Extracten uit schepenregisters Brecht

Extracten uit de bewerkte en samengevatte schepenregisters van Brecht 1522-1700

Nota

| BR-001-01 |

De volledige bewerking van alle akten uit deze schepenregisters is te vinden bij de geschied- en oudheidkundige kring van Brecht https://www.brecht.be/node/1691

1522, 9 november

| BR-002-01 |

Katline Dibbouts, weduwe wijlen Jan Van Den Veken, als tochteresse, en Peter Vander Veken, haar zoon medevervangende zijn broer Jan en zijn zuster, als erfdragers, bekennen jaarlijks te moeten betalen aan de kinderen Jan Aryaens, 7 schellingen en 6 groten Brabants erfelijk, zij stellen als pand een half bunder dries te Eyndhoven, genaamd "thalf buender".

1528, 16 november

| BR-003-01 |

Wouter Jan Joerdens voor hem zelf, Marie Jan Joerdens met haar man Wybrachte Van Hove, Katline Jan Joerdens met haar man Thomas Thoens, Lysbeth Jan Joerdens met haar man Cornelis Van Oevele, Margriete Jan Joerdens met haar man Goesem Vermeer en Adriana Jan Joerdens met haar momber Jan Van Backenbrugge hebben gedeeld de goederen van wijlen Jan Joerdens en Marie ....... hun vader en moeder.

Wouter: de gehele hoeve te Veerle. De overige partijen verscheidene jaarlijks erfelijke renten.

1524, 2 september

| BR-004-01 |

Katline natuurlijke dochter wijlen Jans Vanden Wijngaerde met haar man Lenaerd Haest bekennen dat zij Jan Vanden Wijngaerde Janszoon hebben laten afkwijten 4 veertelen rogs erfelijk van 8 veertelen als wijlen Jan Vanden Wijngaerde haar vader, haar te huwelijken goeden gegeven had.

1523, 26 juni

| BR-005-01 |

Henrick Putkuyps bekent verkocht te hebben aan Geerde Vercaert, vier bunder heide gelegen onder Loenhout.

1524, 13 februari

| BR-006-01 |

Cornelis Peter Luyxzoon van Kerchoven heeft verkocht aan Lysbeth Bartelmeeus Noytsdochter, 5 stuivers groten Brabants jaarlijks en erfelijke rente op een stuk land gelegen in de Broeckakcker.

(In marge: deze rente is afgekweten door Lenaert Van Riel Adriaenszone en Marie Cornelis Janssen zijn vrouw, aan Rombout wonende in't Neerven te Loenhout. 17 februari 1611.)

1524, 22 maart

| BR-007-01 |

Matheeus Marcx bekende ten volle betaald te zijn van Anthonis Huevelmans en zijn vrouw, Marie Jan Woutersdochter, van de bate eener stede gestaan aan het Laer, de som van 28 pond groten Brabants eens, waarvoor Anthonis en Marie de voors stede van voors Matheus Marcx t'erve genomen hebben.

1525, 26 maart

| BR-008-01 |

Margriet Anthonis Van Alfendochter met haar man Bartelmeeuse Thielens hebben verkocht aan Wibrachte Van Hove en zijn vrouw Marie Jan Joerdensdochter, een pond erfelijk, hun verstorven van wijlen Anthonis Van Alfen, haar vader, op zekere grond binnen Loenhout, nu in gebruik bij Jan Bode, volgens schepenbrief van Antwerpen dd. 1517 25 februari.

1525, 10 maart

| BR-009-01 |

Katline Dibbouts, weduwe wijlen Jans Vanden Vekene, als tochteresse, Peter en Jan, haar wettige zonen, Katline en Margriete, haar dochters, als erfdragers, bekennen verkocht te hebben aan Gielise Pauwels Heylen, 5 schellingen erfelijk op een stuk goed binnen Eyndhoven geheten "den Peetershof".

1526, 26 september

| BR-010-01 |

Michiel Lenaert Goenszone, voor hem zelf, Cornelie Lenaert Goensdochter met haar man Wouter Jacops en Henrick Leenaert Heemsenszone, daar moeder af was Katline Goensdochter, hebben gedeeld de goederen verstorven wijlen Lenaert Goens hun vader en grootvader.

Michiel: drie erfelijke renten, Cornelie: twee renten en 1/2 heiblok in Bethovenheiken, Henrick Leenaert Heemsens: drie erfelijke renten.

1527, 11 februari

| BR-011-01 |

Margriet Luyx, weduwe wijlen Gielis Verbraken, als tochteresse, Adriana haar dochter met Jan De Clerck, haar man, Cornelie met Anthoni Huevelmans, haar man, Lysbet met haar momber medevervangende haar zusters, Marie en Natalie, verklaren verkocht te hebben aan Michiel Wouter Aerts en zijn kinderen van de voorbedde, 13 schellingen 7 1/2 groten Brabants jaarlijks en erfelijke rente op een weiveld gelegen bij Wemaersackerken.

Als erfpand stellen Jan De Clerck en Adriana, zijn vrouw, een stede gelegen in de Plaetse bij de pensenpoel, tussen Jan Thijs Coels stede aan deen zijde zuidwaarts en meester Mathijs Thielens stede aan dander zijde noordwaarts.

1527, 21 december

| BR-012-01 |

Anthonis Adriaen Luyxzoon, voor hem zelf, Katline Adriaen Luyxdochter met haar man Jacop Scroets en Martina Adriaen Luyxdochter met Janne Verdijck, haar man, hebben gedeeld de goederen hun verstorven van wijlen Adriaen Luyx, hun vader.

Anthonis: de gehele stede zoals hun vader daar uitgestorven is voor 27 1/2 zister rogs erfelijke rente boven de oude kommer.

Katline en Martine: elk 15 stuivers groten Brabants op de stede.

Tevens hebben de partijen nog verdeeld de gronden en erfelijke renten, hun verstorven van wijlen Janne De Backer hun oom.

Anthonis: de Huygenrijt, 3 bunder heide, rente op Henrick Geerts.

Katline: den Houtacker, het bos bij den Eenenboom, rente op Anthonis voors stede. Zij moet haar zuster Martine toegeven 4 ponden groten Brabants eens.

Martine: de akker te Eyndhoven, "des backers heiken", Katline haar zuster moet haar geven 4 pond groten Brabants.

1530, 19 oktober

| BR-013-01 |

Katline Jan Dibboutsdochter met haar man Dominicus, der Stadt bode van Antwerpen, Lenaerde Jan Dibboutsdochter met haar man, Gielis Luyx, Lysbeth Jan Thoensdochter, daar moeder af was Lysbeth Jan Dibboutsdochter met haar man, Adriane Meester Marcel Schoofszoon en de momber van Mechtelden Jan Thoensdochter, zuster der voors Lysbeth, hebben gedeeld de goederen verstorven van wijlen Jan Dibbouts, hun vader en grootvader en Margriet Leetkens, zijn vrouw, en de goeden die de voors Margriet met Peter Van Dijcke, haar wettige man wijlen, in hun huwelijk gekocht had.

Katline: de stede bij Broeckhoven, den Boschman, verscheide erfelijke renten.

Lenaerde: de stede "den Spiegel", heiblok "inde scuerkens strate", 1/2 van de stede daar Peter Van Dijcke uitgestorven is en verscheidene renten.

Lysbeth en Mechteld: een stedeken "Betten Wilsstedeken", beemd te Wuustwezel, beemd te Loenhout, verscheidene renten.

1528, 27 augustus

| BR-014-01 |

Jan Peeters Janszoon bekent verkocht te hebben aan Henrick De Knodder en zijn vrouw Lysbeth Peeters Van Dijckedochter, een hoeve gelegen te Eyndhoven, zoals Cornelis Van Aerde die laatst bezeten heeft in pachtinge, palende: z./w. Heerenstraat, w. Goesem Van Ysendonck, o. H. Geestblok. Daarbij: vier blokken over de Heerenstraat, "den leemacker", land in den acker achter Peter Maes Hellemans, land ook aldaar, land " de grote zeept", land "den boschacker", land "de Goormeren", beemd in Loenhout, beemd te 'sGravenwezel en 18 bunderen heide op de grote heide. Alles ingenomen voor 25 pond jaarlijks en erfelijke rente.

1528, 17 november

| BR-015-01 |

Willem en Anthonis Beers, gebroeders voor hen zelf, Gosem Aerdekens, daar moeder af was Katline Gosem Beers, voor hem zelf, de gemachtigde van Marie, Katline en Aerde, zusters en broer van Gosem, en van Michiel Michiel Aerdekenszoon.

Willem Vermeer Lenaertszoon, daar moeder af was, Margriet Gosem Beersdochter, voor hem zelf en zijn broers en zusters.

Partijen bekennen dat zij ten volle betaald zijn van Jan Vorsselmans en Margriet Daem Coecxdochter, zijn vrouw, van de goren die hem verstorven zijn van Libbeken Beers en door Jan Vorsselmans ingekocht.

1529, 24 juli

| BR-016-01 |

Alydt Jan Diel Michielsdochter met haar man Willem Vanden Broecke, heeft in gerechte erfelijkheid gegeven aan Janne Diel Michiels, haar broer, eeuwelijk te gebruiken, de helft van een stuk land "den leertuyn" in Bethovenacker neffens de Overbroeksen weg, waarvan Lysbeth, zuster van de voors Alydt, de andere helft heeft.

Item nog de helft van de middelsten weivelde van de drie weivelden, gelegen achter Wil Leest, waarvan Geertruid, zuster van voors Alydt, de andere helft heeft. Item nog 1/6 deel in een stuk beemd gelegen "opte Weve".

1528, 28 augustus

| BR-017-01 |

Jan Peeters Janszoon bekent verkocht te hebben aan Henrick De Cnodder en Lysbette Van Dijcke Peeterszoon, zijn vrouw, een hoeve gelegen te Eyndhoven, gelijk Corneel Van Oevele die laatst in pachtinge bezeten heeft, palende: w./z. Heerenstraat, w. Goesem Van Ysendoncx, o. H. Geestblok. Daarbij nog:

Vier percelen over de Heerstrate, "de leemacker", land in de akker achter Peter Maes Hellemans, land ook aldaar gelegen, nog land aldaar gelegen, land "de Groote Zeept", land "den boschacker", land in dezelfde akker, heide en weide "de Goormeren", land in Loenhout, beemd te 's Gravenwezel en 18 bunderen heide op de grote heide, alles belast met verscheidene renten.

1533, 29 augustus

| BR-018-01 |

Geertruyd Jan Noutsdochter met Aernouts Verrijt haar man, bekent verkocht te hebben aan Henrick Van Geele Martenszoon, en zijn vrouw, Barbelen Anthonis Van Alfendochter, 4 gouden Karolusgulden erfelijk op een stede gelegen te Oostbrecht, palende: n. Cornel Nouts en Jacop Wouter Aerts, z. Heerstrate, o. De Vroente, w. De straat. Daarbij nog enkele percelen heide en een beemd in Loenhout.

1533, 20 januari

| BR-019-01 |

Adriana Goyvaerts Geertsdochter met haar man Jan Wilborts, voor haar zelf, Lysbeth Goyvaerts Geertsdochter met haar man Adriaan Van Aken, voor haar zelf, Matheeus Van Orbach als man van Cornelie, dochter van Pauwels De Moninck en Katline Goyvaert Geertsdochter, voor haar, Pauwels De Monincx, vader van Cornelie voors als gemachtigde van Cornelie, de mombers van de kinderen van Jan Hermans en Marie Goyvaert Geertsdochter, Digne, wettige dochter wijlen Peeter Goyvaert Geertszoon en voor Goyvaert haar broer, bekennen dat Henrick De Coster, als gemachtigde van Jan Vanden Wijngaerde Janszoon, Ridder, gelost te hebben 1 zister rogs erfelijk, etc.

1533, 10 december

| BR-020-01 |

Jan De Cock en Gielys Luyx Lenaertszoon, bekenden jaarlijks te moeten betalen aan Claus Peeters, vulgo "de moeldere", 35 stuivers erfelijk. Jan De Cock stelde als erfpand 1 pond groten Brabants erfelijk op Jan Nouts goeden binnen Loenhout. Gielis Luyx stelt als erfpand een stuk goeds over Kerckhovenakker, gelijk hij dit gekocht had van Katline Francx Costers.

1534, 8 maart

| BR-021-01 |

Marie Van Dijcke Peetersdochter, daar moeder af was Katline Knodders, met haar man Jan Claes Peeters, bekent verkocht te hebben aan de kinderen van Adriaen Thijs Aerts, daar moeder af was Margriet Henrick Bocxdochter, 2 gouden Karolusgulden efelijk op een pand te Jucxot, toebehorende aan de kinderen Jans Beukeleeren. De rente werd door Marie Van Dijcke gekocht van Cornelis De Beuckeleeren volgens schepenbrief van Brecht dd. 11 april 1534.

1535, 5 maart

| BR-022-01 |

Thomas, Jacop, Lenaert en Claus, wettige zonen van wijlen Dionys Meys bekennen verkocht te hebben aan Geerden Vanden Kerckhoven Lucaszoon en zijn vrouw Katline Cops, 8 ponden erfelijk op de hoeve geheten "den heester" en Bocxgoet.

1564, 18 oktober

| BR-023-01 |

Henrick Joerdaens wijlen Michielszoon, en Barbara Boidts wijlen Lambrechtsdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan Jan Thijs Aerts wijlen Janszoon en Katlijnen Michiels wijlen Henricxdochter, zijn vrouw, 5 Kgulden erfelijk op al haar haaflijke en erfelijke goeden. Tot meer zekerheid heeft Henrick Joerdaens te pand gezet een stuk beemd, ca. 1 1/2 bunder, gelegen binnen Loenhout opt "Moelenbosch".

1564, 24 januari

| BR-024-01 |

Henrick Joerdaens wijlen Willemszoon heeft verkocht aan Lysbeth Vanden Cloote Geertsdochter, 2 Kgulden erfelijk op een stuk beemd, gelegen te Loenhout op't "Moelenbosch".

1543, 1 april

| BR-025-01 |

Peeter Soeten te Loenhout heeft getransporteerd aan Michiel Lauwerijs Romboutszoon, 2 Kgulden erfelijk als Peeter Soeten verkregen had bij uitkoop van de versterven van Margriet Soeten, zijn zuster wijlen, die woonachtig was binnen Antwerpen. Te heffen binnen Loenhout, volgens schepenbrief van Antwerpen, dd. 1528 den 12 december.

1558, 28 juni

| BR-026-01 |

Egdoren Bloemaerts als momber en Luyckas Bertels als toeziender der kinderen wijlen Adriaen Egdorens, Jan Egdorens en Geert Egdorens, broeders van Adriaen, als oom van de voors kinderen. Henrick Egdorens als vriend en maag van Adriaenken Ariaen Egdorens voors kinderen.

De Helm te St. Lenaerts verkocht.

1551, 31 augustus

| BR-027-01 |

Adriaen Van Pulle Janszoon, voor hem zelf.

Catharina Van Pulle Jansdochter, met Merten Verhese, haar man, voor haar zelf.

Hebben gedeeld al de goeden hen verstorven van Jan Van Pulle, hun vader, en Lysbeth Grielensdochter, hun moeder.

Adriaen Van Pulle: de stede te Oostbrecht, palende: o/n heerenstrate, z erfgenamen Peeter Van Riele, w omganck straetken. Item vier bunderen heide tegen theestersveken. Item twee bunderen heide aan Delien hoeck. Item een bunder heide gelegen bij Brechterloo. Drie veertelen rogs en 10 stuivers erfelijk op Willem Vrancx goed. Twee Philipsgulden erfelijk op Adriaens Van Aken goeden binnen Loenhout. Zes Kgulden erfelijk op Cathelijne, zijn zuster.

Chatlijn Van Pulle: de stede te Houthoven, palende: o Henrick Vanden Water stede, z/w/n/ heerenstrate. Item een bunder heide teynde aende Damstrate. Item vier bunder heide achter de Goorijt. Item twee bunder heide aende Luyvennen. Item 6 lopen rogs en 20 stuivers erfelijk op Nijs Jacop Geertssen. Item 15 stuivers erfelijk op Meester Jan Van Pulle. Item 6 lopen rogs erfelijk op Cornelis Brugmans binnen Brecht tot Veerle. Item 20 stuivers erfelijk op Cornelis Vermeere Willemsone.

1564, 13 juni

| BR-028-01 |

Lysbet Delien Jacopsdochter met Cornelis Luycx Gieliszoon, haar man, bekenden dat Jan Van Bergen, woonende "ter eycken onder Weerent", afgekweten heeft, aangaande den erfpenningen en erflijkheid van 1 zister rogs erfelijk uit 2 zisteren rogs erfelijk, sprekende op de goeden en panden van Jan Van Staeyen, gelegen binnen Loenhout, Cleyn Sundert en Weernhout. Waarvan de ander zister heffende is Marie Delien, zuster van Lysbeth voors.

1547, laatsten februari

| BR-029-01 |

Eewoute Bartels Luycxdochter, als tochteresse, en Aerdt Jan Aerts, haar zoon, voor hem zelf en voor Anna zijn zuster, als erfdragers, bekennen verkocht te hebben aan Daniel Willem Bartelszoon, een stedeken op Quaeymechelen, palende: z./w. Adriaen Droochscheerdere, o. Eewouts voors erve, n. Heerenstraaten, voor 2 veertelen rogs erfelijk als de voors Daniel jaarlijks binnen Loenhout heffende is en aan Jacop Van Ostaeyen en zijn vrouw getransporteerd hebben en voor 1 Karolusgulden erfelijk.

1550, 17 juni

| BR-030-01 |

Mathijs Van Aerde Janszoon, tot Loenhout, bekent verkocht te hebben aan Willem Delien en Anna Michiel Wouter Aertsdochter, 8 lopen rogs erfelijk op een stuk land gelegen binnen Loenhout, thans toebehorende aan Goryse Marcel. Mathijs stelt te pand een stede geheten, "de stadt van Antwerpen", in de plaetse te Loenhout.

1534, 23 maart

| BR-031-01 |

Jan en Dionys Jacop Geertszonen, voor hen zelf,

De voogden van Claren en Margriet Jacop Geertsdochters, daar moeder af was wijlen Katlijne Van Alphene Anthonisdochter, hebben gedeeld de erfelijke goederen hen verstorven van hun ouders.

Jan en Dionys: "den Perhoff", beemd tot Loenhout, twee erfelijke renten.

Clara en Margriet: dries in de Luycxstrate, heiblok te Betchoven, drie erfelijke renten.

1547, 15 januari

| BR-032-01 |

De voogden van de minderjarige kinderen wijlen Henrick Hovelmans, daar moeder af was wijlen Martine Verdijck Cornelisdochter, bekennen verkocht te hebben aan Mathijs Putkuyps Lenaertszoon en zijn vrouw Lenaerde Vermeer Willemsdochter, een hoeve gelegen te Cloot, gelijk de voors kinderen wijlen Henric Hovelmans na de dood van Cornelis Verdijck, hun grootvader, daarop gedeeld zijn.

1550, 26 augustus

| BR-033-01 |

Peeter De Huekere, als man en in naam van Margriet Leys Jansdochter, voor haar zelf, Geertruid Jan Leysdochter met haar man Jan De Dreyseleer, en de voogd van Lenaerd Leys, den jongen Jan Leys zoon, bekennen verkocht te hebben aan de voogden van de kinderen wijlen Henrick Hovelmans, daar moeder af was wijlen Magdalena Verdijck Cornelisdochter, 1 veertel rogs erfelijk die zij heffende waren op zeker erfpand gelegen te Cloot, thans toebehorende aan Lenaard Verdijck Corneliszoon, uit 1 zister rogs erfelijk als voorts Henrick Braens aan Lysbeth Clausdochter van den Kerckhoven, Willem Leest wijf, bekend heeft.

De voors Lysbeth Clausdochter vanden Kerckhoven met Willem Leest haar man, aan Luycken Vanden Kerckhoven, haar broer, verkocht volgens schepenbrief van 19 januari 1441.

Welk veertel rogs erfelijk Jan Leys, des voors Margriet en Geertruid Leys vader, en Lenaert Leys, na de dood van Jan Oumans, zijn oom, aangedeeld is geweest, volgens schepenbrief van Brecht 14 november 1533.

1547, 14 januari

| BR-034-01 |

Michiel Joerdaens voor hem zelf, ten eener. Zijn kinderen daar moeder af was wijlen Katlijne Luycx Lenaertsdochter, ten andere. Te weten: Meester Gielis Joerdaens, priester, Peter Joerdaens, Lenaert Joerdaens, Ida Joerdaens met haar man Cornelis Schoemakers, de momber van Cornelie en Marie Joerdaens, en de voogd van Jacop, Adriaen en Michiel Joerdaens.

Partijen hebben gedeeld de goederen de voors kinderen van hun moeder verstorven zoals volgt: de haafgoederen zullen half en half tussen vader en de kinderen gedeeld worden.

De erfelijke goederen:

Michiel, de vader: de stede aan de Biest, 1/2 van een beemd binnen Loenhout, 9 veertelen rogs erfelijk op de weduwe wijlen Gabriel Weyns.

De kinderen: de stede te Oostbrecht, 1/2 van een beemd binnen Loenhout.

Terzelver tijd verschijnt Marie Der Muyden, wijlen Jansdochter, weduwe wijlen Lenaert Wouter Heylkens, ten eener. Haar kinderen daar vader af was Lenaert Wouter Heylkens: Lenaert, Cornelie met Jan Van Tychelt en Heylwich met Lenaert Neve haar man en Lysbeth, voor hen zelf, ten andere.

Partijen hebben gedeeld de haaf en erfelijke goederen daar hun vader uitgestorven is. Moeder zal behouden de stede met de kommer. De kinderen bekomen al de andere erfbrieven binnen en buiten Brecht en de haafgoederen.

1551, 21 april

| BR-035-01 |

Henrick Jan Marcxzoon bekent overgegeven te hebben aan Pauwels Ackermans en zijn vrouw Marie Meester Henrick Smitsdochter, 6 lopen rogs erfelijk uit 6 veertelen rogs erfelijk alsmen jaarlijks heffende is op een stede gelegen te Loenhout op Popendonck. Welke voors 6 veertelen Jan Leys Marcxzoon op 14 oktober 1514 gekocht heeft van Willem Van Staeyen Janszoon, op Popendonck gezeten.

1546, 27 oktober

| BR-036-01 |

Jacop, Lenaert en Claus Meys Putkuyps, vulgo vanden Heester, bekennen verkocht te hebben aan Adriaen Van Eijck, twee hoeven, "den Heester" en "het Bocxgoet", gelegen onder Loenhout.

1551, 13 december

| BR-037-01 |

Lenaert Van Heester en zijn vrouw Jacopmijne Vanden Venne, bekennen verkocht te hebben aan de voogden van de kinderen van Laureys Rombouts Corneliszoon, daar moeder af was wijlen Marie Berniers Jansdochter, 2 veertelen rogs erfelijk op al hun haafgoeden die zij nu hebben en nog verkrijgen zullen. Tot meer zekerheid stelt Lenaert een erfelijke rente op Ariaen Van Aken, te Loenhout.

1552, 22 oktober

| BR-038-01 |

Henrick Van Riel en Marie Lenaert Cleysdochter zijn vrouw bekennen verkocht te hebben aan Jan Wils, de smid, en Wouter Aerts Michielszoon, als momber van Katlijne Leest Henricxdochter, minderjarig, tot dezer behoef, 12 Kgulden erfelijk op een stede gelegen te Houthoven "op ten hoeck", zoals Henrick Van Riel die stede bij uitwinning uit 'sHeeren handen gekocht heeft. Item op omtrent 3 bunderen goeds gelegen aldaar binnen Houthoven die Henrick Van Riel vroeger van Marcken Peter Nouts en Barbele Hovelmans, zijn vrouw, gekocht heeft.

1539, 15 april

| BR-039-01 |

Henrick en Anthonis Nouts Henricxzonen, daar moeder af was wijlen Kerstine Buers, voor hen zelf.

Kerstine, hun zuster, met momber.

Heylwiche, hun zuster, met haar man Cornelis Jacops.

Margriet, hun zuster, met haar man Jan Ysendocnk.

Henrick Meerijts Janszoon, waar moeder af was wijlen Marie Nouts, der voors partijen zuster.

Kerstine Meerijts, zijn zuster, die hij mede verving: bekennen gedeeld te hebben de achtergelaten goeden van Henrick Nouts en Kerstine Buers, hun ouders, en grootouders van Henrick en Katlijne Meerijts:

Margriet: de grote hoeve met de kommer.

Heylwich: de stede binnen Kerckhoven.

Kerstine: de stede binnen Stegoven bij "trootken", en twee erfelijke renten.

Henrick: drie erfelijke renten.

Anthonis: twee erfelijke renten.

Henrick en Kerstine: vier erfelijke renten.

1552, 30 januari

| BR-040-01 |

Marcus Loycx, in naam van Franchoyse de Meyere, metser, en diens vrouw Adriana Loycx Marcusdochter, bekent overgegeven te hebben aan Adriaen Delien Jacopszoon en zijn broeders en zusters, die 6 Kgulden erfelijk die de voors Marcus op 9 maart 1550, verkocht had aan Jan Van Voxdale den jongen en Margriet Loycx Marcusdochter, volgens schepenbrief van Loenhout dd. voors. Welke voors rente de voors Jan Van Voxdale en zijn vrouw op 9 december 1550 aan Franchoys de Meyere en zijn vrouw overgegeven hebben. Jaarlijks hefbaar op zeker erfpand binnen Loenhout thans toebehorende aan Marcus Loycx voors.

1553, 28 mei

| BR-041-01 |

Jacop Scroets, voor hem zelf. Anthonis Luycx Adriaenszoon, voor hem zelf. Margriet Verdijcke Jansdochter, daar moeder af was wijlen Martine Luycx, Anthonis voors zuster, met haar man Andries Maesghijsels, voor haar zelf. Pauwels Ackermans, als gemachtigde van Adriaen en Lenaerd Verdijck, broers van Margriet. Partijen bekennen gesloten te hebben akkoord aangaande de tochten die Jacop Scroets voors aan Katlijnen Luycx, zijn vrouw wijlen /Anthonis Luycx voors zuster en Margrieten, Adriaen en Lenaerts Verdijcke moeyken/ goeden gehouden had en nog houden mochte zijn leven lang zoals volgt: Jacop doet afstand van 10 lopen rogs erfelijk die men heffende is op Adriaen Van Eijck en van 3 veertelen rogs erfelijk die men heffende is binnen Loenhout.

Aangaande den Vonderbloecke, zo zullen de voors Jacop en zijn vrouw aan hen selven behouden voor drie jaar. Nadien zullen Anthonis Luycx en zijn adheranten het Vonderblock aanvaarden.

1553, 29 augustus

| BR-042-01 |

Lysbeth Balmans Jansdochter met haar man Gommaer Wilrijck, als tochteresse.

Costen Kennens, als momber der kinderen van Lysbeth voors van de voorbedde, daar vader af was wijlen Peeter Vorsselmans, erfdragers.

Digne Balmans Jansdochter met haar man Costen Kennens, als tochteresse.

Gommaer Wilrijck als momber van de voorkinderen van Dignen voors, daar vader af was wijlen Geerts Bervoets Laureyszoon, als erfdragers.

Peeternelle Balmans Jansdochter met haar man Henrick Wijns, als tochteresse.

Jan Daelmans als momber der kinderen Peeternelle van den voorbedde, daar vader af was wijlen Gielis Winckelmans, als erfdragers.

Katlijne Balmans Jansdochter, met haar man Jan Daelmans.

Marie Balmans Jansdochter met haar man Adriaen Verhage, als tochteresse.

Costen Kennens als momber der kinderen van voors Marie van de voorbedde, daar vader af was wijlen Jan Cleys, als erfdragers.

Anna Bervoets Henricxdochter met haar man Gorys De Clerck.

Alle wettige kinderen wijlen Magdalena Gorys Haestdochter, bekennen verkocht te hebben aan Lucas Vermunten Geertszoon en Margriet Stouwers Lambrechtsdochter, zijn vrouw, 5 Kgulden en 5 stuivers erfelijk die zij jaarlijks heffende waren op de stede "den Helm", gestaan en gelegen te St. Lenaerts aende heerstrate, gelijk hen verstorven is van wijlen Magdalena Gorys Haestdochter, voors lieden moeder en grootmoeder. Welke rente Adriana Verdijcke, weduwe wijlen Doren Bloemaerts, met de mombers van haar kinderen bekent heeft op de voors stede, volgens schepenbrief van Brecht dd. 9 augustus 1534.

1554, 3 april

| BR-043-01 |

Anthonis Luycx Ariaenszoon, voor hem zelf. Margriet Verdijcke Jansdochter, daar moeder af was wijlen Martijne Luycx, Anthonis voors zuster, met haar man Andries Maesgisels, voor haar zelf en voor Lenaert Verdijck haar broer, bekennen gedeeld te hebben zeker achtergelaten goeden, hen verstorven van wijlen Katlijnen Luycx, Anthonis zuster en Margriet Verdijck en Lenaerts moeyken. Welke goeden Jacop Scroets man van Katlijnen zaliger in tocht bezeten had.

Anthonis: 3 veertelen rogs erfelijk binnen Loenhout, 10 lopen, rogs erfelijk op Jacop Scroets achtergelaten goeden en op zijn stede te Betchoven.

Margriet en Lenaert Verdijcke: 22 lopen rogs erfelijk op Stoffel Van Eemeren goeden binnen Sterthoven.

1551, 18 september

| BR-044-01 |

Henrick, Lenaert, Peeter en Michiel Joerdaens wijlen Michielszonen, daar moeder af is Katlijne Luycx Henricxdochter. Anna, hun zuster met haar man Mathijs Reyns, Barbele, hun zuster, met haar man Jan Luycx Ariaenszoon en Magdalena, hun zuster, met haar man Cornelis Luycx Willemszoon, bekennen voor 744 Kgulden en 5 stuivers eens verkocht te hebben aan Jan Betten Corneliszoon en zijn vrouw Elisabeth Joerdaens, hun zuster, hun hoeve gelegen te Broechoven, gelijk Michiel Joerdaens, hun vader, daar uit gestorven is. Uitgenomen de beemd tot Loenhout en den achtersten heiblok "ter schoerkens straten" waarts. Item nog de "Wehage" en het "Veeblock", deze percelen behouden de verkopers voor hun, behoudelijk Jan Bettens huisvrouw in de voors percelen haar gedeel.

1552, 15 november

| BR-045-01 |

Thomaes Thoens en zijn vrouw Katlijne Joerdaens bekennen dat zij ter zake van de koop van een heiblok gelegen onder Loenhout, welk heiblok de voors Thomaes van Marten Vanden Smede, als gemachtigde van Lodewijck Vander Coedt van Middelborch gekocht heeft. Jan Betten Corneliszoon en zijn vrouw Lysbetten Joerdaens van wegen Martens Vanden Smede, als gemachtigd en in naam, als van Jan Betten en zijn wijf tot behoef van de voors Lodewijk een heiblock gekocht hebbende, wel en wettelijk overgegeven had de 30 schellingen erfelijk op zeker erfpand binnen Loenhout en Brecht gelegen, en de voors Thomaes Thoens en zijn vrouw op 12 maart 1515 van Adriaen Giel Haest gekocht hebben.

1552, 21 februari

| BR-046-01 |

Gosem Thielens voor hem zelf en voor Willem Vrancx kinderen daar moeder af was wijlen Geertruid Thielens, Gosems zuster. Marie Thielens, zijn zuster, met haar man Goyvaerde Broomans, voor haar zelf. Korijn en Jacop Jacopszonen voor hen zelf. Kinderen van wijlen Bartels Thielens vanden voorbedde, ten eener.

Jacop Wouter Jacops en Jan Van Kerckhoven, in de naam van hun vrouwen en hun adheranten, als kinderen van wijlen Bartels Thielens van de tweede bedde, ten andere.

Partijen hebben gesloten akkoord omtrent de goeden.

1552, 20 februari

| BR-047-01 |

Margriet Knodders Henricxdochter met Jan Van Aerde, haar man, bekent dat Peeter De Knodder als momber der kinderen Nychatien Jan Casuszoon, daar moeder af was wijlen Lysbeth Henricx Knoddersdochter, tot zelve kinderen behoef, afgekweten had 5 Kgulden erfelijk op de voors kinderen hoeve te Veerle gelegen, en haar aangedeeld na de dood van haar vader.

1553, 2 mei

| BR-048-01 |

Cornelis Aert Peeter Noutszoon en zijn vrouw Josyne Buys bekennen verkocht te hebben aan Jan Wils, als vader, en Jan Van Kerckhoven, als momber, voor Hanneke Wils Janszoon, daar moeder af was wijlen Dympna Hovelmans Anthonisdochter, tot deszelfs Hannekens behoef, 3 Kgulden erfelijk op een stuk land geheten "pullekens hof" ca. 1 bunder gelegen in St. Lenaertsakker. Item nog op grond ca. 4 bunderen.

1553, 28 mei

| BR-049-01 |

Michiel Betten Corneliszoon bekent verkocht te hebben aan Henrick Joerdaens Michielszoon en zijn vrouw Barbelen Boids Lambrechtsdochter, 2 Kgulden erfelijk, hem na de dood zijns vader aangedeeld, die hij heffende is op een blok geheten "Knoddersblock", gelegen binnen Loenhout opte blaect. Welke rente Cornelis Betten, vader van Michiel voors, op 2 februari 1535 van Mathijs Jan Van Aerdezoon gekocht heeft.

1553, 17 (januari)

| BR-050-01 |

Mathijs Jan Cleyszoon en zijn vrouw Marie Thijs Cuypersdochter bekennen t'erve gegeven te hebben aan Cornelis Vercaert Gieliszoon en zijn vrouw Quirijnen, Mathijs Jan Cleys voors dochter, een stede ca. 5 bunderen gelegen "opten Hencxtbroeck" binnen Brecht, palende: o. Heerenvroente, z. Jan Aert Peter Nouts en de wed. Willem Aerts, w. Andries Maesghisels, n. Mathijs voors erve.

Welke voors stede Cornelis Vercaert gekocht heeft voor 6 Kgulden en 14 lopen rogs erfelijk en voor 14 veertelen en 1 lopen rogs erfelijk en 5 lichter gulden en 7 1/2 stuiver .

Is voorwaarde dat Cornelis Vercaert voors op de gracht tussen Mathijs voors en zijn erve geen opgaand hout zal mogen laten staan, maar telke scharen, afhouwen en 'tkoel van de gracht zal Cornelis toehoren en Mathijs mag hem ruimen en gebruiken.

1553, 17 januari

| BR-051-01 |

Cornelis Vercaert Gieliszone en Quirijnen Mathijs Jan Cleysdochter, zijn vrouw, bekennen verkocht te hebben aan Pauwels Cleys Thijs en zijn vrouw, Lysbeth Van Huyse, 2 veertelen rogs en 20 stuivers erfelijk op een stede gelegen op den Hencxtbroek onder Brecht, palende: zie 439.

Cornelis Vercaert en zijn vrouw Quirijne Mathijs Jan Cleysdochter bekennen aangaande de stede op den Hencxtbroek, die zij gekocht hebben van Mathijs Jan Cleys en Marie Cuypers, Quirijnen ouders, dat zij schuldig zijn uit te reiken 14 veertelen en 1 lopen rogs erfelijk en 5 lichter gulden en 7 1/2 stuiver erfelijk. Daaraf is erfpand de voors stede.

1553, 7 maart

| BR-052-01 |

Jan Betten Corneliszoon, voor hem zelf. Cornelis Betten, zijn broer, voor hem zelf en voor Michiel, zijn broer, wiens gedeel hij gekocht heeft. Thomaes Luycx als man en in naam van Gabriele Betten, zijn vrouw. Partijen bekennen verkocht te hebben aan Jan Betten Michielszoon en zijn vrouw, en aan Henrick Hovelmans Anthoniszoon en zijn vrouw, Katlijnen Betten Michielsdochter, de helft van 3 1/2 bunder heide waaraf de ander helft Jans voors en Henrick Hovelmans vrouw vader, toebehoord, gelegen omtrent "de Regenrijt".

1554, 3 april

| BR-053-01 |

Jan Vanden Vekene Janszoon, voor hem zelf, en Jan Van Massenhoven Jacopszoon, daar moeder af was Katlijne Vanden Vekene, voor hem zelf, bekennen dat zij elk 1 veertel rogs erfelijk, daar zij op gedeeld waren, jaarlijks binnen Loenhout "opten hesselinck" te heffen, overgegeven hebben aan Michiel Van Riele en Margriet Vanden Vekene, zijn vrouw.

1554, 18 mei

| BR-054-01 |

Meester Jan Hovelmans en Margriet Vanden Vekene, zijn vrouw, bekennen aangaande dat 1 pond erfelijk dat ze volgens scheibrief tussen Margriet voors en haar kinderen, schuldig was aan haar kinderen jaarlijks uit te reiken.

