdweijle'

er is ook geen melding van rogge, gerst, haver, boekweit etc

evenmin melding van de erven die verweerder aan Claus Aertssen verkocht, gelegen achter de stede wijlen de verweerder en Djenneken Verdijck zijn huisvrouw in haar leven toebehorende

gevraagd wordt aan Marie Claus Aertssen of de erven die zij en haar man van Dierck Nijs Hegs kochten nu weer in diens bezit zijn

item te vragen aan Goosem Lemmens, Jan Willem van den Wijngaerde en Ghijsbrecht de Hoevenaere et uxor

verwezen wordt nog naar het leenboek waaruit blijkt dat in vs erve een stuk leengoed is gelegen en verweerder niet in het leenboek gekend is

nog te vragen aan Cornelis Boeije, Gabriel van Aerde, Ghijssbrecht de Hoevenaere, Jan Willems van den Wijngaerde, Marie Claus Aertssen, Goosem Lemmens of Dierck Hegge na het overlijden van zijn vrouw Jenneken Verdijck eiken bomen, staande in het 'straetken achter tzuere' op de stede waar Dierck bij zijn vrouw Jenneken woonde, verkocht heeft aan Claus Aertssen (der Wewen)

f° 120 r° - 02.03.1556 - Adriaen de Molenare tegen Jan de Cuijper

| 1323-0204-01 |

levering van koren

Henricx Marcx kent dat Adriaen de Molenaere 4 st gaf aan Jan de Cuijpere om 25 V rogge te zetten, welke Jan zette op 22 st de veertel, en dat er zou geleverd worden omtrent wesel kermis

Cornelis de Cuijpere kent item

Jan van Staeijen hoorde Adriaen aan Jan vragen wanneer hij dat koren zou leveren, waarbij Jan zei tussen bamis en allerheiligen

f° 120 v° - 11.02.1556 - Peeter Nijs tegen Cornelis Pauwels

| 1323-0205-01 |

cfr f° 107 r°

Peeter Thijs Pauwels Geens hoorde zijn broer Kersten zeggen dat Cornelis Pauwels Geens uit de goederen verstorven van hun 'moeije' Lijsbeth zou blijven met een L zaailand en 'moeij marikens bemdeken' voor zijn deel

vernam van Peeter Cornelis Pauwels Geens dat hij van het L zaailand geld ontvangen heeft

f° 121 r° - 17.02.1556 - Hubrecht Lenaerts tegen Laureijs Jan Nouts

| 1323-0206-01 |

cfr f° 96 v°

Lenaerdt de Beuckelaere was een jaar terug met Loenhout kermis met Hubrecht Lenaerts en diens vrouw bij Adriaen Verheijden in Popendonck en 's avonds bij Laureijs Jan Nouts thuis

Sijmon Haest was in Neerven op straat 'int avontspel' toen Huijbrecht huiswaarts reed en bij Laureijs Jan Nouts in huis ging, Huijbrecht en Laureijs over de huur van het hooi spraken maar niet tot een akkoord kwamen

f° 121 v° - 17.02.1556 - Claus Diericx tegen Michiel Verstraten

| 1323-0207-01 |

eigendom van erven

Corneis Keeselmans, schepen, zegt dat Willem van den Bogaerde heide en hout gehaald heeft op de erven die hij naar hij vernam zou gehuurd hebben van Michiel Verstraten, nu gekocht door Cornelis de Coninck

Cornelis Pauwels Geens kent item, dat dit gebeurde in de winter nadat Claus Diericx de erven uit sheeren handen gekocht had

Willem van den Bogaerde kent dat hij op verzoek van Michiel Verstraten het land bewerkte dat Michiel Verstraten ingewonnen had en toebehoord had Geert de Wege, en dat hij de opbrengst gevoerd had naar Wuustwezel tot Michiel Verstraten, dit in het eerste jaar na de dood van Geert de Wege

Claus Diericx zou de panden die Geert de Wege toebehoorden en die Marie Snels opgewonnen had gekocht hebben uit sheeren handen, waarna ook Michiel Verstraten zekere panden zou gekocht hebben

f° 122 v° - 16.03.1556 - Peeter van Aerde tegen Cornelis Marcx

| 1323-0208-01 |

rente

Joos Cornelis Marcx zoon verklaart 22 of 23 jaar oud te zijn

Peeter van Aerde zou 4 jaar geleden met zijn huisvrouw bij Cornelis Marcx zijn geweest met de hoofdpenningen van een rente van 3 V rogge welke Cornelis met zijn vrouw op hem waren heffende

f° 123 r° - 13.04.1556 - Claus Diericx tegen Peeter Jan van Staeijen

| 1323-0209-01 |

gebruik van land

de schout verklaart dat Peeter van Staeijen en Claus Diericx bij hem in huis kwamen en dat Peeter zei dat Claus een stuk land dat Claus in de "warande" gehuurd had over had, waarop de schout antwoordde dat hij daarmee tevreden was als hij zijn 'solaris of wijn' zou hebben

Jan Wouter Laets kent dat Peeter van Claus land huurde in de warande voor 5 Kgld

Quirijn Jan Geert Wils kent item

verder f° 123 v° - 27.04.1556

Jan Wouter Laets kent dat Claus Diericx een paard van Peeter van Staeijen kocht, waarbij afgesproken werd een deel te regelen met wat Peeter nog aan Jacob van Onstaeijen schuldig was en verder met de huur van de warande

Joos van Elsackere item

Peeter Willem Bode kent dat Peeter met Jacob van Onstaeijen overeen kwam dat hij Claus Diericx van zijnentwege zou uitwinnen

Jan van Staeijen, schepen, kent item

f° 124 v° - 11.05.1556 - meester Jan van Andele tegen de erfgenamen Peeter van Onstaeijen

| 1323-0210-01 |

afstamming

Adriaen Vermunten hoorde van zijn moeder dat Henrick Martens de vader was van Hilleken Martens die gehuwd had Peeter van Onstaeijen, verder dat Henrick Martens een zoon had genaamd Cornelis, maar heeft deze zelf niet gekend

Margriete x +Peeter Martens kent dat Henrick Martens een wettige zoon Cornelis had, en eveneens een dochter genaamd Hilleken, gehuwd met Peeter van Onstaeijen

Lijsbeth Jan Martens dr kent item

kennen verder dat vs Cornelis een wettige dochter heeft achtergelaten genaamd Peeternelle, dewelke huwde met een chirurgijn of barbier wonende in Antwerpen

Peeter Willem Bode kent dat deze barbier genaamd was mr Claus van Andele, dewelke samen met Peeternelle een zoon had genaamd mr Jan van Andele, hier aanwezig

Jan de Visoen kent dat vs mr Jan een zoon is van +mr Claus van Andele

f° 125 v° - s.d. - Anthonis Wouter Laets tegen Peeter van Staeijen

| 1323-0211-01 |

procedure

Jan Wouter Laets, Anthonis en Adriaen Huefkens ivm wijzen van getuigenis

f° 125 v° - 05.10.1556 - mr Jan van Andele tegen de erfgenamen Peeter van Onstaeijen

| 1323-0212-01 |

cfr supra f° 124 v°

mr Jacob van Andele x Joozijne verklaren dat zij in bovengenoemde zaak winners of verliezers zijn, kennen nog dat Peeternelle Cornelis Henrick Martens dr gehuwd had mr Claus van Andele, chirurgijn in Antwerpen, hebben deze allemaal gekend, verklaren verder dat mr Claus x Peeternelle 8 kinderen hadden waarvan 4 jong gestorven en 4 in leven zijn gebleven waaronder mr Jan hier present en een getrouwde dochter genaamd Katrijne van den Bossche

f° 126 r° - 03.08.1556 - Jan de Cuijpere tegen Adriaen Marcelis

| 1323-0213-01 |

levering van koren

Jan van Staeijen kent dat hij aan Jan de Cuijpere koren geleverd heeft om te verkopen

f° 126 v° - 31.08.1556 - Peeter Willem Boets tegen Wouter van den Cloote

| 1323-0214-01 |

rente

Wouter van den Cloote verklaart dat de rente die hij op Peeter Bode heffende is verschenen is lichtmis anno 1554 en 1555 svl, verder dat Bastiaen Verheijden kwitantie gaf aan Peeter Bode 20.01.1547, dat Peeter van den Bossche hem betaald heeft van lichtmis1548 en 1550 svl van de 8 V rogge jaarlijks die hij heft op de panden Peeter Willem Boets

Henrick de vorster kent dat Bastiaen Verheijden bij hem kwam en verlangde dat hij Peeter Bode verbieden zou Wouter van den Cloote te betalen

Laureijs van den Broecke ignorat

Wouter van den Cloote kent nog dat Bastiaen hem betaald heeft van de 24 V rogge voor de koe en het hooi en stro

f° 127 r° - 23.11.1556 - Henrick Jan Leijs tegen Cornelis Heijns

| 1323-0215-01 |

koop van schapen

Peeter Jan Bode hoorde dat Cornelis Heijns schapen kocht van Henrick Jan Leijs, maar hoorde niet spreken van goed of slecht

Cornelis Vorspoel, vorster, kent dat Henrick de schapen liever wou houden en voorstelde de lijfkoop weer te geven maar dat Cornelis Heijns verkoos de schapen te hebben

f° 127 v° - 07.12.1556 - de schout tegen Geerdt Vorselmans

| 1323-0216-01 |

slagen en verwondingen

Willem Delijen, ca 52j, en Jan Aerdts, ca 54j, beide schepen in Brecht, verklaren aanwezig geweest te zijn ten huize van de schout als keerslieden tussen Geerdt Vorselmans en zijn broers en zusters, en dat daar woorden rezen tussen Geerdt en zijn broer Peeter, dat Geerdt met een kan bier naar zijn broer gooide, waarna ze elke een opsteker trokken en naar mekaar staken waarbij Peeter verwond geraakte