Dat zij, in voldoening van de selve rente aan voors kinderen overgegeven hebben, die 4 Kgulden en 10 stuivers erfelijk die Anthonis Van Alphene, als gemachtigde van Margriet Vanden Vekene voors, van Cornelis Van Elsacker Geertszoon, op zeker erfpand binnen Loenhout tot Sneppele gelegen, gekocht heeft, volgens schepenbrief van Loenhout dd. 19 februari 1554. Aan welke voor 4 Kgulden en 10 stuivers erfelijk de voors Margriet met Meester Jan Hovelmans, haar man, haar tocht is afgegaan en daar mede haar voors kinderen voldaen heeft van voors 1 pond erfelijk dat zij hen jaarlijks uitreiken moest.

Meester Aert Loots, zoon van Margriet voors, Peeter haar zoon en Geertruid haar dochter, bekenden voor deze 4 Kgulden en 10 stuivers tevreden te zijn.

Ook bekende Meester Aerdt Loots, zoon van Meester Lodewijc, voor hem zelf, Peeter zijn broer en Geertruid hun zuster, de voors 4 Kgulden en 10 stuivers erfelijk getransporteerd te hebben aan Anthonis Van Alphene en Lenaerda Dibbouts, zijn vrouw.

1554, 15 mei

| BR-055-01 |

Mathijs Jan Cleys, tot Loenhout gezeten, bekent overgegeven te hebben aan Lysbeth Jan Oomsdochter, weduwe Gielis Vercaert, 2 veertelen rogs erfelijk uit 14 veertelen en 1 lopen rogs als Mathijs jaarlijks heffende was op een stede op den Hencxtbroeck, thans toebehorende aan Cornelis Vercaert, zoon van Lysbeth Jan Ooms, en zijn vrouw, Mathijs voors dochter, volgens schepenbrief van Brecht dd. 17 januari 1553.

1554, 9 augustus

| BR-056-01 |

Jan, Pauwels, Gorys, Marten, Symon en Willems Haest Lenaertszonen, gebroeders, bekennen schuldig te zijn aan Katlijne Haest, natuurlijke dochter wijlen Lenaert Haest, hun broeder, jaarlijks te betalen 4 Kgulden erfelijk op hun stede te Betchoven.

1554, 10 januari

| BR-057-01 |

Andries Maesgisels en Margriete Verdijcke Jansdochter, zijn vrouw bekennen beleend te hebben aan Pauwels Ackermans en Marie, Meester Henrick Smekensdochter, zijn vrouw, 2 korenrenten, één van 23 lopen rogs erfelijk en één van 9 lopen rogs erfelijk, die men heffende is binnen Loenhout, volgens twee schepenbrieven van Loenhout dd. 3 maart 1464 voor 23 lopen rogs en dd. 10 februari 1554. Zij behouden daaraan geen recht meer.

De eerste zal op Pauwelsen verschijnen te Lichtmis a.s. a° '54.

Andries mag lossen in twee maal.

1554, 12 maart

| BR-058-01 |

Meester Jan Leest, priester, voor hem zelf, en voor wijlen Magdalena Leest, waarover hij momber is geweest.

Henrick Leest, voor hem zelf. Anna Leest met haar momber. Marie Leest met Gosem Thielens, haar man. Peter Heylen als man van Mechtelde Leest. Jan en Adriaen Wils Janszonen, daar moeder af was wijlen Barbara Leest, voor hen zelf en voor Lenaerd en Lysbeth, hun broer en zuster. Willem Van Oppijne als man van Katlijne Wils.

Allen kinderen van wijlen Jannes Leest en Katlijnen Pruyers, bekennen over elf of twaalf jaren, elk van hun 7, als voor hun bate boven de kommer en voor 2 ponden brabants eens, te weten elk voor 2 Kgulden erfelijk, daarop te blijven heffen, aflosbaar aan elk van hen met 8 ponden waaraf zij bekennen dat wijlen Magdalena Leest 2 Kgulden erfelijk en de kinderen wijlen Barbelen Leest, daar vader af was wijlen Jan Wil 2 Kgulden erfelijk afgekweten zijn; verkocht te hebben aan Jan Lemmens en Anna Van Tychelt, zijn vrouw, een stede gelegen te St. Lenaerts, gelijk hen die verstorven is van hun vader en moeder.

1554, 4 april

| BR-059-01 |

Cornelis Michiels Buyenszoon, tot Loenhout, bekent overgegeven te hebben aan Pauwels Ackermans en Marie, Meester Henrick Smekensdochter, de 2 lopen rogs erfelijk, die men jaarlijks heffende is binnen Loenhout op zeker erfpand "ter beke" gelegen, geheeten "tcleyn dongelen".

Welke voors rente Luyck Nout Luycxzoon, als erfenaam van Jan Heylen op 13 april 1500, aan Henrick Hovelmans, uit 3 veertelen rogs erfelijk verkocht heeft gehad.

Welke voors rente Jan Michiel Buyens, op 2 april 1531, bekent heeft schuldig te zijn aan Henrick Hovelmans. Cornelis Michiel Buyenszoon belooft de voors 2 lopen rogs alle jaren te Brecht te leveren.

1555, 17 juni

| BR-060-01 |

Goyvaert Broomans en Marie Thielens Bartelmeeusdochter, zijn vrouw, bekennen verkocht te hebben aan Jouffr. Josynen Daens, weduwe wijlen Adriaens Van Der Noot, des Ridders, 9 Kgulden en 10 stuiver 3 oort jaarlijks en erfelijke rente op al hun goederen, te weten op de erfgoeden die Goyvaert voors van zijn vader verstorven zijn en zijn moeder in tocht bezittende is en al de goeden die hem nog van zijn moeder zullen versterven, en op al de goeden die aan de voors Marie Thielens nog versterven zullen van Peeternelle Smeets, hun moeiken, en op de 6 lopen rogs erfelijk die Marie voors jaarlijks heffende is op Gosem Thielens, haar broeder, en nog op de 15 stuivers erfelijk die Marie voors jaarlijks heffende is op Peeter Neels, Prochiaen, tot Brecht en zijn stede geheten, "de Meesenkiste", en op de helft van 3 veertelen rogs erfelijk die de moeder van Goyvaert voors, jaarlijks in tochte bezittende is en men jaarlijks binnen Loenhout heffende is op Lambrecht Broomans, waarvan de andere helft toekomt aan de zuster van Goyvaert voors, en nog op de helft van 7 lopen rogs erfelijk waarvan de andere helft toekomt aan de zuster van Goyvaert voors, alsmen jaarlijks heffende is binnen Loenhout op Adriaena Van Aken, de voors rente aan Jouffr. Josyne Daensop St. Jansdag Baptista midsomers.

Wanneer Goyvaerts moeder of Marien moeiken sterft moet Goyvaert en zijn wijf de rente afkwijten of wel aan Jouffr. Josyne Daens, goeden benoemden en onroerenden erfpand stellen.

1555, 11 juni

| BR-061-01 |

Wouter Vanden Cloote, tot Loenhout, bekent voor hem zelf en voor zijn kinderen, daar moeder af was wijlen Katlijne Leys Henricxdochter, dat Adriaan Van Eijck afgekweten had 3 Kgulden erfelijk die hij en zijn kinderen jaarlijks plachten te heffen op een stuk bos, gelegen te Varenbraken en de voors Adriaan Van Eijck toehorende.

1555, 12 mei

| BR-062-01 |

Jacop Meys Dionyszoon, vulgo van Heester, daar moeder af was wijlen Cornelie Buys Cornelisdochter, bekent overgegeven te hebben aan Lenaert Leys Lenaertszoon en Marien Jan Aertsdochter, zijn vrouw, 1 veertel rogs erfelijk die hij jaarlijks heffende was op een stede met ca. 2 bunder gelegen tot Loenhout "in de beerenstrate".

Welke rente Cornelis Buys, vader van Cornelien Buys vader, op 25 oktober 1512 gekocht heeft van Corneel De Beere.

1544, 13 maart

| BR-063-01 |

Henrick Leest Janneszoon, als momber der kinderen wijlen Jan Pruyens, zijns ooms van de tweede bedde, daar moeder af was Johanna Hegge Dionysdochter in bijwezen van Dierick Hegge, der voors kinderen oom, als toeziender derzelve kinderen, en Hubrecht Pruyens, Jan Pruyens en Peeter Cornelis Noutszoon als naaste vrienden van de voors kinderen, heeft zijn bewijs en rekening gedaan van al de administratie als momber der voors kinderen.

Henrick Leest willende ontslagen zijn als momber allegeerende dat Hubrecht Pruyens, als wezende de oudste half broeder van de voors weeskinderen.

Deze aanvaardt momber te zijn.

1557, 3 mei

| BR-064-01 |

Jan Maes, tot Wuustwezel, als vader en in naam van zijn kinderen te weten: Cornelis, Willem, Ghijsbrecht, Barbelen, Margriet, Anna, Katlijne en Cornelis, bekent verkocht te hebben aan Anthonis Theeus en Katlijne Bervoets, zijn vrouw, de helft van een heiblok geheeten "de Wrage".

Anthonis Theeus en zijn vrouw bekenden het voors heiblok in 't geheel overgegeven te hebben aan Peter Wijns en Peternellen Mees Jansdochter, zijn vrouw.

1556, 9 oktober

| BR-065-01 |

Marten Egdorens Henricxzoon bekent overgegeven te hebben aan Willem Vermeere Willemszoon en Lysbetten Luyck Peter Luycxdochter, zijn vrouw, 7 1/2 veertel rogs erfelijk die hij jaarlijks heffende was op zeker erfpand binnen Loenhout, geheeten "Eelkenspat", ca. 1 1/2 bunder beemd en weide.

Henrick Ariaens Conincxzoon bekent dat hij deze rente schuldig was aan Marten, Jan en Lysbeth, kinderen van Jan Adriaens Conincx, uit te reiken, volgens schepenbrief van Loenhout dd. 11 januari 1519.

1556, 15 juli

| BR-066-01 |

Jan Meys Thomaszoon, vulgo van Heester, voor hem zelf en voor Johanna zijnder zusters kinderen.

Jacop Meys Dionyszoon, vulgo van Heester, voor hem en voor Leonard en Claus, zijn broers.

Barbele Delien Woutersdochter met Hubrecht Leys, haar man.

Peeter De Knodder als man van Barbelen.

Partijen bekenden aangaande 1 zister rogs erfelijk, welke rente hen verstorven is van wijlen Katlijne Meys, natuurlijke dochter van wijlen Jan Meys Putkuyps, en men jaarlijks heffende is op een stede omtrent Broechoven, thans toebehorende aan de weduwe wijlen Peeter Meerijts, dat de rente mits caveling en erfdeling en ook mits zekere mangeling tussen Adriaen Delien voors en Peeter De Knodder geschiet is te weten:

Adriaen Delien voors heeft geresigneerd aan den voors Peeter De Knodder in de naam van zijn wijf, het gedeel in het voors 1 zister rogs erfelijk, alzulk 1 veertel rogs erfelijk als hij jaarlijks te Castele in den lande van Breda heffende was.

In marge: Jan Cornelis Goris met Catelijn, dochter van Mr. Aert Christiaenssen, zijn vrouw, bekennen dat zij hebben laten afkwijten, 1 veertel rogs erfelijk in 1 zister rogs erfelijk, aan Elisabeth Cornel Bettendochter, die zij jaarlijks uitreikende was. 8 februari 1662.

1557, 21 april

| BR-067-01 |

Barbele Luycx Gielisdochter met Pauwels Heylen, haar man, bekent in mindernis van Henrick Egdorens bate, Henrick toekomende op de stede "den Hert", gelegen te St. Lenaerts, die zij met Pauwels Heylen van Henrick Egdorens gekocht en t'erve genomen hebben; aan den voors Henrick overgegeven te hebben, 2 ponden en 5 schellingen groten Brabants erfelijk, die haar na de dood van Mathijs Putkuyps, haar grootvader aangedeeld waren, jaarlijks te heffen op zeker perceel van erfgronden binnen Loenhout.

Welke voors rente aan de voors Mathijs Putkuyps; van wien aan Barbele Luycx deze rente verstorven zijn; gekocht heeft van Peeter De Cuypere met Cornelie Nouts Peeter Noutsdochter, zijn vrouw, op 1 mei 1529.

1556, 24 februari

| BR-068-01 |

Gosem Vermeere Lenaertszoon, voor hem zelve.

Margriet Vermeere, zijn zuster, tochteresse, met Jan Casus, haar zoon, die zijn andere zusters en broers daarin verving.

Adrian Vermeere, haar zuster, als tochteresse.

Jan Hectors, als man van Lenaerda Hectors Adriaendochter, die hij en Katlijne zijn wijfs zuster hierin verving.

Lenaert Huffelmans Francxzoon, daar moeder af was wijlen Johanna Vermeere, voor hem en zijn zusters.

Willem Vermeere Willemszoon, voor hem zelf.

Margriet Willems zuster, met Jan Rombouts, haar man, voor haar zelve.

Bekennen aangaande zeker 2 Kgulden en 10 stuivers erfelijk, die zij gelijk binnen Loenhout heffende zijn, overgegeven hebben aan Michiel Vermeere, Gosems voors broer, en zijn wijf en nakomelingen.

1557, 28 april

| BR-069-01 |

Cornelis Rombouts Laureyszoon en Marie Boids Jansdochter, zijn vrouw, bij overwezen van Jan, Cornelis en Adriaen, hun zonen, hebben overgegeven voor 10 zister rogs erfelijk en 16 pond erfelijk aan Laureys, hun zoon, en Anna Meerijts Michielsdochter, zijn wijf, hun hoeve binnen Brecht en Loenhout, gelijk zij die vroeger van de kinderen en erfgenamen wijlen Jan Ariaens gekocht hebben.

1557, 13 mei

| BR-070-01 |

Mathijs Jan Cleyszoon en Marie Cuypers, zijn vrouw, hebben verkocht aan Lenaert Leys Lenaertszoon en Marie Aerts Jansdochter, daar moeder af is Marie Leest Jannesdochter, zijn wijf, 3 veertelen rogs erfelijk uit 5 veertelen rogs erfelijk en 4 Kgulden en 17 1/2 stuivers als zij jaarlijks heffende waren op een stede ca. 5 bunderen, gelegen "opten Hencxtbroeck", thans toehorende aan Cornelis Vercaert, Mathijs voors zwager. Gelijk Cornelis en zijn wijf die stede van Mathijs en zijn wijf gekocht hebben, volgens schepenbrief van Brecht dd. 17 januari 1553.

1558, 14 september

| BR-071-01 |

Pauwels Aerts, als gemachtigde van Vrouwe Elisabeth Vanden Dorpe, weduwe wijlen Jans Van Diest des Ridders van Jerusalem, bekent aangaande het heiblok onder Loenhout gelegen, hetwelk Adriaan Delien als hoogste koper bij brandende kaars gekocht heeft gehad, daar Adriaan Delien hem desaangaande ten volle betaald had den laatste penning.

1558, 8 november

| BR-072-01 |

Cornelis en Pauwels Aerts, gebroeders, voor hen zelve.

Magdalena Aerts, hun zuster, met Henrick Boye, haar man, voor haar zelve.

Lysbeth Aerts, hun zuster, met Symon Rombouts, haar man, voor haar zelve.

Willem Van Alphen Adriaenszoon, daar moeder af was wijlen Anna Aerts, voor hem zelf en voor zijn zuster Adriana.

De voogden van de kinderen wijlen Aert Aerts.

Alle gerechte erfgenamen van wijlen Willem Aerts en Margriet Jacops, hebben gedeeld de erfrenten in rogge en geld , hun verstorven van hun ouders en of grootouders voors.

Cornelis en Pauwels: 6 Kgulden erfelijk op Henrick Leys, te Loenhout. 2 Kgulden erfelijk op Willem Vermeere Willemszoon. 4 Kgulden eens mits de voors 6 Kgulden gekocht zijn met 23 pond brabants.

Magdalena en de kinderen Aert Aerts: 13 lopen rogs erfelijk op Thomaes Schoofs. 6 lopen rogs erfelijk op Jan Van Ysendonck. 3 1/2 Kgulden erfelijk op Henrick Gabriel Weynszoon. Zal de andere kavels toevoegen 4 Kgulden eens.

Lysbeth Aerts en Willem Van Elsacker en zijn zuster: 1 pond erfelijk op Jan Hovelmans te Loenhout. 1 pond erfelijk op Cornelis Willem Luycx.

1556, 17 maart

| BR-073-01 |

Henrick De Keyser heeft overgegeven aan zijn zoon Henrick De Keyser (de jongen) 25 stuivers erfelijk uit 32 1/2 stuiver en 2 veertelen rogs erfelijk als hij jaarlijks heffende was op zeker erfpand binnen Loenhout, te weten op een stede ca. 1 bunder gelegen te Sneppel, palende: o. Dbeecxken, w. Jan Van Elsacker, n. Geerts Van Elsacker, z. Heerenstraat.

Welke voors 32 1/2 stuivers en 2 veertelen erfelijk Peter Jan Wacker aan voors Henrick De Keyser, op 14 november 1547, bekend heeft gehad volgens schepenbrief van Loenhouts dd. voors.

1557, 12 december

| BR-074-01 |

Jacop Meys Putkuyps Dionyszoon en Maria Van Pulle, zijn vrouw, hebben verkocht aan Ghijsbrecht Van Aemstel en Adriaan Delien, als capelmeesters van St. Lenaerts Capelle, tot behoef derzelfde Capelle, 20 stuivers erfelijk op een stuk land geheten "tclootken", ca. 1/2 bunder, gelegen in de Oostacker.

1557, 16 januari

| BR-075-01 |

Kinderen en erfgenamen wijlen Thomaes Thoens en Katlijne Joerdaens, te weten:

Jan, voor hem zelf.

Wouter, voor hem zelf.

De voogden der kinderen wijlen Lenaert Thoens, daar moeder af is Hillegoudt Scroets Gorysdochter.

De voogden der kinderen wijlen Peeter Thomaes, daar moeder af is Zoete Adriaens Sweertsdochter.

De voogden der kinderen wijlen Adriaen Thomaes, daar moeder af is Katlijne Luycx.

De voogden van het kind van wijlen Cornelis Thomaes, daar moeder af is Geertruid Schoofs Thomaesdochter.

Partijen hebben gepaart en gedeeld al de erfgoeden verstorven van wijlen Thomaes Thomaes Thoens en Katlijnen Joerdaens, vader en moeder van Jan en Wouter voors en grootouders der anderen, zoals volgt:

Jan Thomas: zal hebben zo bij mangeling van Wouter zijn broer als anderzins: Op Wouter Joerdaens, 10 veertelen rogs erfelijk, waarop 5 veertelen leen zijn, op Jan Betten 4 Kgulden erfelijk, tot Hoogstraten 1 Kgulden erfelijk, op den Prochiaan 2 Kgulden erfelijk.

Wouter Thomas: zal hebben zo bij mangeling van Jan zijn broer als anderzins: op Jan Joos tot Wuustwezel op 't Goor Eynde 8 veertelen rogs erfelijk, op Jan Betten 4 Kgulden erfelijk, tot Hoogstraten 3 Kgulden erfelijk.

De Kinderen wijlen Lenaert Thomaes: Op Jan Joos tot Wuestwezel 2 veertelen rogs erfelijk, op Dionisen Van Tychelt 9 lopen rogs erfelijk, op Hubrecht de botercooper tot Wuestwezel 4 veertelen rogs erfelijk, op den Prochiaen van Brecht 1 veertel rogs erfelijk, op Joncker Jan Vanden Wijngaerde 4 Kgulden erfelijk, op Peeter Verdaelt 3 Kgulden erfelijk.

De Kinderen wijlen Peeter Thomaes: Op de wed. Peeter Meerijts 4 veertelen rogs erfelijk, op Wouter Joerdaens 3 veertelen rogs erfelijk, op den Prochiaen van Brecht 1 veertel rogs erfelijk, op Jan Pellens 6 lopen rogs erfelijk, op Jan Joos tot Wuestwezel 4 Kgulden erfelijk, op Peeter Verdaelt 2 1/2 Kgulden erfelijk.

De Kinderen wijlen Adriaen Thomaes: Op Dionysen Van Tychelt tot Wuestwezel 4 veertelen rogs erfelijk, op Wouteren Joerdaens 5 veertelen rogs erfelijk, op Joncker Vanden Wijngaerde 4 Kgulden erfelijk, op Peeter Verdaelt 3 Kgulden erfelijk.

De Kinderen Cornelis Thomaes: Op Dionysen Van Tychelt tot Wuestwezel 4 veertelen rogs erfelijk, op Jan De Bye tot Wuestwezel 4 veertelen rogs erfelijk, op den Prociaen van Brecht 1 veertel rogs erfelijk, op Adriaen Van Eeckele tot Wuestwezel 4 Kgulden erfelijk, op Peeter Verdaelt 3 Kgulden erfelijk.

1557, 19 oktober

| BR-076-01 |

Lenaerta Dibbouts, achtergelaten weduwe wijlen Anthonis Van Alphene, met Gommaer Vanden Venne, haar momber, bij overwezen van Jan, haar zoon ten eener, en Meester Jan Van Alphene, als momber, en Lenaert Mathijs Putkuypszoon, als toeziender, der kinderen wijlen Anthonis Van Alphene daar moeder af was wijlen Josyne De Bye Dionysdochter, ten andere.

Partijen bekennen overeenkomst:

Aangaande zeker geschil ter zake van de haaf en erfelijke goeden gekomen van wijlen Dionysen De Bye, der kinderen grootvader, die de voors mombers beweerden die de voors van Alphene ten onrechte bezeten had.

Aangaande de tocht die de voors Lenaerda Dibbouts, allegeerde en zij zou mogen hebben en behouden aan de erfelijk verkregen goeden bij haar en wijlen Anthonis Van Alphene staande ten huwelijk en verkregen.

Aangaande de oude erfelijke goeden die bij hen staande den huwelijk ten eener of ten andere zijde afgekweten en die men niet bevindt weder aangelegd te zijn ter nature, waar of die gekomen waren.

1555, 12 februari

| BR-077-01 |

Jan Leest, de oude, bekent aangaande zeker 2 halsteren rogs erfelijk die hij bij consente van zijnen zoon Jan en Anthonie zijn dochter, als erfdragers, verkocht had aan Anthonis Van Alphen, om zijn kinderen daar af te verlijken en te verzekeren van hun erfelijkheid, heeft hij in hun handen gesteld dat 1 veertel rogs en 1 Kgulden erfelijk die hij op 27 januari 1552 van Margriet Leest Cornelisdochter met Hubrecht Joerdaens, haar man, gekocht heeft. Als pand stelt Jan Leest al zijn haafgoederen. Tot meer zekerheid stelt Jan Leest nog 2 Kgulden erfelijk die hij jaarlijks heffende is op Jan Hegge te Loenhout.

1555, de laatste maart

| BR-078-01 |

Jan De Clerck Clauszoon, daar moeder af was wijlen Adriana Vermeere, voor hem zelf.

Lenaerda, Jans zuster, met Jacop De Leeuw, haar man, voor haar zelf. Adriana, hun zuster, met Willem Nouts, haar man, voor haar zelf. Peeternelle Clercx, hun zuster, met haar momber.

Partijen hebben voor 32 pond groten Brabants verkocht aan Joos Puls en Barbelen Putkuyps, zijn vrouw, en Henrick Van Riele wijlen Henricxzoon en Geertruid Vanden Wijngaerde Willemsdochter, zijn vrouw, een stede gelegen te Houthoven, in't vierkant gemeen onder de beide Heeren van Brecht onder erve en leen gelegen en nog 3 percelen heide, daartoe behorende, alles belast met verscheidene renten.

Tot meer zekerheid stellen de verkopers te pand al hun goeden.

1559, 29 juni

| BR-079-01 |

De erfgenamen wijlen Jacop Scroets, te weten:

Peter Jacops Janszoon, voor hem zelf. Katlijne, Peeters zuster, met haar man Jan Ghijsels, voor haar zelf. Jacop Luycx Willemszoon, voor hem zelf. Deze partijen ten eener.

De erfgenamen wijlen Marie Van Aerde, Jacops Scroets vrouw wijlen, te weten:

Mathijs Van Aerde, voor hem zelf. Hubrecht Van Aerde Peeterszoon, voor hem zelf. Deze partijen ten andere.

Hebben gepaart en gedeeld de goeden verkregen bij wijlen Jacop Scroets en Marie Van Aerde, staande ten huwelijk geconquesteerd en vercregen.

Erfgenamen Jacops Scroets zullen hebben: de stede te Betchoven met de daarbij horende renten, zij zullen aan de erfgenamen wijlen Maria Van Aerde betalen 4 Kgulden en 2 lopen rogs eens.

Erfgenamen Maria Van Aerde zullen hebben: 3 Kgulden erfelijk op Jan Wouter Heylkens, 5 Kgulden erfelijk op Jan Maes Hellemans, 30 stuivers erfelijk op Lenaert Wouter Heylkens, 30 stuivers erfelijk onder Wuestwezel op Marem, 2 Kgulden erfelijk op Bouwen De Coster Bouwenszoon, 4 Kgulden en 2 lopen rogs eens.

Staat nog ongedeeld 1/2 bunder beemd, gelegen onder Loenhout op te Blaect.

1557, 1 februari

| BR-080-01 |

Elisabeth Reyns, weduwe laatst van Michiel Rombouts, als tochteresse, voor haar zelf.

Jan Bode Anthoniszoon, zoon van Elisabeth voors, voor hem zelf.

Luycx Lenaert Luycx, als man van Cornelie Bode, Jans voors zuster, medevervangende Anthonis hun broer, als erfdragers.

Hebben verkocht aan Mathijs Theeus en Geertruid Faes, zijn vrouw, 2 veertelen rogs erfelijk op een stede ca. 1 1/2 bunder, gelegen tussen de stede van Elisabeth voors en haar kinderen, die zij van Peeter Verdoelt gekocht hebben. Z. Jacops Vanden Wijngaerde stede.

1557, 1 maart

| BR-081-01 |

Elisabeth Reyns Jansdochter, weduwe laatst wijlen Michiel Rombouts, als tochteresse, voor haar zelf.

Jan Bode Anthoniszoon, haar zoon, voor hem en voor Anthonis, zijn broer.

Luyck Lenaert Luycxzoon, als momber van Cornelie Boids, zijn vrouw.

Hebben verkocht aan Anna Leest Jansdochter, weduwe wijlen Jan Cocx, 2 veertelen rogs en 20 stuivers erfelijk op een stede ca. 1 1/2 bunder, binnen Kerchoven, palende: z. Jacops Vanden Wijngaerde, w. Gielis Jan Diels en Wouter Aerts, n. Aan voors Lysbeth ander stede, die zij van Peter Verduelt gekocht hebben, o. De strate.

1557, 2 maart

| BR-082-01 |

Cornelis Betten Corneliszoon, als hebbende de drie gedelen van de stede te Eyndhoven, gelijk wijlen zijn vader en moeder daaruit gestorven zijn, voor hem zelf, ten eener. Jan Betten Cornelis broer, ten andere.

Bekennen dat de voors Jan Betten, als voor zijn vierde deel en kindsgedeel in de voors stede gepaart en gedeeld, en erfelijk zal behouden een stuk goed, land en weide, ca. 1/2 bunder, gelegen te Eyndhoven.

Cornelis Betten zal hebben de haag tussen voors stuk en zijn ander erve, hier jaarlijks uitgaande Jannnen De Bruyne 5 lopen rogs erfelijk. Cornelis zal aan Jan zijn broer toegeven 11 Kgulden en 10 stuivers eens en Jan Betten moet aan Cornelis zijn broer jaarlijks afdragen 1 veertel rogs aan Margriet Betten, hunlieden moeyken, zolang zij leeft, en na haar dood 1/2 veertel rogs erfelijk.

Jan Betten bekende aangaande de stede hiermede tevreden te zijn voor zijn kindsgedeel.

Verklaarden Willem Van Wouwer en Bartelmeeus Meerijts, dat Jan Betten de stede aangaande met voors stuk genoeg verleken is en dat Jan Betten en zijn kinderen hiermede niet verkort en verachtert zijn.

1558, 8 juni

| BR-083-01 |

Gosem Vermeere Lenaertszoon, ten eener.

Hubrecht Leys Lenaertszoon, ten andere.

Beiden hebben gemangeld erfrenten om erfrenten, te weten:

Gosem zal voortaan erfelijk behouden de 6 Kgulden jaarlijks en erfelijk die Hubrecht Leys, na de dood van zijn ouders aangedeeld zijn geweest, jaarlijks op voors Goesem en zijn goeden te heffen. Welke voors rente de voors Goesem Vermeer en zijn vrouw Lysbeth Weyns, moeder van Hubrechts voors, op 8 oktober 1545 verkocht hebben, volgens schepenbrief van Rijkevorsel.

Hubrecht zal hebben 2 Kgulden en 6 stuivers en 1 oort erfelijk als voors Gosem Vermeere op Michiel Vermeere, zijn broeder jaarlijks heffende was. Welke Michiel, zijn broer, hem op 1 december 1549 bekend heeft. Item nog 4 Kgulden erfelijk als Gosem voors jaarlijks heffende was op Willem Vermeere te Oostbrecht en zijn goeden. Van welke 4 Kgulden de voors Gosem Vermeere en zijn wijf de twee gedeelen gekocht heeft van Adriana Vermeere, Gosems zuster, en van Franck Huffelmans en Lenaerd zijn zoon, volgens schepenbrief van Brecht dd. 24 augustus 1534.

1558, 25 juli

| BR-084-01 |

Andries Maesgisels heeft overgegeven aan Henrick Boye en Magdalena Aerts Willemsdochter, zijn vrouw, de helft van 3 Kgulden erfelijk die hem is van wijlen Joos Maesgisels, zijn broer, waaraf de ander helft toehoort en aangedeeld aan de kinderen wijlen Lenaert Maes, daar moeder af was wijlen Katlijne Maesgisels, Andries zuster.

Welke voors rente wijlen Joos Maesgisels op 26 februari 1551 van Anthonis Gielis Jan Dielszoon gekocht en gekregen heeft.

1558, 23 februari

| BR-085-01 |

Laureys Rombouts Michielszoon en Adriana Smeets Mathijsdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan Peeter Jan Jacopszoon, 8 Kgulden erfelijk op hun hoeve te Betchoven gelijk zij die van Jan Haest en zijn vrouw, bij calengiering toekomen zijn.

1559, 14 april

| BR-086-01 |

Katlijne Betten Michielsdochter, weduwe wijlen Henrick Hovelmans, voor haar zelf, en de mombers van haar kinderen, daar vader af was wijlen Henrick Hovelmans, ten andere, hebben gesloten akkoord aangaande de goeden , schulden en wederschulden waarin de kinderen gericht zijn na de dood van hun vader en aangaande hun onderhout. Etc.

1559, 25 april

| BR-087-01 |

Jan Thijs Aerts Geertszoon en Anna Van Tychelt, zijn vrouw, heeft verkocht aan Willem Delien en Anna Michiel Wouters Aertsdochter, zijn vrouw, 5 Kgulden erfelijk op een stuk land ca. 8 lopen zaadlands, gelegen te Eyndhoven.

Peeter Luycx Lenaertszoon heeft verkocht aan Luyck Luycx, zijn broer, en Cornelie Boids Anthonisdochter, zijn vrouw, zijn paart en gedeel in 1 zister rogs erfelijk. Te weten:

1 1/2 lopen min een 1/2 quartier uit 1 zister rogs erfelijk welk men jaarlijks heffende is op zeker erfpand binnen Bechoven, thans toebehorende aan Adriane Van Pulle. Welk 1 zister rogs erfelijk Gielis Pauwels Peeter Heylenzone, op 25 juli 1447 aan Claus De Coster, wagemaker, verkocht heeft gehad, en bij successie verstorven op Peeter Luycx voors.

1 1/2 lopen rogs erfelijk min 1/2 quartier uit 19 lopen rogs erfelijk als hij jaarlijks heffende was op Wouter Geens en zijn goeden gelegen te Loenhout. Welke 19 lopen rogs erfelijk Steven Wouter Ghoris, op 1 augustus 1528, aan Lenaaerd Willem Luycxzoon, bekend heeft gehad. Willem Luycx Lenaertszoon, broer van Luycx voors bekent verkocht te hebben aan voors Luycx, zijn gedeel in beide voors renten.

Luycx Lenaert Luycxzoon transporteerde aan zijn broeder de 4 stuivers erfelijk die hij jaarlijks binnen Loenhout heffende was op Henrick Ments.

1554, 12 januari

| BR-088-01 |

Kinderen en erfgenamen wijlen Henrick Rombouts, daar moeder af was wijlen Katlijne Wouters, te weten:

Anthonis, Laureys, Jacop en de mombers van de kinderen Sebastiaen Casus, daar moeder af was wijlen Anna Rombouts, hebben gedeeld de goeden verstorven van wijlen Henrick Rombouts en Katlijne Wouters, hun ouders.

Laureys Rombouts: de stede te Veerle ca. 7 vierendeel bunders. Hij moet de overige erfgenamen betalen 64 pond eens en hij zal zijn vierendeel hier af aan hem behouden, en zal aan de anderen hun paart geven. Item een bunder beemd gelegen in Juxschot en twee stukken beemd "in den Leyskensbeempt". Item 4 bunderen heide "aent marbelen venne". Item 2 bunderen heide aan Jacops Van Leyen heide. Ook komt hem toe verscheidene buiten- en erfrenten.

Anthonis Rombouts: 3 blokken te Veerle, bij Hubrecht Pruyens gelegen. Item een bunder beemd deels gelegen in Juxschot en deels in Marem. Jacop zijn broer tussen dit en 55 moet uitreiken 12 Kgulden eens. Anthonis zal erfelijk behouden verscheidene erfrenten.

Jacop zal hebben een stuk land geheten "de hiddecuse", ca. 1 1/2 bunder. Een bunder beemd gelegen deels in Juxschot en deels in Betchoven. Item twee bunderen heide gelegen "byde pondt". Item de heflt van een heiblok gelegen te Westmalle,waaraf de andere helft heeft de kinderen Sebastiaen Casus. Item van de drie goorkens, het achterste met haag rondom. Item nog verscheidene erfrenten.

De kinderen Sebastiaen Casus, daar moeder af was wijlen Anna Rombouts, zullen hebben: een stuk land geheeten "de gansenacker" en den "dorenakker". Item een bunder beemd in Juxschot aen den pad. Item 1/2 bunder beemd "in Katlijnen Verdijcke beemd. Item twee gedeelen in 1/2 bunder beemd gelegen te Betchoven en dat bij scheiding van de goorkens waaraf Jacop thans de voors kinderen gedeel heeft. Item 2 1/2 bunder heide gelegen aan Jacops voors heide. Item verscheidene erfrenten.

1559, 14 september

| BR-089-01 |

Gielis Luycx Gieliszoon en Geertruid Vander Buyten Henrickdochter, zijn vrouw, bekennen aan Adriaen Wouter Heylkens en Katlijne Vander Muyden, zijn vrouw, jaarlijks te moeten betalen 25 stuivers erfelijk op hun deel in een stede te Overbroeck "byden Schueters dyck", gelijk zij dat gedeel van Lysbeth Vander Buyten, Geertruiden zuster, gekocht hebben.

1559, 29 september

| BR-090-01 |

Jan Bode Janszoon, binnen Eeckeren op ten eykenen berch, heeft overgegeven aan Jan Borchmans en Marie Scosters Woutersdochter, zijn vrouw, 10 schellingen erfelijk, die hem verstorven waren van Jan Bode, zijn vader, en hij jaarlijks heffende was op een stuk beemd, gelegen binnen Halle. Welke rente wijlen Jan Bode, zijn vader, op 26 oktober 1520 van Cornelis Verrijt Goyvaertszoon en Dignen Marissis, zijn vrouw, gekocht had.

1559, 12 november

| BR-091-01 |

De kinderen en erfgenamen wijlen Wouter Neefs, te weten:

Lenaert, voor hem zelf.

Rummen Rombouts, als man van Marie Neefs Woutersdochter.

Katlijne, hun zuster, met Gielisen Van Houterlee, haar man.

Lysbeth Neefs, weduwe wijlen Jan Hellemans.

De mombers der kinderen wijlen Magdalena Neefs, hun zuster, daar vader af is Adriaen Kyen.

Partijen hebben gedeeld de goeden hen verstorven van wijlen Wouter Neefs en Anna Scosters Henricxdochter, hun ouders.

Lenaert Neeve: de grote stede te Cleyn Veerle, met den lande bij den ackermoelen, met den beemd te 's Gravenwezel en de buiten heide. Aangedeeld voor 17 pond erfelijk boven de kommer en last.

Marie Neefs: de andere steden te Cleyn Veerle gelegen. Aangedeeld voor 8 pond erfelijk boven de kommer en last.

Katlijne Neefs: op de grote stede 4 pond erfelijk. Op de andere twee steden 4 Kgulden erfelijk.

Lysbeth Neefs: op de grote stede 4 pond erfelijk. Op de andere twee steden 4 Kgulden erfelijk.

De kinderen Magdalena Neefs: op de grote stede 4 pond erfelijk. Op de andere twee steden 4 Kgulden erfelijk.

1559, laatste november

| BR-092-01 |

Anthonis Bode bekent aan de erfgenamen van wijlen Willem Bode, jaarlijks te moeten betalen 2 Kgulden en 10 stuivers erfelijk. Erfpand zijn de goeden die hem van wijlen Willem Bode, zijn broeder, verstorven zijn en die Katlijne Van Gente, weduwe Willem Bode voors, in tocht bezittende is.

Marie Rombouts, weduwe wijlen Anthonis Wouter Pellenszoon, als tochteresse, voor haar zelf.

Cornelis, Wouter, Anthonis en Adriaen, haar zonen, voor hen zelf.

Lysbeth, hun zuster, met Jan Diericx, haar man, voor haar zelf.

Johanna, hun zuster, met haar momber, voor haar zelf. De kinderen als erfdragers.

Bekennen dat zij terzake van de stede te St. Lenaerts, die zij van de erfgenamen wijlen Henrick Neve gekocht hadden, aan Jan Wouter Heylkens en Adriaan Delien, als guldemeesters van OLV gulde tot Brecht, tot dezelver behoef, getransporteerd hebben, 4 Kgulden erfelijk op en uit al de baten hen toekomende aan de hoeve te Broechoven, die Cornelis Van Eeckele van hen gekocht heeft.

1559, 29 december

| BR-093-01 |

Jan Aert Peter Noutszoon, als tochtenaar, voor hem zelve, en de mombers van zijn kinderen, daar moeder af was wijlen Cornelie Luycx wijlen Lenaertsdochter, bekennen ter zake van de uitkoop die de voors Joos en wijlen Cornelie Luycx, zijn vrouw, gedaan hadden tegen Luycken Lenaert Luycxzoon en Willem Luycx, broeder, en Heylwich Luycx, hun zuster, aangaande de stede op de Hencxbroeck.

Te weten dat Joos en Cornelie Luycx, uitgekocht hadden Luycken, Willem en Heylwigen, elk voor 1 pond erfelijk, schuldig zijn aan Willem Luycx voors jaarlijks moeten betalen 5 Kgulden jaarlijks en erfelijk waaraf de ééne Kgulden erfelijk aan de voors Willem toekomen en verstorven is van Heylwich voors, zijn zuster.

Van welke voors 5 Kgulden erfelijk de voors Willem de 2 1/2 Kgulden erfelijk te leen is houdende onder vrouw Alyd Van Cuylenborgh en van de ander 2 1/2 Kgulden erfelijk bekent voors Joos en zijn kinderen gerecht erfpand te zijn: al de percelen van erfgronden, geen leen wezende, in de voors stede gelegen.

1553, 3 juli

| BR-094-01 |

Katlijne Van Gente Gielisdochter, weduwe wijlen Willem Bode, voor haar zelf, ten eener.

De erfgenamen van Willem Bode, te weten:

Anthonis Bode, voor hem zelf.

Mechtelt Boeds, met Cornelis Larien, haar man.

Marie Boeds, met Cornelis Rombouts Laureyszoon, haar man.

Cornelis Bode Janszoon, voor hem zelf en voor zijn broers, Anthonis en Jan.

Andries en Pauwels Bode Corneliszonen, voor hen zelf.

De mombers van Jan, Cornelis en Anthonis, broeders van Andries en Pauwels voors en Laureys die buyten slants zijn.

De mombers der kinderen Katlijne Boids, daar vader af was wijlen Luyck Joos Luycxzone

Michiel Joerdaens, als gemachtigde van Margriet Boids.

Deze partijen ten andere.

Hebben gedeeld de goeden de voors toekomende van wijlen voors Willem en aangaande de tochten der voors Katlijne Van Gente, weduwe wijlen Willem voors.

Te weten: .........etc. Ongedeeld staat nog de hoeve waar Willem Bode uit gestorven is gelijk die gelegen is de 1/2 hoort toe aan de weduwe. Nog ongedeeld de heybloke "de Gutkens".

1559, 28 januari

| BR-095-01 |

Pauwels Ackermans bekende, na uitwijzens zeker testament voortijds bij den voors Pauwels en Marie Smekens, zijn vrouw, gemaakt en na inhoud van zeker procuratie hem van Meesteren Henricke en Meesteren Clause, zijn zonen, bij hun eigen hand geschreven en ondertekend en Susanna, zijn dochter, hebben verkocht aan Marien Van Pulle Jansdochter, weduwe wijlen Jacops Van Heester en Lenaerd Van Heester, als momber der kinderen Jacops voors, 6 veertelen rogs erfelijk uit 16 veertelen rogs erfelijk als zij jaarlijks heffende zijn op Jan Pauwels en zijn hoeve te Varenbracken

1559, 25 januari

| BR-096-01 |

Johanna Luyck Joos Luycxdochter, weduwe wijlen Jan Rombouts Symonszoon, met Joosen Berten Michielszoon, thans haar wettige man, ten eener.

De erfgenamen van haar kind, daar vader af was wijlen Jan Rombouts Symonszoon, voors te weten:

Balten Luycx, Geert Geenkens, Anthonis Rombouts, Thomaes Luycx, Luyck Verguelt en Jan Wils, als man van Anneken Luycx, medevervangende Lenaerden Wouter Heylkens en zijn vrouw, Michiel Joos, voor hem zelf en zijn adheranten, ten andere.

Zijn verakkordeerd aangaande de goeden, schulden en wederschulden, etc.

1549, 30 januari

| BR-097-01 |

Pauwels Ackermans bekent verkocht te hebben aan Willem Delien en Anna Michiel Wouter Aertsdochter, zijn vrouw, 6 veertelen rogs erfelijk uit 16 veertelen rogs erfelijk, als zij jaarlijks met Lichtmis op Jacop Pauwels en zijn goeden te Varenbraken heffende zijn.

1559, 11 februari

| BR-098-01 |

Gielis en Willem Van Gente, gebroeders, wettige zonen van wijlen Adriaen Van Gente, daar moeder af was wijlen Kerstine Cocx.

Digne Van Gente, hun zuster, met Willem Vanden Bogaerde, haar man.

Hebben gedeeld de goeden hen verstorven van hun ouders.

Willem Van Gente: de stede bij Broechoven, zoals hun ouders daaruit gestorven zijn.

Gielis Van Gente: 2 Kgulden erfelijk op de stede van Willem, zijn broer. 20 stuivers erfelijk op Symon Van Yperen. 1 veertel rogs erfelijk op Adriaen Wils, tot Loenhout.

Digne Van Gente: 30 stuivers erfelijk op Symon Van Yperen. 2 veertelen rogs erfelijk op Peter Van Huysen.

1559, 28 februari

| BR-099-01 |

Cornelis Bode Janszoon, voor hem zelf, en als gemachtigde voor Jan, zijn broer, bekent dat Willem en Jan Ghijsels Willemszonen hem en zijn broer afgekweten hebben 4 Kgulden erfelijk die zij jaarlijks op Willem Ghijsels goeden in Jucxschot heffende waren, en hen van wijlen Willem Bode, hun oom verstorven zijn, en Willem Bode hun oom toekomen was bij transporte van Anna Knodders Henricxdochter met Quirijnen Jacops, haar man, volgens schepenbrief van Brecht dd. 16 maart 1549. Welke transportbrief de voors Cornelis Bode van hem en als gemachtigde van Jan Bode, zijn broer, aan den voors Willem en Jan Ghijsels terstond mede overgaven. Welke 4 Kgulden erfelijk Willem Hendrick De Knoddere, der voors Anna vader, op 16 maart 1532 van Willem Ghijsels, vader van voors Willem en Jan, gekocht heeft.

1559, 3 februari

| BR-100-01 |

Jan Joos Luycxzoon heeft verkocht aan Johanna Swaerdackers Willemsdochter, 3 Kgulden en 5 stuivers erfelijk op al de erfpanden in de hoeve aan Stapelheide gelegen, daar het 1 zister rogs erfelijk op geslagen heeft dat hij aan Jacop Vander Vloet, schout tot Wernhout, en Marie Woutersdochter Van De Cloote, zijn vrouw, afgekweten heeft.

1559, 26 januari

| BR-101-01 |

Jacop Vander Vloet Arnoutszoon, als man van Marien Vanden Cloote Woutersdochter, om in haar absentien haar goeden tot Brecht, Loenhout, Meer en Sundert te belasten en te verkopen, na procuratie bij Jan Pauwels Meeuszoon en Goris Jan Goryszoon, schepenen tot Wernhout onder Zundert, dd. 1560 den 26 januari/ heeft in naam van zijn vrouw verkocht en laten afkwijten Janne Joos Luycxzoon en zijn vrouw, 1 zister rogs erfelijk, als de voors Marie Van Den Cloote, zijn vrouw, na de dood haars vaders aangedeeld is geweest, te heffen op zekere erfpand gelegen omtrent Stapelheide, thans toehorende aan de kinderen wijlen Joos Luycx, na inhoud een schepenbrief van vidimus bij Kerstine Der Muyden wijlen Jansdochter van de voorbedde met Henrick Leys Maes haar man, verzocht en daar met recht toe bewezen dd. 29 oktober 1485.

Jacop Vander Vloet Arnoutszoon, als man van Marie Vanden Cloote Woutersdochter, om in haar absentie haar goeden te ........zie nr. 287. ....heeft verkocht en laten afkwijten Clause Nouts en zijn kinderen 3 veertelen rogs erfelijk als de voors Marie Vanden Cloote, zijn vrouw, na de dood van haar ouders, aangedeeld zijn, te heffen op een beemd, gelegen achter Verloren Cost, thans de voors Claus Nouts en zijn kinderen toehorende.

1560, 1 september

| BR-102-01 |

Hendrick De Keyser heeft getransporteerd aan Hubrecht Leys Lenaertszoon, 32 stuivers en 1 veertel rogs erfelijk, die hij jaarlijks heffende was op een stede ca. 1 bunder, gelegen te Sneppele, binnen Loenhout, toebehorende aan Jan Wackers. Welke rente Jan Wackers op 14 november 1547 bekent heeft aan Henrick De Keyser schuldig te zijn.

1560, 21 september

| BR-103-01 |

Katlijne Betten Michielsdochter, weduwe wijlen Henrick Hovelmans, heeft overgegeven aan Henrick Van Tychelt en zijn kinderen, 1 Kgulden erfelijk die zij jaarlijks heffende was uit 2 Kgulden erfelijk waar de ander 1 Kgulden toebehoort aan Cornelis Betten Corneliszoon.

Cornelis Betten Corneliszoon bekent aan de voors Henrick Van Tychelt en zijn kinderen de andere 1 Kgulden erfelijk uit voors 2 Kgulden erfelijk overgegeven te hebben.

Welke 2 Kgulden erfelijk wijlen Cornel Betten Janszoon en Marie, zijn zuster, op 3 februari 1532, van Jan Rombouts gekocht hebben en men heffende is op 2 percelen van beemden gelegen aan den Schaapsdijk.

1560, 6 oktober

| BR-104-01 |

Anthonis Rombouts Henricx heeft overgegeven aan Jacop Engelen en Magdalena Rombouts, zijn vrouw, 4 Kgulden erfelijk, die hem na zijns vaders dood aangedeeld zijn geweest, te heffen op zekere erfpanden binnen Loenhout.

Welke voors rente wijlen Laureys Rombouts, grootvader van Anthoni voors, op 21 augustus 1508 , van Jan Henrick Marten Selszone en Kaltijne Jans Sbyendochter, zijn vrouw, tot zijns kinderen behoef gekocht heeft gehad.

1560, 15 januari

| BR-105-01 |

Laureys Rombouts Michielszoon heeft verkocht aan Cornelis Rombouts Laureyszoon en Marie Boids, zijn vrouw, 4 Kgulden erfelijk op een hoeve te Betcoven, gelijk hij die gebruikende is.

1560, 3 februari

| BR-106-01 |

Anna Leest Jannesdochter, weduwe wijlen Jans De Cock, en Katlijne, haar dochter, met Wouter Aerts, haar man, bekennen dat Gielis Luycx en Geertruidt Vander Buyten, zijn vrouw, hem afgekweten hadden 3 veertelen rogs erfelijk die zij jaarlijks op Gielis en zijn goeden te Overbroeck, heffende waren, te weten: op den"Langenhof", en meer andere percelen.

1560, 10 november

| BR-107-01 |

Gielis en Cornelis Hovelmans, wijlen Anthonis zonen, daar moeder af was wijlen Cornelia Verbraken Gielisdochter, voor hen zelf.

Johanna Hovelmans, hun zuster, met Jan Martens, haar man.

Katlijne Hovelmans, hun zuster, met Jorys Van Riele, haar momber.

Jan De Clerck, als momber van hun zuster Margriet.

Hebben voor 18 ponden en 10 schellingen eens, verkocht aan Henrick Leest en Barbara Zebrechts, zijn vrouw, een stuk land in "Wemaers ackere".

1560, 6 februari

| BR-108-01 |

De erfgenamen wijlen Kerstijnen Diericx, te weten: Michiel Diericx Henricxzoon, Jan Diericx Michielszoon, Cornelia Diericx Janszoon met Jan Verhaert, haar man, hebben gedeeld al de erfrenten als de voors verstorven zijn van wijlen Kerstijnen Diericx, hun moeiken.

Michiel Diericx: 4 Kgulden erfelijk op Jan Betten, 2 Kgulden erfelijk op Peter Joos te Loenhout.

Jan Diericx: 16 ponden eens of 4 Kgulden erfelijk op Jan Wouter Heylkens, 1 Kgulden erfelijk op de kinderen wijlen Thijs Reyns, 1/3 in een halster rogs erfelijk op de kinderen wijlen Heyn Thijs Van Riele.

Cornelia Diericx: 1 Kgulden erfelijk op de stede aan de Biest, daar Adriana Leyten uitgestorven is, 4 Kgulden erfelijk uit 6 Kgulden erfelijk op Peeter Joos te Loenhout, waaraf Michiel Diericx de andere 2 Kgulden af heeft.

1560, 20 januari

| BR-109-01 |

Gielis Luycx Gieliszoon heeft in testamentelijke dispositien gemaakt.

Indien hij sterft voor Marie Luycx, zijn wijf, zal Marie haar leven lang, op al de goeden die hij achterlaat, jaarlijks hebben 2 zisteren rogs erfelijk. Welke na de dood van Marie, zullen toekomen aan de kinderen die zij samen verwekt hebben.

1558, 7 februari

| BR-110-01 |

De kinderen wijlen Laureys Rombouts, daar moeder af was wijlen Marie Berniers, te weten:

Jan Rombouts, Dymphna Rombouts, met haar man Dieric Rummens, Cornelia Rombouts, met haar man Jacop Wouter Jacops, en de voogden van het kind van wijlen Anthonis Rombouts.

Bekennen aangaande de estimatie van beide steden te weten:

De grote stede, bij overgeven aan Cornelien voors, aan Jan Rombouts aangedeeld, in de deling geschat, de bate boven de kommer, daar jaarlijks uitgaande op 36 Kgulden erfelijk.

De bate van de klein stede op 9 Kgulden erfelijk.

Samen 45 Kgulden ter quiting staande den penning 16.

Elk gedeel in 4 clossen gerekend 11 Kgulden en 5 stuivers erfelijk, waaraf Dymphna en Cornelia jaarlijks op Jan, hun broer zullen hebben 9 Kgulden erfelijk en daartoe van de Cleine stede te Betchoven, elk 45 stuivers, maakt voor elk 11 Kgulden en 5 stuivers erfelijk.

Jan mag afbewijzen op andere erfrenten binnen Brecht, indien hij de renten heeft binnen Brecht. Zo heeft Jan aan zijn zuster Dymphna bewijst in mindernis van de voors 11 Kgulden en 5 stuivers:

3 Kgulden erfelijk op Jan Verhese, 3 Kgulden erfelijk op Jan Van Stayen, tot Loenhout, 2 1/2 Kgulden erfelijk, die men heffende is op een akker in Kerchovenakker, thans toebehorende aan Peter Vorsselmans. Bedragende samen 8 1/2 Kgulden erfelijk en blijf heffende 2 Kgulden en 1/2 stuiver en 2 veertelen rogs.

Jan bewijst zijn zuster Cornelia, in mindernis 11 Kgulden en 5 stuivers erfelijk: 3 Kgulden en 15 stuivers erfelijk op Gosem Thielens, 2 Kgulden 12 1/2 stuivers erfelijk op Willem Schoofs, maken samen 6 Kgulden en 7 1/2 stuiver erfelijk. Cornelia blijft dus op haar broer Jan nog heffen 4 Kgulden en 17 1/2 stuiver erfelijk en 2 veertelen rogs erfelijk.

Item aangaande de 9 Kgulden erfelijk aangaande de kleine stede te Betchoven, Anthonis kind aangedeeld, competerende elk van hen vieren hier of 2 Kgulden en 5 stuivers, zo zal het zelve kind op Jan nog jaarlijks hebben boven de 2 Kgulden en 5 stuivers erfelijk jaarlijks 3 Kgulden en 8 stuivers, en de mombers van Anthonis kind moeten aan Dymphna en Cornelia elk jaarlijks uitreiken 9 lopen rogs erfelijk.

1560, 9 maart

| BR-111-01 |

Laureys Rombouts Michielszoon en Adriana Smeets Mathijsdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan Wouter Aerts Michielszoon en zijn nakomelingen, 5 Kgulden erfelijk op hun hoeve gelegen binnen Betchoven, gelijk Laureys en zijn wijf die thans gebruikende zijn.

1553, 9 april

| BR-112-01 |

Jan Delien, Lysbeth Delien met Willem Maes Corneliszoon, haar man, en Katlijne Delien, bekennen aangaande hun vaderlijke hafelijke goederen waarvoor dat Katlijne Michiel Wouter Aertsdochter, hun moeder, hen aangenomen te onderhouden, achtervolgende de voorwaarden daaraf voortijds gemaakt, dat de zelve Katlijne hen volhouden hadde, en schonden hun moeder daaraf kwijt.

1560, 9 maart

| BR-113-01 |

Katlijne Michiel Wouter Aertsdochter, weduwe lestwerf wijlen Peeter Nijs, met Cornelis haar zoon als erfdrager, bekennen bij overwezen van Wouter Aerts, Katlijnen voors broeder, en Jan Aerts als naeste vriende en magen, dat zij Joris Van Riele en Jan Van Riel Michielszoon, als momber van Marie Verschueren Peetersdochter, daar moeder af was wijlen Marie Van Bavele, tot dezelve Marie behoef, hadden laten afkwijten 3 veertelen rogs erfelijk als zij jaarlijks op Marie Verschueren stede tot Houthoven heffende was. Welke voors stede geheel leen is en Katlijne Aerts te leen nyet bekend en is er ook geen brieven af en heeft.

1560, 10 maart

| BR-114-01 |

Lenaert Mathijs Putkuyps met Meester Lenaert, Meester Christiaen, Jan, Mathijs en Adriaan, zijn zonen, ten eener.

Jan Wouter Heylkens Janszoon, voor hem zelf, en voor Meester Mathijs, zijn broer, en Lysbeth, zijn zuster, daar moeder af was wijlen Katlijne Putkuyps, Lenaerd voors zuster.

Bekennen aangaande zeker proces, minnelijk veraccordeerd te zijn.

1560, 10 januari

| BR-115-01 |

Willem Vermeere Janszoon, daar moeder af was wijlen Katlijne Jan Cornelis Smeetsdochter, bekent terzake van zeker 9 pond, die hij bekent vroeger van Geerde Stouers en Cornelis Faes ontvangen te hebben, waaraf hij de voors partijen eensdeels betaald had, dat hij te dyer zake overgegeven had aan Anna Aerts, weduwe wijlen Geert Stouers, en de kinderen Cornelis Faes, daar moeder af was wijlen Adriana Aerts, die 2 Kgulden erfelijk hem verstorven na de dood van Jan Cornelis Smeets, zijn moeders vader, te heffen jaarlijks op een hoeve gelegen te Houthoven.

Welke voors rente Jan Cornelis Smeets op 13 september 1524 van Jan Coppen Broomans gekocht had. Tot welke transporte de voors Willem Vermeere den 27 augustus 1557 metten vonnise gewezen was.

1561, 11 mei

| BR-116-01 |

Marie Diericx Jansdochter, met haar man, Pauwels Van Aerde, bekent dat haar moeder, Hillegondt en de voogden van voors Hillegondts nakinderen, daar vader af was wijlen Lenaert Thomas Thoens, haar voor 9 Kgulden eens, haar uitgekocht hebben uit de goederen die haar van haar moeder zouden mogen versterven.

Voorwaarde nochtans, zo Hillegondt sterft voor Gorys Scroets, haar vader, dan zullen voors Hillegondts nakinderen met de voors Marie Diericx, haar voordochter, in de haaflijke goeden die Gorys Scroets achterlaten zal, paarten en deelen zullen hoofd voor hoofd.

1560, 23 mei

| BR-117-01 |

Wouter Reyns Corneliszoon en Cornelia Van Ysendonck, zijn vrouw, hebben voor 40 pond eens verkocht aan Hubrecht Lenaerts en Cornelia, zijn vrouw, hun stede gelijk zij die heden gebruikende zijn, gelegen te Betchoven, uitgenomen de beemd die Wouter van Thomas Thoens gekocht heeft.

1558, 7 februari

| BR-118-01 |

Henrick Leest, als momber van Peeter De Cock, heeft bij advijs van de schout en schepenen, tot meest profijt van voors Peeter, verkocht aan Gommaer Vande Venne en Johanna Van Ysendonck, zijn vrouw, een stede gestaan neffens "thoelstraetken", gelijk wijlen Jan De Cock en zijn vrouw, daaruit gestorven zijn en deze Jan De Cock en zijn wijf dat op 28 december 1557 van Meester Jan Van Pulle gekocht hadden. Gommaer heeft het gekocht voor 35 Kgulden erfelijk.

1560, 11 maart

| BR-119-01 |

Barbel Luycx wijlen Gielis dochter, met Pauwels Heylen, haar man, hebben vroeger getransporteerd aan Meester Willem Schoofs, 15 schellingen erfelijk, die zij had en haar waren aangedeeld na de dood van Mathijs Putkuyps, wijlen haar moeders vader, te heffen op zeker erfpand binnen Loenhout op de Donck gelegen.

De voors rente heeft wijlen Mathijs Putkuyps, grootvader van Barbel voors, op 1 mei 1529 van wijlen Peteren Vorsselmans gekocht.

1561, 21 april

| BR-120-01 |

Henrick Egdorens Henricx, ten eener, en Marie Luycx, zijn vrouw, ten andere, maken hun uiterste wille, etc.

1561, 2 juli

| BR-121-01 |

Adriaen Putkuyps Lenaertszoon heeft verkocht aan Willem Aerts Pauwelszoon en Katlijnen Delien wijlen Jacops dochter, zijn vrouw, een stede gelegen aan 't Laer gelijk voors Adriaen en wijlen Anna Ghijbs, zijn vrouw, die stede vroeger van Joose Puls en zijn vrouw gekocht hadden. Belast met verscheidene renten.

Tezelvertijd verscheen Gorys Dielkens, wijlen Anthoniszoon en bekende niettegenstaande dat wijlen Anna Ghijbs, zijn moeder, en Adriaen Putkuyps, de voors stede samen ten huwelijk staande, samen gekocht hadden, dat hij aan de voors stede geen recht pretendeerd te hebben.

1561, 12 oogst

| BR-122-01 |

Gielis Van Houterle, vulgo Gielis Steenbacker, als man en in naam van Katlijnen Neefs, wijlen Woutersdochter, bekent dat Agneese Leest wijlen Peetersdochter, vrouw van Wouter Joerdaens, hem afgekweten heeft 1 pond erfelijk, dat Gielis voors huisvrouw jaarlijks heffende was op de stede te Cleyn Veerle, aan voors Agneese Leest toehorende. Welke stede de voors Agneese van Marie Neefs Woutersdochter met Rummen Rombouts, haar man, gekocht heeft.

1561, 11 oogst

| BR-123-01 |

Lysbeth Delien, wijlen Jansdochter, met Willem Maes, haar man, heeft verkocht aan Willem Delien en Anna Michiel Wout Aertsdochter, zijn vrouw, die 3 Kgulden erfelijk die haar aangedeeld zijn na de dood van Wouter Delien, haar grootvader, jaarlijks te heffen op de kerk van Meerle, uit 12 Kgulden erfelijk als wijlen de kerkmeesters van Meerle op 29 augustus 1526, wijlen Laureys Rombouts en Janne Jaocps, als mombers der kinderen wijlen Meester Jans Scosters, en tot de voors kinderen behoef, verkocht hebben gehad.

1559, 16 januari

| BR-124-01 |

Willem Delien begeert verzekerd te zijn van 2 Kgulden erfelijk die hij vroeger van Margriet Knodders wijlen Henricxdochter, met Jan Van Aerde haar man gekocht had, waarvan hij geen benoemde hypotheken erfpand had, bezet te hebben zeker 3 Kgulden en 1 stuiver jaarlijks die wijlen Margriet Knodders, na de dood van haar vader aangedeeld waren jaarlijks te heffen op een stede toehoorende aan Lenaerde Dibbouts en haar kinderen.

1561, 26 augustus

| BR-125-01 |

Adriana Der Wewen, wijlen Claus dochter, met Geerd Loomans, haar man, tot Wuestwezel gezeten, heeft overgegeven aan Lysbeth Aerts wijlen Willemsdochter, weduwe lestwerf wijlen Symon Rombouts en haar nakomelingen van de nabedde, 4 veertelen rogs erfelijk die zij jaarlijks heffende was op een beemd, groot 2 gemeten, gelegen binnen Loenhout, te Sneppel.

Welke rente Adriana op 11 februari 1556, van Henrick Van Elsacker Corneliszoon gekocht had.

1561, 3 september

| BR-126-01 |

De kinderen en erfgenamen wijlen Henrick Meerijts en Marie Porters, te weten:

Lenaert Meerijts, voor hem zelf, en als momber van Michiel Lenaerts, zijn broeders kinderen.

Gabriele Meerijts met Mathijs Berckmans, haar man.

Jan Heyns, als vader en in naam van zijn kinderen, daar moeder af was wijlen Lucia Meerijts, in bijzijn van Lenaerden Verdijck, wijlen Janszoon, zijnen zwager.

Bekennen dat zij bij overwezen van Anthonis Reyns en Anna Reyns, wijlen Michiel Meerijts kinderen oom en moeyken, bij caveling gepaart en gedeeld hadden al die erfrenten hen van wijlen Marie Porters, moeder van Lenaerts en Gabrielen voors, en grootmoeder van wijlen Michiel Meerijts en Jan Heyns kinderen, verstorven.

Lenaert Meerijts: 3 Kgulden en 3 stuivers en 3 oort op Jan Heyns en zijn kinderen, uit 7 Kgulden erfelijk die hij jaarlijks uitreikt.

Gabriele Meerijts: 3 Kgulden en 3 stuivers en 3 oort erfelijk uit 4 1/2 Kgulden erfelijk die Willem Vermeere Janszoon nu tertijt jaarlijks uitreikt uit de stede waar wijlen Michiel Vermeere uit gestorven is.

Kinderen wijlen Michiel Meerijts: 3 Kgulden en 3 stuivers en 3 oort op Jan Heyns en zijn kinderen goed, uit 7 Kgulden erfelijk die zij jaarlijks uitreiken.

Jan Heyns kinderen: 2 veertelen rogs erfelijk op de achtergelaten goeden van wijlen Katlijnen Buyens in de Luycxstrat. 26 stuivers en 1 oort erfelijk uit 4 1/2 Kgulden erfelijk die thans uitreikende is Willem Vermeere Janszoon, uit de goeden daar wijlen Michiel Vermeere uitgestorven is. 12 1/2 stuivers erfelijk op Jan Heyns, hun vader, en hunzelfs goed uit 7 Kgulden erfelijk die Jan Heyns en zijn kinderen jaarlijks uitreikende zijn.

Kinderen en erfgenamen wijlen Wouter Neefs:

Lenaert voor hem zelf. Rummen Rombouts als man en gevolmachtigde van Marien Neefs Woutersdochter.

Katlijne hun zuster met Gielis Van Houterle, haar man. Lysbeth Neefs, hun zuster, weduwe wijlen Jan Hellemans. De voogden van de kinderen wijlen Magdalena Neefs, hun zuster, daar vader af is Adriaen Kyen, die zij bij overwezen van Adriaen Kyen, der kinderen vader.

Bekennen dat de kinderen wijlen Magdalena Neefs, daar vader af is Adriaen Kyen, zijn gepaart en metten cavel bevallen, eeuwelijk te heffen op de grote stede te Cleyn Veerle, die Lenaert Neefs aangedeeld is, 4 pond erfelijk.

Item op de twee ander steden ook te Cleyn Veerle gelegen, 1 pond erfelijk.

1561, 7 december

| BR-127-01 |

Cornelis Bode Janszoon, als gemachtigde van Jan Bode, zijn broer, heeft getransporteerd aan Cornelis Rombouts wijlen Laureyszoon en Marie Bode, zijn wijf, 30 stuivers erfelijk die de voors Jan Bode na de dood van Willem Bode, Jans voors oom, aangedeeld zijn geweest, te heffen op zeker erfpand binnen Overbroek.

Welke rente wijlen Aert Verguelt den voors Willem Bode en Katlijne Van Gente, zijn wijf, op 25 maart 1533 getransporteerd heeft gehad.

1562, 7 mei

| BR-128-01 |

Wouter De Wege, voor hem zelf, ten eener.

Peeter, Geert en Jan Wouters Wegezonen, voor hen zelf, en de mombers van Wouters andere kinderen, ten andere.

Hebben gesloten contract aangaande de goeden, schulden en wederschulden, .....etc.

De haaflijke goeden die men te scheiden van dezen zijnen derde huwelijk ten sterfhuize bevinden zal, zullen volgen dezer zijner derde huisvrouw, genaamd Marie Van Pulle, en haar kinderen die zij samen verwekken zullen, zonder Wouters voorkinderen en ook zonder Marien kinderen van de voorbedde.

1562, 8 juni

| BR-129-01 |

Lenaert Neve, wijlen Wouterszoon, heeft verkocht aan Willem Vander Hofstadt diemen heet Boel, een perceel heide ca. 3 1/2 bunderen gelegen achter Eyndhoven op de grote heide.

1561, 21 februari

| BR-130-01 |

Adriana Meerijts wijlen Peetersdochter, daar moeder af was wijlen Geertruid Jan Diel Michielsdochter, met Adriaenen Delien, haar man, voor haar zelve.

Lenaert Vander Dijcke Corneliszoon, als momber, en Gielis Jan Dielszoon, als toeziender, van Jacop wijlen Jan Jacop Geertszoon, de voors Adriana voorzoon.

Henrick Leest, als momber, en Jan Diels Gieliszoon, als toeziender, van Peeter De Cock, daar moeder af was wijlen Barbara Peeter Meerijtsdochter, zuster van Adriana voors.

Hebben gedeeld de buitenrenten, die de voors Adriana en haar voorzoon als oude goeden wezende en ook verkregen goeden wezende bij wijlen Geertruiden Jan Diel Michielsdochter, de voors Adriana en wijlen Barbelen moeder, na de dood van wijlen Peeter Meerijts, haar man gekocht, te weten ...etc.

1561, 4 januari

| BR-131-01 |

Barbara Cornelis Noutsdochter met Henrick Van Riele, haar man, heeft voor 6 ponden eens en voor 3 ponden erfelijk verkocht aan Jan Vermeere, wijlen Janszoon, en Elisabeth Van Riele, wijlen Michielsdochter, zijn wijf, een stuk land ca. 1 bunder, gelegen in de Oostackere, aen de "hoogen-weg".

Ze behouden daar geen recht meer aan dan de voors 3 ponden, die zij daarop blijven heffen.

Den 8° december 1580 heeft Peeter Van Riele Henricxzoon, geaffirmeert bij eed dat de origineelen brief dezer rente genomen is bij de soldaten.

Jan Vermeere, wijlen Janszoon, en Elisabeth Van Riele Michielsdochter, zijn vrouw, bekennen terzake van 1 bunder land gelegen in de Oostacker, bij den "hoogen-weg", die zij van Barbara Nouts, wijlen Cornelisdochter, met Henrick Van Riele, haar man, gekocht hebben, dat zij jaarlijks moeten betalen aan Henrick Van Riele en zijn vrouw, 3 ponden erfelijk. Jan Vermeere en zijn vrouw stellen te pand een stuk akker gekocht van Henrick Van Riele en Barbele, gelegen aan de hoogen-weg.

1561, 18 januari

| BR-132-01 |

Adriaen Delien heeft verkocht aan Lysbeth Rummens wijlen Cornelisdochter, daar moeder af was wijlen Margriet Beelaerts Willemsdochter, 5 Kgulden erfelijk op twee stukken goeds geheeten "de kempen", samen ca. 10 lopenzaad, gelegen omtrent het Laer, palende: w Jan Delien goed, z. Kinderen wijlen Jans Cocx goed, n/o. Heer Goyvaerts goed van Brecht.

1561, 1 februari

| BR-133-01 |

Katlijne Betten wijlen Michielsdochter, weduwe wijlen Henrick Hovelmans, als tochteresse, met Jan Wils, de smid, haar momber, voor haar zelf.

De mombers van haar kinderen, daar vader af was wijlen Henrick Hovelmans.

Hebben getransporteerd aan de voogden der kinderen wijlen Jan Betten Michielszoon, tot dezelver kinderen behoef, 1 Kgulden erfelijk, die Katlijne Betten verstorven was van wijlen Michiel Betten, haar vader, en wijlen Jan De Coster bekent heeft aan Michiel Betten op 26 januari 1544, op zeker vier percelen erfgronden gelegen te Oostbrecht.

Terzelver tijd kwamen voor schepenen Peter, Jan en Michiel wijlen Cornelis Betten zonen, voor hen zelf, en Thomas Luycx als man van Gabriele Betten, wijlen Cornelisdochter, zijn vrouw, en bekenden elk aan de voogden van de kinderen wijlen Jan Betten Michielszoon, getransporteerd te hebben 3 Kgulden erfelijk, hen verstorven van wijlen Margriet Betten, hun moeyken, en deze jaarlijks heffende was op wijlen Jan De Coster en zijn goed te Oostbrecht en Jan De Coster bekend had aan Margriet Betten, hun moeiken.

1561, 8 februari

| BR-134-01 |

Josyne Peeters met Gielis Hovelmans, haar man, voor haar zelve, ten eener.

Katlijne, Josynedochter, oud 23 jaar, en Marie Katlijnen zuster, oud 21 jaar, daar vader af was wijlen Dionys Jacop Geerts, ten andere.

Hebben gesloten contract aangaande de goeden waarin de voors Katlijne en Marie, na de dood van wijlen Dionysen Jacop Geertszoon, hun vader, in gericht mogen zijn.........etc........

Katlijne en Marie zullen hebben: op de stede te Houthoven, toebehoorende de kinderen Martens Verhese en Marten in tocht gebruikende is, 6 lopen rogs erfelijk.

Aangaande de haafgoeden die hun moeder achterlaten zal, zo zullen Marie en Katlijne als van de voorbedde met hun zusters en broeders van de nabedde, paarten en deelen hoofd voor hoofd.

Josyne Peeters en Gielis Hovelmans zullen in tocht gebruiken het land in de "Perhof", en daartoe de huizen gestaan neffens Servaes Lenaerts.

1561, 14 januari

| BR-135-01 |

Aert Laureys, voor hem zelve, ten eener.

De voogden van zijn kinderen, daar moeder af was wijlen Margriete Verguelt Luycxdochter, ten andere.

Hebben gesloten contract aangaande de goeden, schulden en wederschulden, etc.....

1561, 11 februari

| BR-136-01 |

Margriet Sconincx, weduwe wijlen Jacops Van Riele, met Jan Der Muyden, thans haar man, voor haar zelf.

De voogden van haar kinderen, daar vader af was wijlen Jacop Van Riele, ten andere.

Partijen zijn van elkaar gescheiden aangaande de erfelijke goeden daar Margriet in gericht zijn mocht, 't zij in tochte, 't zij andersints.

Margriet zal hebben op de stede tot Brecht in de plaetse, 26st. 1 ort erfelijk. Op Anthonis Wilborts jaarlijks 15 stuivers erfelijk uit 13 stuivers erfelijk die Anthonis jaarlijks uitreikt. Aangaande de 3 Kgulden en 6 stuivers, 3 oort en 9 mijten, erfelijk op de stede te Oostbrecht daar Severijn Van Riele uit gestorven is, daaraf zal de voors Margriet hebben de drie gedeelen. Item aangaande de 25 stuivers erfelijk op Jacop Van Ostaeyen, zal Margriet hebben de twee gedelen.