Peeter van Eekele, schepene in Wuustwezel, kent item

f° 128 v° - 07.12.1556 - Jan van Staeijen tegenCornelis Geert van Elsacker

| 1323-0217-01 |

cfr f° 101 r°

verwezen wordt naar eerdere processen tussen Cornelis Geert van Elsacker en Lenaert Jan van Staeijen ter zake mangeling van erf... en uitsteken van rente en dat Lenaert aan Geert uitstak van wat hem nu van zijn moeder verstorven was 15 L rogge 1 L gerst 21 st

Cornelis Michiel van Elsacker geeft jaarlijks (en zijn vader voordien) zolang hij de "parsbemt" van Cornelis Geert van Elsacker gehad heeft 2 L gerst

Jan van Staeijen kent item, dat Cornelis geert van Elsacker elk jaar aan Griete van Staeijen 25 st gegeven heeft van het deel dat Cornelis van Lenaert van Staeijen gemangeld had

f° 129 r° - 07.12.1556 - Peeter van Staeijen tegen Geert de metsere

| 1323-0218-01 |

aanneming van werken

Henrick Peeter Martens was daarbij toen Gheert de metsere van Peeter van Staeijen aannam een schouw af te breken en weer op te metsen

f° 129 v° - 15.12.1556 - Jan van Dietfoirt tegen Cornelis Keeselmans

| 1323-0219-01 |

cfr f° 111 r°

Kersten Diericx hoorde van zijn vrouw Katrijne dat Lijsbeth van Aerde placht te zeggen dat de erfgenamen van de oude Jan Pauwels de 2 V rogge die Marten Peeter Martens nu heffende is gelijkerhand schuldig waren

Cornelis Lenaert van Staijen kent dat Cornelis Keeselmans en Jan van Dietfoirt ten huize van Jan Keeselmans waren waar zij woorden hadden en dat Cornelis Keeselmans tegen Cornelis Maes van Zundert en Cornelis Peeters, elke gehuwd met een dochter van Jan Keeselmans, zei dat 'wij de rente gelijkerhand moeten betalen'

f° 130 r° - 18.01.1557 - Jan Hovelmans tegen Claus de Timmerman

| 1323-0220-01 |

rente

Marck Nouts verklaart dat Jan Hovelmans na de dood van zijn vader gedeeld is op 10 L rogge op de goederen van Claus de Timmerman, en dat Jan deze wel 12 of 13 jaar geheven heeft

Agneese Hovelmans kent item

f° 130 v° - 15.02.1557 - de heer tegen Geert Vorselmans

| 1323-0221-01 |

cfr f° 127 v°

Jan van Bavele, ca 55j, en Jan Keeselmans, ca 35j, beide schepen, kennen zo Willem Delijen en Jan Aerts verklaard hebben

verder 26.04

Wouter van den Cloote, ca 44j, schepen, kent item

uit het register dd 19.02.1554 zou blijken dat Geerdt Vorselmans en zijn broer en zuster zich onderworpen hadden aan de uitspraak in hun onderlinge twist

Jacob van Onstaeijen, ca 46j, kent dat Geerdt Vorselmans nu nog in Breda en in de Raad van Brabant in rechte staat tegen zijn broers en zusters

f° 131 r° - 15.02.1557- de heer tegen Margriete van den Wijngaerde

| 1323-0222-01 |

Jan van Bavele, Jan Keeselmans, Peeter van Dietfoirt en Cornelis Keeselmans, schepenen, kennen ... (niet verder ingevuld)

f° 131 v° - 23.02.1557 - Hugo Olivier van den Wijngaerde tegen Christiaen Meus

| 1323-0223-01 |

eigendom van erven

Jan Hegge heeft geen kennis dat Cornelia Henrick Meus dr x +Olivier van den Wijngaerde leengoederen de "dorent" ooit opgedragen heeft noch dat die haar ooit toebehoord hebben, weet wel dat deze ooit toebehoord hebben Henrick Meus en huisvrouw, ouders van Cornelie en Christiaen vs

Ghijsbrecht de Bije, gewezen voogd van vs Cornelie, kent item

Peeter Cornelis Nijs heeft van Cornelia Oliviers haar deel in de "dorent" gekocht, welk hem door Christiaen Meus 'ontcalengiert' werd

f° 132 v° - 12.04.1557

| 1323-0224-01 |

informatie voor de heer ter zake de gracht die Geerdt Vorselmans uitgeworpen heeft tussen de erven van de heer en de zijne, waarover vonnis gewezen is 08.04.1557

Peeter Cornelis Nijs, ca 56j, hoorde van zijn vader dat de erven nu in handen van Geerdt Vorselmans en deze van de heer tot de nederhoeve behoorden en scheiden op een 'stromp eijck' van boven van het zuiden af komende

Peeter Nouts Bijlken, ca 52j, kent dat toen hij het stuk land, nu in handen van Geerdt Vorselmans, in gebruik had de 'cant of trempt' aan het west einde huurde van de rentmeester, en dat deze kant aan het zuid einde gepaald was met een stenen paal die er nog staat en zo noordwaarts liep op een 'strompeijck'

Peeter Joos, ca 57j, nu hoevenaar, hoorde dat de strompeik die uitgedaan is toebehoorde aan de heer

Marck Cornelis Nijs, ca 40j, kent dat de laatste keer dat hij de haag afgedaan heeft tot behoefte van de heer en dat hij de strompeik ook snoeide

Lenaert Bode Diericx kent dat de strompeik naast de kant stond daar die 'te slichten gebleven is'

f° 133 r° - 10.05.1557 - Marck Nouts tegen de kinderen Jan de Cuijpere

| 1323-0225-01 |

betaling

Cornelis de Cuijpere verklaart dat Jan de Cuijpere en Marck Nouts vergaderden ten huize van Anthonis van Dietfoirt, dat zij overeen kwamen dat de penningen die Marck aan Jan de Cuijper beloofd had nog een jaar mochten blijven staan, waarvoor Marck rente zou geven zodat hij 2 V rogge moest afleggen, vergaderden ook ten huize van Peeter van Staijen waarbij besloten werd dat de rente nog een jaar mocht blijven staan waarvoor Marck elke keer een kouslaken zou geven zodat nog een V rogge bleef af te kwijten

Peeter van Staijen kent het laatste punt

f° 133 v° - 18.05.1557 - Christiaen Heijn Meus tegen Hugen Oliviers

| 1323-0226-01 |

cfr f° 131 v°

Peeter Cornelis Nijs verklaart dat hij de "dorent" gekocht had van Neelken Oliviers met haar voogd Geert van Elsacker en dat Christiaen Meus hem dat 'ontcalengiert' had, Adriaen Wouters was toen stadhouder van Rutgeert van Duerne

Jan Hegge kent dat toen Cornelia x +Olivier deelde tegen haar wederpartijen Geert van Elsacker haar voogd was, was ook aanwezig toen Christiaen het geld telde aan Peeter Nijs

nota: tussen deze twee getuigenissen is vermeld Cornelis Frans leenheer

Cornelis Bouwen Hovelmans bekent aan Cornelis Frans de erfelijkheid van 8 V rogge jaarlijks en belooft betaling

f° 134 r° - 16.08.1557 - Cornelis Jan Goeijens tegen Peeter van Canatelbeke

| 1323-0227-01 |

betaling

Jan Scheelkens hoorde toen Peeter van Cantelle en Cornelis Jan Goeijens samen waren in Brasschaat ten huize van vs Peeter, dat zij woorden hadden dat Peeter in Antwerpen Cornelis aan geld zou helpen

Adriaen Cornelis Scheelkens item

indien Peeter niet zou kunnen helpen zou hij het gelag niet moeten betalen

f° 134 v° - s.d. - Margriete van den Wijngaerde tegen Jan Keeselmans

| 1323-0228-01 |

schulden

Wouter van den Cloote, schepen, was lang gelden aanwezig ten huize Peeter van Onstaijen alwaar Margriet van den Wijngaerde een groot boek meebracht van kosten die zij eiste van Wouter Loijcx en waarvoor Jan Keeselmans borg stond

Jacob van Onstaijen kent dat Jan Keeselmans beloofd had te betalen

f° 135 r° - geen hoofding

| 1323-0229-01 |

overname van stede

Matheus de Ruevere verklaart dat hij een stede overnam van Sijmon Gielis dewelke deze gekocht had van Jan Peeter Smidts, diens broer Meus en diens zuster Claere, en beloofd had hetzelfde te voldoen zoals Sijmon beloofd had en 'stack zijn voet in Sijmons plattijn' platijn=schoeisel). Jan Peeter Smidts en consorten waren hiermee tevreden, Jan zei nog dat het beter was dat zij hun geld op hun panden haalden dan Sijmon te gaan zoeken tot 'ibbrughen'

Adriaen de Roevere kent item

f° 136 r° - 03.01.1558 - Claus de Molenaere tegen Joos van Elsacker

| 1323-0230-01 |

betaling

Cornelis Michiel van Elsacker kent dat Claus de Muelenaere hem 10 Kgld gegeven had dewelke hij heeft weergegeven en dat Jan van Elsacker Geerts zoon die 10 Kgld toen ontvangen heeft en beloofde daarvoor een V rogge jaarlijks, dit was 12 of 13 jaar terug

f° 136 v° - 03.01.1558 - Peeter Willem Bode tegen Wouter van den Cloote

| 1323-0231-01 |

cfr f° 126 v°

Cornelis Ijsendoncx kent dat Wouter van den Cloote en Bastiaen Verheijden in Wuustwezel om de rente geprocedeerd hebben in 1554 of 1555

Cornelis Vorspoel, vorster, kreeg van Bastiaen opdracht Peeter Bode te verbieden dat hij 'Wouter nijet geven en soude'

Jan van Bavele, schepen, kent dat Bastiaen een koe, hooi en stro had van Peeter Bode en daarvoor 24 V rogge kortte

f° 137 r° - 19.01.1558 - Peeter Dingnen tegen Peeter Willem Bode

| 1323-0232-01 |

rente

Mathijs Jan Claus kent dat de V rogge die Peeter Dignen nu eisende is op de goederen Peeter Willem Boets daarvoor Jan Dignen, vader van vs Peeter, die heffende was, en dat hij na de dood van Jan Dignen die betaalde aan Peeter Dignen, en dat hij deze rente uitgestoken heeft toen Peeter Bode de stede kocht

Peeter Willem Bode kent dat Peeter Dignen op hem een V heffende is

f° 137 v° - 19.01.1558 - Peeter Vorselmans tegen Goris Putcuijps

| 1323-0233-01 |

levering van koren

Kersten van Tijgelt verklaart dat toen Peeter Vorselmans naar Antwerpen zou gaan om de rogge te voldoen hij voorstelde om hem koren te lenen van zijn zolder

Jan van Bavele en Peeter van Dietfoirt, schepenen, kennen dat Peeter Pielnaeke, stadhouder, aan hen verklaarde dat hij Peeter Vorselmans verboden had de erfgenamen Lieven de Buck koren te geven, daar deze eerst met de hem overeen gekomen waren ter zake de 'heergewade'

f° 138 r° - 19.01.1558 - Peeter Willem Bode tegen Wouter van den Cloote

| 1323-0234-01 |

cfr f° 136 v°

Jan van Bavele, schepen, verklaart dat Tanne van den Bossche hem zei dat ze Bastiaen Verheijden en diens vrouw de kost had gegeven mits hij op Peeter Bode koren hief en die haar zou betalen

Jan van Staijen, schepen, kent item

f° 138 v° - 31.01.1558 - Marie x +Bernaerdt Nouts tegen Jan Hovelmans wagemakere

| 1323-0235-01 |

cfr f° 87 v°

Henrick van Elsacker en Jan Peeter Hovelmans kennen dat de weduwe Bernaerdt Nouts 6 L rogge erfelijk schuldig is te heffen op de goederen Jan Hovelmans

Peeter Huevelmans, vader van vs Marie, is overleden deze winter 10 jaar geleden en dat op de 13 dag hem zijn recht gedaan werd, leefde ca 14 dagen en stierf voor lichtmis

Henrick van Elsacker verklaart nog dat hij Jan Hovelmans hoorde zeggen dat hij Geert Vorselmans vanwege zijn echtgenote 6 L betaald heeft voor de erfelijkheid zo hij deze gekocht had een pond br voor elke L

f° 139 r° - 31.01.1558 - Michiel van Elsacker tegen Lenaert Steenbackers

| 1323-0236-01 |

kopen van 'brougetouwe'

Peeter Bogaerts kent dat Michiel van Elsacker 'brougetouwe' kocht van Lenaert Steenbackers en diens huisvrouw, met kuipen, tonnen en vaten

Dingne x Thomas Janssen kent item, dat hij dit kocht voor 20 Kgld

f° 139 v° - s.d. - Sebastiaen Ghijsbrechts tegen Dierick van Lijnden (om daaraf certificatie te hebben aan de burgemeester en raad van Antwerpen)

| 1323-0237-01 |

uitkoop van sterfhuis

Peeter Imbrechts, schout, bevestigt dat Dierick van Lijnden na het overlijden van Frans Marcelis koopdag in het sterfhuis heeft gehouden van de roerende goederen

Marck Cornelis Nijs kent dat hij op Loenhout kermis is geweest ten huize Dierick van Lijnden dewelke dit huis gekocht had na het overlijden van Frans Marcelis tegen Peeter Frans Marcelis en de andere kinderen. Er waren veel woorden zodat Dierick van Lijnden zei tegen Marie x vs Sebastiaen 'mag ik het proces winnen tegen Godevaert Saestinck en consorten ik zal elk kind nog 20 gld geven, hetzelfde zei ook Berbele x Diericx

Peeter Frans en Sebastiaen Ghijsbrechts, mede in naam van de weeskinderen Goris Frans presenteren deze kennis bij eed te verifiëren

f° 140 r° - 28.02.1558 - Dictus Verboesinck tegen Michiel Jordaens, secretaris

| 1323-0238-01 |

dorsen van koren

verzoek Marck Nouts te vragen wie hem gevraagd en betaald heeft voor het koren dat hij in Brecht gedorst heeft op de hoeve die Jan Verboesinck gehuurd had van Lijsken Maes Thoens, te weten Michiel Jordaens of de heer

f° 140 r° - 28.02.1558 - Joos Hubrechts tegen Jacob de Clerck

| 1323-0239-01 |

verkoop van paard

Marck Nouts kent dat hij geen gebrek heeft gezien aan het paard dat Jacob de Clerck gekocht had van Joos Huijbs

Jan Wouter Laets item

Adriaen Wouters dat hij met Joos naar Antwerpen voer de dag voor Joos het paard verkocht en geen gebrek zag

Peeter van Huijsen woonde naast Joos, zag ook nooit gebrek aan het paard

f° 141 r° - s.d. - Henrick Lodders tegen Jan Lenaert Vercaert

| 1323-0240-01 |

betaling

Jan Wouter Laets kent dat Jan Vercaert 4 Kgld bewezen heeft aan Henrick Lodders dewelke Lodders nog schuldig was aan deposant

f° 141 v° - 25.04.1558 - Jan Henrick Hovelmans tegene Henrick van Elsacker

| 1323-0241-01 |

rente

Jan Peeter Nijs kent dat Jan Hovelmans en Henrick van Elsacker onderhandelden over een half V rogge erfelijk waarbij overeengekomen werd dat Henrick vanaf dan op vs Jan van de 6 L niet meer zou heffen dan een V en Henrick zou tot hem houden de 2 V die Jan heffende was op de goederen van Peeter Hovelmans

f° 141 v° - 24.10.1558 - Henrick Lodders tegen ... (niet ingevuld)

| 1323-0242-01 |

verkoop van stede

verwezen wordt naar schepenregister, geschreven door Peeter Verbuijte, waaruit zou blijken dat de erfgenamen van Jan van Aerde verkocht hebben aan Hendrick Lodders met zijn vrouw de stede waar hij nu woont voor 17,5 sister rogge en dat partijen hem hebben beloofd alle kommer en last af te dragen

f° 142 r° - 16.12.1560 - Henrick Lodders tegen Jan Hegge de oude

| 1323-0243-01 |

cfr supra

Lenaert van Aerde kent dat degene die de stede van zijn vader behield de rente aan zichzelf zou houden

Heijndrick Lodders verwijst naar de voorwaarden dd 29.10.1548

f° 142 r° - 29.08.1558 - nota

| 1323-0244-01 |

zijn schepenen geworden: Peeter Nouts en Aernout van Ostaeijen, zijn nu samen schepenen:

Jan van Bavele - Heijndrick van der Buijten - Jan van Staeijen - Peeter van Dietfoirt - Cornelis Keeselmans - Peeter Nouts - Aernout van Ostaeijen

f° 142 v° - 21.11.1558 - Peeter de Meijere tegen Jan Jacobs

| 1323-0245-01 |

afstamming

Jan Ruelen, Hoogstraten, ca 71j, heeft gekend Marie Snellen, wonende in Loenhout. Ook een zekere Cornelie, moeder van Elisabeth x Aert van Dale. Deze laatsten hebben onder meer een dochter achtergelaten, genaamd Elisabeth die gehuwd was met Peeter Waghemans en ook kinderen hebben achtergelaten. Vernam van Marie Snellen dat Aert van Dale vanwege zijn huisvrouw Elisabeth verwant was en haar liefste neef

kent verder nog dat hij Wouter Snels, man van Marie Snellen, gekend heeft en dat die hem ook gezegd heeft dat Aert van Dale verwant was

Elisabeth Martens dr, ca 65j, kent item

Catharine Heijnrickx dr x +Henrick Aerdekens, ca 56j, item

Mr Gheraert Lanen, ca 65j, kent dat eertijds voor hem gekomen is Wouter Swanen, geboren en wonende in Baerle, bijzonderlijk in de tijd dat Marie Snellen in Loenhout overleden was, en dat deze opdracht gekregen had om de kinderen van Peeter Wagemans, Hoogstraten, bij zijn eerste vrouw Elisabeth te erven in de achtergelaten goederen van Marie Snellen, zoals Wouter Swanen of zijn broers of zusters kinderen, want Cornelie was een zuster van Heijlwich, moeder van Wouter Swanen, en van Elisabeth en Catharine waarvan de andere cluster is gekomen. Wouter Swanen, intussen overleden, godvruchtig en voldoende begaafd

Elijsabeth x Jan Godevaerts, ca 30j, meent dat Wouter Swanen haar gezegd had dat de kinderen van Peeter Wagemans nog merkelijk zouden delen in de goederen van Marie Snellen

f° 145 r° - 05.12.1558 - Pauwels Ackermans tegen Dierick Nijs Hegge

| 1323-0246-01 |

cfr f° 119 r°

verwezen wordt naar kopij van het register door +Peeter van der Buijten, secretaris, waaruit blijkt dat Peeter Imbrechts als stadhouder verklaard heeft dat Dierick Nijs Hegs nooit te boek gesteld is voor de leengronden in de stede in Neerven waar Dierck woonachtig was

f° 145 v° - 05.12.1558 - Heijndrick van Staeijen

| 1323-0247-01 |

betaling

Jan Bode verklaart dat Heijndrick van Staeijen de 'waghen' van Loenhout aangenomen heeft voor des koning gage en dat hij zei indien hij van koningswege niet betaald werd de gemeente of het dorp hem wel zouden betalen. Aanwezig zouden geweest zijn: Wouter van de Cloote, Peeter van der Buijten, Peeter van Dietfoirt en Cornelis Keeselmans

f° 145 v° - 05.06.1559 - Matheus Schrijvers tegen Cornelis Wackers

| 1323-0248-01 |

verkoop van huis

uit schepenregister blijkt dat Jan Jan Dignen als voogd van de vrouw van Cornelis Wackers een huis heeft verkocht aan Peeter Jan Snellen, 28.03.1543