De kinderen zullen jaarlijks hebben: 25 stuivers en 1 oort op de stede in de plaetse. Op Anthonis Wilborts, 15 stuivers uit 30 stuivers jaarlijks. Item van de 3 Kgulden 6 stuivers 3 oort 9 mijten op de stede te Oostbrecht daar Severijn Van Riele uit gestorven is, zullen de kinderen hebben het vierendeel. Item de eerste rente is op de kinderen vervallen deze Lichtmis.

1561, 16 februari

| BR-137-01 |

Mathijs Van Aerde Hubrechtszoon, voor hem zelf, en Hubertus Van Aerde Peeterzoon, zijn neef, voor hem zelf, bekennen aangaande de erfrenten hen verstorven van wijlen Marien Van Aerde, zuster van Mathijs en moeyken van Hubrecht, gescheiden zijn, te weten:

Mathijs zal hebben: 30 stuivers erfelijk aan hem zelven, 3 Kgulden erfelijk op Jan Wouter Heylkens, 30 stuivers erfelijk op Marem, 2 Kgulden erfelijk op Bouwen De Costere, 3 ponden eens van 30 stuivers erfelijk op Willem Polmans te Eyndhoven, waarvan de ander 3 ponden toekomen aan Hubrecht voors.

Hubrecht zal hebben: 6 Kgulden erfelijk op de weduwe Reynier Van Aemstel, op de kinderen Gielis De Bie, tot Wesele, 2 Kgulden erfelijk, 30 stuivers erfelijk op Willem Polmans te Eyndhoven, die moet hij aan Mathijs, zijn oom, geven 3 ponden eens.

Staan nog onverdeeld, 9 lopen rogs erfelijk op de stede te Oostbrecht, daar wijlen Severijn Van Riele uit gestorven is. De helft van 1/2 bunder beemd tot "opte blaect", waaraf de andere helft toehoort aan de erfegenamen wijlen Jacop Scroets.

1561, 30 december

| BR-138-01 |

Adriana Meerijts Peetersdochter, met Adriaen Delien, haar man, bekent bij overwezen van de voogden van Jacop, haar zoon, daar vader af was wijlen Jan Jacop Geertssen, dat zij terzake van de erfpenningen Lenaert Van Pulle, wijlen Goyvaertszoon en Marie Van Pulle, Lenaerts voors nicht, daar vader af was wijlen Gielis Van Pulle, Lenaerts broeder, competerende van de koop van de stede "de Vier Aymijns kinderen", die.....

1561, 24 februari

| BR-139-01 |

Katlijne Neefs wijlen Woutersdochter met Gielis Van Houterlee, vulgo Steenbacker, haar man, bekent aangaande zeker 4 pond erfelijk, die haar na de dood van haar vader en moeder aangedeeld waren, jaarlijks op Lenaerd, haar broer, te weten op zijn stede te Cleyn Veerle, dat Lenaert Neeve, haar broeder, afgekweten heeft voors 10 Kgulden erfelijk en bekent dat zij de laatste twee Kgulden erfelijk van de voors 16 Kgulden erfelijk eertijds Adriaen Delien verkocht heeft.

1560, 6 februari

| BR-140-01 |

Lenaert Neeve Wouterszoon, heeft verkocht aan Cornelis Luycx wijlen Gieliszoon en Lysbeth Delien wijlen Jacopsdochter, zijn vrouw, een stuk land, ca. 10 loopensaet en 18 roeyen, gelegen omtrent den Ackermolen, palende: o de moelenwech, z den loop, w Jan Luycx en Adriaen De Weert erve, n Gommaer Van De Venne land.

1561, 18 maart

| BR-141-01 |

Giel Luycx wijlen Gieliszoon en Geertruid Vander Buyten, zijn wijf, zijn schuldig aan Cornelis Steenbackers Janszoon, vulgo "knape de lathouwer", jaarlijks te betalen 30 stuivers erfelijk. Erfpand zijn twee gedelen van de hoeve te Overbroeck, gelijk zij die thans gebruikende zijn.

1562, 14 juni

| BR-142-01 |

Adriaen Verhese Willemszoon en Barbara Jan Joos Luycxdochter, zijn wijf, hebben verkocht aan Gielis Van Houterlee, vulgo Steenbacker, en Katlijnen Neefs, zijn vrouw, 2 Kgulden erfelijk op al hun haafgoeden.

Tot meer zekerheid heeft Jan Joos Luycx, vader van voors Barbara, te pand gezet zijn kindsgedeel in de hoeve aan Stapelheide.

Heylwich Van Stayen, wijlen Peetersdochter, met Lenaerd Van Riele, haar man, heeft verkocht aan Gielis Van Houterle, vulg Steenbacker, en Katlijne Neefs Woutersdochter, zijn vrouw, 4 Kgulden erfelijk op haar paart en kindsgedeel van de hoeve te Cloot.

1562, 16 juni

| BR-144-01 |

Cornelia Rombouts Laureysdochter, daar moeder af was wijlen Marie Berniers, met Jacop Wouter Jacops, haar man, heeft verkocht aan Katlijne Polmans, daar moeder af was wijlen Barbara Ghijben Anthonisdochter, 1 Kgulden erfelijk die zij jaarlijks heffende was op zeker erfpand tot Broechoven gelegen, thans aan Jan Betten toehoorende, uit 2 Kgulden erfelijk die wijlen Michiel Joerdaens Peeterzoon, wonende te Broechem, op 1 februari 1523, aan Margriet Leetkens verkocht had.

Welke voors 1 Kgulden erfelijk Cornelia Jan Thoensdochter, daar moeder af was Lysbeth Dibbouts Jansdochter, met Adriaen Schoofs, haar man, aan Laureys Rombouts Corneliszoon en Marie Berniers, zijn wijf, ouders van voors Cornelia Rombouts, getransporteerd hadden volgens schepenbrief van Brecht 13 september 1541.

Cornelia Rombouts, wijlen Laureysdochter, daar moeder af was wijlen Marie Berniers, met Jacop Wouter Jacops, haar man, heeft verkocht aan Lysbeth Polmans Willemsdochter, daar moeder af was wijlen Barbara Ghijben Anthonisdochter, en haar kinderen van de voorbedde, mits de penningen waarmede deze rente gekocht is, gekomen zijn van een afgekweten zister rogs erfelijk, haar en haar zuster Katlijne binnen Wuestwezel afgekweten, jaarlijks en erfelijk 1 Kgulden die zij jaarlijks heffende was op zeker erfpand tot Broeckhoven gelegen, thans Jan Betten toehoorende; uit alzulke 2 Kgulden erfelijk als wijlen Michiel Joerdaens Peeterszoon tot Broeckhoven, den 1 februari '23 aan Margriet Leetkens verkocht had. Welke voors 1 Kgulden erfelijk Katline Dibbouts op 1 februari 1541 aan Laureys Rombouts Corneliszoon en Marie Berniers, zijn wijf, verkocht heeft.

1562, 2 juli

| BR-145-01 |

Katlijne Reyns wijlen Corneldochter, met Jan Pellens Janszoon, haar man, heeft verkocht aan Hubrecht Leys als momber en Henrick Leest, als toeziender der onbejaarde kinderen wijlen Lenaert Leys, daar moeder af was wijlen Marie Aerts Jansdochter, tot zelver kinderen behoef, 6 lopen rogs erfelijk op haar gedeel te weten: een vierde van een beemd, gelegen bij Marem. Lessius.

1559, 7 april

| BR-146-01 |

Laureys Rombouts Michielszoon heeft overgegeven aan Adriaen Vanden Berge wijlen Adriaenszoon, die 5 lichter gulden erfelijk, die hij jaarlijks heffende was op twee steden gestaan op Quaey Mechelen, en hem aangedeeld na de dood van zijn moeder.

Welke vijf lichter gulden wijlen Meester Jan Van Pulle, op 24 mei 1536, bekent en verleden heeft aan Lysbetten Bruynkens, weduwe wijlen Pauwels Van Buysele.

Welke voors vijf lichter gulden de voors Lysbeth Bruynkens op 19 oktober 1539 aan Cornelie Meerijts, wijlen Jansdochter, moeder van Laureys voors, overgegeven had.

1561, 16 maart

| BR-147-01 |

Adriaen Vanden Berge, wijlen Adriaenszoon, heeft overgegeven aan Henrick Bode, wijlen Lambrechtszoon, en Magdalena Aerts Willemszoon, zijn wijf, die 5 lichter gulden erfelijk die hij jaarlijks heffende was op de twee steden gelegen op Quaymechelen.

Welke vijf lichter gulden wijlen Meester Jan Van Pulle etc..zie nr. 485.

Welke vijf lichter gulden erfelijk Laureys Rombots Michielszoon, daar moeder af was Cornelie Meerijts voors, op 7 april 1559, aan voors Adriaen Vanden Berge getransporteerd heeft gehad.

1562, 2 oogst

| BR-148-01 |

Anthonia Luycx, wijlen Jansdochter, weduwe wijlen Adriaen Meerijts, met Peeter Willems, thans haar man, voor haar zelve ten eener, en de voogden van haar kinderen, daar vader af was Adriaen Meerijts, ten andere, hebben gesloten contract aangaande de goeden, schulden en wederschulden, etc.

1558, 8 september

| BR-149-01 |

Margriet Vermeere, weduwe wijlen Goyvaert Steenbackers, vulgo Schoemaker, met Andries Bolckmans, thans haar man, voor haar zelve, ten eener, en de voogden van haar kinderen, daar vader af was wijlen Goedevaert Steenbackers, ten andere, hebben gesloten contract aangaande de goeden, schulden en wederschulden, etc...

1562, 26 augustus

| BR-150-01 |

Cornelis Jan Ysendonck, onder Loenhout, bekent ter zake van zeker 30 stuivers erfelijk die Willem Delien op zijn goed jaarlijks heffende was en voor 2 veertelen rogs erfelijk die Willem Delien binnen Loenhout op Thijs Van Aerde goeden heffende was, te weten: op een huis geheeten: "de Stadt van Antwerpen", die Cornelis voortaan jaarlijks heffen zal, aan voors Willem Delien en Anna Michiel Wouter Aertsdochter, zijn wijf, getransporteerd had, die 3 Rijnsgulden en derhalve stuiver erfelijk die hem wijlen zijn moeder verstorven waren en hij jaarlijks binnen Rijsbergen op een stede heffende was, gelegen tot Tychelt, palende: o Adriaen Diericx erve, voortane omgaens aan sheerenstrate.

Welke voors 3 Rijnsgulden en derhalven stuiver erfelijk Jacop wijlen Jan Meeussoens bekent heeft dat hij dat van Jan Meeussoens vaders schuldig zoude zijn aan Marie dochter wijlen Meeus Jan Meeussoens, zijnder nichte, jaarlijks met Lichtmis te moeten uitreiken.

1557, 6 juni

| BR-151-01 |

De voogden der kinderen en erfgenamen wijlen Jan Peeters en Kerstijne Vanden Putte, te weten:

Jan Peeters, wijlen Janszoon, voor hem zelf.

Elisabeth Peeters, Jans zuster, met Claus Meys, vulgo van Heester, haar man, als tochteresse, voor haar zelf.

De voogden van de voor Elisabeth kinderen, daar vader af was wijlen Anthonis Wouters, als erfdragers.

Josyne Peeters Jansdochter, met Gielis Hovelmans, haar man, als tochteresse, voor haar zelve.

De voogden van Josijnen voors, daar vader af was wijlen Dionys Jacop Geertsen, als erfdragers, voor hen zelven.

kinderen wijlen Peeter Peeters Janszoon.

Hebben verkocht aan Lenaert Van Dijcke, wijlen Michielszoon, met Katlijnen Wouters wijlen Cornelisdochter, zijn moeder, een heiblok ca. 9 bunderen, gelegen onder Stegoven.

1562, 29 augustus

| BR-152-01 |

Jan Delien wijlen Jacopszoon bekent aangaande de 100 Kgulden eens aangaande der huwelijksvoorwaarden tussen wijlen Mechteld Van Alphene, zijn vrouw, betreffende zeker 14 Kgulden van erfpenningen die hij diens aangaande aan Gielis Van Alphen, ten vollen betaald heeft. Hiertoe bekent voors Jan Delien en Gielis Van Alphene, alle persoonlijke schulden Jan Delien sterfhuis van wijlen zijn vrouw aangaande, en ook Willem Anthonis Van Alphene sterfhuis aangaande, en ook alle verschenen renten veraccordeerd waren.

1562, 14 september

| BR-153-01 |

Cornelis Jan Dielszoon, ten eener, en Henrick Boye, wijlen Lambrechtszoon, ten andere, hebben vermangeld een stuk heide, om zeker beesten, te weten:

Henrick Bode zal hebben ca. 1 bunder heide gelegen achter Overbroeck op de grote heide. Cornelis een paar beesten.

1562, 21 september

| BR-154-01 |

Lenaert Goens wijlen Janszoon heeft voor 42 ponden eens verkocht aan Henrick Boye wijlen Lambrechtzoon en Magdalena Aerts, zijn vrouw, een stuk heide, gelegen ten einde zijn percelen van erfgronden, hem met de stede aangedeeld komende aan 't "Huygen meerken". Item nog 8 Kgulden erfelijk.

Lenaert Goens moet met de penningen die hij van Henrick Boye ontvangen zal, moeten afquiten 2 zister en 2 lopen rogs erfelijk en de commer uit zijn erfgronden jaarlijks uitgaande en Hendrick na Lichtmis goed beschut doen blijken dat deze 2 zister en 2 lopen afgekweten zullen zijn.

1562, de laatste februari

| BR-155-01 |

Katlijne Franck Thoensdochter, met Anthonis Bode, haar man, bekennen terzake van de stede aan 't Laer, dat Anthonis Bode, haar man, en zij van de gemene erfgenamen wijlen Willem Bode en Katlijne Van Gente gekocht hebben gehad, dat zij voor 16 Kgulden eens verkocht heeft aan Cornelia Larien, wijlen Cornelisdochter, daar moeder af was wijlen Mechteld Bode, in mindernis van haar gedeel, haar van de voors stede toekomende, die 1 veertel rogs erfelijk die haar na de dood van Jan Daems Dermuyden, haar oom, aangedeeld was te heffen op een stede gelegen te Cloote, voortijds toebehoord hebbende aan Johanna Braens, thans de kinderen wijlen Willem Aerts.

Welk 1 veertel rogs erfelijk wijlen Jan Braens, op 11 juni 1496, aan Jan Willems verkocht heeft gehad.

1562, 16 maart

| BR-156-01 |

Lenaert Hovelmans wijlen Henricxzoon, daar moeder af was wijlen Magdalena Verdijcke wijlen Cornelisdochter, heeft verkocht aan Anna Leest wijlen Jannesdochter, weduwe wijlen Jan Cocx en haar kinderen, die 4 Kgulden erfelijk hem na de dood van zijn moeder aangedeeld, jaarlijks op een stede geheten "den Helm", gelegen in St. Lenaerts.

Welke voors 4 Kgulden erfelijk wijlen Cornelis Verdijcke op 5 december 1530, van Mathijs Paridaens en Katlijne Michiel Wouter Pellensdochter gekocht had.

1562, 20 maart

| BR-157-01 |

Dionys Lenaert Nyszoon en Lucia Sbyen Jansdochter, zijn wijf, hebben verkocht aan Jan Heemssens Lenaertszoon, 2 Kgulden erfelijk op een stuk beemd, ca. 1/2 bunder, binnen Loenhout "opte blaect".

1563, 6 maart (?)

| BR-158-01 |

De kinderen en erfgenamen wijlen Joos Luycx en Marien Beers, te weten:

Willem, bij overwezen van Jan Wils en Lenaert Wouter Heylkens, zijn zwagers, voor hem zelve.

Jan, broeder van Willem, voor hem zelve.µ

Heylwich, hun zuster, met Lenaerden Jacop Heynszoon, haar zwager, voor haar zelve.

Joos Luycx, Luycxzone, voor hem zelve

Jan Wils, als gemachtigde van Adriana en Katlijnen Luyck Luycxdochter.

De voogden van Lynken Betten Joosdochter, daar moeder af was wijlen Johanna Luyck Luycxdochter.

Hebben gedeeld zeker percelen van erfgronden en leengronden hen verstorven van wijlen Joos Luycx en Marie Beers, te weten:

Willem zal hebben: de eerste kavel van het land in Wemaersacker, de eerste kavel in de Schoot, de tweede kavel in 't Hoochvelt.

Jan Luycx: vierde kavel in Wemaersacker, kavel in den Schoot, vierde kavel beginnende aan de derde kavel met de hagen strekkende tot Jacop Wouter Jacops erve.

Heylwich Luycx: tweede kavel in Wemaersacker, tweede kavel in de Schoot, de helft van den goorken aan Stapelheide bij Mijns Heeren goed van Westmalle gelegen, de derde kavel in de Hooge velde.

De drie kinderen wijlen Luyck Luycx met Lynken Betten: de derde kavel in Wemaersacker, de derde kavel in de Schoot, het heiblok daer de meere in leet, de eerste kavel in de Hooge velden.

1565, 13 januari

| BR-159-01 |

Cornelia Laureys Romboutsdochter met Jacop Wouter Jacobs, haar man, heeft verkocht aan Gielis Jan Dielszoon, 2 Kgulden 12 1/2 stuivers erfelijk als Laureys Rombouts Michielszoon, als momber van de kinderen Laureys Rombouts, gekocht heeft op 6 december 1549, van Lenaert Van Heester Dionyszoon, en waarop de voors Cornelia geerfdeeld was, veronderpand op zeker erfpanden nu in handen van Meester Willem Schoofs.

1565, 21 september

| BR-160-01 |

Mathijs Jan Cleys en Marie Jan Cuypers, zijn vrouw, hebben verkocht aan Thijs Jan Cleys, hun zoon, en Lenaerda Cornelis Heerstraats, zijn wijf, 7 veertelen rogs en 5 lichter gulden en 7 1/2 stuivers erfelijk in mindernis van 14 veertelen en 1 lopen rogge en 5 lichter gulden 7 1/2 stuivers die dezelve Mathijs in rechter erfgeving bekent zijn van Cornelis Vercaert en Quirijne Mathijs Jan Cleysdochter, zijn vrouw, voor schepenen van Brecht 17 januari 1553. Erfpand is de stede op den Henxbroeck.

Den 16 februari 1565 bekent Jan Mathijs Cleys den jongen dat deze verkoop teniet is.

1565, 9 oktober

| BR-161-01 |

Anna Casusdochter met Jan Simonszoon, haar man, heeft verkocht aan Jan, Michiel en Katlijn Heemssens kinderen, en Cornelia Gabriel Romboutsdochter, 4 Kgulden erfelijk op haar zesde deel in een stede zoals Anna aangestorven is van Casus Jan Casus en Elisabeth Henrick Cnoddersdochter, te Veerle, en zoals Jacop Van Gente die in huur heeft, palende: o Heyn en Laureys Rombouts erve, z erfgenamen Paulijn Dermuyden, n Pauwels Aertssoon.

Heer Gielis Joirdaens met Henrick Leest, zijn momber.

Lenaert Joirdaens, voor hem zelf.

Heer Gielis voors, hierin vervangende Jacop, zijn broer.

Ida Joirdaens met Corneel Schoenmakers, haar man.

Robrecht Matheus, als man van Magdalena Gijsbrecht Pluymsdochter, daar moeder af was Cornelia Joirdaens.

Quirijn Marinissen, als man van Katlijne Pluyms.

Elisabeth Pluyms met Michiel Betten, haar man.

Cornelia Pluyms met Jacop Van Ostaeyen, haar momeber.

Allen erfgenamen van wijlen Michiel Joirdaens, in zijn leven secretaris te Brecht, hebben in voldoening den testamente aan Peeter Peeteren Joerdaens, natuurlijke zoon, bewezen, 6 Kgulden erfelijk op een stede op de Biest, palende: o aent Kerchoff, z Henrick Leest, w de biestrate, n Anthonis Bode en Gielis Van Alphen.

1565, 11 november

| BR-162-01 |

Elisabeth Michiel Romboutsdochter met Jan Vanden Bogaerde, haar man, hebben verkocht aan Laureys Rombouts Willemszoon, haar paart die de voors Elisabeth voor haar vijfde paart verstorven is van Dymphna Rombouts, haar zuster, en dat Anthonis Dermuyden in tocht bezittende is.

1565, 20 november

| BR-163-01 |

Jan Aerts en Jan Haest, schepenen, ten verzoeke van Peeter Vorsselmans, als momber van Lenaert Sijns, verklaren dat op de laatste zitdag die Mr. Jan Van Diepenbeke hielt ten huize van Henrick Leest, op den 14 juni 1565, en daar jegens de voors Peeter Vorsselmans, in naam en als momber der weeskinderen Lenaerts Vorsselmans zijn broer, met Eewout Van Eemeren voor handen namen te doen zeker protest op het verzoek maar dat de selve Vorsselmans hem tot den zelve protest niet en wilde verstaan oft hem partie maken of vragen, ten ware de selve Eewout Van Eemeren hem Vorsselmans, in den naam der voors kind beloofde eerst schadeloos te houden van de zelve protestatie en van schade die hen vooraf zoude mogen komen, hetwelk de selve Eewout beloofde.

1565, 20 januari

| BR-164-01 |

Anthonis Henrick Laureys Rombouts heeft zeker contract van mangeling overgegeven aan Cornelis Laureys Rombouts voor en nu Cornelis Corneel Romboutszoon en Laureyssen Corneel Cornelis Romboutszoon na, alzulke 10 stuivers erfelijk, als Laureys Henrick Romboutszoon op 30 december 1528, gekocht heeft van Adriaen Van Aken met schepenbrief van Loenhout.

1565, 26 januari

| BR-165-01 |

Cornelia Cornelis Lariendochter met Jan Vanden Bleke, haar man, ten eenre.

Margriet Bayens, weduwe wijlen Jan Larien, met Jan Verdijcke, nu haar man, ten andere.

Hebben contract gesloten aangaande de achtergelaten goeden van Jan Larien zoals volgt:

Margriet zal haar leven lang hebben een stede te Steechoven zoals Jan Larien, broer van voors Cornelie, daaruit gestorven is. Na de dood van Margriet zal de voors Jan Verdijcke tselve goed "laboreren ende besayen" voor dat jaar.

1565, 16 februari

| BR-166-01 |

Mathijs Jan Cleys met Marie Thijs de Cuypersdochter, zijn vrouw, ten eenre.

Cornelis Aert Wouter Aerts met Dimphne Cornelis Maesdochter, zijn vrouw, ten andere.

Hebben gemangeld erfrenten om erfrenten, zoals volgt:

Mathijs heeft aan Cornelis overgegeven 7 veertelen rogge 5 lichter gulden en 7 1/2 stuivers erfelijk zoals hij jaarlijks heffende is in mindernis van 14 veertelen 1 lopen rogge en 5 lichter gulden en 7 1/2 stuivers op zeker pand in handen van Cornelis Vercaert volgens brief van 17 januari 1553. Cornelis Vercaert verklaart als uitreiker der voors rente jaarlijks te zullen betalen aan Cornelis, de voors geldrente tot 3 Kgulden jaars, hij zal de rente aflossen in twee maal, te weten het geld eenmaal en de rogge tweemaal.

Cornelis heeft aan Mathijs overgegeven een rentbrief van 9 lopen rogge jaarlijks binnen Loenhout met twee schepenbrieven dd. 21 december 1558 en 15 februari 1556. Item nog een rente van 3 veertelen rogge jaarlijks op Gabriel Jan Gabriels met een schepenbrief van Loenhout dd. 17 maart 1482. Item nog een rente van 1 zister rogge erfelijk op zeker pand in handen van Cornelis Michiel Van Elsacker. Welke voors overgegeven renten aan de voors Cornelis met zijn vrouw, door Cornelis Maes, ten huwelijk zijn gegeven.

1565, 19 februari

| BR-167-01 |

Peeter Vorsselmans schepen, met Anthonia Egdorens, zijn vrouw, hebben verkocht aan Marie Thijs Theeusdochter, 3 Kgulden erfelijk op een stede te Cloote, palende: o Jacop Luycx erve, z Mathijs de Cnodder, w Simon Schoenmakers erfgenamen, n 'sHeerenstrate.

1565, 4 maart

| BR-168-01 |

Adriaen Delien, voor hem zelf.

Anna, zijn zuster, met Verduyct, haar man.

Katherina Delien met Willem Pauwels Aerts, haar man.

Elisabeth Delien met Cornelis Luycx, haar man.

Maria Delien met Cornelis Van Eeckel, haar man.

Hebben overgegeven aan Jan Delien, hun broer, de 52 1/2 stuivers erfelijk met den achterstel, die aan Anneken Wouter Faesdochter, hun moeder, voor schepenen van Loenhout bekend zijn uit te reiken door Peeter De Cuper en Cornelia Nout Peeter Noutsdochter, luidens schepenbrief van Loenhout dd. 21 februari 1530.

Jan Delien, voor hem zelve.

Anna Delien, met Jan Verduyct, haar man.

Katharina, hun zuster, met Willem Pauwels Aerts, haar man.

Marie Delien, met Cornelis Van Eeckel, haar man.

Elisabeth Delien, met Cornelis Luycx, haar man.

Hebben overgegeven aan Adriaen Delien, hun broeder, 2 Philippusgulden erfelijk, als hen verstorven zijn van hun ouders, en die men jaarlijks heffende is op de goeden daar wijlen Peeter Bode uit gestorven is, volgens schepenbrief van Loenhout 7 februari 1525. Nog hun recht in 11 stuivers 1 oort hen comparanten competerende voor het recht van den brantschat tot Rijckevorsel op en aan de stede van Corneel Aert Peeter Nouts en in handen van Lenaert Bouwens.

1565, 5 maart

| BR-169-01 |

Katherina Michiel Leys Romboutsdochter met Corneel Ysendonck, haar momber, heeft verkocht aan Pauwels Ackermans, 1 veertel rogge erfelijk met schepenbrief van Loenhout dd. 10 augustus 1560, op zeker pand in handen van Jan Corneel Claes Janssen. Bleek nog bij schepenbrief van Loenhout dd. 11 juni 1565, dat voors Katherina en Cornelia, haar zuster, daarop gedeeld waren.

Jan Verachtert alias Van Stayen heeft voor 101 pond eens verkocht aan Cornelis Aert Wouter Aerts en Dingen Cornelis Maesdochter, zijn vrouw, zijn rechte 1/3 in een stede te Cloote, zoals aan voors Jan verstorven is voor 1/3 van zijn ouders, palende: o gebuerstrate, z d'ackerstraat, w/n Goris Faes kinderen.

Daareenboven voor 16 Kgulden erfelijk die voors Jan op voors erf onderpand zal blijven.

1565, 10 maart

| BR-171-01 |

Cornelis Aert Wouter Aerts en Dimpne Cornelis Maesdochter, zijn vrouw, moeten jaarlijks betalen aan Pauwels Van Stayen alias Verachtert, 4 Kgulden erfelijk op 1/3 eener stede te Cloote, palende: o gebuerstrate, z ackerstrate, w/n Goris Faes kynder.

1565, 7 april

| BR-172-01 |

Jan Mathijs Putkuyps met Anna Adriaen Schoofsdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan Joos Verdijck Michielszoon, 4 Kgulden erfelijk op 1/7 deel in een hoeve te Betchoven, gelijk die aan Anna verstorven is en gelijk Jan Verdijck Michielszoon die nu bezit, palende: o Peeter Aerts erve, n de straet, w Margriet Dries.

1566, 16 april

| BR-173-01 |

Willem Ariaenszoon van Elsacker met Marie Henricx Verbuytendochter, zijn vrouw, voor hem zelve.

De voogden van Thijsen, Henricxzoon vander Buyten.

Hebben verkocht aan Thomas Schoofs en Margriet Anthonis Coecx, zijn vrouw, 3 Cgulden en 2 veertelen rogge erfelijk op twee gedeelten in een stede te Overbroeck, palende: o Lenaert De Bruyne, z Lenaert voors, w Lyn Pellens, n aan de heide.

1566, 3 mei

| BR-174-01 |

Jacop Wouter Jacobszoon met Cornelia Laureys Romboutsdochter, zijn vrouw, hebben overgegeven aan Hubrecht Van Aerde Peeterszoon, 3 Kgulden en 15 stuivers jaarlijks en erfelijk als Laureys Rombouts en Marie Berniers Jansdochter, gekocht hebben op 21 september 1538 die men jaarlijks heffende is op zeker pand in handen van Gosem Thielens.

Goesem Thielens bekende jaarlijks de rente te moeten betalen.

1566, 23 juni

| BR-175-01 |

Willem Van Westerwijck, ten eenre.

Anna Leest, weduwe Jans De Cock, met Wouter Michiels, haar voogd, en Wouter voors in naam van Katerina Cocx, zijn vrouw, en medevervangende Mr. Pauwels De Cock, ten andere.

Hebben overgegeven aan voors Willem Van Westerwijck een rente van 4 Kgulden 2 1/2 stuivers als aan voors man en vrouw getransporteerd zijn van Lenaert Peterszoon van Houterle met Hubrecht Praens zijn momber op 1 januari 1554, en dezelve Lenaert heffende was met schepenbrief van Merxplas dd. 30 januari 1546, en daartoe nog een rente van 2 Kgulden jaarlijks als ten behoeve van Lenaert Peeters Van Houterle geconstitueerd zijn van Joos Jan Peeters tot Marxplas, dd. 24 oktober 1554.

Willem voors heeft overgegeven aan voors Anna en haar kinderen een rentebrief van 4 veertelen rogge erfelijk als den voors Willem verstorven was van Marie Snels en men heffende is met een schepenbrief onder de laathove van Tichelt te betalen de veertel met 15 stuivers, dd. 7 februari 1542, met nog een rente van 35 stuivers erfelijk als Willem voors heffende was met schepenbrief van Loenhout dd. 27 maart 1541, en Cornelie Jan Woutersdochter met Michiel Joirdens bekend hebben aan Wouter Snels en Marie, zijn vrouw, op zeker pand en nog 25 stuivers als aan voors Wouter Snels en Marie, zijn vrouw, bekend zijn van Cornelie Jan Wouters, op 27 maart 1531.

1566, 10 oogst

| BR-176-01 |

Schepenen hebben "den gesworen clercq hooren lesen": Wij Laureys Van Aerde, Jan Van Bavele, Peeter Jan Snellen, Adriaen Van Aken, Wouter Vanden Cloote, Jan Cornelis Keeselmans en Jan Van Stayen, schepenen van Loenhout.

Jan Peter Hovelmanszone heeft verkocht aan Margriet Willem Aerts 4 Kgulden erfelijk op een stuk geheten "duendelen", groot ca. 8 lopensaet, waarin Katlijne, zuster van Jan Hovelmans, heeft ca. 1 lopensaeye bossen, gelegen te Loenhout te Sneppel aan de Vriessestraat. Op en uit een vierendeel van een stede, ca. 9 lopensaat, gelegen te Loenhout, palende: o/n Heerenstraat, z Wouter Jan Stevens erve, w Cornelis Van Staeyen.

1566, 22 september

| BR-177-01 |

Peeter Vanden Berge, voor hem zelve.

Adriaen en Henrick Vanden Berge, voor hen zelve.

Geert Elsackers in naam van Katerina Vanden Berge, zijn vrouw.

Hebben verkocht aan Willem Jan Pellens alzulk versterf en actie als de voors comparanten binnen Brecht eenigszins verstorven is, bij overlijden van Michiel Van Bergen, hun broer, en het recht van tocht van Maria Thijs Theeus.

1566, 31 december

| BR-178-01 |

Jouffr. Jacopmijne Van Eijck Adriaensdochter met Mr. Matheus Van Cothem haar man hebben verkocht aan Johan De Valezo en Jouffr. Margriet Van Eijck Adriaensdochter, zijn vrouw, 38 Kgulden erfelijk. Erfpand is een hoeve tot Ooogstbrecht, geheten "Dboxgoet", ca. 5 bunder, palende: z Jacops Van Leyen erve, o de vreheyde, n Henrick Verhese erve, w de strate. Item op een bloxken daar aan gelegen gelijk wijlen Adriaen Van Eijck het van Jan Lenaerts gekocht heeft. Item een stuk land, 17 lopensaet, in de Clootsche acker. Item een stuk land, 7 lopensaet, op de zuidzijde van de straat. Item een beemd onder Loenhout, een bunder, "in de gemeyn blaect". Item een begraven heiblok, acht bunder. Item twee bunder heide. Item een bunder heide onbegraven.

Jouffr. Jacopmijne Van Eijck Adriaensdochter met Mr. Matheus Van Cothem, haar man, hebben verkocht aan Johan de Valezo en Jouffr. Margriet Van Eijck Adriaensdochter, zijn vrouw, 8 Kgulden erfelijk als Jacopmijne en haar man jaarlijks heffende zijn op zeker panden binnen Loenhout, nu in handen van Henrick Van Buyten, en waarop Jouffr. Jacopmijne tegen voors Margriet gedeeld is.

1566, 9 februari

| BR-179-01 |

Cornelis Aert Wouter Aerts met Digne Cornelis Maesdochter, als actie hebbende van Pauwelsen Verachtert alias Van Stayen, ten eenre, en als mede actie hebbende van Jan Verachtert alias Van Stayen, ten andere.

Heylwich Verachtert met Geerd Jan Thomas, haar man.

De voogden van de kinderen Lenaert Van Riel, verwekt bij de voors Heylwich, ten derde zijde.

Allen als erfgenamen van Margriet Vanden Wijngaerde, weduwe wijlen Peeter Verachtert alias Van Stayen, hebben gedeeld de achtergelaten goeden en stede bij voors Margriet achtergelaten, te weten:

Cornelis als voor de eerste kavel is bevallen op:

Het woonhuis met bogaard te Cloot. Item het achtersten Clootken. Item de helft van de Broeckacker. Item het lang Broeckackerken. Item de Moervenne metten heide bij Dycmans heyblock en de winckelhaeck heye en theyken daar tsteenvenne in ligt.

Cornelis zal voor de tweede kavel hebben:

De schuur metter messien metten wagenhuysken ende dander torfhuys ende metter opstalle ende metten wouwerdriesch. Item den lentenhof. Item de helft van de Broeckacker. Item een akker in het Broeckackerken. Item de grote heide aan Peter Kyen heye zonder den winckelhaeck.

Vanwege der weeskinderen kavel zal Cornelis ontvangen de overblijvende 16 ponden eens spruitende vande koop van de heyblok bij Mr. Adriaen Dircx gekocht, daarvoor zal Cornelis ontlasten van hun cavel aan Gielis Luycx 3 Kgulden 10 stuivers erfelijk en aan Jacob Luycx 10 stuivers erfelijk.

De mombers der weeskinderen zullen voor dezen hebben:

De dries over de straat met de hagen. Item het groot block. Item het voorste Clootken. Item den dorenacker. Item het hooch heyblock. Item de heide over de kerstraat. Item de penningen van heiblok die Cornelis voors, als voors met voors last aangelegd zijn. De weeskinderen zullen uit de voors erven jaarlijks betalen, de Armen van Brecht 1 veertel rogge erfelijk, "Sint Barbaren en Katherijnen aultaer".

1566, 23 februari

| BR-180-01 |

Jan Huysmans met Lucia Braens Lenaertsdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan Hubrecht Leys, 6 Kgulden erfelijk op een stuk land te St. Lenaert, groot ca. 1/2 bunder.

Geertruyt Henricxdochter Vander Buyten met Jacob Van Oistayen, haar man, als tochteresse, en de voogden van de onbejaarde kinderen Gielis Luycx, daar moeder af is de voors Geertruyt, hebben tot betaling van de koop van de nabeschreven erfpanden verkocht aan Jan De Wolf, 2 veertelen rogge en 2 Kgulden erfelijk op de helft in een stede te Overbroeck, palende: o heerenstraat, z Guillaume Succa, w de vroente, n Luyck Bartels.

1566, 24 februari

| BR-181-01 |

Willem Joos Luycx als tochter.

Anna Willem Joos Luycxdochter met Jan Wils, haar man.

Dezelve Jan Wils vervangende Lenaert Dries en Barbara Willem Joosdochter, zijn vrouw.

Jan Joos en Joos Luycx voor hen zelven.

Hebben boven 6 Kgulden jaarlijks die Willem Joos Luycx op de nabeschreven gronden heffende is, verkocht aan Gielis Van Alphen Anthoniszoon, hun paart in een stuk land, ca. 8 lopensaat, in Kerchovenacker, genaamd "den Bremacker", palende: o Gielis ander erve, z tgoet Vanden Wijngaerde, w den ackerwech, n Heer Eraert Coutereau.