Peeter Jan Dignen kent dat Jan Jan Dignen hem de eed beloofd heeft als voogd van Willeken Barberen dr nu de vrouw van Cornelis Wackers

vader van Willeken Barberen dr noemt Willem, huis diende verkocht om het kind te kunnen onderhouden

f° 146 r° - 16.01.1559 svl - Heijndrick Cornelis van Elsacker tegen Jan Hovelmans Heijndrickssen

| 1323-0249-01 |

betwisting

Cornelis Merck Nouts was aan "dorenacker" waar Jan Hovelmans wagenmaker en Heijndrick van Elsacker woorden hadden

Jan Aert Peer Nouts kent dat Jan Hovelmans bij hem 2 jaar pacht gehaald heeft van een half V rogge die hij op heffende op de goederen waar hij woont

f° 146 v° - 30.01.1559 svl - Adriaen van Aken

| 1323-0250-01 |

onderhoud van veld

Claes Cornelis Claes Jans en Cornelis Geerts van Elsacker kennen dat +Laurens van Aerde 9 à 10 jaar terug aan Adriaen van Aken een inslag gaf waarvoor deze het "schoorveken" zou onderhouden

Jan Goosems kent item

f° 147 v° - 30.01.1559 - Pauwels Ackermans tegen Dierick Hegge

| 1323-0251-01 |

cfr f° 145 r°

Gijsbrecht Jan Pauwels kent dat de erve die Dierck Nijs Hegge nu in handen heeft Claes Aerts voorheen placht te gebruiken, en dat men dit gebruikte samen met de stede nu in handen van Jan Willem van den Wijngaerde

verwezen wordt naar artikelen XI en XII van de blijde inkomst van keizer Karel als hertog van Brabant waaruit blijkt dat alle dienaren die macht hebben vonnis te wijzen (oa schepenen en mannen van leen) zelf geen partij mogen zijn

f° 148 r° - 13.02.1559 - toon voor de heer

| 1323-0252-01 |

stroperij

Willem Verwilt verklaart van de vrouw van Jan Praijens een vogel gekregen te hebben waarvan ze zei dat haar dochter die in de beemd gegrepen had, en waarvan de pluimen deden denken aan een veldhoen, maar daarvoor was de bek te scherp en waren de poten te lang

kent verder dat Godevaert Jan van Ijperen zei dat het een 'beemtscherre" was en dat de vrouw van Jan Praeijens hem de vogel gaf om aan zijn zoon Peerken te geven. Deze laatste heeft met de vogel gespeeld tot hij dood was, zodat Willem er geen profijt aan gehad heeft

f° 148 v° - 13.02.1559 - Peeter Willem Bode

| 1323-0253-01 |

betaling

Lenaert van Bavele, schepen, kent dat Peeter Willem Bode en Peeter Dignen bij hem waren en gerekend hadden, en dat Peeter Dignen toen zei dat hij maar een halster kon geven, en dat Jan Claes Jans zei hij Peeter Dignen een halster betaald had

f° 148 r° - s.d. - Jan Hovelmans tegen Willem Vermunten

| 1323-0254-01 |

schuld

Willem Vermunten zou van Cornelis van Aerde 2 V rogge ontvangen hebben vanwege Jan Hovelmans wagenmaker voor schuld vanwege Jan en zijn broers, zou verder van Jan nog 6 V 3 Kgld ontvangen hebben

Nijs van Bavele, Popendonk, heeft Neese Hovelmans 9 L rogge gemeten, zegt dat haar broer Anthonis haar gezegd had dat zij dat daar zou halen, kent dat Lijnken en Thoenken, kinderen van Agneese, toen bij Peeter Diericx en hun moeder woonden

Jan Hovelmans zou Agneese nog 20 st gekort hebben van de schuld

f° 149 r° - 13.02.1559 - Peeter Willem Bode tegen de erfgenamen Jan Christiaens

| 1323-0255-01 |

betwisting huurvoorwaarden

Willem Christiaen kent dat Jan Christiaens een huis huurde van Peeter Willem Bode, het eerste jaar voor 9 Kgld en een half vat bier in het gelag, zou ook nog ieder jaar 10 mandelen stro dekken, maar omdat hij stro genoeg had zei hij het in één keer te dekken

f° 149 v° - 11.02.1559 svl - Jan Jacob Chens tegen Peeter Waghemans

| 1323-0256-01 |

cfr f° 142 v°, afstamming

mr Gheeraert Lanen, ca 65j, heeft de ouders van Wouter Swanen niet gekend, weet evenmin dat Cornelia, moeder van Elisabeth x Aert van Dale, een zuster was van de moeder van Wouter Swanen, woonde 16 jaar terug niet in Baarle

verder f° 150 r°

Matthijs Peeter Tijs, schepen in Baarle, ca 74j, heeft de moeder van Wouter Swanen gekend, was genaamd Elisabeth, wnde in Weelde bij haar zoon heer Heijndrick Swanen, pastoor aldaar, heeft ook nog geweten dat zij met haar man Jan Swanen in Baarle woonde

daaronder: de erfgenamen Marije Snellen van de moeder zijde

Jan Jacob Chens, Matthijs Peeter Anthonis en Dierick Merten tegen Peeter Wagemans

f° 150 v° - 27.02.1559 svl - Peeter Willem Bode tegen Peeter Dignen

| 1323-0257-01 |

cfr f° 148 v°

Jan Claes Jans en zijn vrouw kennen dat hij vanwege Peeter Willem Bode 3 V koren in specie gegeven heeft en nog half V ... waarvoor hij Peeter Dignen een V koren kwijt schold

f° 150 v° - s.d. - Goris Waghemans voor Willem de Vos tegen Mercus Nouts

| 1323-0258-01 |

schulden

Jan Aert Peeter Nouts kent dat toen hij Mercus Nouts een veld overgaf deze aannam een jaar pacht te betalen aan Cornelis de Vos

Joos Aert Peeter Nouts kent item

f° 151 r° - 27.02.1559 svl - Jan Jacobs tegen Peeter Waghemans

| 1323-0259-01 |

cfr f° 149 v°

Cornelis van Meere, ca 70j, heeft gekend zeker Cornelie, gemeenlijk genoemd Neel Custers, de huisvrouw van Jan van den Waeijenborch, wijlen de moeder van Elijsabeth, huisvrouw van Aert van Dale

verder dat vs Cornelia Costers een broer had zijnde een monnik die uit den lande is gaan wonen, dat Lisken de dochter van vs Cornelia huwde met Aert van Dale, denkt verder dat Lisken in Turnhout gestorven is

verder f° 151 v° - 01.04.1559 svl

mr Joos Heijndricx van Gilse, stadhouder in Baarle, ca 41j, kent dat ca 2 jaar geleden voor hem kwamen Elijsabeth Jan Swanen x +Peeter Anthonis, ca 96j, alsmede Mariken x +Jan Swanen, ca 70j, en verklaarden dat er van de afkomst van Marije Snels moeder maar 4 gezusters zijn geweest, te weten Catharina, Cornelia, Heijlken en Elijsabeth, alle kinderen van +Jan Aerts

van Catherina zouden gekomen zijn vs Marije Snels

van Cornelia zijn gekomen de genaamde de Cheeus

van Heijlken zijn gekomen de genaamde de Swanen

van Elijsbeth zijn gekomen de genaamde de Galepijns of de Haex

kent verder dat Wouter Swanen mede present was en dit confirmeerde

Matthijs Peeter Thijs, schepen in Breda, 74j, kent dat ca 2 jaar geleden op verzoek van Jan Jacob Cheeus voor hem kwamen Elijsbeth Jan Swanen x +Peeter Anthonis, ca 96j en Mariken x +Jan Swanen, ca 70j, en verklaarden ut supra

Jacob de Bie, ca 65j, vernam van Cornelie Costers dat zij een broer had die monnik was, kent dat vs Cornelie de moeder was van de huisvrouw van Aert van Dale, vernam ook nog van +Marije Snels dat de vrouw van Frans Huijbrechts zaliger en haar zonen 'naeste vrienden' hebben geweest om haar goederen te delen van haar moeders kant, en dat de erfgenamen langs die kant heette Cheeus, Swanen, Galepijn of Haex

heeft verder ook de moeder van Wouter Swanen gekend, was genaamd Elijsabeth en woonde in Weelde bij haar zoon heer Heijndrick Swanen en stierf ook aldaar

Wouter Jan Wouters, ca 67j, heeft gekend Cornelia Costers, woonde in Hoogstraten, was gehuwd met Jan van den Waeijensberghe, koster en bewaarder van de kerk

zij was de moeder van de huisvrouw van Aert van Dale

vernam dat Cornelia geboortig was van Meer alwaar haar vader woonde, en dat zij afkomstig is van 'die van Ruelens genaamd'

Jan Ruelens, Hoogstraten, ca 71j, heeft gekend Cornelia Costers in Hoogstraten, vrouw van Jan van Waeijenberghe, koster en bewaarder, kent verder dat deze Cornelia zijn nicht was

f° 155 r° - 13.03.1559 - Pauwels Ackermans tegen Dierck Nijs Hegge

| 1323-0260-01 |

cfr f° 147 v°

Marije x +Claes Aerdsens kent dat zij voorheen met haar man Claes Aertssen dat stuk land nu in handen van vs Dierck gekocht heeft van Dierck Nijs Hegge, en dat dit behoorde tot de stede waar Jan Willem van den Wijngaerde nu woont

f° 155 v° - 02.04.1559 np

| 1323-0261-01 |

bedreigingen

Cornelis Willem Maes, ca 65j, kent dat met halfvasten ll bij hem thuis 5 mannen zijn gekomen gekleed als krijgslieden en daarbij nog 2 vrouwen die verlangden geherbergd te worden. Zouden dan gebeten zijn door de hond van vs Cornelis waarop zij zeiden dat ze wel wisten waar zijn zoon woonde en zowel hem als zijn zoon bedreigden

f° 156 r° - 10.04.1559 - Jan Hovelmans wagenmaker tegen de heer

| 1323-0262-01 |

...

Adriaen Diels verklaart dat toen hij bij Jan Hovelmans kwam om een wagen te laten maken Cornelis Pauwels Keeselmans daar was met 2 vorsters en dat zij de zoon van Jan Hovelmans haalden om de 'ijsers van de raeijen' af te slagen, Jan Hovelmans heeft hij zelf niet gezien

Cornelis Keeselmans, schepen, is bij Jan Hovelmans geweest om koren te halen en kent dat de vorsters daar 2 of 3 keer op de deur stootten maar heeft er Jan Hovelmans niet gezien

f° 156 r° - s.d. - Cornelis Lenaerts tegen de erfgenamen van den Buijten

| 1323-0263-01 |

pest

Heijndrick Lodders kent dat toen hij met Lenaert van Aerde en Jan van Staijen wou inhuren Cornelis Lenaerts die in het pesthuis in Neerven was voor Peeter van der Buijten zaliger en dit om Matthijs van Aerde en diens huisvrouw, ziek van de pest, te bewaren, dat deze toen zei dat hij dat enkel kon doen met consent van zijn meesters

f° 156 v° - s.d. - Heijndrick Christiaens

| 1323-0264-01 |

huur van huis

Anthonis Cornelis was bij Peeter Willem Bode om het huis de "doren" te huren, kent dat Peeter akkoord was dat hij de huur aannam op de conditie zo Jan Christiaens gedaan had

Dielis Bode kent dat Anthonis Cornelis de 6 jaar zou voldoen zoals ook Jan Christiaens dat beloofd had

Willem Christiaens spreekt van 9 gld in het eerste jaar, zegt verder dat toen hij met Jan Christiaens naar Gorcem (Gorinchem) in Holland ging Jan hem zei dat hij van het eerste jaar maar 5 Kgld zou geven omdat Peeter hem nog 4 Kgld schuldig was

Aert van de Velde kent item

f° 157 r° - s.d. - Peeter Dignen tegen Peeter Willem Bode

| 1323-0265-01 |

cfr f° 150 v°

Jan Cornelis Claes Jans en huisvrouw verklaren dat het sister koren dat Peeter Dignen bij hen gehaald heeft ongeveer 9 jaar geleden was

f° 157 v° - s.d. - Cornelis Lenaerts tegen de erfgenamen van den Buijten

| 1323-0266-01 |

cfr f° 156 v°

Jan van Staeijen was in Neerven waar Cornelis zei dat hij zijn meesters eerst moest spreken, kent verder dat Anna x +Peeter van der Buijten akkoord was dat Cornelis ten huize Matthijs van Aerde zou bewaren

f° 157 v° - s.d. - Cornelis van Bavele tegen Jan Praeijens

| 1323-0267-01 |

cfr f° 69 v°

Luijck Willem Luijcx kent dat toen hij in de beemd maaide daar een stenen paal vond en dit aan Cornelis van Bavel toonde waarop deze Jan Praeijens is gaan halen

Jan Willem van Staeijen kent dat Cornelis van Bavel bij hem kwam en dat ze naar de beemd zijn gegaan waar ze tussen het gewas een eiken hout hebben gevonden

Jan Bernaert van den Broeck kent dat Cornelis hem bij dit hout haalde

f° 158 r° - s.d. - Cornelis Lenaerts tegen de erfgenamen van der Buijten

| 1323-0268-01 |

cfr f° 157 v°

Jan Goosem Lemmens ging met Anthonis Wouters bij de weduwe van der Buijten, kent dat hij tevreden was zoverre hij Cornelis Lenaerts daartoe verkrijgen kon

verder 05.06.1559

Anthonis Wouters kent dat de weduwe Peeter van der Buijten akkoord was voor zover zij Cornelis Lenaerts kon krijgen

f° 158 v° - 15.06.1559 - de erfgenamen Wouter van de Cloote tegen de weduwe Marten de Langhe

| 1323-0269-01 |

koop van beemd

Aert van de Velde verklaart aanwezig geweest te zijn toen Wouter van de Cloot een beemd de "duijct" kocht van Marten de Langhe waarvoor Wouter beloofde 44 pond gr br en een half ton bier te betalen

de huisvrouw van Aert van de Velde kent item

f° 158 v° - s.d. - Dierck Nijs Hegge tegen Pauwels Ackermans

| 1323-0270-01 |

cfr f° 155 r°

Willem de Coninck kent dat 20 jaar of meer geleden Dierck Nijs Hegge het hout, waar nu kwestie om is, verkocht heeft

Cornelis van den Bogaerde kent item, verder dat toen ook het weiveldeken verkocht is, en dat het jaar voordien of daarrond 'eer Merten van Rossem den ... door Brabant deed' dat toen Djenneken Verdijck, de huisvrouw van Dierck Nijs Hegge, stierf

f° 159 r° - s.d.

| 1323-0271-01 |

Adriaen de Weert begeert zijn arbeid op de erfgenamen van Lenaert van Staeijen

f° 159 r° - s.d. - Jan Nijs

| 1323-0272-01 |

met vonnis gewezen dat de erfgenamen van Lenaert van Staeijen zullen betalen ten dage als Jan Nijs moet opleggen

f° 159 r° - Dierick Nijs Hegge tegen Pauwels Ackermans

| 1323-0273-01 |

cfr f° 158 v°

Goosem Lemmens de oude heeft helpen bossen zulk hout als waar nu kwestie om is, kent verder dat het weiveldeken gekomen is van Nijs Hegge, vader van vs Dierck, dat Dierick Claes Aertsen het weiken gekocht had en dat hij met zijn zuster de penningen weer gekregen hebben ten tijde dat de erfgenamen Dominicus Thoos de stede opwonnen

item kent Marie Goosems zuster

Cornelis de Coninck heeft gezien dat Joanna Verdijck x vs Dierck van het hout raapte

verder 11.09.1559

Catherine van den Bogaerde kent dat toen Joanna, de eerste huisvrouw van Dierck, nog leefde het hout verkocht was, dat zij het onderhout nog heeft helpen dragen

f° 160 r° - s.d. - Laureis Boirekens

| 1323-0274-01 |

schuld

Mercus Nouts belooft 16 V rogge te betalen aan Laureis Boirekens

f° 160 v° - 14.08.1559 - Peeter Joos in naam van het kind van Jan Pauwels Keeselmans tegen Cornelis Pauwels Gheens

| 1323-0275-01 |

...

Aert van Dale vernam van Cornelis Pauwels Gheens dat hij het kind van Jan Keeselmans kwijt schold van zijn aanspraak of zo veel als hij daarin gerecht zou zijn van het bewaren van zijn vader zaliger

Huijbrecht Pauwels kent hetzelfde vernomen te hebben van Jan Peeter Joos

Wouter Geert van Elsackere kent item

f° 161 r° - 14.08.1559 - Adriaen van Aken

| 1323-0276-01 |

calengiering

Peeter Imbrechts, schout, kent dat Peeter van Eekele de hoeve aan Lambrecht van Bavele overgaf zonder calengiering

Jan van Bavele kent dat Lambrecht van Bavel bij de schout kwam waar ook Peeter ven Eekele was die zei dat hij nader was dan zijn zoon Jan

Lambrecht van Bavel kent dat hij bij de schout kwam en daar met Peeter van Eekel gesproken heeft over de calengiering

verder 27-08.1559

Adriaen van Aken exhibeert een toon geschreven door Peeter van der Buijten

Peeter van Eekele bevestigt wat Lambrecht van Bavele verklaarde behoudens dat zijn zoon Jan zei 'doe wat recht is'

Lambrecht van Bavele voegt nog toe dat nadien ook Jan van Eekele bij hem is geweest en tegen zei vader zei dat hij daarmede tevreden was dat hij een hoeve overgegeven had

f° 162 r° - s.d. Peeter van Staeijen

| 1323-0277-01 |

Anthonis Wouter Laets kent dat hij een os kocht voor 12 Kgld

f° 162 r° - Adriaen van Aken tegen Peeter van Eekele

| 1323-0278-01 |

cfr supra

Josijne x Lambrecht (van Bavele) ging bij de schout om de hoeve te calengieren en dat Jan van Eekele haar de hoeve overgaf, behoudens dat Lambrecht haar de lijfkoop en de godspenninck zou terug geven

f° 163 r° - 11.09.1559 - de erfgenamen Peeter van der Buijten tegen Cornelis Lenaerts

| 1323-0279-01 |

cfr f° 158 r°

schepenen verklaren dat Jacob van Onstaeijen uit naam van de weduwe Peeter van der Buijten en Aernout van Onstaeijen uit naam de mede consorten en erfgenamen Peeter van der Buijten voorgesteld hebben aan Cornelis Lenaerts om bij goede mannen tot een akkoord te komen

Peeter de Cuijpere kent dat hij in Neerven het huis hielp ruimen waar Peeter van der Buijten met zijn volk ten tijde van de pest geweest was

Digna Gijsbrecht van den Bruijnenberghe kent dat Cornelis Lenaerts uit het huis van Matthijs van Aerde kwam en hij was zo ziek dat het H. Sacrament tot hem kwam en hij haar liever niet bewaarde, maar nadien (een of twee dagen) vs Cornelis dezelfde Digne mede bewaarde

Jan van Staeijen, schepen, betaalde Cornelis Lenaerts 10 Kgld omdat hij Matthijs van Aerde en zijn huisvrouw had bewaard, de 10 Kgld zou gedeeld worden met Engel Janssen

Peeter Imbrechts was aanwezig toen Lenaert van Aerde en Jan van Staeijen aan Cornelis Lenaerts vroegen om Matthijs van Aerde en zijn huisvrouw, ziek van de pest, te bewaren, en dat ze zeiden dat al het gene de erfgenamen van der Buijten u korten willen daarvan zullen wij u tevreden stellen

Jan van Staeijen weet niet of Cornelis Lenaerts en Engel Janssen in het pesthuis in Neerven zouden gezegd hebben als er geen akkoord was met Aernout van Onstaeijen, Cornelis van der Buijten en Adriaen van Aken de jonge dat ze elders zouden gaan bewaren

verder 11.10.1559

Adriaen de Weert kent dat Anthonis Ghijs van den Bruijnenberge bij hem een drank kwam vragen voor Cornelis Lenaerts, ziek van de pest, om 'camerganck' (=stoelgang) te krijgen

f° 164 r° - 11.09.1559 - de erfgenamen Cornelis Vorspoel tegen de erfgenamen Jan Christiaens

| 1323-0280-01 |

de pest

Willem Hovelmans kent dat Cornelis Vorspoel hem vroeg of hij zijn naaste buren, die ziek waren van de pest, zou mogen gaan bewaren