1567, 26 mei

| BR-182-01 |

Cornelis Van Stayen Corneliszoon gezeten tot Eeckeren heeft verkocht aan Anna Leest, weduwe Jans De Cock, 5 lopen en 1 quartier rogge en 16 stuivers, 3 1/2 oort, 2 mijten erfelijk, als aan Cornelis voors op 17 juni 1565 voor schepenen van Loenhout getransporteerd zijn, bij Heylwich Peeter Boots met Claesen Lippens, haar man, en Catharina Peeter Boots met Peeter Bode, haar vader, in de naam van Jan De Slager, man van Catharina voors, gelijk de brieven die de voors Cornelis de voors Anna mede overgaf dat klaarder begrepen.

1566, 2 maart

| BR-183-01 |

Jan Betten Corneliszoon, ter zake van de verkoop van de hoeve te Broechoven die hij gekocht heeft van de kinderen wijlen Michiel Joirdaens, is schuldig aan Cornelis Luycx en Magdalena Michiel Joirdaensdochter, jaarlijks te betalen 3 Kgulden, 16 stuivers, 1 oort. Erfpand zijn al de erfgronden in de hoeve gelegen, geen leen wezende.

Jan Betten Corneliszoon, aangaande de koop der hoeve der kinderen Michiel Joirdaens, moet jaarlijks aan Henrick Joirdaens, als momber en Jan Pellens, als toeziender der kinderen Lenaert Joirdaens, betalen 34 stuivers 1/2 blank. Erfpand zijn de erfgronden in de hoeve.

1566, 3 maart

| BR-184-01 |

Gosem Thielens, ten eenre.

Katerina, zijn dochter, met Michiel Delien, haar man, ten andere.

Hebben gedeeld al de goeden achtergebleven na de dood van wijlen Marie Leest, vrouw van Gosem voors en moeder van Katerina voors.

Gosem: alle haafgoeden, schulden en wederschulden den sterfhuis aangaande. De verschenen renten zal hij betalen tot Lichtmis '66, behalve de korenrenten die zal hij betalen tot Lichtmis '67., en daarvoor het koren met het stro hebben dat nu op het goed bezaaid is.

Zijn leven lang tochtgewijs het huis genaamd "tscaecbert", alhier in de plaetse.

Gosem mag voors hof verkopen en 't geld weder aan renten leggen. Item een akker op Betchovenakker mits Gosem betaalt de renten en kommer uit voors huis, groot 10 lopensaat.

Katharina en haar man:

De herberge "den Zwaen", met de kommer. Item een stuk land "den solhof", met de schuur daarop staande. Item drie blokken te Broechoven. Item een bosch "Dielisbosch". Item een heiblok te Wesel gelegen. Item beemd aan de Schaepsdijck, geheeten "den Meysbeempt". Item een akkerken op "Weemaersacker". Item een blok geheeten "den leemhof" bij den hunselmoelen gelegen.

Geertruyt Adriaen Schoofsdochter met Lenaerd Cornelis Schoenmakers, haar man, hebben verkocht aan Jan De Wolf, 4 Kgulden erfelijk op haar zevende deel in een stede te Betchoven, zoals Adriaan Schoofs daaruit gestorven is, palende: o Peter Aerts, z Genetken Bolckmans weduwe, w de zelve, n heerenstraat.

1566, 9 maart

| BR-185-01 |

Marck Verrijt met Elisabeth Adriaen Schoofsdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan Jan Verdijck Michielszoon, 2 veertelen rogge en 20 stuivers erfelijk. Onderpand is het zevende deel in een stede te Betchoven, zoals Adriaen Schoofs daaruit gestorven is, en Jan Verdijcke in huring bezit, palende: o heerenstraat, z Peter Jan Aerts, w/n de weduwe Geert Bolckmans.

1566, 16 maart

| BR-186-01 |

Paeschijne Lenaert Leysdochter met Peeter Jans Van Oistayen, haar man, hebben verkocht aan Hubrecht Leys, 2 veertelen rogge erfelijk in mindernis en evengelijk uitgaande van 6 veertelen rogge erfelijk, waaruit Hubrecht en Margriet, zijn zuster, elk de ander 2 veertelen rogge erfelijk heffende zijn, op zeker panden nu in handen van Willem Polmans.

Thomaes Schoofs als momber en Henrick Boids toeziender van Lambrecht Geert Schoofszoon, hebben afgelost des weeskinds stede en erfenis te Overbroek, aan Henrick Boids de rente van 3 Kgulden en 10 stuivers erfelijk, om welke aflossing te doen Geert Schoofs, vader van Lambrecht voors. De capitael penningen geschoten heeft van 2 Kgulden erfelijk en van wegens des weeskinds de 30 stuivers.

Om de voors Geerden zijn vrouw en nakomelingen van de voors 2 Kgulden te verzekeren zo bekenden de voors mombers dat zij den voors Geerd Schoofs en zijn vrouw en de nakomelingen jaarlijks met Lichtmis schuldig zijn jaarlijks te betalen 2 Kgulden jaarlijks op voors Lambrechts stede en erfenis te Overbroeck, palende: o Lenaert De Bruyne erve, z heerenstraat, w Guillaume Succa, n Henricx Verbuyten.

1567, 2 april

| BR-187-01 |

Peeter Kyen met Josyne, zijn vrouw, hebben verkocht aan Margriet Thys Theeusdochter, weduwe wijlen Willems Vermeere, steenbacker, 6 Kgulden erfelijk. Onderpand is een stede, ca. 7 bunderen, gelegen in de Houthovensche straat, geheten "opten Hoeck", palende: o heerenstraat, z de vroente en Van Riele erve, w Marieken Van Schooten erfgenamen erve, n Jacob Van Leyen. Item op twee bunder land "den Hoogenacker".

Joos Puls, voor hem zelve, en voor zijn huisvrouw, heeft af laten kwijten in drie payementen en termijnen, Anthonis Geleyns 13 Kgulden en 13 stuivers erfelijk als voors Joos jaarlijks heffende is geweest op zeker stede aan het Laar, nu toebehorende aan voors Anthonis Geleyns.

1567, 4 mei

| BR-188-01 |

Mathijs Berchmans met Gabriel Henrick Merijts, zijn wijf, moeten jaarlijks betalen aan Cornelis Jan Romboutszoon, daar moeder af was Margriet Vermeere Willemsdochter, 4 Kgulden en 15 stuivers jaarlijks en erfelijk. Erfpand is een stede te St. Lenaerts, palende: o/z Pauwels Verachtert, o/n aen sinte Lenaerts velt.

Willem Vermeere Janszoon heeft verkocht aan Joos Aert Peeter Nouts en zijn voorkinderen, 2 Kgulden jaarlijks in mindernis van 4 Kgulden daar nochtans de 2 Kgulden jaarlijks afgekweten zijn, jaarlijks opten Pinxterdach, als daar wijlen Cornelis Leest eensdeels voor Elisabeth Reyns op 10 maart 1546 voor t'erve gekregen heeft een stede te Betchoven in een velde, die nu Geert Van Gestel in handen heeft, toebehorende aan Lysbeth Reyns, daar vader af was Cornelis Reyns, gelegen: w/n heerenstraat, z erfgenamen Adriaen Schoofs.

1567, 20 mei

| BR-189-01 |

Henrick Lambrechts Bode met Magdalena Aert Willemsdochter, zijn vrouw, hebben verkocht de helft van 3 Kgulden als zij op 25 juli 1558 gekocht hebben en wijlen Andries Maesgijsels verkocht heeft.

1567, 2 juni

| BR-190-01 |

Mathijs Joos Willem Geertszoon heeft verkocht aan Gielis Jan Dielszoon, 6 lopen rogge erfelijk als wijlen Joos Willem Geerts op 11 mei 1534, met schepenbrief van Loenhout gekocht heeft en men heffende is op zeker pand onder Loenhout gelegen, in handen van Marck Nuyts, op Cleyn Hoenderen", na inhoud van de ouden brief van 23 februari 1506.

1567, 25 juni

| BR-191-01 |

Remissiebrief voor Willem Van Elsacker van Loenhout inzake doodslag op Gielis Luycx.

Remissiebrief voor Willem Van Elsacker van Loenhout inzake doodslag op Gielis Luycx.

1567, 13 september

| BR-192-01 |

De erfgenamen Margriet Peeter Dircxdochter, te weten:

Clara, weduwe Henrick Peeter Dircx, met Lenaert Merrits, als momber van haar kinderen.

Laureys Rombouts als momber en vader van zijn drie kinderen verwekt bij Adriana Peeter Dircxdochter.

Marie Jan Peeter Dircxdochter met Pauwels Van Aerde, haar man.

Hebben gedeeld de achtergelaten goeden van wijlen Margriet Peeter Dircx voors, als volgt:

Clara: 25 stuivers erfelijk op Wouter Rombouts, en 20 Kgulden eens.

Laureys: 15 stuivers erfelijk op Henrick Van Riel "den Heycant", en 20 Kgulden eens.

Marie: 3 lopen rogge erfelijk op Cornelis Betten te Eyndhoven, en 20 Kgulden eens.

1567, de laatste september

| BR-193-01 |

Peeter Vorsselmans en Antonia Henrick Egdorensdochter, zijn vrouw, heeft verkocht ten behoeve van Margriet Lenaert Vorsselmans, weeskind, waarvan de voors Peeter momber is, 2 veertelen rogge en 2 Kgulden 15 stuivers erfelijk als zij jaarlijks heffende zijn te Wuestwezel, met schepenbrief van Antwerpen dd. 8 februari 1560.

1567, 28 december

| BR-194-01 |

Jan Lenaert Willem Lenaertszoon, voor hem zelve, Cornelie Lenaertsdochter, zijn zuster, met Jan Luycx, haar voogd, hebben verkocht aan Thomaes Schooffs en Margriet Coecx, zijn vrouw, 4 Kgulden erfelijk als op 8 februari 1530 aan Cornelia Betten Michielsdochter, vrouw alsdan van Lenaert Willem Lenaertszoon, bekend zijn in een partij van 5 lichte gulden en 3 veertelen rogge jaarlijks, waaraf de 3 veertelen rogge naderhand op 15 februari 1539, gesteld zijn de veertel op 10 stuivers jaarlijks, op panden in handen der kinderen Jans Betten Michielszoon.

In marge: Den 7 januari 1567 bekend Thomaes Schoofs van deze rente betaald te zijn en overgegeven te hebben aan Michiel Betten.

1567, 24 januari

| BR-195-01 |

Cornelis Betten, ten eenre.

De mombers van zijn kinderen verwekt bij Elisabeth Gosemsdochter van Ysendonck, ten andere.

Hebben gedeeld het sterfhuis van voors Elisabeth, etc........

1567, 1 februari

| BR-196-01 |

Cornelie Adriaen Schooffsdochter met Willem Vrancx, haar man, en Lysbeth Adriaen Schooffsdochter met Marcken Verrijt, haar man, hebben verkocht aan Cornelis Heyns, 3 Kgulden en 1 veertel rogge erfelijk.

Onderpand zijn drie delen in een stede te Betchoven zoals Adriaen Schoofs daaruit gestorven is. Bijpand door Marck gesteld is 1 pond erfelijk op de erfgenamen Lenaert Dibbouts.

1567, 2 februari

| BR-197-01 |

Jan Betten Corneliszoon heeft verkocht aan Jan Nouts en Geertruyt, zijn zuster, met Cornelis Bayens, haar man, 30 schellingen erfelijk, als Jan Betten met schepenbrief van 15 november 1551 getransporteerd zijn bij Marten Vanden Smede als gemachtigde van Lodewijck Vander Boede, en men heffende is op panden te Loenhout, nu in handen van Cornelis Vercaert, volgens brief van Loenhout dd. 12 maart 1555.

1567, 22 februari

| BR-198-01 |

Lenaert Schoenmakers Corneliszoon met Geertruyt Adriaen Schooffsdochter, zijn vrouw, hebben verkocht 1 halster rogge erfelijk, de een helft tot behoef van Catharina Bartels, en de andere helft tot behoef van Hubrecht Geert Schoenmakers. Erfpand is het zevende deel in een stede als Geertruyt bezit onverdeeld van haar ouders, palende: o 's heerenstraat, z Peeter Jan Aerts, w/n Andries Bolckmans.

1567, 2 maart

| BR-199-01 |

Jan Vanden Bleke en Cornelie Cornelis Lariendochter, zijn wijf, hebben verkocht aan Jan Martens, een stede, ca. 1 1/2 bunder, te "tseechoven", voor 20 ponden eens, zoals die aan Conelie voors verstorven is van haar broeder, palende: o heerenstraat, z Willem Vrancx, w Anthonis Der Muyden, n herbaen. Zij verbinden daarvoor speciaal 9 Kgulden jaarlijks die de weduwe Jan Laenen hiervoor zijn aanbenoemd en zij in tocht bezitten.

1567, 6 maart

| BR-200-01 |

Cornelis Betten, als tochtenaar, met Marie Jan Pullekens, zijn vrouw.

De voogden van zijn kinderen, verwekt bij Elisabeth Goossensdochter Van Ysendonck, als erfdragers.

Achtervolgende zeker brieven van deling tussen partijen, dd. 24 januari, inhoudende dat de mombers der voors tot betaling der schulden van het sterfhuis van voors Cornelis Betten en zijn eerste vrouw, der kinderen erfgronden zouden mogen belasten met 4 Kgulden erfelijk.

Hebben verkocht aan Gielis Hovelmans en Josyne Peeters, als tochteresse en tot behoef van haar kinderen van voor en nabedde, 3 veertelen rogge en 2 Kgulden erfelijk. Zij stellen tot erfpand een stede te Eyndhoven, palende: o Jan Adriaen Thijs, z. Cornelis Guens, w Jan Betten n Heerenstraat. Item nog een stuk land "thaegstuck".

1567, 7 maart

| BR-201-01 |

Marck Verrijt met Elisabeth Adriaen Schooffsdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan de voogden van Cornelia Cornelis Thomasdochter, daar moeder af was Geertruyt Thomas Schoofsdochter, 3 Kgulden erfelijk op hun zevende deel van een stede, zoals Adriaen Schoofs daaruit gestorven is te Betchoven, palende: o heerenstraat, z Peter Jan Aerts, w/n Andries Bolckmans. Als bijpand stellen ze nog 4 Kgulden als zij heffende zij op de goeden van Marie Gielis Luycx, weduwe, waaruit Lenaert Dibbouts gestorven is.

Claes Jan Wouters en Elisabeth, zijn zuster, met Jan Wellens, haar man, medevervangende Catharina, haar zuster, hebben verkocht aan Hubrecht Leys, 15 schellingen erfelijk op zeker erfpanden te Loenhout, in de blaect gelegen, uitwijzens schepenbrief dd. 15 februari 1524.

Geert Jan Thomas met Heylwich Peetersdochter van Stayen, zijn vrouw, hebben verkocht aan Joos Aert Peeter Nouts en Gertruyt Jans Roversdochter, zijn vrouw, 1 zister rogge erfelijk op een stede, ca. 1/2 bunder gelegen onder Cloot, palende: o in de ackerstraat, z Lenaert Verdijck, w de beke, n zijn zelfs erve.

Item op zijn derde paart in de stede te Betchoven, die zijn vader in tocht bezit, en hem verstorven is van zijn moeder.

Tot meer zekerheid nog ten onderpand 1 vierendeel bunder beemd te Loenhout.

1567, 14 maart

| BR-203-01 |

Willem Vrancx met Cornelie Adriaen Schoofsdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan Cornelis Jan Lenaert Putcuyps, de twee gedeelten in een stede te Betchoven, zoals Adriaen Schoofs daaruit gestorven is, palende: o de straat, z Peeter Jan Aerts, w/n Andries en Geert Bolckmans.

1568, 26 april

| BR-204-01 |

Lenaert Vercaert bekent in gerechte erfvoorwaarden, jaarlijks te moeten uitreiken aan Cornelis Kemps, alias Vercaert, zijn broer, 1 halster rogge en 20 stuivers erfelijk op een stuk erve "t stoppelblock", ca. 2 bunderen, op den Henxbroeck te Brecht.

1567, 26 april

| BR-205-01 |

Cornelis Kemps, alias Vercaert, als tochter, en de voogden van zijn kinderen verwekt bij Quirijn Mathijs Jan Cleysdochter, als erfdragers.

Bekennen dat voors Cornelis en Quirijn in volle bedde verkocht hebben aan Joosen Aert Peeter Nouts en Geertruyt Jan Roversdochter, zijn vrouw, een halster rogge en 10 stuivers erfelijk, als Lenaert Vercaert heden aan voors Cornelis heeft bekent, op zeker pand in handen van voors Vercaert.

1568, 4 juli

| BR-206-01 |

Henrick Lambrecht Bode, voor hem zelf, en ook in naam en als momber en Jan Tilborchs als toeziender van Anthonis Kerstiaen Boodtszoon, hebben laten aflossen Thomas Schoofs, als momber en tot behoef van Lambrecht Geert Thomaszoon, verwekt bij Marie Lambrecht Boodsdochter, 8 veertelen min een lopen rogge en 4 Kgulden min 2 stuivers erfelijk, als voors Henrick tot zijn zelfs behoef heffende is geweest op voors Lambrechts erfgoederen en stede binnen Overbroeck, nog 8 veertelen rogge min een lopen, en nog 4 Kgulden min 2 1/2 stuivers, erfelijk als voors regeerders ten behoeve van Kersten Boodts heffende zijn geweest op voors stede.

1568, 5 augustus

| BR-207-01 |

Hans Andries Maes Ghijselszoon heeft verkocht aan Pauwels Verachtert, geheeten Van Stayen, 2 veertelen rogge erfelijk op een derde deel in een hoeve, zoals Cornelis Aerts der Kynder, die in huring bezit, gelegen te Cloote, palende: o/z Jan Putcuyps erve, w H. Geest land, o/n heerenstraat en Adriaan Van Riel.

1568, 5 september

| BR-208-01 |

Henrick Van Aerde Mathijszoon met Cornelie Thomas Luycxdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan Johanneken Swaerdackers, 2 Kgulden erfelijk op Henricks zesde paart in een stede te Betchoven, in den Hoeck, gelijk zijn vader die eensdeels in tocht en eensdeels in huring bezit, alsnog tussen hen kinderen onverdeeld, palende: o de straat, z Hubrecht Van Aerde, w beemden van Ghijsbrecht Van Aemstel, n Hubrecht Lenaerts.

In marge: deze rente is gelost door Cornelis Van Aerde en Maria, zijn vrouw, aan Jan Van Hacvoort en Lyntken Stoffel Lenaert Aerts, zijn vrouw, den 16 november 1609.

1568, 19 september

| BR-209-01 |

Anna Gielis Luycxdochter, met Jacob Van Oistaeyen, haar momber, heeft verkocht aan Elisabeth Gielis Luycxdochter, haar zuster, 9 lopen rogs erfelijk dat in mindernis van 18 lopen rogs en 10 stuivers erfelijk, als wijlen Anthonis Van Alphen en Lenaerte Dibbouts, haar comparanten moeder met schepenbrief van Loenhout gekocht hebben op zeker panden Adriaen Van Elsacker blijkens brief van 3 februari 1556.

Anna Gielis Luycxdochter met Jacob Van Oistaeyen, haar momber, heeft verkocht aan Elisabeth Gielis Luycxdochter, 2 Kgulden erfelijk als Anna voors jaarlijks heffende is binnen Loenhout op zeker panden in handen van Peeter Van Aerde.

1568, 21 november

| BR-210-01 |

Jan Pellens, voor hem zelve.

Peter Joirdens met Marie Jan Pellensdochter, zijn vrouw.

De mombers der kinderen van Peter Daelmans, daar moeder af was Marie Jan Pellensdochter.

De mombers der kinderen Lenaert Joirdens, daar moeder af is Elisabeth Pellens, deze mede present als tochteresse met Jan Verdijck, haar man.

De voogden van het kind van Aert Wouter Aerts, daar moeder af is Alijt Van Tychelt.

Alle erfgenamen van Jan Pellens, hebben gedeeld al de achtergelaten erfgoeden, hen verstorven van Jan Pellens, hun ouden vader, te weten:

Jan Pellens: beemd te Loenhout opt Hoochbosch, bos op Cleijn rijt, hij moet de ander vier kavels geven 4 Kgulden eens.

Marie met Peeter Joirdens: land achter Wouter Casus steken, een driesken daaraan gelegen, een heiblok achter den Boschoeck, een stuk land ten noorden van hetzelve heiblock, den buer aan 't huis en die af te breken voor half maart, 6 ponden eens van de cavel van het huis, den eerste uitgang zo dat getekend is.

De mombers der kinderen Peter Daelmans: twee driessen over de Heynise hoeven, heiblok "Hagelscheyblock", land "den neerenboeck, langs de schuur met beke ende beesten, een schaepscoey en die af te breken voor half maart '68, den tweede vuytganck.

De mombers der kinderen Lenaert Joirdens: het woonhuis met opstal en messie half, boomgaard met de dries "vleuten hofken", dries "de vorste eusel", heiblok "thunselken", zij zullen jaarlijks uit voors percelen blijven uitreiken: etc....

Kind Aert Wouter Aerts: de schuur met opstal en de halve messie, den uitganck van daer tot de Boschhoeck, het land nevens de schuur, een heiken aent "Merbelen venne", een heiblok aenden Boschhoeck, een moerken te Wesel, 2 pond eens van de kinderen Lenaert Joirdens.

1568, 12 december

| BR-211-01 |

Lenaerd Vercaert heeft verkocht aan Peeter Jan Aerts en Laureys Rombouts, Armenmeesters te Brecht, 3 veertelen rogge erfelijk op een veertel saailand met een heiblok, geheeten "tstoppelblock, gelegen opden Henxbroeck. Als bijpand nog een stuk beemd onder Loenhout, geheeten, "de strael".

Jan Thomas en Wouter Thomas, voor hen zelve.

De voogden van Cornelie Cornelis Thomas Thoensdochter.

De voogden der kinderen Adriaen Thomas Thoens.

De voogden der kinderen Lenaert Thomas Thoens.

Jan Thomas als momber van Jan Peter Thomaszoon.

Allen erfgenamen van Adriana Joirdens, hun moeye, bekennen om de kleinigheid van elk paart en ook om weder voor de voors weeskinderen aan andere renten te beleggen, verkocht te hebben aan Thomas Schoofs en Margriet Anthonis Coecxdochter, zijn vrouw, een veertel rogge erfelijk te Wuestwezel op pandhouder Cornelis Jacobs, met brief van 12 der Garstmaent 1428, daar bij Nout Vander Bleke bekend heeft Peeteren Peeterszoon Vanden Broke, een zister rogge jaarlijks.

Item een rente van 1 veertel rogge en 20 stuivers erfelijk op zeker panden, nu toehorende aan de kinderen Jans Van Oistayen, etc...... Item een veertel rogge erfelijk op Wouter Joirdens goeden, nu afgelost zijnde.

1568, 15 februari

| BR-212-01 |

Wouter Ackermans voor hem zelf.

Jan Dorens, als momber, van Wouter zijn kinderen, verwekt bij Elisabeth Doren Egdorensdochter.

Hebben af laten lossen Jan Van Hougaerden, de 9 veertelen rogge en 4 Cgulden erfelijk als zij heffende zijn geweest op zeker erfleenpanden te Brecht te St. Lenaerts, geheeten "den Leeu", nu toehoorende den voors Jan Van Hougaerden.

1568, 22 februari

| BR-213-01 |

Willem Cornelis Maeszoon voor Elisabeth Jan Deliendochter, zijn vrouw, heeft af laten lossen Peeter Kijen, de 3 veertelen rogge erfelijk als Willem voors jaarlijks heffende is geweest op zeker erfonderpand in de Houthovense strate, met schepenbrief van Brecht dd. 4 november 1485, en met transport dd. 18 januari 1488.

1569, 24 april

| BR-214-01 |

Pauwels Van Stayen, alias Verachtert, heeft verkocht aan Adriaen Delien, 3 Cgulden erfelijk op een stede, ca. 2 bunder, te St. Lenaerts, palende: o Peter Van Riel, z Goris Putkuyps, w St. Lenaertsvelt, n Henrick Cornelis Heijns weduwe.

1569, 15 mei

| BR-215-01 |

Cornelis Aert Wouter Aerts, ten eener.

Geert Jan Thomaszoon met Heylwich Verachtert, zijn vrouw, ten andere.

Voors Cornelis heeft aan Geert voors overgegeven een perceel gelijk Cornelis dat gekocht heeft van Lenaert Verdijc, op 4 maart, te Cloote. Geert bekent aan Cornelis te moeten uitreiken 10 stuivers erfelijk op voors erve gelegen te Cloote.

Geert Thomas en Heylwich Van Stayen, zijn vrouw, hebben verkocht aan Cornelis Aert Wouter Aerts, als momber en tot behoef van Aerde, zijns broeder onbejaarde kinderen, 1 veertel rogge erfelijk op een stuk erve te Cloot.

1569, 22 mei

| BR-216-01 |

Jan Wils, schepen, bekent over zekere jaren in naam van Dimphne Hovelmans Anthonisdochter, zijn vrouw, tegen Henrick Hovelmans, als eenige erfgenaam en kinderen van Anthonis Hovelmans wijlen en Marie Jan Woutersdochter, zijn vrouw, gepaart te hebben de achtergelaten goeden bij voors Anthonis en Marie achtergelaten. De voors Henrick Hovelmans tegen de voors Jan Wils in naam van Digne, zijn vrouw, te dier tijd gepaard op een rente van 3 veertelen coren, die men heffende is te Zundert met manbrief der mannen van Strijen des Joncheeren van Nassau, dd. 6 juli 1451.

Comparanten verklaren nog over 20 jaren daarbij geweest te zijn aldaar voors Henrick Hovelmans verkochte aan Cornelis Willem Aertszoon tot Loenhout de voors 3 veertelen rogge erfelijk.

1569, den laatste juni

| BR-217-01 |

Mr. Matheus Van Cothem en Jouffr. Jacopmijne Van Eijck Adriaensdochter, zijn vrouw, geven volmacht aan Eewout Van Eemeren, schout te Brecht, en Mr.Jan Vorspoel, scepenclerc te Loenhout, om te compareren voor wethouders van Loenhout op te dragen en te vertijden van zeker stuk beemd in de Blaect, tegens Peter Cornelis Nouts beemd, en daaraf te passeren waarantschap, ten behoeve van Gielis Volkzoon Winckel te Antwerpen.

1569, 17 juli

| BR-218-01 |

De erfgenamen van Margriet Van Tychelt, te weten:

Govaert, Lenaert, Henrick en Cornelis Van Tychelt, en Marie, hun zuster met Govaert Van Tychelt, haar momber, ten eenre.

Henrick en Govaert Pellens, voor hen zelve, Alijt Pellens en Henrick en Govaert vervangende Peter Brugmans, haar man.

Anna Pellens met Lenaerd De Beuckelaer, haar man.

Alyt Van Tychelt Henricxdochter met Wouter Jacobs, haar man.

Katerina Van Tychelt met Lenaerd Putkuyps, haar man.

Margriet Van Tychelt met Henrick Wouter Mermans, haar man.

De voogden van Marie Van Tychelt, allen te Brecht wonende, ten andere.

Geven volmacht aan Gommaer Van Tychelt, Herick Pellens, Lenaert Putkuyps en Wouter Jacobs, om te verkopen en op te dragen een huis binnen Antwerpen in de Coepoortstrate.

1569, 24 mei

| BR-219-01 |

Gielis Jan Diels heeft verkocht aan Peter Vorsselmans, 12 Kgulden erfelijk als voors Gielis in vier verscheidene partijen jaarlijks heffende is op zeker hoeve te Sterthoven, laatst toebehoord hebbende Goris Anthonis Dielkens, en waarop Anthonis Dielkens, wijlen Jan Diels zijn broer, en de voors Gielis vader geërfdeeld heeft met een rente van 3 Kgulden en 10 stuivers luidens brief van 10 april 1543.

Item nog 3 Kgulden en 10 stuivers bij dezelve brief aan Lysbeth Gielis Jan Dielsdochter aangedeeld en bij haar verkocht aan Laureys Rombouts kinderen op 30 september 1547. Item nog 3 Kgulden en 10 stuivers bij dezelve brief aan Barbara Gielis Jan Diels bekent en in 1545 den 5 april aan voors Laureys Cornelis Rombouts kinderen overgegeven en nog de helft van 3 Kgulden Henrick Boye overgegeven in 1558 den 25 juli.

1569, 27 november

| BR-220-01 |

Willem Vermeeren Pauwelszoon met Cornelia Henricxdochter Vander Buyten, zijn vrouw, hebben verkocht aan Anna Leest, weduwe Jans De Coc, 1 zester rogge erfelijk op voors Cornelia's zesde paart in een stede te Overbroeck, palende: o/z Lenaert De Bruyne, w Jan Thijs Aerts en Luyc Bartels, n Frans Wouters.

1569, 18 januari

| BR-221-01 |

Anna Adriaen Schooffsdochter met Jan Lenaert Putcuypszoon, haar man, hebben verkocht aan Jan Daems en Gertruyt, zijn wijf, 1 zister rogge erfelijk op drie gedeelten van een stede, gelijk Adriaan Schooffs daaruit gestorven is, te Betchoven, palende: o heerenstraat, z Peter Jan Aerts, w Geert Bolckmans, n d'acker.

1569, 25 januari

| BR-222-01 |

Geert Jan Thomaszoon bekent te moeten betalen aan Henrick Van Riel als momber en Peter Van Stayen als toeziender der kinderen Lenaert Van Riel, daar moeder af is Heylwich Van Stayen Peetersdochter, 3 Kgulden erfelijk, dit al in voldoening van 12 ponden eens, als voors kinderen bij zeker scheibrief dd. 18 september 1564. Geert stelt tot onderpand zijn derde deel in een stede te Betchoven, die zijn vader in tocht bezit, palende: o/z heerenstraat, n Jan Aerts weduwe. Jan Thomas verschijnt en stelt te pand zijn haaflijke goeden.

1569, 22 februari

| BR-223-01 |

Voor mij L. Janssen Van De Poel, notaris,

Heer Christiaen Lenaert Putcuypszoon, priester, bekent dat Jan Lenaert Putcuypszoon, zijn broeder, aan hem afgelost heeft 1 veertel rogge erfelijk als hij Christiaen op voors Jan en zijn goederen heffende is geweest, te Cloot gelegen. Gedaen ten huize van Jacob Van Oistayen binnen Brecht, den 22 februari 1569, als getuigen: Andries Bolckmans, Heer Lenaert Putcuyps en Willem Vermeere Pauwelszoon.

Jan Thomas Thoenszoon, ten eenre.

De voogden van het kind van Jan voors, verwekt bij Catharina Rombouts wijlen ,ten andere.

Hebben gesloten contract aangaande de goeden, schulden en wederschulden, etc....

Peeter Joirdens, als tochter, en Lenaert Joirdens, zijn zoon, als erfdrager, hebben verkocht aan Cornelis Vervloet en Gielis Hovelmans, mombers der kinderen Cornelis Vervloet wijlen, daar moeder af is Cornelie Verbraken, 4 veertelen rogge erfelijk. Lenaert voors stelt te pand zijn kindsgedeel in een stede te Overbroeck, zo de voors Peter die in tocht bezit.

1569, de laatste februari

| BR-224-01 |

Hubrecht Pruyens, als momber van Lenaert Pruyens, zijn broer van de nabedde, daar moeder af was Johanna Hegs, den zelven hierin vervangende, in profijt van Lenaert voors om te betalen Henrick Verbraken die des voors Lenaerts zuster getrouwd heeft gehad en de zelve Henrick uit zijn tocht gekocht heeft voor 60 Kgulden eens, voor een som van 10 ponden overgegeven heeft aan Henrick Leest 2 Kgulden en 10 stuivers erfelijk uit 9 Kgulden en 15 stuivers erfelijk als voors Lenaert heffende is geweest op Gummaer Vanden Venne, te weten op een hofstede "aenden Pensepoel, geheeten den Valck", volgens brief dd. laatste juni 1538.

1569, 4 maart

| BR-225-01 |

Anna Adriaen Schooffsdochter met Cornelis Jan Lenaert Putcuyps, haar man, hebben verkocht aan Rummen Rombouts en Marie Coen Heynsdochter, zijn vrouw, 3 Kgulden erfelijk op 3/7 deel in een stede te Betchoven, palende: o sheerenstraat, z Peter Jan Aerts, w Geert Bolckmans, n d'acker.

1570, 29 maart

| BR-226-01 |

Margriet Michiel Bettendochter, weduwe Jan Joos Luycx, met Jan Wils, haar voogd, en Lenaert Heyns voor hen zelven.

Margriet bekent dat het geleden is wel 32 jaar dat zij jaarlijks uitgereikt heeft aan Hubrecht Nouts en daarna aan dezes weduwe, 1 zister rogge erfelijk op haar stede aan Stapelheyde. Lenaert Heyns bekende in mindernis van voors rente jaarlijks te moeten betalen de 3 veertelen rogge jaarlijks op zijn deel van de stede. Jan Wils bekent het resterende veertel rogge jaarlijks uit te reiken ook op zijn gedeel voors ten behoeve van Anna Hubrecht Noutsdochter en Daneel Bogaerts.

1569, 26 december

| BR-227-01 |

Geertruyt Broomans met Anthonis Luycx, haar man, en Jan en Cornelis Van Nyen, elk voor hen zelve, hebben overgegeven aan Joncker Adriaen Vander Noot, de helft in 7 lopen rogge erfelijk en waarvan voors Joncker Adriaen de ander helft gekocht heeft van Govaerden Broomans, die men heffende is te Loenhout op panden nu in handen der kinderen Adriaens Van Aken, met brief van Loenhout waarbij Jan Jacob Broomans gekocht heeft van Margriet Mathijs Herstraets en met Nout Reijns, haar man, dd. 24 februari 1517.

1566, 6 november

| BR-228-01 |

Heer en Meester Jan Hovelmans, Raad, met Jouffr. Margriet Vanden Veken, zijn vrouw, als tochteresse, mede vervangende Mr. Aerd Loots, zoon van voors Jouffr. Margriet.

Jan Van Kerchoven en Pauwels Aerts als gemachtigden van Mr. Aerd Loots voors om de volgende koop te ratificeren, luidens proc. dd. 16 oktober 1566.

Jan Van Tilborch als gemachtigde van Peeter Loots, luidens proc. dd. 16 augustus 1565, en van Geertruit Loots, etc......hebben verkocht aan Guillaume Succa, een steenen huis op de Biest.

1570, 22 juli

| BR-229-01 |

Jan Putcuyps Lenaertszoon heeft verkocht aan Heer Jan Hovelmans, 4 Kgulden erfelijk. Jan stelt tot onderpand een stede gebruikt door hem en hem van zijn broeders en zuster aangdeeld te Cloote, ca. 8 bunder, palende: o sheerenstraat, z Adriaen Putcuyps, zijn broer kinderen erve, w Cornelis Van Eeckel, n de kinder erve van Andries Maes Ghijsels. Item den "Cleys Hoff" met bosch en twee driesen met een landblok "het nieuwblock", groot ca. 4 bunder en de ander percelen 8 bunder.

In marge: Den 1 december 1610 is deze rente overgegeven bij Johanna Montens met Cornelis Boterschot, haar man, aan Jan Henricx Pellens en Adriaena, zijn vrouw.

1570, 14 augustus

| BR-230-01 |

Eewout Van Eemeren heeft verkocht aan Mr. Jan Hovelmans een perceel beemd met een heiblokje te Betchoven, geheeten "den Swijnhorst".

Henrick Oeyen, voor hem zelf, en Geraert Oeyen, zijn zoon, voor hem zelf, en ook voor Catharina, zijn zuster, hebben verkocht aan Cornelis De Cuper Henricxzoon, poorter te Antwerpen, een hoeve te Oostbrecht, palende: o sheerenstraat, z/w Adriaen Delien erve, n Henrick Van Riel Peeterszoon.

Item nog twee blokken groesen, weiland en land, gelegen daar tegenover de straat.

Item een blok land, "den Wilsacker". Item 6 bunder heide in een heiblok groot in't geheel 13 1/2 bunder, leen onder Rijckevorsel. Item een perceel vreheide. Item een perceel daaromtrent gelegen, Item een perceel heide achter Den Heester. Item een stuk beemd te Loenhout, ca. 1/2 bunder. Item een beemd te Loenhout, ca. 1/2 b.

1570, 11 september

| BR-231-01 |

Clement Ackermans Benedictuszoon, voor hem zelve.

Cornelis De Coninck als man voor Catharina Ackermans.

Clement voors, Cornelis vervangende en ook voor Luytgaert Ackermans.

Hebben verkocht aan Adriaen Delien en Dorothea zijn vrouw, al hun gedeelten in een schaarbos waarvan Anthonis Bode kinderen het weerdeel af hebben, te Oostbrecht.