Jan van Bavele, schepen, verklaart aanwezig geweest te zijn toen Cornelis Vorspoel een som van penningen ontving van Heijndrick Christiaens en de weduwe Jan Christiaens

Peeter de Cuijpere kent item, dat het 16 Kgld betrof

Lenaert Dierick Bode kent dat hij Cornelis Vorspoel vroeg zijn moeder en Kersten Diericx te komen bewaren waarop Cornelis zei dat zij een akkoord dienden te maken met de erfgenamen en weduwe

verder 21.10.1559

Adriaen der Weuwen kent item

f° 165 r° - 12.10.1559 - de erfgenamen Peeter van der Buijten tegen Cornelis Lenaerts

| 1323-0281-01 |

cfr f° 163 r°

Wouter Jan Wouters kent dat ten tijde van de pest Cornelis Lenaerts 'heeft gheleegt een plaester min of meer nijet wetende oft de peste was oft nijet', dit ten tijde dat Cornelis Lenaerts bewaarde ten huize van Matthijs van Aerde, en dat hij 'eenplaester lach' ten huize van Peeter van der Buijten zaliger

Anthonis Cornelis kent dat Jan Goosems vs Cornelis Lenaerts heeft ingehuurd om zijn ziekte of zijn huis te bewaren, dit voordat het huis van Peeter van Eekel in Nederven geruimd of schoongemaakt was of ook het huis van Peeter van der Buijten in de plaetse

verder 04.12.1559

Engel Janssen kent dat Cornelis Lenaerts van Nederven kwam van het huis van Peeter van Eekele en tot het huis van Matthijs van Aerde om deze en zijn huisvrouw, ziek van de pest, te bewaren, en dat hij van daaruit ging naar het huis van Peeter van der Buijten aan de plaats, en dat hij (Cornelis) daar ziek van de pest toekwam

Cornelis Vorspoel kwam daar ten huize van Peeter van der Buijten als vorster toe en beval dat men Cornelis Lenaerts uit het huis zou verwijderen en men het huis zou zuiveren

Jan Goosem Lemmens kent dat hij ten tijde van de pest aan Cornelis Lenaerts een pond br per week beloofd heeft om zijn huis te bewaren, Cornelis zei dat hij Anne Imbrecht der Weuwen nog 2 dagen moest dienen

f° 166 r° - 22.10.1559 - Peeter Imbrechts uit naam van de heer

| 1323-0282-01 |

overval

Laureis Cornelis Rombouts, ca 40j, Groot Zundert, verklaart dat hij op zondag 15 oktober van Brecht kwam, alwaar hij met vlees was geweest. Hij kwam dan door Loenhout waar hij ten huize van jonker Robrecht van Lint gedronken heeft tot in de avond en een bedstede die hij daar kocht had opgeladen. Dan is hij gereden voorbij het huis van Adriaen van Aken aan het brugje over de beek. Daar werd hij gemolesteerd door zekere personen die hij niet kende, deze hebben zijn wagen met de beesten omver geworpen en hem geslagen

Adriaen Thijs Jan Rombouts, ca 35j, Groot Zundert, was bij Laureis Cornelis Rombouts, kent item

verder 23.10.1559

Peeter Jans, ca 40j, Loenhout, kent dat hij op 15 oktober ten huize van jonker Robrecht van Lint was en daar zijn geweest Laureis Cornelis Rombouts en zijn voerman Jan Thijs die hem vroegen de weg te wijzen. Heeft dan de gebeurtenissen gezien, bij de daders waren Lenaert Dierck Bode en Anthonis Joos Huijbrechts. Heeft ook Jan Joos Huijbrechts te paard gezien en Peerken Bruers

Gheert van de Cloote, ca 23j, kwam ten huize Adriaen van Aken, heeft vs personen (genoemd door Peeter Jans) bij de omgevallen wagen gezien

f° 167 v° - 04.12.1559 - Heijndrick van der Buijten tegen de erfgenamen Jan Hegge

| 1323-0283-01 |

...

Magriete x Dierck Nijs Hegge hoorde van haar zuster, de vrouw van Jan Hegge, dat de bate van Elijsabeth x Peeter Smits aan de goederen was waar Jan Ghijsels nu woont 7 pond br en welke goederen Jan Hegge de jonge gekocht had

Peeter Kerstens van Lille verklaart hoorde Jan Hegge de jonge meermaals zeggen dat hij wou dat hij 5 pond br rijker was zodat hij 'de schoenen van Elijsabeth x Peeter Smits niet meer hoefde te maken'

f° 168 r° - 04.12.1559 - de erfgenamen van der Buijten tegen Cornelis Lenaerts

| 1323-0284-01 |

cfr f° 165 r° ea

Lijsbeth x Engel Jansens kent zo Engel Janssen supra

f° 168 v° - 04.12.1559 - Peeter Imbrechts tegen Gheert Vorselmans

| 1323-0285-01 |

slagen en verwondingen

Cornelia x Casus Hueffkens, ca 63j, zag de schout Peeter Ingelbrechts voorbij haar huis rijden en dat hij gevolgd werd door Gheert Vorselmans, zag nadien dat de schout naast zijn paard hing en dat Gheert Vorselmans de schout 'toe schoot', de schout was gewond aan zijn aangezicht en hand. Ze vond ook een verse tand of een stuk daarvan op de plaats waar Gheert Vorselmans de schout gekwetst had, dit was tegen de 'messie' van meester Jan Vorspoel zaliger

Catherine mr Peeter Spoormans dr, 28j, zag Peeter Ingelbrechts voorbij haar moeders huis rijden en dat hij gevolgd werd door Gheert Voorselmans, kent ut supra

Huijbrecht Pauwels, ca 34j, kent item

Simon Wuijts, ca 99j zo hij zelf verklaarde, zag Gheert Vorselmans de schout met een schopje in zijn aangezicht slaan, zag ook dat mr Jan Vorspoel de lippen van de schout heeft gehecht

Matthijs van den Bogaerde, meer dan 60j, heeft gezien dat mr Jan Vorspoel de lippen van de schout heeft gehecht

Mechtelt x +mr Jan Vorspoels, ca 46j, kent item

f° 170 r° - s.d. - Jan van Staeijen tegen Jan Betten

| 1323-0286-01 |

koop van schapen

Heijndrick Mercx was ten huize Jan van Staeijen die de schapen overgenomen had die Peeter Vorselmans de nacht voordien gekocht had van Thijs Lenaert Thijs, hoorde Jan Betten zeggen dat hij die schapen met Jan van Staeijen half over had en dat indien Jan van Staeijen hem die wou laten hij de lijfkoop zou betalen

Jan Heijndricx was aanwezig toen Jan Betten de helft overnam, lijfkoop was 50 of 60 potten bier

Joos van Elsackere was met Jan van Staeijen bij Jan Betten in sint Lenaerts en dat Jan Betten kwaad was en zei met Jan van Staeijen geen zaken gedaan te hebben

f° 170 v° - 03.01.1560 svl - Heijndrick Peeter Mertens tegen Jan Adriaen Joos tot Wuustwezel

| 1323-0287-01 |

schuld

Adriaen Hueffkens was ten huize van Bartholomeus Michielssen in Antwerpen waar ook Heijndrick Peeter Mertens was, en daar woorden waren van deze schuld, dat Heijndrick Peeter Mertens vroeg waarom Bartholomeus in Loenhout met Adriaen Vermunten akkoord had gesloten en hem niet aangesproken had, waarop Bartholomeus geantwoord had dat zij het zo gemaakt hadden dat hij daarvan niet meer zou horen

Jan van Bavele, schepen, kent item

f° 171 r° - 12.02.1560 svl - Jan Heijndrick Hovelmans tegen Peeter Imbrechts, schout

| 1323-0288-01 |

schermutselingen

Michiel Cornelis van Elsacker zag dat Heijndrick de vorster en Adriaen Hueffkens samen op de deur stootten van Jan Hovelmans, waarop Jan Hovelmans protesteerde over onbehoorlijk gedrag

f° 171 v° - 27.02.1560 svl - Cornelis Pauwels Gheens tegen de rentmeester van het sint Elijsabeth gasthuis in Antwerpen

| 1323-0289-01 |

rente

Cornelis de Coninck, ca 40j, ging ongeveer een jaar en een half geleden, met Cornelis Pauwels Gheens, naar Antwerpen naar het 'rijck gasthuis' alwaar deze laatste voor een gans jaar renten betaalde en geschil had over een andere jaar waarvan hij beweerde dit ook betaald te hebben via Peeter van Eekele of Jan Maes

Peeter van Eekele kent dat de voormalige rentmeester Jan Heste hem had gezegd dat Cornelis Pauwels Gheens het gasthuis veel schuldig was waardoor hij Jan Maes tot hem gestuurd had aan wie Cornelis Pauwels dan een jaar rente gegeven heeft en dat deze dat gedragen heeft op het begijnhof in Hoogstraten

Jan Maes, ca 60 of 62j, en Cornelis van Staeijen, ca 27j, kennen dat zij 3 jaar geleden op aanzoek van Peeter van Eekele, wnde op de gasthuishove in Wuustwezel, geweest zijn ten huize van Cornelis Pauwels Gheens in Loenhout, dewelke hen vanwege het vs rijckgasthuis een jaar rente, wezende 9 Kgld, betaalde, welke som Cornelis van Staeijen naar het begijnhof in Hoogstraten gebracht heeft en aan zekere zuster Grietken heeft gegeven die in het gasthuis in Antwerpen gewoond had

f° 172 v° - 27.03.1560 svl - Joos Huijbrechts tegen de erfgenamen Merten de Langhe

| 1323-0290-01 |

rente

Jan Peeter Mertens kent dat Merten de Langhe eerst het geld aan Joos Huijbrechts moest weergeven

f° 172 v° - 06.05.1560 - de kinderen Jan Hegs de jonge tegen Heijndrick van Huijsen

| 1323-0291-01 |

rente

Jan Willems van den Wijngaerde kent dat toen de erfgenamen van +Jan Willems van den Wijngaerde de oude deelden en op de kaveling geld bovenop moest gegeven worden dat dit rente mocht zijn, 5 st van het pond br

Dierick Nijs Hegge kent dat het geld dat zijn huisvrouw in de kaveling toekwam dat Jan Hegge dat met rente aflegde

Jan Ghijsels vernam dat Elijsabeth x Peetr de Smit van Jan Hegge de jonge rente maande

f° 173 r° - 06.05.1560 svl - Adriaen van Aken de jonge tegen de weduwe Peeter van der Buijten

| 1323-0292-01 |

handelingsbekwaamheid

Gheert Vercaert de oude, ca 65j, kent dat hij geweest is waar de meisjes 14 jaar of meer waren en dat hij die in het delen van de kaveling voor volwassen hield, verder dat Catherine Peeter van der Buijten (x Adriaen van Aken) nu 28 of 29 jaar is

Catherine x Peeter Braens, 51 of 52j, kent dat Catherine (x Adriaen van Aken) in de komende zomer 29 jaar zal worden, zij weet nog dat het jaar na haar geboorte in Wuustwezel de grote pest was

Peeter Joos, 60j, is geweest waar men de meisjes en de knechtjes besteedde, de meisjes tot hun 14j en de knechtjes tot hun 16j, en dat zij vanaf die leeftijd hun goederen mochten aanvaarden en als bejaard werden beschouwd

Alit Heijndrick Philips dr kent dat toen zij woonde bij Peeter van der Buijten x Anne dat toen Catherine, nu x Adriaen van Aken, al het werk deed van wassen, brouwen

Cornelis Maes, in de 60j, hoorde dat de knechtjes zouden bejaard zijn op 16j en de meisjes op 14j

Cornelis Jan van Bavele, ca 70j, kent item

f° 174 r° - s.d. - Joos Huijbrechts tegen de erfgenamen Marten de Langhe

| 1323-0293-01 |

cfr f° 172 v°

Adriaen van Aken, Nijs van Bavele en Jan Wouter Laets hebben Merten de Langhe horen zeggen dat indien hij 6 of 7 pond br had gehad van Joos Huijbrechts en daarvan rente had beloofd

f° 174 r° - s.d. - Thijs Lenaert Tijs tegen Cornelis Keeselmans voor het convent van sint Bernaerts

| 1323-0294-01 |

rente

mr Willem Schooff kent dat inzake de rente van 3 V rogge die Matthijs Lenaert Thijs heffende is op de pastorie hij zijn betaling gehad heeft wel over de 25 jaar geleden

f° 174 v° - 08.06.1560 - Jan Jacob Chens

| 1323-0295-01 |

cfr f° 149 v°

Heijndrick van sinte Huijbrechts, vorster, verklaart Peeter de Meijere de 'wete' gedaan te hebben

mr Joos Heijndrick van Ghilse, 49j, schepen en secretaris in Baarle, kent dat er vier zusters waren te weten Catherine, Heijlwich, Cornelia en Elijsabeth, en dat van Catherine gekomen zijn Marie Snellen, zo Elijsabeth Jan Swanen hem dat voorheen verklaard heeft

f° 176 r° - s.d. - Adriaen van Aken de jonge tegen de weduwe van der Buijten

| 1323-0296-01 |

cfr f° 173 r°

Heijndrick van der Buijten, ca 54j, en Peeter Nouts, ca 70j, beide schepenen, hebben horen zeggen dat de meisjes bejaard zijn op 14 jaar en de knechtjes op 16 jaar

Goosem Lemmens de oude, 65j, Cornelis Machiel van Elsackere, 58j en Adriaen van Aken, 50j, kennen item

Adriaen van Aken vernam van Peeter van der Buijten dat hij zijn dochter Elijsabeth x Aernout van Ostaeijen voor hun deel een half bunder hooimade in Blaakt bewees inzake hun moeders goed

Jacob van Elsackere kent dat toen hij bij Peeter van der Buijten zaliger en diens huisvrouw woonde Catherine Peeter van der Buijten dr (nu x Adriaen van Aken de jonge) mede deed al gelijk de andere dienstboden

Adriaen van Aken de jonge verwijst naar het rente boek van Peeter van der Buijten waaruit blijkt dat Peeter van der Buijten aan zijn dochter Elijsabeth (nu x Aernout van Ostaeijen) over de 12 jaar de goederen bewezen heeft haar verstorven haar moeder of grootmoeder, en waarin ook vermeld 'aen mijn zelven een half buijnder hoijmade dat ic cochte 16 pond br ... dit hebbe ic mijnen dochter overgegeven'

f° 176 v° - s.d. - Cornelis Peeter Theus als momboor van de kinderen Jan Joris tegen Meus Cornelis Meus

| 1323-0297-01 |

schuld

Laureis Peeters kent als toeziener aanwezig geweest te zijn toen Cornelis Peeter Theus als momboor van Jan Joris kinderen en ook Jan Joris samen rekenden tegen Meus Cornelis Meus en dat deze zijn schuld bekende

f° 177 r° - 09.09.1560 - Adriaen van Aken de jonge

| 1323-0298-01 |

cfr supra

Adriaen van Aken verwijst naar schepenbrief dd 25.06.1538

verwezen wordt ook naar schepen register lichtmis 1554 waaruit blijkt dat Adriaen van Aken nomine uxoris eerst zijn deel aanvaard heeft

f° 177 v° - 11.09 - Huijbrecht Pauwels tegen de erfgenamen Heijndrick Jan Heijns

| 1323-0299-01 |

deling

Jan Pauwels Boets kent dat Cornelis Heijns, als gehuwd zijnde met zijn zuster, mede gedeeld heeft in de achtergelaten goederen van zijn ouders Pauwels Bode x Digne

f° 178 r° - s.d. - Cornelis van Bavele als momboor het kind Peeter van Bavele

| 1323-0300-01 |

borgstelling

Jan Willems van Staeijen kent dat Peeter Joos toen men het goed in Wuustwezel van Merten Stuijt (de Lange doorstreept) zou verkopen gezegd had dat hij borg was, zowel voor wat Peeter van Bavele gepand had als voor het andere

Peeter Goris kent item

f° 178 v° - 23.09.1560 - Cornelis Lenaerts tegen de erfgenamen van der Buijten

| 1323-0301-01 |

cfr f° 168 r°

Peeter de Cuijpere was ten huize van Cornelis van Elsackere, 2 of 3 dagen ziek van de pest, en heeft dit huis helpen ruimen en dat er van het ruimen geen pest gevolgd is, vernam van Cornelis Voorspoels dat hij ook de pest had ten huize van Michiel van Elsackere

Engel Janssen heeft het huis waar Peeter van der Buijten uitgestorven is geruimd toen de tijd daar was en Cornelis Lenaerts daar ziek in geweest was, verder dat toen Jan van Staeijen hem vroeg het huis van Matthijs van Aerde te bewaren de schout hem zei dat wat hij daar zou winnen niet gekort zou worden van wat hem beloofd was voor het bewaren van het huis van Peeter van der Buijten

verder 04.11.1560

Gijsbrecht Gijsels kent dat indien hij ergens waar hij bewaart de pest zou krijgen men dat huis maar na 14 dagen moet ruimen, verder dat toen hij bewaarde bij Adriaen Jan van Elsackere hij daar de pest had en het huis na 14 dagen schoon maakte

f° 180 r° - 10.09.1560 - informatie genomen bij de schout

| 1323-0302-01 |

stroperij

Cornelis Lenaerts, ca 46j, hoorde een jaar of meer geleden dat op de "hesselinck" strikken waren geplaatst

Jan Anthonis Coppens, ca 35j, hoorde dat Matthijs Jan Ooms met een gezel strikken plaatste om hazen te vangen

Gheert Vercaert de jonge, ca 30j, kent dat Merten de Haze een haas bij hem bracht om in Antwerpen te verkopen omdat hij daar zelf niet mocht zijn

Cornelis Lambrecht Broomans, ca 28j, zag ongeveer een jaar geleden dat Jan Cornelis Mercx, alias kindermakers, op de hoendermarkt in Antwerpen een korf met veldhoenen had

Peeter van Huijsen, ca 55j, kent dat ongeveer 2 jaar geleden hij op de hesselinck was achter het huis van Marie x +Ment Diels en daar een 8 tal strikken gevonden had, heeft ook vernomen dat Matthijs Jan Ooms strikken plaatste, weet ook dat deze daar regelmatig rondliep

Jan van Aerde Janszoon alias moutmans, ca 30j, zag een driekwart jaar terug dat Peeter Pauwels en Jan Cornelis Mercx, alias kindermaker, in Antwerpen op de botermarkt hazen en veldhoenen hebben gehad, evenals Anthonis Ments. Hoorde verder dat Matthijs Jan Ooms en Jan Wiericx veel geld verdienden met strikken leggen, dat Adriaen Jan Ooms hem ca 2 jaar terug op de kalvermarkt in Antwerpen een 4 tal konijnen bracht om te verkopen, dat hij van Cornelis Lenaerts 2 konijnen kocht die hij verder verkocht heeft

Peeter Lenaert Bode, ca 50j, hoorde dat Matthijs Jan Ooms en Jan Wiericx strikken plaatsten, vernam van Aert Merten Smekens dat Jan Wiericx hem 2 hazen verkocht had, vindt ook regelmatig koperen en haren strikken

Jan Cornelis Mercx, ca 25j, kocht hazen van Jan Wiericx en dat Jan Wiericx en Matthijs Jan Ooms hazen en veldhoenderen vingen met strikken