1570, 14 januari

| BR-232-01 |

Jan Braens, timmerman, ten eenre.

De mombers van zijn vijf onbejaarde kinderen, daar moeder af was Elisabeth Jan Goensdochter, ten andere.

Hebben akkoord gesloten aangaande de goeden, schulden en wederschulden, etc..

Jan mag de stede in de Luyxstrate, die hij met zijn vrouw gekocht heeft van Jasper Theeus, blijven gebruiken.

1570, 22 februari

| BR-233-01 |

Gielis Philipszoon en Elisabeth Michiel Henric Leestdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan Godevaert Cornelissen, de molder, en Anna Jans Verwiltdochter, zijn vrouw, een stede, gelegen op Mechelen binnen Brecht, palende: o/w/n sheerenstraat, z erven Henricx De Clerck.

Geburen en vrienden van Cornelis Vercaert getuigen dat voors Cornelis is belast met zes kinderen, zijn goeden belast zijnde met schulden en dat om noodzaak en der kinderen erfgoeden uit schade te houden en de zelve van evictie en opwinning te beschermen, daar de rente te belasten ter somme van 24 Kgulden eens, daartoe geven de schepenen consent.

1570, 11 maart

| BR-234-01 |

Mr. Pauwels De Cock, voor hem zelve.

Dezelfde als momber van Peter De Cock, en Wouter Aert Michielssen, schepen, als man van Katline Cock, hebben overgegeven aan Lenaerd Verdijc Janssoon, 8 Kgulden erfelijk in mindernis van 16 Kgulden erfelijk als Jan Heyns en Lucia Merrits, zijn vrouw, bekent hebben aan Anna Leest uit te reiken op den 3 april 1551.

1570, 20 maart

| BR-235-01 |

Wouter Jan Luycxzoon, voor 32 Kgulden eens, heeft overgegeven aan Peter Vorsselmans en Lucia Jan Braensdochter, 2 veertelen rogge op een hoeve aan Stapelheyde "op te nieuwvaert", toebehorende aan Heer Erart Coutreau, Heer van Westmalle, en waarop voors Wouter tegen Jan en Joos Luycx, zijn broeders, geerfdeeld is.

Elisabeth Bogaertsdochter, daar moeder af was Cathelijne Cnodders wijlen, met Adriaen Mast, haar man, heeft verkocht aan Jacop Van Gente, 44 stuivers en 18 lopen rogge erfelijk op een stede toebehorende de kinderen Casus Jan Casus, waarop voors Jacop nu in huring op woont. De voors 18 lopen rogge men jaarlijks heffende is op een stede vroeger toebehoord hebbende aan Henrick Gabriel Weyns en nu Adriaen Der Weduen, te Cloot. Henrick Gabriel Weyns voors verscheen ook en bekende de voors 18 lopen rogge uitgereikt te hebben zo lang het hem gedenkt.

1570, 24 februari

| BR-236-01 |

Stoffel Der Muyden Peeterszoon, voor hem zelve.

Kerstijne Peter Dermuydendochter met Andries Heufkens, haar man.

Marie Peter Dermuydendochter met Gielis Wouter Thomaes, haar man.

Adriaen Dermuyden, voor hem zelf.

Anthonis Dermuyden, als momber van Peter en Digne Dermuyden.

Alle kinderen van de nabedde Peters Der Muyden, daar moeder af was Adriana Verguelt, hebben gedeeld de achtergelaten erfgoederen na de dood van hun ouders, te weten:

Kerstijne: de stede te Steeghoven, waaruit haar ouders gestorven zijn. Zij zal aan haar zusters en broers moeten uitreiken: aan Stoffel Dermuyden 2 pond en aan Marie Peeter Dermuydendochter 1 zister rogge jaarlijks en 4 Kgulden.

Anthonis Der Muyden als momber: Op de stede en percelen 2 pond erfelijk.

Adriaen Der Muyden: Op de leenpanden der voors stede onder Joncker Vander Noot, .....

1571, 28 april

| BR-237-01 |

Geert Rovers moet jaarlijks betalen aan Laureys Borchmans, 10 Kgulden en 1 halster rogge erfelijk op een stede te Cleyn Veerle, ca. 2 bunder, palende: o de heide, z Anthonis Wilborts, w heerenstraat, n Lenaert Leys. Tot meerdere zekerheid verbindt voors Geert zeker pand voor wet in Loenhout.

1571, 14 mei

| BR-238-01 |

Mr. Pauwels De Cock Janszoon, voor hem zelve, ten eenre.

Catharina Jans De Cockdochter, zijn zuster, met Wouter Aert Michielsen, schepen, haar man, in de tweede partij.

Gielis Jan Diels, als toeziender van Peeter De Coc, in tegenwoordigheid van Andries Bolckmans en Jan Haest, schepenen, van der wet wegen om alle fraude te verhinderen voor den voor Peteren, tot volgende deeling gerequireerd in de derde partij.

Allen erfgenamen van Jan De Coc en Anna Leest, comparanten, ouders en grootouders, hebben gedeeld de achtergelaten goeden hun ouders.

Pauwels De Cock: de stede aent kerchoff, geheeten den Moriaen, waaruit voors Anna Leest gestorven is, stukske land, ca. 1/2 veertelsaet op Betchovenakker, beemdeken aan den Grootvonder, de voorste helft van het heiveld "Beyerschot", onder Loenhout aan den Buytelaarstraat, nog verscheidene erfelijke renten, ........

Catharina De Cock: stuk dries "den Wyenhoff", op Mechelen te Brecht, met klein huisken daarop staande, stuk land in Wemaersacker, heiveld met bosken opt "Schoorken", heiveld te Loenhout met een beemd op de Blaect, nog verscheidene erfelijke renten, ......

Jan Diels: twee percelen driessen en groessen aan het Laar, "de Campen, stuk land den "Berchoff" ten einde de Bercstraet, stuk schaarbos in de Hunsele, al hun paart in een beemdeken te Betchovenakker, achter de Rame, achterste helft van een heiveld onder Loenhout "Dbeijerschot", waarvan Mr. Pauwels het weerdeel van heeft, nog verscheidene renten,.............

1571, 18 juni

| BR-239-01 |

Govaert Van Tychelt en Catharina Adriaen Schoofsdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan de mombers van de kinderen Cornelis Jan Diels, 2 Kgulden erfelijk. Zij stellen tot onderpand voors Catharina zesde paart in een stede te Betchoven, palende: o sheerenstraat, z Peter Jan Aerts, w Geert Bolcmans, n d'acker. Item de helft in een stede te Eyndhoven, waar Govaert nu woont en Cornelie Lenaert Driesweduwe daar aan haar tocht heeft, palende: o/n de strate, z Marie Aerts, w Neelken Heyns.

1571, den laatste juni

| BR-240-01 |

Jacob Van Oistayen en Elisabeth De Wilde, zijn vrouw, volgens zeker testamentaire dispositien bij wijlen Jacob Van Oistayen, presbyter, des voors Jacob broeder, gemaakt, hebben zij comparanten ontvangen uit handen der testamentuitvoerders 100 Kgulden eens, welke moeten aan rent belegd worden en waarvan voors Jacob de tocht zou behouden, en de twee weeskinderen bij Geertruid, zuster der voors testateurs, verwekt en achtergelaten tot hun erfrecht te bezitten, blijkens testament dd. 1564 den 4 november. Gezien van voors Geertruid maar één kind is blijven leven zo bekende voors Jacob en zijn vrouw, dat zij jaarlijks aan Jenneken Raeps Michielsdochter schuldig te zijn na dood des voors Jacobs, 4 Kgulden en 5 stuivers erfelijk waaraan Jacob houdt zijn tocht, zijn leven lang. Jacob stelt tot erfpand drie blokken erve weide en land op de Leugenberch te Brecht.

1571, 3 mei

| BR-241-01 |

Wouter Berniers heeft verkocht en overgegeven aan Peter Vorselmans en Lucia Jan Braensdochter, zijn vrouw, 1 veertelen rogge erfelijk in mindernis van 4 veertelen rogge erfelijk als aan Wouter, op 22 maart '63, voor schepenen van Loenhout getransporteerd zijn bij Jan Cornelis Bootszoon en zijn medeplegeren, erfgenamen van Jan De Cupere, en waaraan voors Jan De Cuper comen was in '53 den 18 februari bij transporte van Mark Nout Peter Nouts, uit kracht van zeker constitutie brieven voor schepenen van Loenhout dd. 1532 den 1 februari, en nu in handen der erfgenamen Peeter Lenaerts Bode. Wouter Berniers heeft nog overgegeven aan voors Peter 1 veertel rogge in mindernis van 2 veertelen rogge erfelijk die voors Cornelis De Cuper op zeker panden bekend zijn met schepenbrief van Loenhout dd. 1563 den 29 maart.

Cornelis De Cupere heeft verkocht aan Wouter Berniers en Cornelie, zijn vrouw, 2 veertelen rogge erfelijk op een stuk land, ca. 3 lopensaet in Loenhout tsneppele op dast. 1563 29 maart.

Peeter Vorselmans en zijn vrouw hebben overgegeven 1 veertel uit de 2 veertelen rogge aan Wouter Berniers.

Marck Nout Peeters Nouts heeft over lang overgegeven aan Jan De Cupere, ter zake van zekere mangeling van 6 veertelen rogge op goeden Jans Van ......., 4 veertelen rogge erfelijk die voors Marck jaarlijks heffende was op goeden zoals zelve Marck die gekocht had van Jan Jan Claus Peeterszoon in mindernis van 3 zisteren rogge erfelijk die voors Jan Claus Peeters jaarlijks heffende was op een vierde van een stede te Loenhout "ter beke". Item op....etc....

1570, 28 september

| BR-242-01 |

Kerstine Dermuyden wijlen Jans Der Muydendochter van de nabedde met Henrick Leys, haar man, wil een vidimuus hebben.

Jan De Beere, Gosem De Beere de jonge, Katline De Beere met Dierik Aert Dirx, haar man, Lysbeth De Beere met eenen momber, moeten jaarlijks aan de wettige kinderen Jan Luycx, daar moeder af was Margriet sBeers, 9 muddekens rogge jaarlijks en erfelijk.

Mathijs De Beere, Andries De Beere en Margriet De Beere met Cornelis Juetens, haar man, moeten jaarlijks aan de wettige kinderen Jan Luycx Vergoelden, daar moeder af was Margriet sBeeren, 3 veertelen rogge erfelijk en aan Lysbeth Henric Boots 14 muddekens rogge erfelijk

1571, 9 oktober

| BR-243-01 |

Heer Gielis Joirdaens met Lenaert Janssen Van De Poel, zijn momber, heeft af laten lossen aan Adriaen Delien, 2 zisteren rogge erfelijk op zeker erfonderpanden wijlen toebehoord hebbende aan Cornelis Aert Peeter Nouts, ter causen van welke 2 zister rogge questie is geweest, gelijk hij verklaard nog te pretenderen dat deze Adriaen Pullekens hem en zijn gronden daar af behoorden om reden te ontlasten, te weten dat Adriaen Delien de lossing gedaan heeft aangaande het kapitael des sester tegen 12 ponden en d'ander zester tegen 13 ponden en 3 Kgulden.

Andries, Willem en Geert Bolckmanszonen, voor hen zelve.

Elisabeth, hun zuster, met Adriaen Verrijt, haar man.

Marie, hun zuster, met Willem Vermeere Willemszoon, haar man.

Margriet, hun zuster, met Laureys Henric Rombouts, haar momber.

De voogden van Katerina Bolcmans, hun zuster.

Alle als erfgenamen van Andries Bolckmans wijlen hebben gedeeld de achtergelaten goeden wijlen hun voors vader, te weten:

Andries Bolckmans Andriessone: de grote stede gelijk zijn vader daaruit gestorven is, behalve de percelen die naar de cleyne stede worden gedeeld te Sterthoven aande "groote heyde". Deze cavel moet betalen: etc...

Elisabeth Bolckmans: In mindernis der voors 24 ponden brabants zal hebben 8 ponden erfelijk, deze moet aan de drie kavelen te weten Geerden, Katerina en Elisabeth in mindernis der voors 24 ponden erfelijk 50 ponden eens.

Willem Andries Bolckmans: De Cleyne Stede te Sterthoven, zoals zijn broeder Andries die nu in huring heeft. Stuk land van de groote stede, geheten "den Heyacker", ca. 5 loopensaet. 4 bunder heide aenden Brechtschaetsen wech. 2 bunder heide gelegen aenden Schouwenberch. Al het recht voor kinderen toekomende in een stuk dries en erve "tkevelbloc", in de Overbroekseakker. Een beemd op Juxschot en tot Betchoven, 1 bunder.

1 zester rogge op Cornelis Jan Merx goeden te Loenhout. Deze kavel moet jaarlijks uitreiken, etc.......

Willem zal jaarlijks uit voors stede uitreiken 16 pond te weten aan Marie Bolckmans 8 ponden en aan Margriet Bolckmans 8 ponden.

1571, 21 oktober

| BR-244-01 |

Willem Jacob Luyxzoon heeft verkocht aan Thomas Jacob Luyxzoon, Lanceloot, Jacob, Joachim, Hans, Lenaert, zijn broeders, en Willem Dries Bolckmans, zijn achtste paart in een stede hem van zijn vader verstorven, palende: o aan de Merrit, w de heide, n de strate, z Henrick Van Gestel.

1571, 11 november

| BR-245-01 |

Peeter Van Tichelt en Elisabeth Lenaert Nijdochter, zijn wijf, hebben verkocht aan Cornelis Van Couwelaer, 2 Kgulden en 5 stuivers erfelijk als Peeter Brugmans Peeterszoon den zelven Peeteren Van Tychelt, zijn wijf, bekend heeft in 1550 den 19 maart.

1571, 13 oktober

| BR-246-01 |

Jan Christoffels, "gezeten in de hoeven", heeft overgegeven aan Peter Vorsselmans en Lucie Jan Braensdochter, zijn wijf, 1 zister rog en 3 Kgulden 12 1/2 stuivers erfelijk in mindernis van 2 zester rogge en 7 Rijnsgulden en 5 stuivers erfelijk als Cornelis Mathijs voor schepenen van Wuustwezel op 29 januari 1567 bekend heeft jaarlijks uit te reiken aan Digne Jan Wouter Clercxdochter, des voors Jans moeder, en waarin Jan voors na de dood van zijn moeder voor d'een helft der rente verstorven is, en die men jaarlijks heffende is op een stede onder Wuestwezel op de Herstrate, ca. 12 lopensaet, palende: o Barbara Thoens erve, z sheerenstraat, w Wouter Willem Segers wijlen, n de gemeyn vroente.

1571, 2 maart

| BR-247-01 |

Jan Cornelis Merx, daar moeder af was Peeternelle Der Weeuwen, heeft overgegeven aan Willem Der Muyden, 4 Kgulden erfelijk in mindernis en als rest van 5 Kgulden erfelijk als Anthonis Wouter Pellens en zijn vrouw, op 17 maart 1536, bekend hebben jaarlijks uit te reiken aan Michiel Pauwels en na de dood van Michiel op Margriet Der Weduen verstorven is.

1572, 8 april

| BR-248-01 |

Geertruyt Adriaen Schoofsdochter met Lenaert Cornelis Scoenmakerszoon, haar man, hebben verkocht aan Cornelis Jan Putcuyps, haar zesde paart in een stede zoals wijlen Adriaen Schoofs daaruit gestorven is, te Betchoven, palende: o sheerenstraat, z Peter Jan Aerts, w Jacob Luycx kinderen en Lenaert Meeus, n Geert Bolcmans.

1572, 27 mei

| BR-249-01 |

Willems Vermeere Willemszoon heeft overgegeven aan Cornelis Mathijs Theeus als momber en Jan Goens als toeziender der drie kinderen van Adriaen Thijs Theeus, 6 Kgulden jaarlijks als aan voors Willem bekend zijn op 1 april '64, bij Adriaen Putcuyps Lenaertszoon. Item 2 Rgulden erfelijk als voors Willem bekend zijn met schepenbrief van Loenhout bij Peeter Rombouts op 25 januari 1565. Maria Jan Goens, moeder der voors kinderen, zal uit de voors 6 Kgulden als wezende haar patrimonie goeden heffen haar leven lang 20 stuivers jaarlijks.

1572, 2 juni

| BR-250-01 |

Cornelis Jan Putcuyps en Anna Adriaen Schooffsdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan Geerd Ysermans en Jan Lenaert Putcuyps, capelmeesters van St. Lenaertscapel, 4 Kgulden erfelijk op zijn 4/6 gedeel in een stede te Betchoven, palende: o sheerenstraat, z Peter Jan Aerts, w/n Geert Bolcmans.

1572, 24 juni

| BR-251-01 |

Henrick Van Aerde en Mathijs Van Aerde, zijn vader als tochter, zijn tocht afgaande.

Henrick heeft verkocht aan Mathijs Luycx als momber en Peeter Jan Aerts als toeziender der onbejaarde kinderen Jacob Luycx, 25 stuivers jaarlijks. Henrick en zijn vader stellen tot erfonderpand zijn zesde paart in een stede, gelijk zijn vader die in tocht bezit, te Betchoven in den Hoeck, palende: o de straet, z Hubrecht Van Aerde, w aan het ander erve der stede leen wezende, n Hub. Lenaerts.

In marge: Deze rente afgelost door Cornelis Van Aerde en Marie Van Riel, zijn vrouw, aan Willem Jacop Luycx, 9 augustus 1610.

Henrick Van Aerde Mathijszoon bekent dat alzo Mathijs Van Aerde voor voors Henrick zekere som verschoten heeft en nog dagelijks verschiet ter zake van huring eener stede te Overbroek waarvoor voors Mathijs voor voors Henrick borg is gebleven, dat daarom de voors Henrick na de dood van voors Mathijs zo lang dit staan zal tot dat zijn andere kinderen daartegen zullen verleken wezen.

1572, 16 juni

| BR-252-01 |

Gielis Jan Diels te Betchoven heeft verkocht aan Adriaen Delien en Dorothea Claesdochter, zijn vrouw, 4 Kgulden erfelijk. Gielis stelt tot onderpand een stuk land, geheeten "den Beershoff", te Betchoven. Item een stuk weide "den leerthuyn", te Betchoven. Item een lopensaet groesen, "den hovingen", te Betchoven. Item 6 bunder heide achter "Beerschot".

1572, 7 juli

| BR-253-01 |

Michiel Delien en Mr. Pauwels De Cock in naam van Elisabeth Delien, zijn vrouw, bekennen dat de kinderen Jan Van Tychelt afgelost hebben 1 zister rogge en 22 1/2 stuivers erfelijk, als wijlen Willem Delien op voors Jan en Henrick Van Tychelt goeden heffende is, en waarover over zekere jaren questie en proces geweest is. Zij schelden de voors kinderen van voors capitael en achterstel kwijt.

1572, 10 augustus ?

| BR-254-01 |

Michiel Delien, schepene, bekent dat hij bevindt dat onder wijlen Willem Delien, zijn vader, geconsigneerd waren zeker penningen ten behoeve van de crediteuren van het sterfhuis van Gummaer Vande Venne wijlen, ter somme van 8 Kgulden eens, welke penningen alsnu nog in het sterfhuis zijns vaders waren berustende en alzo Margriet, vrouw van Jan Boelaerts, geassisteerd met Willem Pauwels Aertssone mede compareerende voor schepenen, zeggende haar werkelijke somme van voors sterfhuis ten achter te zijn, seggende ook dat zij zeker onkosten hadden gedaan in het vervolgen en opschrijven van de kredieten deszelfs sterfhuis. Voors Michiel Delien heeft voors penningen overgeboerd in handen van voors Margriet ter som van 17 Kgulden en 9 stuivers mits daar 9 Bourgoensche daelders in 't consigneeren waren gesteld voor 32 stuivers.

1572, 8 september

| BR-255-01 |

Lenaert Willem Coexzoon heeft verkocht aan Pauwels Ackermans, 2 Kgulden jaarlijks als aan Lenaert bekend zijn voor schepenen van Loenhout, den 29 juni 1562, door de mombers der kinderen wijlen Peeter Dignen, daar moeder af is Cornelia Jan Loyxdochter.

1572, 15 september

| BR-256-01 |

Michiel Joos Luycx.

Peeter Dermuyden in naam van Elisabeth Jan Joos Luyxdochter.

Michiel Joirdens, voor hem zelf.

Peeter De Wege in naam van Josyne, zijn vrouw.

Adriaan Verhese als vader en Marten Verhese als momber der kinderen Adriaens Verhese.

Jan Verhese, als momber der kinderen Willem Verhese.

Adriaen Schoofs in naam en met Jenneken Jan Joos Luyxdochter.

Allen erfgenamen van Jan Joos Luyx wijlen, hebben verkocht aan Lenaert Claes Nouts en Elisabeth Tilborchs, zijn vrouw, een stuk land, ca. 1/2 bunder, geheeten "dbloc over straet". Item voors Michiel Joirdens aan voors Lenaert heeft verkocht een stuk dries, "den achterste Leuck".

Cornelis Verdyc Janszoon en Marie Henric Goensdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan Michiel Joirdens Michielszoon, 2 Kgulden jaarlijks. Zij stellen tot erfonderpand een stuk land en dries in de Luycstrate, ca. 1/2 bunder, over de straat tegen hun stede gelegen.

Michiel Jan Joos Luyx.

Peeter Der Muyden in naam van Elisabeth Jan Joos Luyxdochter.

Michiel Joirdens, voor hem zelf.

Peeter De Wege in naam van Josyne, zijn vrouw.

Adriaen Verhese als vader en Marten Verhese als momber van Adriaens kinderen van de voorbedde.

Jan Verhese als momber van Willems Verhese kinderen.

Adriaen Schoofs in naam van Jenneken Jan Joos Luyxdochter.

Allen erfgenamen van wijlen Jan Joos Luyxzoon hebben te erve gegeven aan Lenaerd Jacob Heyns en Barbare Michiels Van Molledochter, zijn vrouw, een stede, ca. een bunder, aan Stapelheide, palende: o de Haexstrate, z/n Jan Wils weduwe, w heer Eraert Coutreau. Item een bloc over straet, ca. 1/2 lopensaet.

Lenaert Jacob Heyns en Barbara Michiels Van Molledochter, zijn vrouw, moeten jaarlijks betalen aan Peeter De Wege in naam van Josyne Jan Joos Luyxdochter. Peeter Der Muyden in naam van Elisabeth Jan Joos Luyxdochter, Jan Verhese in naam der kinderen Willems Verhese, jaarlijks 6 Kgulden erfelijk elk voor een derde. Erfpand zie nr. 486.

Item al het versterf van Barbara van haar vader verstorven en van haar moeder versterven zal.

1572, 1 maart

| BR-257-01 |

Cornelis Michiel Aerts en Katherina Claes Noutsdochter, zijn vrouw, hebben verkocht en overgegeven aan Cornelis Thys Theeus als momber en Jan Goens als toeziender der kinderen Adriaen Thys Theeus, daar moeder af is Marie Jan Goens, 4 Kgulden erfelijk, als aan voors Cornelis overgegeven zijn door Cornelis Bartels op 5 juni 1572 en Cornelis voors gekocht had op 10 februari '71, van Anthonis Bode, wagemaker.

1572, 10 maart

| BR-258-01 |

Claes Meesens met Catharina Henrixdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan Jan Doren Bloemaerts voor d'een helft en aan Mathijs Luyx als momber en Henrick Van Riele als toeziender der kinderen Jans Vermeeren voor d'ander helft, een heiblok begraven te Oostbrecht.

1573, 24 juni

| BR-259-01 |

Jan Verachtert, vulgo van Stayen, met Peeter Van Stayen, zijn momber, in presentie ook van Geerd Jan Thomas, getrouwd hebbende Heylwich Van Stayen, ten eenre.

Mathijs Luyx en Joos Puls als H Geestmeesters van Brecht, ten andere.

De H Geest zal voors Jan zijn leven lang onderhouden. Daarvoor geeft Jan voors over aan de H Geest, een jaarlijkse rente van 11 Kgulden en 15 stuivers, in mindernis van 16 Kgulden jaarlijks op zeker panden te Cloote, luidens brief dd. 10 maart '65. Item 5 Kgulden jaarlijks. Item een beemd te Loenhout.

1573, 29 juni

| BR-260-01 |

Jan Thomas en Margriet Dielis Wils, zijn vrouw, hebben verkocht aan Lenaerd Leys Hubrechtszoon, 3 Kgulden en 10 stuivers jaarlijks op de helft onverdeeld van twee blokken erven, zoals Gielis Wils Van Couwelaer daaruit gestorven is en waaraf Gielis Wils d'ander helft af toebehoord, onder Kerchoven.

1573, 11 mei

| BR-261-01 |

Bartelmeeus, Cornelis en Anthonis Verbert, daar moeder af was Anna Stuyct, hebben verkocht en af laten lossen Peeter Vorselmans en Lucia Braensdochter, 15 stuivers , als Adriaen Dermuyden jaarlijks heffende is geweest op voors Peters stede te Cloote, hen aanbestorven van hun grootmoeder, en waarvan voors Adriaen Der Muyden de ander helft af gekocht heeft met brieven van Antwerpen dd. 29 januari 1499.

Peeter Vorsselmans en Lucia Jan Braensdochter, zijn vrouw, bekennen schuldig te zijn aan Betelmeeus, Cornelis en Anthonis Verbertzonen, daar moeder af was Anna Stuyct, de som van 24 Rgulden eens, reste van erfepenningen van aflossing van 15 stuivers erfelijk.

In marge: Op 22 december 1574 bekennen alle drie dat Peeter de 24 Rgulden betaald heeft.

1570, 11 maart

| BR-262-01 |

Dignen Laureys Romboutsdochter met Dirc Jan Rombouts, hebben ontvangen van Henric Van Aecken Ariaenssone, de som van 21 ponden eens, kapitael penningen rentsgewijs tot 6 veertelen rogge jaarlijks.

1559, 6 november

| BR-263-01 |

Henrick Leest, coster, wil een cond en kennisse van mannen hebben om hem in toekomende tijd in recht te behelpen. Aldus verschijnen:

Goris Diercx, vulgo Scroets, oud 79 jaar, getuigt dat over 50 jaren of meer tussen de Biest en Weemaersacker, daar den gemeyn kercpat door gaet, geen vekene oft hoorden meer en stonden of hingen dan dbiestveken en Jannes Leest veken aan den Perhoff.

Katlijn Coppen Jacops, weduwe Cornelis Vanden Bossche, oud 80 jaar, getuigt dat zij 65 of 66 jaar gewoont heeft met Heylen Bolckmans en met Lynken Verdijcke.

Mijnken Lenaert Bocx huisvrouw, oud 76 jaar, heeft over 60 jaar gewoond met Anthonis Luycx, diemen heet Thoen Neeve, op te Biest.

1567, 14 maart

| BR-264-01 |

Jan Van Gente, als momber, en Willem Vanden Bogaerde, als toeziender, der onbejaarde kinderen wijlen Willems Van Gente, en Cornelia Vanden Bogaerde Arnoutsdochter, als weduwe van Willem Van Gente, met Merten Verhesen, haar voogd, hebben voor 13 ponden eens overgetransporteerd aan Wouter Thomas Teeuszoon als momber en Willem Scrooye, als toeziender, der onbejaarde kinderen wijlen Lenaert Thomas Tueuszoon en Hilleken Scroyen, weduwe des voors Lenaert, met Steven Van Aerde, haar voogd, alszulke 3 brieven gepasseerd voor schepenen van Loenhout, haar gedeel 17 lopen rogge erfelijk (de oude brief dd. 2 maart 1529), een transportbrief dd. 1557 den 22 maart, nog een van Loenhout dd. 1539 den 18 juli, jaarlijks te Lichtmis.

1570, 30 mei

| BR-265-01 |

Elisabeth Michiel Leys met Geert Van Bruynenberg, haar man, hebben aan Aerd Geerdt Aerts overgegeven, 1 veertel rogge en 10 stuivers uit 2 veertelen rogge en 20 stuivers erfelijk, als zij jaarlijks op Adriaen Cornelis Heufkens heffende waren op een stede, na inhoud brief van Loenhout dd. 1545 den 29 januari. Item een transport inhoudende hoe dat zij comparanten de 2 veertelen rogge en 20 stuivers erfelijk van Dignen Claus Nouts met Adriaen Zegers Corneliszoon, haar voogd, gekocht hebben, dd. 1553 den 4 april, de voors rente jaarlijks met Lichtmis verschijnende.

1569, 11 februari

| BR-266-01 |

Lenaert Verdijck Janszoon heeft overgegeven aan Anna Jans Cocx, weduwe, en haar nakomelingen, 3 Kgulden en 11 stuivers erfelijk, als hij jaarlijks heffende is met diverse brieven, te weten:

15 stuivers erfelijk op Lenaert Van Dijck Corneliszoon, uitwijzens brief van 27 oktober 1565.

2 Rgulden, waaraf de H Geest van Loenhout 4 stuivers toekomen, blijvende alzo maar 36 stuivers, op Margriet Willems Vermunten, volgens brief van Loenhout dd. 29 november 1529.

1 Kgulden erfelijk als hij jaarlijks heffende was op een stede gelegen te Broechoven, volgens brief van 9 augustus 1552.

Welke brieven Lenaert Verdijck Janszoon overgegeven heeft aan Anna Cocx.

1570, 26 juni

| BR-267-01 |

Anna Scocx met Meester Pauwels De Cock en Wouter Aerts, heure kinderen, hebben Lenaert Verdijcke Janszoon af laten kwijten 4 Kgulden erfelijk uit 16 Kgulden als zij Anna Scocx, jaarlijks heffende was op Jan Heijns Janszoon en Lucia Meerijts, zijn vrouw, na inhoud des briefs dd. 3 april 1551.

1564, 24 december

| BR-268-01 |

Gielis Phlips met Lysbeth Michiel Leestdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan Willem Polmans Henricxzoon, als momber en Willem Van Gent, als toeziender der onbejaarde kinderen wijlen Wouter Bock, 2 veertelen rogge erfelijk op een stede met huis op Quay Mechelen.

1570, 27 december

| BR-269-01 |

Peeter De Lange, als momber, en Merten De Lange, als vader der kinderen Heylwich Van Riele, hebben laten kwijten door Cornelis Van Houte en Antonia Van Riele, zijn vrouw, 1 veertel rogge erfelijk, als zij met nog 26 stuivers, 1 oort erfelijk op hen heffende waren.

1570, 17 maart

| BR-270-01 |

Cornelis Casus, als vader van het kind van Susanna Ackermans, ten eenre.

Pauwels Ackermans, als grootvader en momber, en Nicasius Casus, ook als momber, van voors kind, ten andere.

Bekennen dat Cornelis Casus voors aangenomen heeft het voors kind te onderhouden, etc.......

1570, 24 februari

| BR-271-01 |

Willem Vermeere Willemszoon met Marie Bolckmans, zijn vrouw, hebben verkocht aan Arianan Verrijt, als momber, en Henrick Larien, als toeziender van Truycken Verrijt, 4 Kgulden erfelijk op een veertelsaetland genaemd "thoelken", gelegen: w/z aan hun comparants ander goeden, n/o Willem Pellens, alias Maechs.

1571, 22 april

| BR-272-01 |

Lenaert Van Tychelt met Cornelia Van Tychelt, zijn moeder, haar tocht afgaande, bijgestaan door Joosen Puls, haar voogd, hebben verkocht aan Jan Thomas, als momber, en Thomaes Cheels, als toeziender van Cornelis Thomaes dochter, daar moeder af was Geertruyd Schooffs, 4 Kgulden erfelijk op een zesde deel in een stede als Cornelia voors met haar kinderen hebben liggen te Eyndhoven, palende: o/n heerenstraat, w Cornelis Aerts erfgenamen, z Maria Ghenens goed.

1571, 25 april

| BR-273-01 |

Jan Bloemaerts, alias Deurens, met Leonarda Van Riele, zijn vrouw, moeten jaarlijks aan Jan Luycx Gieliszoon en Heylwich Vanden Venne, zijn vrouw, betalen 11 Kgulden erfelijk. Erfpand is zeven meukensaetland als zij liggende hebben in St. Lenaertsakker. Item drie meukensaetland daarbij gelegen. Item nog drie meuken saetland in Oostacker.

Tot meer zekerheid stellen zij nog te onderpand alzulke leenplek als zij van Jan Luycx gekocht hebben, gelegen te Oostbrecht.

1571, 15 mei

| BR-274-01 |

Gielis Heuvelmans als momber en Jan Betten als toeziender der onbejaarde kinderen wijlen Henrick Heuvelmans, daar moeder af was Catlijn Betten:

Cornelis Verstraeten als man van Marie en Jan Lauwers als man van Elisabeth, beide dochters van Henrick Heuvelmans, ten eenre.

Peeter Betten als momber en Lauwereys Rumbouts als toeziender der onbejaarde kinderen Jans Betten, daar moeder af was Catlijn Michiel Rumbouts.

Joachim Jacob Luycx als man van Marie Jan Bettendochter, ten andere.

Hebben gedeeld en gepaart:

De kinderen voors Henrick Heuvelmans zaliger:

De helft in een stede te Eyndhoven aan den "Palmboom", zoals hen die verstorven is van Michiel Betten.

4 1/2 Kgulden erfelijk te Loenhout op Catlijn Peeter Diericx weduwe van wijlen Willem Heuvelmans.

1 veertel rogge op Lisken Verhaert erfgenamen.

2 Kgulden erfelijk op Henrick Oeyen en Anthonis Rombouts goeden.

5 lopen rogge erfelijk op Cornelis Mertens te Wesel.

De kinderen Jans Betten:

De helft in de stede aan de Palmboom.

2 Kgulden erfelijk op Jan Lemmens te Wesel. 30 stuivers erfelijk op Lenaert Bayens te Wesel. ......erfelijk op Merten De Rover tot Vorsel. 30 stuivers erfelijk op Willem Boel stede. 1 Kgulden erfelijk op Symon Rumbouts erfgenamen. 5 lopen rogge erfelijk op Cornelis Mertens tot Wesel.

Cornelis Verstraeten als man van Marie Heuvelmans en Jan Lauwers als man van Elisabeth Heuvelmans, beide Henricx dochteren, ten eenre.

Gielis Heuvelmans als momber en Jan Betten als toeziender van Hansken en Naenken Henrick Heuvelmans onbejaarde kinderen, ten andere.

Hebben gedeeld hun ouderlijke goeden, te weten:

Cornelis Verstraeten en Jan Lauwers, vanwegen hun huisvrouwen: De stede aan het Laer waar Anthonis Bode, wagemaker, woont. 33 stuivers erfelijk op Joncker Jan De Herde tot Loenhout. 10 stuivers erfelijk op Jan Mertens te Wezel. 2 Kgulden erfelijk op Catlijn Peeter Diericx. 1 veertel rogge erfelijk op Liskens Verchaert erfgenamen. 10 lopen rogge erfelijk op Peter Jacob Huybs. 5 lopen rogge erfelijk op Lambert Theeus. 5 lopen rogge erfelijk op Peeteren Soen.

De onbejaarde kinderen Henrick Heuvelmans: De helft van het stedeken aan het Laer waar Pauwels Van Aerde woont. De helft van de stede te Eyndhoven waar Jan Pauwels woont. 2 1/2 Kgulden erfelijk op Catlijn Peeter Diericx. 2 veertelen rogge erfelijk op Cornelis Michiel Bayens. 1 veertel rogge erfelijk op Jan Van Dale. 2 veertelen rogge erfelijk op Ariaan Verstraten tot Wesel.

1570, 18 maart

| BR-275-01 |

Adriaen Verhese, ten eenre.

Merten Verhese als momber en Adriaan Betten als toeziender der voors Adriaens voorkinderen, daar moeder af was Barbara Joos Luycx, ten andere.

Bekennen dat Adriaen Verhese voors aangenomen heeft zijn kinderen te houden totdat elk kind voors 16 jaar oud zal zijn. Daarvoor zal Adriaan hebben, have, schuld en wederschuld, en nog 4 Kgulden. Van Joos Betten kinds versterf zal Adriaen voors daaraf verwachten schade en bate.

1572, 3 mei

| BR-276-01 |

Willem Vermeeren Willemszoon heeft Lenaert Lenaerts, de smit, af laten kwijten 4 Kgulden erfelijk als hij jaarlijks heffende was op zijn stede bij Bechoven gelegen, z Elisabeth Reyns en haar kinderen erve, n Cornelis Jan Thijs Putcuypssone, o de straat.

Lenaert Leys Hubrechtssone en Catlijn Henrick Leestdochter, zijn vrouw, heeft verkocht aan Peeter Vorsselmans als momber der onbejaarde kinderen wijlen Lenaert Vorsselmans, daar moeder af is Catlijn Lenaert Leys, 4 Kgulden en 13 stuivers erfelijk. Erfpand is hun stede te Varenbraken, palende: z Peeter Rumbouts, w/n erfgenamen Jan Mensaert, o de gebuerstrate.

1575, 25 november

| BR-277-01 |

Elisabeth Van Ysendonck Goesemsdochter met Cornelis Betten, haar man, heeft verkocht aan Cornelis Vervloet en Cornelia Verbraken, zijn vrouw, 4 Kgulden erfelijk als voors Elisabeth jaarlijks heffende was op Lynken Van Ysendonck erfplekken of stede, gelegen te Brecht op de Locht, zoals Catlijne met Gielis Luycx, haar man, na de dood van Gosem Van Ysendonck, daarop gedeeld is, na inhoud van scheibrief dd. 1555 den 5 januari.

1571, 29 januari

| BR-278-01 |

Cornelis Verstraeten met Marie Heuvelmans, zijn vrouw, hebben verkocht aan Cornelis Bertels en Marie Goris, zijn vrouw, 4 Kgulden erfelijk op een huis te Brecht in de Plaetse tussen o Mr. Ariaen Diericx huis, w Cornelis Feijns, n de Plaetse. Tot meer zekerheid stellen zij nog te pand 10 lopen rogge, die zij heffende zijn op Peeter Soen en Lambrecht Theeus stede te Wuestwezel.

1571, 3 januari

| BR-279-01 |

Adriaen Der Weeuwen en Dimphna Jan Leestdochter, zijn vrouw, moeten jaarlijks betalen aan Henrick Gabriel Weyns, ter zake van zekere koop van de stede, 6 ponden en 9 moecken rogge erfelijk. Erfpand is de stede die zij van Henrick Gabriel Weyns gekocht hebben.

Henrick Gabriel Weyns heeft, voor zekere som geld en 6 ponden en 9 moeken rogge erfelijk, verkocht aan Adriaen Der Weeuwen en Dimphna Jan Leestdochter, zijn vrouw, een stede op het Oosteneynde, palende: z Jan Diels erve, w/o/n Jans Vermeere erfgenamen. Zoals Cornelis Rumbouts Corneliszoon die in '69 in huring had.

1566, 11 februari

| BR-280-01 |

Guillaume Succa met Jouffr. Caterina Van Mierop, zijn vrouw, ten eenre.

Cornelis Bertels met Marie Goris, zijn vrouw, ten andere.

Bekennen dat Guillaume Succa aan Cornelis te erve heeft gegeven een stede als voors Succa liggende heeft aan de Biest, nevens Anthonis Bode erve aan d'een zijde en Henrick Leest erve aan d'ander zijde, om die voors te mogen aanvaarden te half maart '66. In mindernis der erfpenningen der stede voors heeft Cornelis voors aan Succa verkocht een erfbrief van 5 Rgulden erfelijk te Loenhout op Peeter Goris Cornelissen goeden, gelegen te Popendonck, zijnde de brief dd. 1563 den 7 december, nog vier erfbrieven.......

Cornelis Bertels verbindt daarvoor zijn huis bij het kerkhof binnen Brecht genaamd "St. Joris", en die voors Cornelis Bertels nu bewoont. Item zijn stede aan de Biest, die hij van Succa gekocht heeft.

1568, 2 maart

| BR-281-01 |

Jan Wils Janszone, voor hem zelf, ten eenre.

Cornelis Verstraeten en Jan Rumbouts, van wegen zijn huisvrouw.

........als momber en Jan Betten als toeziender der kinderen wijlen Henrick Heuvelmans, daar moeder af was Catlijn Betten, ten andere.

Hebben gepaart en gedeeld, te weten:

Jan Wils Janssone: de helft in de stede aan het Laer, palende: o het Laer, z/w Jan Wils, smit, n Jan Luycx erve, te weten het achterste gedeelte en de zijde van de huize van de schouwen af en de voorste zijde van de schuur met het achterste verkenskot, hij zal den middenweg aan de schouw onderhouden, hij zal ook den oven mogen gebruiken. Jan Wils zal de warmoeshof en de uitgang van de schuur hebben, zoals vastgesteld. Ook de andere erve aan de noordzijde zoals getekend. Item nog verscheidene erfelijke renten. Hij moet de ander partije laten wegen langs achter.

Cornelis Verstraeten, Jan Rumbouts, Gielis Heuvelmans en Jan Betten zullen hebben: de andere helft van de stede aan het Laar,........., de halve messie, nog verscheidene erfelijke renten.

1572, 14 september

| BR-282-01 |

Jan Wils Janssone heeft verkocht aan Peter Joerdaens Peeterszoon, 4 veertelen rogge erfelijk als hij comparant heffende was op zeker gronden onder Loenhout te Sneppele, na inhoud van schepenbrief van Antwerpen dd. 1456 den 11 september, zoals hem die rente verstorven is van zijn moeder Dymphna Anthonis Heuvelmans. Verbindt daarvoor nog drie delen als hij heeft in een stede aan het Laer, leen onder Heer van Evere, palende: o Laer, z stede van Jan Wils erfgenamen, n Wijnants de smit stede. Item 3 Kgulden erfelijk als hij heffende is op de stede van Ariaen Delien, genaamd "tpeert", te Oostbrecht.

1572, 9 maart

| BR-283-01 |

Huyb Lenaerts Couwenberchsdochter, weduwe wijlen Thomaes Luycx, met Henrick Van Gestel, haar voogd, ten eenre.

Joachim Jacob Luycx als momber en Lenaert Couwenberchs als toeziender der kinderen der voors Huyb Lenaerts Couwenberchsdochter, daar vader af was Thomaes Jacob Luycx zaliger, ten andere.

Bekennen dat de weduwe voors aangenomen heeft haar voors kinderen te houden, etc............

1572, 16 maart

| BR-284-01 |

Barbara Willem Joos Luycxdochter met Lenaert Wouter Heylkens, haar man, heeft verkocht aan Peeter De Cnoddere Henricxzoon, alszulke 6 Kgulden erfelijk als zij jaarlijks heffende waren op Gielis Van Alphen, na inhoud ouden brief dd. 1565 den 22 februari, zoals zij comparant na de dood van wijlen Willem Joos Luycx op voors 6 Kgulden erfelijk geërfdeeld is.

1572, 1 maart

| BR-285-01 |

Lenaert Stenners en Cornelia Betten, zijn vrouw, hebben verkocht aan Jan De Langhe, 2 veertelen rogge erfelijk, bepand na inhoud ouden brief dd. 1565 den 16 oktober.

1572, 24 februari

| BR-286-01 |

Barbel Lenaert Thomaesdochter met Jan Daelmans, haar man, en Anna Lenaert Thomaesdochter met Wouter Thomaes, haar momber, hebben gedeeld de achtergelaten goeden en renten van hun ouders, zoals zij die eens te voren en ook na de dood van Lynken, hun zuster, gedeeld hebben, te weten:

Barbel: 2 veertel rogge erfelijk op Huyb Van Staeyen tot Wesel, 6 moeken rogge erfelijk op Cornelis Betten, 1 veertel rogge erfelijk op Mr. Geert Schooffs, pastoor te Brecht, 1/2 veertel rogge op Jan Michiels te Loenhout, 3 Kgulden erfelijk op Lenaert Lenaerts, smit, 2 Kgulden erfelijk op Joncker Adriaen Vander Noot.

Anna: 9 lopen rogge erfelijk op Nijsen Van Tychelt, 9 moeken rogge erfelijk op Aerden Der Weuwe te Loenhout, 6 moeken rogge erfelijk op Jan Michiels te Loenhout, 3 Kgulden erfelijk op Willem Scroye, 4 Kgulden erfelijk op Joncker Jans Vander Wijngaerde goet.

1573, 22 juni

| BR-287-01 |

Hansken Heuvelmans met Gielis Heuvelmans, haar momber, ten eenre.

Adriana Henrick Gemelmansdochter met Cornelis Verlaer, haar man, ten andere.

Hebben gedeeld zekere erven en renten, waarop zij bij zekere andere deling bevallen waren, te weten:

Hanskens Heuvelmans: 2 veertelen rogge erfelijk op Cornelis Michiel Bayens, 1/2 veertel rogge erfelijk op Jan Van Dale, 25 stuivers erfelijk op Peeter Jacob Huybs, het vierendeel in de stede "aende Palmboom tot Eyndhoven".

Adriana: 2 veertelen rogge erfelijk op Adriaen Verstraeten, 1/2 veertel rogge erfelijk op Jan Van Daele, 25 stuivers erfelijk op Peeter Jacob Huybs, het vierendeel in de stede "aenden Palmboom tot Eyndhoven".

1573, 25 maart

| BR-288-01 |

Michiel, Cornelis, Jan en Lenaert Faes, voor hen zelve.

Margriet Faes met Ariaen Vanden Perre, haar man.

Elisabeth Faes met Jan Claes, haar man.

Al deze comparanten zijnde voorkinderen van wijlen Cornelis Faes, hebben gedeeld hun vaders achtergelaten goeden.

Cornelis Faes, Jan Claes nomine uxoris, Adriaen Vande Perre nomine uxoris, zullen hebben 2 Kgulden en 15 stuivers erfelijk op de Locht, 20 stuivers op den Pothoeck, 4 veertelen rogge erfelijk "Ter Eijck", 2 lopen en 3 quartier erfelijk op de Locht.

Michiel, Jan en Lenaert Faes zaliger, zullen hebben 6 Kgulden 12 stuivers en 2 groten erfelijk op Goris Faes stede, 2 veertelen rogge erfelijk op Goris Faes stede, 7 moeken rogge erfelijk op den Leeuwerck, 7 moeken rogge erfelijk op Brachterloo, 1 veertel rogge erfelijk op Joos Aerts.

1573, 25 april

| BR-289-01 |

Jan Jan Willemssone heeft verkocht en overgegeven aan de kinderen Niclaes De Clerck, daar moeder af was Geertruidt Bode Anthonisdochter, ter zake van zekere koop van een stede gelegen bij Jan Luycx "aent stap", 4 Kgulden en 5 stuivers erfelijk, als hij met drie brieven heffende was, te weten:

1 Kgulden op Jan Vanden Bogaerde Peeterszoon en Elisabeth Michiel Leys, zijn vrouw, op zijn stede te Betchoven na inhoud transportbrief dd. 1570 den 16 juni.

35 stuivers erfelijk te Loenhout aenden Huffele, luidens brief dd. 1552 den 13 mei.

30 stuivers erfelijk op Jan Van Heerstraeten Gieliszoon, luidens de ouden brief dd. 1457 den 9 maart, en des transportbrief dd. 1495 den 31 mei, luidende die voors brieven van 4 veertelen rogge erfelijk, waarvan de comparant bekomt de helft het zister tegen 12 pond, makende 6 ponden 30 stuivers erfelijk.

Comparant heeft nog verkocht terzake van voors koop, aan voors kinderen Niclaes De Clerck, 4 Kgulden erfelijk, waarvoor Jan Wils bekent erfpand te zijn al zijn goeden, specialijk een beemd tot 's Gravenwezel.

1573, 11 maart

| BR-290-01 |

Anthonis Symon Haestzoon heeft verkocht aan Peeteren Casus de stomme, 4 veertelen rogge en 3 Kgulden erfelijk, als hij jaarlijks heffende was op Michiel Verstraeten tot Wuestwezel, na inhoud brief 1562 den 28 december, gelijk hem die van Jan Haest verkocht en overgetransporteerd zijn, na inhoud transportbrief dd. 1571 den 8 december.

Anthonis Symon Haestzoon heeft Jan Haest laten aflossen, 4 veertelen rogge en 5 Kgulden erfelijk, als hij jaarlijks op zijn goeden heffende was. Hij bekent ten volle voldaan te zijn.

1573, 18 november

| BR-291-01 |

Jan, Cornelis en Merten Vermijen, zijnde erfgenamen van Cornelis Van Nijen, daar moeder af was Geertruid Broomans, hebben gedeeld de goederen hunner ouders:

Cornelis: op het dorp van Brecht 1 pond erfelijk.

Jan en Merten: huisken op Quay Mechelen.

Jan en Cornelis: zeker heiken achter Houthoven, zij moeten aan Merten geven in gereed geld, 13 Kgulden eens.

1573, 14 oktober

| BR-292-01 |

Henrick Van Ysendonck voor hem zelf, en Henrick Lambrechts als momber en Wouter Jacobs als toeziender van de voors Henricx kinderen, voor een partij.

Rumbouts Van Ysendonck, voor hem zelve, voor een partij.

Willem Leest als momber en Gielis Van Ysendonck als toeziender der kinderen Cornelia Van Ysendonck, daar vader af is Wouter Berniers, Jan en Cornelis, kinderen van Wouter voors, in persoon, voor een partij.

Zijnde allen erfegenamen van Jan Ysendonck, hebben hun vaders en moeders goederen gedeeld als volgt:

Henrick Ysendonck: 15 Kgulden en 2 stuivers erfelijk op diverse personen.

Rumbout Van Ysendonck: de kleine stede met nog 18 moekensaet erve "d'eeckere braecke", land den Dries, land den Heijacker, land den cleynen bocxeus acker, beemd den Winternest, beemd te Wesel door 't gasthuisblock, de helft van een grote heide aan het zuideinde waar "het Hoorkensven", in ligt. De grote hoeve moet de gehele chijs der heide betalen met last, belopende 10 veertelen en 3 1/2 moeken rogge en 4 Kgulden erfelijk en chijs aan Heer Jan Van Immerseel, nog 15 moeken rogge erfelijk aan de erfgenamen Wouter Jacobs.

Deze partij zal met de stede hebben: "den buer ende torfhuis op de groote stede staende ende twee opgaande houten achter die Coije staende, ende noch 18 houten staende teynden een op de straete aenden cante vanden peetershove, omme dese stede mede te repareren". Item 34 Kgulden eens toekomende van Jan Van Kerchoven.

De kinderen Wouter Berniers: De grote stede met nog 7 moekensaet op d'acker, te weten: "die Rot", en "groote Bocxeus acker", beemd "den Winternest", twee percelen beemd te weten 1/5 in Daesdonck en 1/5 in de helft waarvan de ander helft toebehoort aan Jan Wouter Heylkens, de helft van de heide waarin het Hoorkensven in ligt, "het cleyn Heijcken.

1574, 22 september

| BR-293-01 |

Peeter Kyen als momber van Ariaen Kyens kinderen, daar moeder af was Margriet Bayens, voor een partij.

Lenaert Baijen Scosterszoon en Bayen en Cornelia Bayen Scostersdochter met Nijs Hegge, haar man, die hij Bayen hierin vervangt, voor een partij.

Anthonia Bouwen Scostersdochter met Michiel Heijntens, haar man, voor een partij.

Michiel Bouwen Scosters kinderen, als momber daar voor compareerde Cornelis Van Couwelaer en Cornelis Looycx, voor een partij.

Lenaert Baijens kinderen, als momber daar voor compareerde Caerl Geert Bayens als momber en Rumbout Van Ysendonck als toeziender, voor die vijfde cluchte, in de achtergelaten goeden Heylkens Lenaert Bayen Scostersdochter, ten eenre.

De voors Lenaert Bayens kinderen met momber voors en Elisabeth Buers Anthonisdochter met Henrick Van Ysendonck, haar voogd, ten andere.

Bekennen dat zij erfgenamen Lenaert Bayens tegen de andere comparanten die stede waarop hij Lenaert Bayen Scosterszoon en Heylwich Bouwen Scostersdochter gelijkelijk gedeeld waren, gedeeld hebben ter helft, en in de ander helft hebben de erfgenamen Lenaert Bayens het vijfde deel, te weten:

Peeter Kijen: de oude stede aan de Meerijt, met een bunder land den langen hoff, met 1 veertel rogge kommer uitgaande en nog 1 meuken rogge erfelijk. Deze partij moet in 't gelag geven 1 Kgulden eens.

Kinderen en weduwe Lenaert Bayens: een woonhuis met een blok genaamd den Maeshoff, ca. 1/2 bunder aan de dweerstrate, komende west aan den langen hoff, de schuur die op de ander stede staat en zal die ruimen van gronde voor half mei a.s. Indien de weduwe Lenaert Bayens "noch sal gebruycken het groen als raepen en speurie tot Kersmis, ende die coolen tot half meert, ..sal sij den geltpacht van de heelder stede nog betaelen tot halff meert ende den corenpacht tot Lichtmisse naestcomende ende sal alle heur vet vanden gront moghen vueren thaerder beliefte ende oock het stroo die helft haerder veerde vueren".

1574, 8 februari

| BR-294-01 |

Jonas Abels als man van Cristina Ariaen Thomaes Theunissen.

Cornelis Ariaen Thomaes Theunissen, voor hem zelve.

Anthonia Ariaen Thoaesdochter, met Peeter Wouters, haar man.

Hebben hun vaders goeden gedeeld als volgt:

Jonas van wege zijn vrouw zal hebben: op Wouter Joerdaens 1 veertel rogge erfelijk, 3 Kgulden erfelijk op Mr. Pauwels De Cock. Zij moet toegeven 6 Kgulden eens.

Cornelis Ariaens Thomaszoon: op Jan De Bie 2 veertelen rogge erfelijk, op Lenaert Tychelmans te Overbroeck 1 Kgulden erfelijk. Hij moet toegeven 6 Kgulden eens.

Peeter Wouters met zijn vrouw: op Wouter Joerdaens 6 moeken rogge erfelijk, op Heer Wijnants Vanden Wijngaerde goed te Loenhout 2 Kgulden.

Deze cavel van 6 moekens rogge erfelijk zal toegeven in het gemeen een jaar rente, met conditie ook, alzoo Jonas Abels voor Peter Wouters heeft genoten zeker verschenen renten, dat die voors veertel rogge op Wouter Joerdaens, die voors Peter in deling zal behouden.

1576, de laatste september

| BR-295-01 |

Jacob, Bartolomeeus en Anthonis Wouter Jacobszonen, voor hen zelve.

Wouter Jacobs voor hem zelve.

Margriet Wouter Jacobs met Pauwels Peers, haar man.

Henrick Van Ysendonck vanwege zijn kinderen daar moeder af was Cornelia Wouter Jacobsdochter, en Rumbout Van Ysendonck als momber van voors kinderen.

Hebben gedeeld de achtergelaten goeden wijlen Wouter Jacobs en Cornelia Thielens, hun ouders, te weten:

Jacob Wouter Jacobs: de helft der stede in de Luyckstrate, getaxeerd op 14 Kgulden erfelijk, 24 stuivers erfelijk op Rumbout Van Ysendonck, 16 stuivers en 1 ort erfelijk op zijn zelfs panden.

Kinderen Henricx Van Ysendonck: de andere helft der voors stede, 2 1/2 Kgulden op Jan Neelkens.

Margriet Wouter Jacobsdochter: den beemd te Loenhout, het moerken op "Hoenderen", 8 Kgulden en 4 veertelen rogge erfelijk op Willem Van Ostaeyen, 15 lopen rogge erfelijk op Jan Ghemens.

Anthonis Wouter Jacobs: heyblock te Bechoven, 6 veertelen rogge erfelijk op Nysen Van Tychelt, 5 Kgulden erfelijk op Gijsbrecht Van Aemstel.

Bartholomeeus Wouter Jacobs: de helft van de beemd te Bechoven, 4 veertelen rogge erfelijk op Rumbout Van Ysendonck, 4 Kgulden en 17 stuivers erfelijk op Jan Leys.

Wouter Jacobs: de ander helft van de beemd te Bechoven, 4 Kgulden erfelijk op Joris Van Riele erfgenamen, 3 veertelen en 3 lopen rogge erfelijk op Rumbout Van Ysendonck, 10 stuivers erfelijk te Loenhout, 2 veertelen rogge erfelijk op Ghijsbrecht Van Aemstel.

1577, 23 februari

| BR-296-01 |

Cornelis Hoefkens als vader van zijn kinderen daar moeder af was Maria Willem Polmansdochter, en Maria Peeter Mertens des voors Cornelis huisvrouw, nu ter tijd, ten eenre.

Andries Hoefkens als momber en Ariaen Polmans als toeziender der voors kinderen ten andere.

Cornelis Hoefkens heeft zijn zes kinderen aangenomen tot het jongste 14 jaar oud zal zijn, etc...........

1577, 9 april

| BR-297-01 |

Willem Vermeere Willemszoon heeft verkocht aan Ariaen Betten als momber en Jan De Coster als toeziender der kinderen Michiel Betten, daar moeder af was Elisabeth Berchmans, 4 Kgulden erfelijk op 5 loopensaet land in Sint Lenaertsakker.

1577, 13 april

| BR-298-01 |

Ghijsbrecht Van Aemstel heeft verkocht aan Peeter Jacobs, molder, 31 Kgulden en 5 stuivers jaarlijks op een beemd, ca. 2 bunder tot Sterthoven, rondomme in des comparants ander erve.

Deze rente is afgekweten bij Niclaes Waechmans en Willemijne Delien aan Cornelis Van Dongen, schout te Loenhout, die actie en transport had van Peeter Jacops, en de transportbrief voorts overgeleverd heeft aan Cornelis Van Spangen die de panden alhier geruert van voors Waechmans heeft gekocht. 27 februari 1607.

1562, 21 oktober

| BR-299-01 |

Gielis Luycx Gieliszoon heeft voor 15 ponden eens verkocht aan Jan Verachtert als momber der kinderen wijlen Claes De Weert, daar moeder af is Marie Verachtert, 4 Kgulden erfelijk. Leonarda Dibbouts, moeder van Gielis voors, met Gommer Vanden Venne, haar voogd, bekent voor Gielis gerecht erfpand te zijn, alzulk paart en kindsgedeel als Gielis na de dood van haar hebben zal in "de Huygenrijt" te Brecht.

1577, 25 januari

| BR-300-01 |

Cornelis Luycx Gieliszoon en Anneken, zijn dochter, met Jan Luycx Gieliszoon, haar momber, moeten jaarlijks betalen aan Ida Joordaens en Cornelis Scoemakers, haar man, 4 Kgulden erfelijk. Erfpand is een half veertelsaet land, gelegen aan de akkermolen, palende: n/w Mr. Jan Heuvelmans, o Jan Luycx Janszoon, z de akkerweg.

1577, 8 december

| BR-301-01 |

Lenaert Leys Huybrechtszoon en Catlijn Henrick Leestdochter, zijn vrouw, hebben verkocht aan de Armmeesters te Brecht, 2 Kgulden erfelijk uit 4 Kgulden erfelijk staande op zeker panden tot Oostbrecht, die Lenaert Leest nu gebruikt, gelijk hem die voors 4 Kgulden erfelijk van Adriaen Van Riele Michielszoon op heden overgetransporteerd zijn.

1580, 20 september

| BR-302-01 |

Lenaert, Henrick en Gommaer Van Tychelt, voor hen zelven.

Henrick Pellens als momber en Geert Thomas als toeziender der kinderen Goevaerts Van Tychelt, bekennen gedeeld al de achtergelaten erfelijke goeden van hun ouders.

Cornelis: de stede tot Eyndhoven, 25 stuivers erfelijk op Willem Van Ostayen erfgenamen "op de quaccel".

Kinderen Goevaert Van Tychelt: den beemd tot Loenhout "opt hoochbosch", tegenover die wippe, ca. 5 vierendeel bunder.

Henrick : 6 gulden erfelijk en 4 gulden erfelijk en 2 veertelen grondchys op de stede te Eyndhoven.

Gommaer: 6 gulden 4 gulden en 1 veertel rogge erfelijk op de stede te Eyndhoven, 1 veertel rogge erfelijk op Marchelis Jan Thomaes te Betchoven.

Lenaert: 6 gulden erfelijk op Luyck Bertels, 2 gulden 15 stuivers erfelijk op Maes Luycx erfgenamen stede te Sterthoven, 3 gulden erfelijk op Lenaert Van Tychelt, zodat hij deze bij hem zelve int, 2 gulden erfelijk op Henrick Van Pulle oft Kerstens.

1581, 27 december

| BR-303-01 |

Laureys Rumbouts Michielszoon is ten volle betaald van Cornelis De Buytere te Loenhout, van alzulk 1 veertel en nog 6 lopen rogge erfelijk als hij jaarlijks op zijn pand met twee brieven heffende was.

1580, 3 maart

| BR-304-01 |

Adriana Jan Aerts Denisdochter met Seger Verdijck, haar man, voor een partij.

Marchelis Van Soetendael, voor een partij.

Catharina Van Soetendael, met Ariaen Jan Mercx, haar zoon voor een partij ende cluchte.

Marchelis Jan Thomaes als momber en Pauwels Willem Heylen als toeziender der kinderen Jan Soetendael, voor een partij.

Ariaen en Henrick Betten Luycxzonen, daar moeder af was Geertruyd Soetendaels, hen sterk makende voor hun broeder, absent.

Als erfdragers.

Balten Luycx als tochtenaar voor de vijfde cluchte ende partije.

Hebben gedeeld de achtergelaten goeden van wijlen Jacobmijne Soetendaels, te weten:

Adriana Jan Aerts zal hebben het achterste blok, nu land zijnde gelegen naast Marten Leys aan de oostzijde, met grachten rondom behalve aan de westzijde, groot ca. een bunder. 2 gulden erfelijk op Peeter Vorsselmans te Loenhout. 16 gulden eens van de gemene erfgenamen.

Marchelis Jan Soetendaels en weeskinderen Jan Soetendaels zullen hebben het cleyn stedeke groot een bunder, west en noord aan de straat, komende metten hoeck ter Hunselmolen waerts, met al de hagen en grachten rondom behalve aan de oostzijde. 1 1/2 bunder heide achter Hoomeer. 16 stuivers erfelijk op Willem Coop te Loenhout. 18 lopen rogge erfelijk op Jan Verhaert en 6 gulden en 10 stuivers eens uiten gelijcke.

Kinderen Betten Luycx en Catharina Van Soetendael zullen hebben de grote stede, groot ca. een bunder, west de kleine stede voors, o voors landblock aan Seger Verdijck vervallen, met voorwaarde dat deze kavel zal hebben achter het huis 3 voeten breed erve zo ver het huis reikt en voorts van de kant van den hole tot op den kersboom. Zij mogen op voors erve achter het huis niets planten dan Oestboomen. 1 1/2 bunder heide achter Hoomeer. 4 gulden erfelijk op Mathijs Heylen. 3 gulden en 17 stuivers erfelijk op Cornelis Michiel Aerts. 3 veertelen rogge erfelijk op Henrick Hoecx.

1581, januari

| BR-305-01 |

Nicasius Casens, voor hem zelve.

Henrick De Cnodder voor Hansken Cornelis Casuszoon.

Elisabeth Ariaens De Moordochter, daar moeder af was Elisabeth Casus, met Ariaen Michiels, haar man.

Ariaen Casus met zijn consoorten.

Weduwe Jan Casus.

Jan Sijmons als vader der kinderen van Anna Casus.

Alle erfgenamen wijlen Peeter Casus de stomme, hebben gedeeld de achtergelaten geldrenten van wijlen Peeter Casus, belopende de voors renten tot 40 Kgulden erfelijk zijnde voor elke partij 8 Kgulden, daartoe nog elke partij van verlopen renten 80 Kgulden, te weten:

Nicasius 6 Kgulden erfelijk op Michiel Verstraeten te Wuestwezel, 2 gulden erfelijk op de Bijke te 's Gravenwezel.

Hansken Cornelis Casuszoon: 8 Kgulden erfelijk op Andries Bolckmans beempd aan de Vonder.

Elisabeth Ariaens De Moordochter: 4 gulden erfelijk op de Swaene te Brecht, 4 gulden erfelijk op Peeter De Cnodder erfgenamen.

Ariaen Casus met zijn consoorten: 4 gulden erfelijk op Joris Meyvis, 4 gulden erfelijk op Nicasius Casus.

Jan Symons: 5 1/2 gulden erfelijk op Beetken Wouwermans gedeel van de stede te Eyndhoven, 4 gulden erfelijk op Henrick Van Aecken te Loenhout.

1597, 11 maart

| BR-306-01 |

Laureys Cornelissen, meuldere, wondende tot Loenhout, als gemachtigde van Catharina Peeter Baltensdochter en Huybrecht Centen, haar man, uitwijzens procuratie gepasseerd voor Cornelis Cornelissen Buysen en Laureys Cornelis Vincke, schepenen van Roosendael dd. 28 februari 1597, heeft voor 394 Kgulden overgegeven aan Cornelis Van Dongen, schout en castelijn tot Loenhout, en Juffrouw Anna Dycven, zijn vrouw, 31 gulden en 5 stuivers erfelijk, dewelke aan voors Catharina Peeter Baltensdochter verstorven is van Peeter Balten, haar vader, op de goeden van wijlen Ghijsbrecht Van Aemstel, tot Sterthoven, naar luid constitutiebrief dd. 13 april 1577.

1600, 28 november

| BR-307-01 |

Adriaen Delien te Eeckeren, als gemachtigde van Janneken Laureys Hoefkensdochter, zijn vrouw, daar moeder af was Catharina Vanden Kerchoven, luidens procuratie te Eeckeren 9 juli 1599 en insgelijks zeker testament van Jan Van Kerchoven en Margriet Thielens, zijn vrouw, naar vermogen van zeker octrooi des Hofs van Brabant, gepasseerd voor Lenaert Vanden Poel, notaris, waaruit blijkt dat de voor en nakinderen zullen hoofdgelijk delen, dd. 1574 den 25 april, hebben verkocht aan Margriet Van Kerckhoven, haar zuster, alle actie en gerechtigheid in renten, erven, enz. te Brecht, Loenhout en Wuestwezel, die hem comparant verstorven zijn van Catharina Van Kerckhoven, haar moeder.

1605, 20 september

| BR-308-01 |

Catharina Wils met Geeraert Van Hertten, haar man, hebben overgegeven aan Jan Lenaerts en zijn vrouw, 6 Kgulden en 5 stuivers erfelijk, veronderpand op een stede, ca. een bunder, tot Sneppel onder Loenhout, palende: o/z des comparants erve van St. Michiel, w Cornelis Geerts van Elsacker erve. Item nog een heusel "den hondtschoot", ca. drie lopensaet.

Luidens constitutiebrief voor schepenen van Loenhout dd. 16 maart 1538. Welke voors rente aan voors Catharina verstorven is van wijlen Maria Wouter Sneels.

1600, 22 september

| BR-309-01 |

Jan Van Amstel Niclaessone, vervangende zijn broer Ghijsbrecht Van Amstel, en Jacopmijne Van Amstel met Cornelis Adriaen Meeren, haar man, voor de eerste staak.

Willemijn Delien Jansdochter, daar moeder af was Marie Van Amstel, met Jacop Verdijck, schout, haar momber, voor de tweede staak.

Marie Voorspoels, daar moeder af was Passchijne Van Amstel, met Mr. Cornelis Van Nyeuwhuyse, secretaris tot Loenhout, haar man, voor de derde staak.

Allen erfgenamen van wijlen Ghijsbrecht Van Amstel, hun grootvader, hebben gedeeld de nagelaten goederen van Ghijsbrecht Van Amstel voors.

1606, 31 oktober

| BR-310-01 |

Mr. Peeter Joerdaens, te Loenhout, als gemachtigde van Andries Bolckmans Geertsoen, te Eeckeren, heeft verkocht aan Andries Verrijt, daar moeder af was Elisabeth Bolckmans, des constituants moeyken zijn neve, al zijn actie aan een erfelijke rente van 23 Rgulden als reste van de 32 Rgulden erfelijk die des constituants vader bij deling voor zijn kindsgeddel heffende was op de grote hoeve aan de heide onder Sterthoven. Ook zijn actie aan gronden en panden op voors resterende erfelijke renten van 23 Rgulden, ten titel van evictie en inkoop alzo des voors constituants vader op 27 november 1581 gekocht heeft.

1590, 27 november

| BR-311-01 |

Mr. Peeter Joerdaens en Margriet Bulckmans, zijn vrouw, hebben bij manier van erfmangeling van een jaarlijkse rente van 6 Kgulden erfelijk die Adriaen Schoenmaeckers en Christina Thaymans jaarlijks heffende waren op de stede van het kind van Jan De Bruyne te Overbroeck, dat zij comparanten daarvoor den voors Adriaen Schoenmaeckers en Christina Thaymans hebben overgegeven een stuk land in Bechovenakker, ca. 1/2 bunder, gelegen: o Peter De Cock erve, z op den Sterthovensche wech, w idem, n Willem Jan Rombouts.

1606, 8 november

| BR-312-01 |

Mr. Peeter Joerdaens, als gemachtigde van Jouffr. Catharina Kindts, weduwe wijlen Jacop Van Leyen, als tochteresse.

Heer Jaspar van Baesrode, wethouder en schepene, als momber en in naam van de onmondige kinderen wijlen Jan Schilmans, daar moeder af was Sarra Van Leyden, als erfgenamen van selve van Baesrode, daartoe geauthoriseerd van de weesmeesters der stad Mechelen, dd. 15 juni 1606, blijkens procuratie dd. 16 juni 1606.

Heeft verkocht aan Adriaen Goris Kerstens en Elisabeth Peeter Adriaan Woutersdochter, zijn vrouw, een hoeve en zeker beemdeken onder Loenhout opte Blaeckt, groot ca. 1/2 bunder, tegen Jan Engelen, gelijk Ghijsbrecht Niclaessen, die laatst in huring bezeten heeft gestaan en gelegen te Oostbrecht achter St. Lenaerts Capelle, palende: o sheerenstraat, z/w Peeter Kien met andere, n Heer Cornelis De Wijse.

1606, 7 december

| BR-313-01 |

Heer Gielis Heylen, priester, geassisteerd met Jan Jacop Geertssen, schout, zijn momber, heeft overgegeven aan Peeter Heylen, zijn wettige zoon, en Mayken Langwouters, zijn vrouw, gezeten alhier te Brecht, alle alzulken verlopen renten, landrechtinge verschenen en nog te verschijnen midsgaders ook al zijn erfelijk en leenrechten die voors Heer Dielis comparant heffende is zo te Antwerpen, Turnhout, Loenhout, Arendonck, ook al zijn gronden en erven gelegen in voors plaatsen, om daarmee zijn vrije wil te doen zoals voors Peter en Mayken, zijn vrouw, belieft, uitgenomen zijn huis en gronden en erven, gelegen te Brecht, die voors Heer Gielis tot hem zelf reserveert.

1607, 12 mei

| BR-314-01 |

Jan De Clercq, te Oostmalle, als gemachtigde van Heer Andries Baeten, pastoor, en Jacop De Schrijver, schout, mitsgaders de wethouderen en H. Geestmeester des dorps van Oostmalle, luidens procuratie dd. 28 maart 1607, heeft overgegeven aan Jan Lenaerts en zijn vrouw, zekere rente van 2 Kgulden erfelijk, die H Geestmeesters jaarlijks heffende waren op zekere stede gelegen te Loenhout onder Sneppele, luidens constitutiebrief dd. 19 februari 1549, die hij comparant aan Jan Lenaerts mede overgaf.

1598, 16 maart

| BR-315-01 |

Marie Delien Michielsdochter met Lenaert Putcuyps, haar man.

Marcelis Jan Thomas als toeziender en Jan Bogaerts absent als momber van het kind van Mathijs De Cnodder, daar moeder af is de voors Maria, die de voors Marcelis hierin verving.

Hebben overgegeven aan Christoffel Rogiers al zijn paart hen comparanten verstorven van Heer Jan Leest, priester, in zeker vier partijen van renten waarop Marie Leest wijlen op gepaart is, luidens dezelve paarding.

Zij geven volmacht aan Mr. Cornelis Janssen. (als nr. 83.)

Christoffel Rogiers, te Loven, als momber van Jan De Cock Peeterssone, heeft in mangeling jegens een rente van 2 gulden 10 stuivers erfelijk die Cornelis Jan Henselmans en Anthony Dries Hoeffkens, nomine uxoris, heffende zijn jaarlijks te Loenhout op de goeden van Barbara Abrahams en nu aan Cornelis Van Couwelaer voor haar derde paart, overgegeven 22 1/2 stuivers erfelijk bepand op het "veeblock" alhier, toebehoord hebbende aan Willem Vanden Wouwere, leen onder de Heer van Hoogstraten.

1607, 4 december

| BR-316-01 |

Adriaen Goris Diericx Willemssone heeft verkocht aan Michiel Pauwels als gemachtigde van Joncker Cornelis De Wijse, schepene van Antwerpen, de helft van een halve beemd te Loenhout, op de Blaeckt, waarvan Joncker Cornelis De Wijse voors de andere helft is competerende, palende: z erfgenamen Aert Peeter Nouts, n erfgenamen Cornelis Jan Kesselmans. Welke voors 1/2 beemd hem comparant is verstorven van wijlen Willem Goris Diericx, zijn vader.