Cornelis Mercx, ca 50j, item

Heijndrick Cornelis van Elsacker, ca 36j, item

Cornelis Lenaerts, 40 of 41j, item

Adriaen Diels, 32j, item

f° 183 r° - 23.09.1560 - Heijndrick van sinte Huijbrechts tegen jonker Robrecht van Lint

| 1323-0303-01 |

eigendom

Engel Janssen kent dat hij met Cornelis Vorspoel al de goederen gereinigd heeft die zich bevonden in de woonst van Jan van Lint zaliger en dit dan heeft gegeven aan jonker Robrecht van Linten diens huisvrouw

f° 183bis r° - 24.09.1560 - informatie voor de schout

| 1323-0304-01 |

cfr f° 180 r°

Cornelis Lippens, in de 40 jaar, vernam dat Jan Wiericx strikken plaatste

Jan Wouter Laets, 33 of 34j, heeft nu 6 jaren op de hesselinck gewoond en heeft meermaals horen zeggen dat Matthijs Jan Ooms strikken plaatste voor hazen, konijnen, veldhoenen en dergelijke, maar heeft hem zelf nooit iets zien vangen. Heeft wel 'boocxkens oft buegelkens, elke met 2 of 3 strikken, gevonden op het veld toebehorende Peeter Willem Bode en gebruikt door Cornelis van den Cloote, gelegen tussen de weduwe Jan Ooms, moeder van vs Matthijs, en zijn zelfs erve. Heeft een acht dagen terug geweest op zekere nabruiloft waar ook Matthijs Jan Ooms was en deze aan hem en Cornelis van den Cloote vroeg al van hem gesproken hadden ten huize van de schout. Kent nog dat hij zag dat de kinderen van Adriaen Zegers een strik naar huis brachten en zeiden dat ze Aert van de Velde hadden zien weg duiken waar ze de strik gevonden hadden

verder 26.12.1560

Jan Wierocx, ca 40j, hoorde een half jaar terug van Jan Peeter Nouts dat Peeter Meus van Huijsen strikken gebruikte om wild te vangen en dat ook Thijs Ooms strikken stelde

verder 18.02.1561 svl

Anthonis Ments, ca 20j, kocht een jaar terug een koppel veldhoenderen van Matthijs Jan Ooms en heeft in Antwerpen meermaals Adriaen Diels en Jan Cornelis Mercx gezien met hazen

Cornelis Wackers, 25 of 26j, ignorat

Jan Verboven, ca 31j, kent dat ongeveer 2 jaar geleden, toen hij nog op de "aert" woonde, hij 3 jonge hazen vond in het gras, waarvan er 2 zijn gestorven en dat hij de derde verkocht aan Jan Cornelis Mercx

f° 185 v° - 07.10.1560 - Heijndrick van Huijsen tegen de erfgenamen Jan Hegge

| 1323-0305-01 |

cfr f° 172 v°

Jan Praeijens heeft +Jan Hegge de jonge meermaals horen zeggen dat hij Anthonis Dielis Simons jaarlijks 2 V rogge moest betalen, en dat deze gepand waren op de panden van Lisken x +Peeter Smits

Anthonis Dielis Simons kent dat hij altijd Jan Hegge de jonge gemaand heeft

Cornelis de Koninck kent item, en dat Jan Hegge zich beklaagde van zijn vader, die hem geen geld wou doen om de rente te kwijten

Dierick Nijs Hegs kent dat zijn huisvrouw en Jan Hegge de jonge de rente samen gekocht hadden en dat hij nadien zijn deel aan Jan Hegge heeft gegeven

Peeter Frans Marcelis hoorde Jan Hegge zeggen dat hij de rente schuldig was aan Anthonis Diel Simons

f° 186 v° - 21.10.1560 - Adriaen Luijcx tegen Dielis Thoens als momboor van de kinderen Peeter Diericx de jonge

| 1323-0306-01 |

huur

Lenaert Luijcx, Digne en Catherine Luijcx verklaren gezamenlijk dat toen vs Lenaert zijn bruiloft hield Adriaen Luijcx en Dielis Thoons als momboor van de kinderen Peeter Diericx de jonge samen spraken van huur van zeker land welk vs Adriaen voorheen in huur had gehad, dat Dielis aan vs Adriaen voorstelde het nog 6 jaar in huur te nemen en dat Adriaen aan Dielis voorstelde borg te stellen, wat deze echter niet nodig vond. Adriaen zei ook nog dat indien Joris Peeter Diericx of zijn moeder het land begeerden dat hij dat dan niet zelf meer begeerde

f° 188 r° - 02.11.1560 - Peeter Imbrechts voor de heer tegen Anthonis van Dietfoirt voor jonker Jan van den Wijngaerde

| 1323-0307-01 |

aard van eigendom van stede

Jan Peeter Thijs Hasen, ca 55j, verklaart dat de stede "te perre" (in hoofding de hoeve) gekomen is van Jan Soeten, zijn grootvader, en Jenneken Soeten, zijn grootmoeder, volgens hij zijn moeder hoorde zeggen, en dat vs Jan x Jenneken op de stede woonden en dat na hun dood Magriete Soeten, zuster van wijlen de moeder van deponent, de stede verkreeg. Magriete verkocht de stede aan Dielis Haest, en na diens dood werd de stede bewoond door diens kinderen Cornelis en Dielis Haest en is nadien verstorven aan de kinderen van Adriaen en Dielis Haest welke de stede verkochten aan Jan van Aerde en zijn huisvrouw

Jan Hegge de oude, 82 of 83j, kent item, heeft nog gehoord dat op de stede ook een zekere Adriaen Verreijcke en nadien Jan en Jenneken Soeten

Adriaen van Aken, 50j, Cornelia x +Bernaert Couwenberchs, 70j, Marie x Claes de Timmerman, 50j, kennen item

Cornelis Jan Mercx de oude, 69j, item voor wat Jan Peeter Thijs Hasen nog verklaart over de schuur op de hoeve

Heijndrick van der Buijten, 55j, item

Jan van Bavele, 59j, item

Peeter Nouts, 69j, item

Jan Adriaen Haest, ca 45j, hoorde meermaals dat zijn grootvader Dielis Haest de "perrehoeve" gekocht had van Magriete Soeten, en dat die na zijn dood beviel op diens kinderen Cornelis, Dielis, Adriaen en Peeter Haest. Vernam ook van zijn vader Adriaen en zijn ooms Dielis, Cornelis en Peeter, minnebroeder in Antwerpen, dat ze de stede hielden voor erve en niet voor laatschap, als te weten waar het huis dat Joos Huijbrechts pacht nog op staat. Hijzelf heeft de stede ook altijd gehouden voor erve en wanneer hij gedeelten ervan kocht of erfde heeft hij ook altijd de doodsgift ontvangen

verder f° 192 r° - 11.11.1560

Peeter Imbrecht, schout, zegt geen getuigen te zullen oproepen ter zake de cijnzen die ze aan de heer schuldig zijn

Wouter Lenaert Diericx, ca 30j, heeft met zijn broers en zusters ca 3 L zaailand dat zij ontvangen hebben onder mr Jan van Vorspoele, toen meijer van jonker Jan van den Wijngaerde, waarvoor zij cijns aan de schout hebben betaald

Peeter Kerstens, ca 46j, inde de kleine tienden van de pastoor en van de h geest zowel in 'knaepschappe en pachtinge', heeft altijd geweten dat de klein tienden te weten van de pastoor, de h geest en jonker Godevaert van Brecht gehaald werden op de gronden die laatschap waren, heeft altijd gehoord dat de hoeve "te perre" waar de huizen op staan laatschap was, maar weet niet onder popendonck of tichelt

Cornelis Machiel van Elsackere, ca 60j, kent dat de h geest van Loenhout en jonker Godevaert van Brecht hun tienden halen enkel op wat laatschap is onder jonker Jan van den Wijngaerde

Adriaen van Aken, ca 50j, item, heeft ook de tienden geïnd

getuigen verder nog:

Cornelis Pauwels Gheens, ca 47j,

Laureis van den Broecke, ca 30j,

Jan van Dale, ca 34j,

Heijndrick Machiels van Elsackere, ca 34j,

Jan van Bavele, ca 59j, schepen,

Cornelis Keeselmans, ca 38j,

Peeter van Dietfoirt, ca 66j, schepen

f° 196 r° - 18.11.1560 - Rummen Rombouts tegen Bastiaen van Bavele

| 1323-0308-01 |

schade door beesten

Adriaen de Lange schat de schade bij Rommen Rombouts op 3 V

Peeter van Huijsen heeft de beesten van Bastiaen van Bavele gezien in de erve van Rommen Rombouts

Aert van de Velde zag dat er grote schade is geweest

verder 16.12.1560

Marie x Peeter van Huijsen kent item

Heijndrick Philips kent item

f° 196 v° - s.d. Pauwels Ackermans tegen Jacob Huijbrechts

| 1323-0309-01 |

betaling

verwezen wordt naar een akte dd 29.12.1560 vp door de secretaris van Wuustwezel waaruit zou blijken dat Jacob Huijbrechts beloofde de procureur en de secretaris, inzake de procedure tussen mr Anthonis Buijssen, medicijn in Antwerpen, en Jacob Huijbrechts, te betalen

verwezen wordt ook naar een brief van vs mr Anthonis waaruit blijkt dat vs Ackermans 8 keer tot Wuustwezel is geweest en dat Jacob beloofd heeft betaling te verrichten

f° 197 r° - 28.11.1560 - Heijndrick de vorster

| 1323-0310-01 |

uitbating schalienhuis

Jacob van der Vloet, schout in Wernhout, verklaart het schalienhuis verhuurd te hebben aan Herman van Colen, en dat de huur inging half maart ll

kent nog dat hij in het schalienhuis gegeten en gedronken heeft en dat ook heeft betaald

jonker Robrecht van Lint kent dat hij aan Herman van Colen een 'haak' geleend heeft

Gheert Vorselmans kent item, maar dat hij nog ten achter is

schepenen verklaren dat wanneer 'twee onder eenen clockenslach' wonen de een de andere niet mag beslagen

verder 16.12.1560

Jan de vorster kent dat toen hij de penningen besloeg die Herman van Colen had op Cornelis van Elsackere vs Herman in de schouw had hangen 'hake ende tange'