1608, 15 januari

| BR-317-01 |

Jan Verhese, gezeten te Hoogstraten, als gemachtigde van Catharina Michiel Thijs Luycxdochter, zijn vrouw, luidens procuratie voor Peeter De Cnoddere en Michiel Thijs Aerts, schepenen der voors Vrijheyt, dd. 21 mei 1601, heeft voor 40 Kgulden verkocht aan Michiel Henrick Pauwels als gemachtigde van Joncker Corneel De Wijse, tot deszelfs en zijn vrouw behoef, een rente van 4 Kgulden erfelijk op een beemd te Loenhout, toebehoord hebbende aan Adriaen Goris Diericx en der constituante huisvrouw, des voors comparant verstorven van wijlen Michiel Thijs Luycx haar vader.

Jan Verhese, te Hoogstraten, als gemachtigde van Catharina Michiel Thijs Luycxdochter, zijn vrouw, bekent ten volle betaald te zijn van Michiel Henrick Pauwels als gemachtigde van Joncker Cornelis De Wijse, schepen te Antwerpen, ter zake van een rente van 4 Kgulden erfelijk, die hij comparant uit naam zijn vrouw jaarlijks heffende was op een beemd te Loenhout, vroeger toebehoord hebbende aan Adriaen Goris Diericx.

1608, 14 juni

| BR-318-01 |

Elisabeth Joos Aert Peeter Noutsdochter met Peeter Van Nuys, gezeten binnen de stad Nuys, haar man, heeft voor zekere som verkocht aan Sr. Jaspar De Hase, koopman te Antwerpen, zekere beemd te Loenhout, "den Perbeempt", ca. 1 bunder, gelijk haar comparant vader, Joos Aert Peeter Nouts, die laatst bezeten heeft, met voorwaarde dat hiermede vrij zullen zijn alle gronden die te onderpand staan voor zekere rente van 50 Kgulden erfelijk die Quintine Waelravens of zijn erfgenamen jaarlijks heffende zijn.

1608, 1 december

| BR-319-01 |

Lucas Willem Maes, gezeten te Zundert, vervangende Willem Maes, zijn broer, midsgaders het weeskind van Adriana, zijn zuster wijlen, waarvan hij comparant momber is, heeft verkocht aan Andries Anthonissen Alaerts en Marie Kyen, zijn vrouw, alzulke 3 veertelen rogge erfelijk op stede toebehoord hebbende aan wijlen Peeter Kyen, in de Houthovensche straet. Welke rente hem comparant verstorven is van wijlen Lynken Peeter Nijs, gewoond hebbende te Loenhout, zijns comparant grootmoeder.

1607, 11 jan. 18 april 23 oktober.

| BR-320-01 |

Henrick Van Gestele, voor hem zelve, hem sterkmakende voor de kinderen Dielis Van Gestele zijns broeders, en ook als momber en Adriaen Vermeeren als toeziender van Naenken Willems Vermeerendochter, en Geeraert Bolckmans, "Mushagen onder Eeckeren", deze partijen hen presenteerende voor twee gedeelen of cluchten.

Peter Der Muyden als momber en Adriaen Geertssen als toeziender van de weeskinderen Wouter Thomaes Maes Luycx, voor hem zelve, voor de derde cluchte.

Compareerde alsnog voor ons Lucia Loymans, weduwe wijlen Goris Dielkens, dewelke heeft vervangen haar twee kinderen absent zijnde.

Lucia Goris Anthonis Dielkensdochter met Cornelis Jan Meeussen, timmerman haar man, voor haar zelve.

Naenken Goris Anthonis Dielkensdochter met Rombout Wouter Rombouts, haar man, hen ook sterkmakende voor haar oudere broers en zusters voor de vierde cluchte.

Allen gerechtigd zijnde in zeker testament gemaakt bij Maria Dielis Jan Diels, dd. 1584 den 28 december, aan Jacop Jan Geertssen, haar neve wijlen, waarin aan comparanten was gemaakt een jaarlijkse rente van 6 Kgulden comende van de zijde van Dielis Jan Diels wijlen.

Zij comparanten geven over aan Peeter Matthijsen en Marie Van Hertten, zijn vrouw, hun gedeel in voors rente.

1594, 15 februari

| BR-321-01 |

Cornelis Cornelissone van Santvliet, wonende te Eeckeren, als gemachtigde van Machelijn Marcx, zijn vrouw, luidens procuratie voor schepenen van Eeckeren dd. 7 februari 1594, heeft overgegeven aan Jacop Jan Geertssen en Marie Van Hertten, zijn vrouw, een rente van 3 veertelen rogge erfelijk op Jan Braens Anthoniszoon te Loenhout, uitwijzens schepenbrief van Loenhout dd. 13 december 1558. Haar constituante verstorven van Tanneken Aert Rutten, haar grootmoeder. Jacop Geertssen geeft macht aan Mr. Peeter Beyerssen, secretaris te Loenhout, om te ontvangen.

1598, 4 december

| BR-322-01 |

Willem Pauwels Aertssen met Marie Van Halle, weduwe lestwerf van Wouter Delien wijlen, zijn vrouw, gezeten te Hoogstraten, ten eenre.

Peeter Mathijssen met Marie Van Hertten, zijn vrouw, ten andere.

Hebben gemangeld:

Willem Aertssen geeft over aan voors Peeter, gedeel hem toekomende in de achtergelaten goeden wijlen Henrick Leest, te weten dat voors Wouter Delien gekocht had van Mathijs De Cnodder wijlen. Item het gedeel dat hij gekocht had van Michiel De Cock, welk aan voors Michiels was verstorven van voors Henrick Leest.

Peeter Mathijssen geeft over aan Willem Aertssen voors een heiblok te Rijckevorssel of Hoogstraten, aan Marie verstorven bij testament bij de dochter van Dielis Jan Diels wijlen, genaamd Mayken. Item nog een erfelijke rente van 8 Rgulden jaarlijks aan Marie Van Hertten met wijlen Jacop Geertssen, haar voorgaande man, gekocht hadden van Catharina Jans Verdijcke met Cornelis Peeter Hoefkens, haar man, op de goeden wijlen Cornelis Vermeeren te St. Lenaerts.

1609, 27 juni

| BR-323-01 |

Sr. Jaspar de Hase, coopman te Antwerpen, heeft overgegeven aan Mathijs Laureys Rombouts, schepene, en Maria Henrick Pellens, zijn vrouw, 12 Kgulden erfelijk als voors de Hase heffende was op een beemd, ca. 2 gemeten, binnen Loenhout te Sneppel, tussen erfgenamen Jans Van Staeyen erve geheten Tcleye oost en de beke west comende noord aan de erfgenamen Adriaen Putcuyps en Catlijn Hoverlmans erve, luidens constitutiebrief voor schepenen te Antwerpen dd. 1580 den 4 juli luidende ten proffijte van Quinte Walravens, ook transportbrief voor schepenen te Antwerpen dd. 1581 den 26 februari, waaruit blijkt dat Quinten Walravens de rente van 2 Kgulden erfelijk overgegeven heeft aan Michiel Vanden Hove. Daarna bekende Hans Cock, borger van Antwerpen, als gemachtigde van Heylwich De Somiere, weduwe wijlen Michiel Vanden Hove, overgegeven te hebben aan voors Sr. Jaspar de Hase, de voors 12 Kgulden erfelijk luidens transportbrief van Antwerpen dd. 1608 den 1 december.

1597, 27 oktober

| BR-324-01 |

Henrick Baltens als momber en Jan Cornelis Putcuyps als toeziender der onbejaarde kinderen Adriaen Maes Helmans, daar moeder af was Marie Jan Putcuyps en Lenaert Adriaen Helmans, meerderjarig, in de eerste partij.

Lenaert Schavers als man van Marie Lenaert Putcuypsdochter, voor de tweede partij.

Jan Cornelis Putcuyps voor hem zelve, in de derde partij.

Allen erfgenamen van de nabeschreven personen, hebben gedeeld de erfelijke goeden, hen comparanten verstorven van wijlen Heer Christiaen Putcuyps en Heer Lenaert Putcuyps, Elisabeth Putcuyps, Adriaen Putcuyps, ook van Jan Heyns Corneliszoon, te weten:

De voors mombers der kinderen Adriaen Maes Helmans zullen hebben:

Zekere hofstede aan het Laer, achtergelaten bij wijlen Heer Lenaert Putcuyps, palende: o het Laer, z/w/n erfgenamen Jacop Van Oistayen, met last van 4 Kgulden erfelijk, aan de erfgenamen Mathijs Putcuyps 25 Kgulden eens. Item 6 veertelen rogge erfelijk op Lenaert Neeffs stede te Veerle. Item op Henrick Van Riele alias Heijcants, stede te Oostbrecht 3 veertelen rogge erfelijk. Item de helft in de stede van Peeter Van Stayen te Cloote.

Lenaert Schavers zal hebben:

De stede te St. Lenaerts, geheeten, "de Valck", daar Heer Christiaen Putcuyps uit gestorven is, palende: n de herbane, o erfgenamen Michiels Van Riele, w St. Lenaertsvelt. Item 2 veertelen coren erfelijk jaarlijks op Jan Hovelmans te Loenhout te Sneppele.

Jan Cornelis Putcuyps zal hebben:

Zeker huis aan het Laer, achtergelaten bij wijlen Heer Lenaert Putcuyps, palende: w/z heerenstraat, o/n Anthonis Hoefkens. Item 3 Kgulden erfelijk op Jacop Lenaert Heyns stede in de Haeckstrate alhier. Item 4 veertelen rogge erfelijk op Lenaert Verdijck erfgenamen stede te Cloote.

1597, 26 oktober

| BR-325-01 |

Lenaert en Mathijs Putcuyps, voor hen zelve, en Anthoni Hoefkens als man van Catlijn Putcuyps, ten eenre.

Lenaert Schavers als man van Mayken Lenaert Putcuyps, Lenaert Helmans Adriaenszoon, voor hem zelve, en Henrick Baltens en Jan Putcuyps, als mombers van Elisabeth Helmans Adriaensdochter, ten andere.

Hebben gedeeld naar voorgaande cavelbrieven, te weten:

Lenaert Putcuyps en consoorten zullen hebben:

Het cleyn stedeken te Cloote. Item de groote stede daarnevens. Item op Joos Aert Peeter Nouts stede op den Hencxbroeck, 2 veertelen rogge jaarlijks.

Lenaert Schavers en consoorten zullen hebben:

De stede te St. Lenaerts, genaamd "den Valck". Item een vierde in de stede Peeter Van Stayen te Cloote. Item op Jan Hovelmans te Loenhout te Sneppele, 2 veertelen rogge jaarlijks. Item op Henrick Van Riel alias heycant, 3 veertelen rogge jaarlijks.

Mathijs Putcuyps voors voor hem alleen zal van Lenaert Schavers en consoorten hebben het bos achter Jan Thijs hoeve te Cloot, waarin hem met voors partij de helft is toekomende.

Jan Cornelis Putcuyps voor hem en consoorten zal hebben van voors Lenaert Schavers met zijn consoorten, 1 zester rogge erfelijk op den ouden Lenaert Verdijck te Cloote, waarvan Lenaert Putcuyps en Anthoni Hoefkens het weerdeel af hebben, ende is bij den voors Lenaert en consoorten daarvoor uitgekocht zonder dat voors Jan Putcuyps in eenige schulden of wederschulden zal gehouden zijn daar alleenlijk "hant ende mont leenen".

1595, 27 februari

| BR-326-01 |

Lenaert Berniers Wouterssone, tot Steenberghen, heeft verkocht aan Geeraert Janssen van Raeck met Jenneken Claes timmermansdochter, stede te Overbroeck, tussen de straat aan vier zijden. Item een rente van 43 Kgulden erfelijk op de voors stede waarop bevallen was Henrick Van Ysendonck, oom van comparant. Item actien, schulden en credieten aan comparant verstorven van Cornelia Van Ysendonck Jansdochter, moeder van voors Lenaert en ook van wijlen Henrick Van Ysendonck.

Geeraert neemt ten zijnen laste al de kommer. Welke stede aan comparant verstorven is van zijn ouders.

1600, 23 februari

| BR-327-01 |

Laureys Kien, te Westmalle, heeft verkocht met brandende kaars op 22 juni 1599, aan Anthonis Dries Hoefkens en Anna Wouter Aertsdochter, het vierde deel hem comparant competerende in twee steden te Overbroek, toebehoord hebbende aan wijlen Laureys Anthonis Rombouts, midsgaders al de renten die men vinden zal den voors wijlen Laureys Rombouts toe te komen te Loenhout, Brecht en Wuustwezel, uitgenomen te Westmalle.

1605, 21 februari

| BR-328-01 |

Mr. Geeraert Luycx te Loenhout, als testamentelijk erfgenaam van Anneken Cocx, Mr. Pauwelsdochter zijn wettige huisvrouw, heeft laten aflossen door Hendrick Jan Wils en Elisabeth Huybrecht Lenaertsdochter, de 4 Kgulden 7 1/2 stuivers erfelijk als voors Anna Cocx heffende was op de goeden van voors Henrick Jan Wils te Beckhoven, in de Hoeck.

1610, 14 december

| BR-329-01 |

Peeter Dermuyden, schepen, als momber, en Adriaen Geertssen, als toeziender, van het kind van Wouter Thomas zijn schuldig voor 32 Kgulden eens jaarlijks te betalen aan Heer Cornelis Van Spangen, Ridder, Heer van List, en Vrouwe Anna Van Halmael, 2 Kgulden op 6 mei. De mombers stellen tot erfpand de hoeve van het weeskind te Sterthoven, die nu in laatschap gebruikt wordt bij Adriaen De Visscher. Zij mogen aflossen met 32 Kgulden. De voors 32 Kgulden eens zijn door voor Cornelis Van Spangen geteld in handen van Mr. Jan Beyerssen, als gemachtigd van de mombers der kinderen Cornelis Thomas, te Mechelen, diewelke de voors Peeter Dermuyden als momber van het kind van Wouter Thomas alhier voor wethouders op 2 juni 1609 in recht had betrokken, om te hebben restitutie van 2 Kgulden erfelijk in de 8 Kgulden erfelijk die voors Cornelis Thomas bij deling was bevallen in een rente van 8 Kgulden erfelijk op goederen van Jonker Jan Van De Wijngaerde tot Loenhout en bij den voors Wouter Thomas wijlen, vader der comparanten wezen laten lossen, met welke 32 gulden alzo voldaan zijn de voors weeskinderen van voors Cornelis Thomas.

1597, 27 mei

| BR-330-01 |

Mathijs Laureys Rombouts, voor hem zelf, en als transport hebbende van Dingna Merten Leysdochter en Merten Saelden, voor 1/6.

Cornelis Stoops met Cornelia Jan Bogaerts, voor hem zelf.

Jan Peeter Rombouts, voor hem zelf.

Michiel De Decker en Marie Jan Betten.

Tanneken Nijs, weduwe Geert Adriaenssen Smout.

Alle erfgenamen van wijlen Jan Leys, hebben gedeeld de stede van voors Jan Leys, gelegen te Steechoven, te weten:

Mathijs Laureys Rombouts zal hebben de hofstede met den dries gelegen aan de goeden van Adriaen Jan Duerens. Item nog twee middelste derde delen in de lentenhof en in het molenblocxken aan de lentenhof.

Cornelis Jan Stoops nomine uxoris zal hebben samen met Michiel De Decker het derde deel in de dries achter de hofstede, tussen Heerdenshoff, met nog een derde deel in de lentenhof naast sheerenstraat.

Jan Peeter Rombouts met voors Tanneken, weduwe Geert Adriaenssen, zullen samen hebben het derde deel in Heerdenshoff met het derde deel in de lentenhof, nevens Geert Smouts zijde komende de derde delen van de lentenhof aan de hunselmolenstraete.

Voors Jan Peeter Rombouts zal hebben de twee veldekens "het Cruysbloecken", ter zake en voor een rente van 8 veertelen rogge jaarlijks die voors Jan Peeters op de voors goeden van Jan Leys jaarlijks heffende was.

1609, 17 oktober

| BR-331-01 |

Lucas Willem Maes, te Zundert, heeft voor 65 gulden eens overgegeven aan Jan Van Hacvoirt en Catharina Stoffel Lenaert Aerts een rente van 17 lopen rogge erfelijk als comparant jaarlijks heffende was op de stede eertijds toebehoord hebbende aan wijlen Gommaer Lenaert Aerts op de Locht, en thans toebehorende aan voors Jan Van Hacvoirt, de 65 gulden door Jan te betalen met Paschen a.s.

Aan comparant verstorven van Lyntken Peter Nijsdochter wijlen, gewoond hebbende te Loenhout.

1610, 12 maart

| BR-332-01 |

Marcus Kenis en Agata Van Loenhout hebben overgegeven aan Mr. Jan Couwegem en Godeliva Van Dunnen, een akker te Turnhout in de Cluickstrate, palende: n Mr. Jans voors erve, w Cornelis Leemans, o sheerenstraat, groot 100 roeden. Welke voors akker over zekere jaren bij evictie opgewonnen is door Peeter Van Dueren en consoorten ter zake eener rente van 11 gulden 5 stuivers jaarlijks en erfelijk. Aan comparant toecomen bij erfmangeling gedaan op een stede binnen Thielen in 1587 in juni, tegen Peeter Clercx en Jenneken Soeten. Actum 12 maart 1610.

Op zelfde dag compareerde voors Marcus en Agata en maken machtig Mr. Andries Ooms, om uit hun naam te compareren voor de wet van Turnhout en aldaar "met eenen halm op te draghen", voors akker.

1610, 1 februari

| BR-333-01 |

Mr. Niclaes Waechmans, secretaris te Brecht, gemachtigd van Juffr. Johanna van Wolffwinckel en Joncheer Niclaes van Bosshuysen, heer in Vosmeer, haar man, procuratie voor schepenen van Vosmeer, 1610 19 januari, heeft verkocht aan Pauwels Brant en Catelijne Visschers, te Antwerpen, een hoeve te Loenhout en boskens te Veerle te Oostbrecht inde Houthovensche strate, genaempt "tbocxgoet". Zoals Gillis Wolffwinckel die op 30 juni 1569 gekocht heeft van Jouffr. Jacopmijne Van Eijck Adriaensdochter en Mr. Matheeus van Chottem, en nu Symon Luycx in pachting en laatschap wordt bezeten.

1610, 4 mei

| BR-334-01 |

Mr. Peeter Joerdaens en Margriete Bolckmans, ten eenre.

Wouter Janssen alias decker, ten andere.

Hebben gemangeld, te weten:

Wouter Janssen zal hebben een stuk erfs in de Hunselen, een veertel, hetwelk hij heeft bij uitwinning van de erfgenamen Lisken Maechs.

Jordaens zal hebben een erfelijke rente van 6 gulden 5 stuivers jaarlijks op panden te Loenhout, luidens constitutiebrief 1549 8 maart, en Wouter Janssen verstorven van wijlen Govaert Cornelissen, molder, en Tanneken....

1608, 29 januari

| BR-335-01 |

Meester Geeraert Luycx, gezeten te Loenhout, als universeel en testamentelijk erfgenaam van wijlen Anna Cocx, zijn vrouw, heeft overgegeven aan Henrick Jan Wils, een rente van 4 Kgulden erfelijk op panden te Beckhoven, in den Hoek, volgens schepenbrief berustend onder Dierick Vanden Wiele, als man van Catlijne Cnodders.

1609, 11 juni

| BR-336-01 |

Jacop De Clercq Lenaertssone, gezeten te Cappellen onder Eeckeren, gemachtigd van Anna Leeuws, weduwe van wijlen Anthonis Joris, daar moeder af was Lenaert Clercx.

Hans De Roose, man van Anna Bramaert, dochter van voors Anna Leeuws, voor hem zelf, en in naam van Hans en Clara Bramaert, broeder en zuster van voors Anna.

Franchoys De Vos, flortewercker te Antwerpen, voor hem zelf.

Andries de Backer, flortewercker te Antwerpen, voor hem zelf.

Franchoys van Lea Clercx en Andries van Sebilla Clercx, gezusters, dochters van wijlen Gillis De Clercq.

Mede ook in naam van Christoffelijne Leeuws, zuster van voors Anna Leeuws (proc. voor not. Peeter Smit, vulgo Fabri, te Antwerpen, en not. Dierick De Smit dd. 6 maart 1605.)

Hebben overgegeven aan Cornelis Van Aerde en Marie Van Riele hun recht en paart in erfelijke rente van 4 Rgulden jaarlijks, verstorven van wijlen Peeternelle Clercx, op een stede toebehoord hebbende aan Jan Aerts inde Paddestraat, te Brecht. 21 mei 1605.

Op 21 juni 1605 compareert mede voor schepenen Anthoni De Coninck, jonkman te Loenhout, en heeft overgegeven aan voors Cornelis Van Aerde en Marie.... 13 1/2 stuivers erfelijk in voors 4 Kgulden erfelijk, die comparant jaarlijks heffende was op de voors stede van wijlen Jan Aerts in de Paddestaet alhier. Aan comparant verstorven van Marie Leeuws, zijn moeder wijlen.

Compareerde ook op dezelven dag Nelleken Jan De Clercxdochter, weduwe wijlen Peeter Jan Aerts met Naenken Peeter Jan Aerts, haar dochter, Nelleken is 69 jaar oud, en heeft ook overgegeven aan voors Cornelis Van Aerde 13 1/2 stuivers erfelijk in de 4 Kgulden erfelijk op voors panden.

Compareerde nog mede Guilliam Savariers en Margrieta De Clercq en heeft overgegeven aan voors Cornelis Van Aerde, zijn deel dat hij jaarlijks heffende was in voors 4 Kgulden erfelijk.

1598, 13 mei

| BR-337-01 |

Willem Jacop Luycx, voor hem zelf.

Jan Verhese, te Hoogstraten, als man van Cathelijne Michiel Thijs Luycxdochter, voor hem zelf, medevervangende Cornelis Peeter Luycxdochter.

Adriaen Peeter De Hoon, als man van Cathalijne Peeter Jordaensdochter, voor hem zelf.

Peeter Braeckmans, als man van Magdalena Reijns, daar moeder af was Anna Joerdaens, ook als momber van het voorkind van Catlijn Reijns, daar moeder af was Anna Jordaens voors.

Adriaen Mertens als momber en Jan Nouts als toeziender der onbejaarde kinderen van voors Kathalijne Reijns.

Adriaan Meeus, als man van Margrieta Jordaens Michielsdochter.

Allen erfgenamen van wijlen Cornelis Luycx Willemssone en Magdalena Michiel Jordaensdochter wijlen, ten eenre.

Cornelis Van Aerde, als getrouwd hebbende Maria Van Riel Henricxdochter, weduwe wijlen Michiel Cornelis Willem Luycx, als tochtenaar der achtergelaten goederen des voors Michiels en zijn vrouw, gelegen te Broeckhoven, afgaande zijn tocht, ten andere.

Zijn overeengekomen, te weten:

Cornelis Van Aerde en Maria Van Riel zullen behouden een rente van 4 Kgulden erfelijk van voors Michiel Cornelis Luycx Willemssone. Item een rente van 30 stuivers en 2 veertelen rogge erfelijk, luidens ten proffijte van Cornelis Luycx Willemssone en Magdalena Joerdaens, op een bunder dries "den Bettenhoff", luidens constitutiebrief voor schepenen van Brecht 2 januari 1569, en het resterende bekende voors Cornelis Van Aerde hem in geld gesypleert te zijn. Cornelis gaat zijn tocht af. Indien er enig last of zwarigheid van de huring van de hoeve van het Facons, te St. Lenaerts, welke voors Marie Van Riel en Michiel Cornelis Luycx, haar man wijlen, in pachting hebben gebruikt, dat zullen partijen gelijk hebben dragen.

1611, 9 december

| BR-338-01 |

Lysbeth Henrick Hovelmansdochter, weduwe wijlen laatst van Jan Jan Rombouts, met haar wettige man Henrick Van Gestel, te Loenhout, hebben met consent van Anthonis Jan Jan Rombouts, Jan Henrick Van Gestel met Mayken Jan Jan Romboutsdochter, medevervangende Lyntken Jan Jan Romboutsdochter met Nys De Bye, (volgens schepenbrief van Loenhout 29 juli 1602) verkocht aan Michiel Adriaen Henrick Naets met Marie Jan Bettensdochter, het vierde deel in een stede te Eyndhoven aan de Palmboom, haar comparante verstorven van haar vader (de helft van voors stede hoort toe aan voors Michiel, eensdeels bij versterf en eensdeels bij koop en het resterende vierde is aan Michiels huisvrouw verstorven van Lenaert Jan Betten, haar broeder, in zijn leven gekocht van Naenken Hovelmans, zuster van comparante gehuwd met Cornelis Pauwels).

1611, 20 juni

| BR-339-01 |

Peeter Van Nuys, gezeten binnen de stad van Nuys, als gemachtigd van Elisabeth Joos Aert Peeter Noutsdochter, zijn vrouw, (proc. voor schepenen van Brecht 5 juli 1608) heeft verkocht aan Niclaes Waechmans, secretaris alhier, en Willemijne Delien, zijn vrouw, een heiveld op de Hencxtbroeck, omtrent de Beerestraete, groot een bunder, palende: o de gemeijne heide, w Huybrecht Joos, n Mathijs Janssen, z de straete. Item een stuk erve genaamd "deertheuvels", met het heiken daaraan gelegen, 8 lopenzaad op de Hencxtbroeck, palende: w/z Anthoni Geleyns, o Jan Verhese, n de straete. Eensdeels leen onder Bailuil, heer van Everen.

Aan comparante verstorven van wijlen Joos Aert Peeter Nouts, haar vader.

1604, 22 april

| BR-340-01 |

Margrieta Anthonis Schooffs met Cornelis Bayens, haar man, medevervangende de kinderen van Peeter Luycx verwekt bij Marie Claes Vanden Broeck, hebben laten aflossen door Anthonis Dries Hoefkens en Anna Wouter Aertsdochter, 5 veertelen rogge erfelijk, waarvan 3 veertelen op het leenboek van Graaf van Hoogstraten, op een stede te Overbroek, nu toehoorend aan voors Anthoni.

1600, 4 december

| BR-341-01 |

Peeter Verrijt en Cornelia Pruyens hebben verkocht aan Adriaen Janssen Coeck en Magdalena Pruyens, te Loenhout, al hun paarten hun comparanten verstorven van wijlen Huybrecht, Lenaert en Jan Pruyens, uitgenomen hun paart in den H Geestbeemd te Brecht, staande onverdeeld.

1599, 4 maart

| BR-342-01 |

Margriete Van Dijcke.

Anthonis Hoefkens, als gemachtigd van Jouffr. Marie Van Dijcke Cornelisdochter, begijn (procuratie voor not Courtois, te Lier 31 januari 1599).

Hebben verkocht aan Adriaen Janssen Coeck en Magdalena Pruyens, te Loenhout, een rente van 7 veertelen en 1 meuken rogge erfelijk, als voors Margriet jaarlijks heffende is op de stede van wijlen Huybrecht Pruyens, te Veerle, te weten: 3 veertelen leenrent op het huis, hof, met 2 bunders land en weide, volgens leenboek.

Peeter Verlinden en Merten Reijns, nomine uxoris, te Westmalle, compareerden mede en hebben voors koop, die voors Margriet Van Dijck, hun moeder, heeft gedaan, en voors Anthonis Hoefkens in voors hoedanigheid, gelaudeerd en geapprobeerd.

1598, 11 november

| BR-343-01 |

Henrick Van Gestel, vulgo Heers, te Loenhout, heeft verkocht aan Peeter Verrijt en Cornelia Pruyens, de helft in een stede te Beckhoven, aan comparant verstorven van zijn vader.

1612, 5 maart

| BR-344-01 |

Adriana Delien met Jan Wouter Wils, vulgo van Gierle, haar man, heeft overgegeven aan Adriaen Janssens Coeck en Magdalena Pruyens, drie paarten in een rente van 2 veertelen rogge jaarlijks die comparant heffende was op de goeden van Huybrecht Pruyens te Veerle, waarover partijen alhier proces hebben gehad.

Maria Van Hertten, laatst weduwe Jacop Geertssen, met haar man Peeter Mathijssen, compareert ook en heeft overgegeven aan voors Adriaen Janssen Coeck, het vierde paart in voors rente, haar toehorend ingevolge testament van wijlen Jacop Geertssen, haar voorgaande man.

1597, 22 april

| BR-345-01 |

Catharina Mertens Aertsdochter, weduwe Anthonis Rombouts.

Cornelis Henrick Philps, te Loenhout, halfbroer van voors Catharina.

Hebben verkocht aan Cornelis Cornelis Aerts en Tanneken Mertens, het achtste deel hun verstorven van Christina Cornelis Bertelsdochter, huisvrouw van Mr. Geeraert Baltens, 't waar huizingen, renten, gronden, erven, schulden, actien en credieten, haar verstorven van Marie Cornelis Bertels huisvrouw was.

1592, 26 maart

| BR-346-01 |

Jacop Verdijck, voor hem zelf.

Cornelis Peeter Hoefkens met Lyntken Jans Verdijck, zijn vrouw.

Willem Jacop Luycx en Henrick Jan Wils, als mombers van het weeskind wijlen Michiel Thys Luycx.

Hebben gedeeld de achtergelaten goeden hen verstorven van Barbara Verdijck en de kinderen wijlen Joes Verdijck, te weten:

Jacop Verdijck zal hebben de stede tot Eyndhoven, gelijk die aan Joes Verdijck aangedeeld.

De mombers van het weeskind Michiel Thijs Luycx zullen hebben: de helft van een beemd te Loenhout, genaamd de douereijck. Item een rente van 10 gulden erfelijk op Jan Thijs Putcuyps stede te Cloot. Item een rente van 4 gulden erfelijk op Willem Goris Diericx. Item een rente van 2 1/2 gulden erfelijk op Aert Cocx op Quaymechelen. Item 2 gulden erfelijk op Henrick Joerdaens te Cleyn Veerle. Item 4 gulden erfelijk op Jan Wil Nuyts, te Loenhout. Item 4 gulden erfelijk op Adriaen Diels stede, te Loenhout. Item 3 veertelen rogge erfelijk op Anthonis Van Berghen goet, te Loenhout. Item 2 gulden erfelijk op stede te Eyndhoven.

Lyntken Jans Verdijckdochter en Cornelis Peter Hoefkens zullen hebben: de helft vanden Deliaert tot Halle. Item de helft van 5 veertelen rogge erfelijk op Jan Nouts, te Cloot. Item 5 gulden erfelijk op Huybrecht Van Aerde goet te Broechoven. Item 7 gulden 5 stuivers erfelijk op Neel Schrabsgoet te Loenhout. Item 8 gulden erfelijk op Lambrecht Van Bavel stede te Loenhout. Item 30 stuivers erfelijk op Jan Claes erfgenamen. Item 4 gulden erfelijk op Neel Baltens of op Jan soon te Zoersel. Item 4 gulden erfelijk op de stede te Eyndhoven. Item een heiblok te Halle.

1611, 25 juni

| BR-347-01 |

Peeter Van Nuys, gezeten binnen der stad Nuys, gemachtigd van Elisabeth Joos Aert Peeter Noutsdochter, zijn vrouw, heeft verkocht aan Jan Aerts en Lenaert Van Riele Adriaenssone, elk voor de helft zeker grote akker "metten cleynen rijacker", groot 3 bunders, ook het biebosken, groot 2 lopenzaad, ook nog de grote en de kleine Rijt, nevens voors Rijacker, op de Hencxtbroeck. Aan zijn vrouw verstorven van wijlen Joos Aert Peeter Nouts, haar vader, Actum 4 mei 1612.

Welke koop voors Jan Aerts en Lenaert Van Riel hebben overgegeven aan Jan Verhesen te Hoogstraten en Catlijn Michiel Luycx.

1612, 11 mei

| BR-348-01 |

Peeter Van Nuys, gemachtigd van Elisabeth Joos Aert Peeter Noutsdochter, heeft overgegeven aan Peeter Mathijssen en Marie Van Hertten, zekere hoymaede aan voors comparant zou mogen competeren of liggende heeft te St. Job int Goir, met zeker moerken onder Loenhout. Aan constituante verstorven van wijlen Joos Aert Peeter Nouts, vader van voors Elisabeth.

1612, 18 mei

| BR-349-01 |

Peeter Van Nuys, binnen de stad van Nuys, gemachtigd van Elisabeth Joos Aert Peeter Noutsdochter, heeft overgegeven aan Jan Wouter Wils en Adriana Delien, 2 Kgulden erfelijk in 3 Kgulden erfelijk (waarvan 1 gulden over lang afgelost is door voors Jan Wouter Wils) die comparant heffende was op een stede te Oistbrecht, luidens constitutiebrief dd. 17 oktober 1553.

1611, 25 juli

| BR-350-01 |

Peter Van Nuys, gezeten in de stad van Nuys, als gemachtigd van Elisabeth Joos Aert Peeter Noutsdochter, zijn vrouw, heeft verkocht aan Anthonissen Geleyns een stuk erve waarachter het bosch ligt van Huybrecht Joos kind, voorkomende aan de straat, met nog het weiken daarnevens over het beeksken op den Hencxtbroeck, samen groot 4 lopensaet. Aan constituante verstorven van haar ouders.

1612, 13 oktober

| BR-351-01 |

Mr. Peeter Heylen, coster alhier, als momber en Jan Michielssen als toeziender der onbejaarde kinderen wijlen Michiel De Cock.

Mr. Geeraert Luycx, schepenclercq te Loenhout, als universeel en testamentelijk erfgenaam van wijlen Anna Cock, zijn vrouw.

Medevervangende de twee weeskinderen wijlen Hans De Cock, gezeten te Roosendael.

Hebben laten aflossen door Sr. Johan Blommaert, gezeten tot Bergen opten Zoom, een rente van 4 Kgulden jaarlijks op panden of stede onder Calmpthout int Achterbroeck, genaamd "den Rooden Leeuw", en andere gronden te Wuustwezel, samen groot 14 of 15 gemeten, eertijds toebehoord hebbende aan wijlen Peeter Jan Huyghen.

1612, 3 oktober

| BR-352-01 |

Peeter Vitus, als gemachtigd van Vitus Janssen, te Rotterdam, en Barbara Vorsselmans, zijn ouders.

Heeft overgegeven aan Geert Janssen Van Raeck en Jenneken, een rente van 2 veertelen rogge jaarlijks op panden toebehoord hebbende aan de erfgenamen van Peeter Lenaerts Bode, te Loenhout.

Welke rente aan Peeter Vorsselmans en Lucia Braens wijlen, vader van des comparants moeder, in 1571 op 3 mei overgetransporteerd is door Wouter Berniers, voor schepenen alhier, en aan voors Wouter, op 22 maart 1533, voor schepenen van Loenhout getransporteerd was door Jan Cornelis Boidts en medeplegers erfgenamen van Jan De Cuyper, in mindernis van 4 veertelen rogge, waaraan dezelve Jan De Cuyper daaraan gekomen was in 1553 den 18 februari, van Marck Nout Peeter Nouts, uit kracht van constitutiebrief voor schepenen van Loenhout 1 februari 1532.

1612, 21 januari

| BR-353-01 |

Denis Jacops en Cornelia Willem Vermeeren, zijn vrouw, hebben verkocht aan Cornelis Adriaen Meeren en Jacobmijne Van Amstel de helft van den boomgaard te Varenbraecken (de ander helft is voor Cornelis) in gevolge koop van voors Denis, elke roei tot 2 Rgulden.

Item de beternisse vanden woonhuyse metten borneput op dezelve stede gestaan tegen de schuur, zulks voor de som van 80 gulden eens.

1612, 28 januari

| BR-354-01 |

Denis Jacops en Cornelia Willems Vermeeren, zijn vrouw, ten eenre.

Cornelis Adriaen Meeren en Jacobmijne Van Amstel, ten andere.

Hebben met voorgaande meting door gezworen landmeter, met blinde loting gedeeld een stede, als voors Denis en voors Cornelia onlangs aan voors Cornelis Adriaen Meeren verkocht hebben voor een gerechte helft, te weten:

Denis Jacops zal hebben:

De schuur met 16 roeien erve. Item den opstal aan de noordzijde. Item de helft van den maydries, 2 lopensaet in 't geheel, 9 roeien aan de oostzijde. Item den lentenhof. Item de helft van den akker aan de westzijde, groot in 't geheel 5 lopensaet, 12 roeien. Item de hofstede over het heiken "Cuyperssteken", in zes percelen. Item een perceel land 4 lopensaet "Coelhoeve", met een heiblok "den boshoeck".

Cornelis Adriaen Meeren zal hebben:

Het woonhuis met den bogaard, zoals zij die beternis hebben gekocht. Item een roei breedte van de messie, nevens den bogaard. Item de schuur "sal verdrayt wordden ende de plaetse ende gronden van erffven die daaraff ledich sal vallen, sal volghen ende behouden den voors Cornelis". Item de helft van voors maydries westwaarts. Item het land "de corte geweynten", met de geer en de gracht een roei inden lentenhof, 3 lopensaet min 5 roeien. Item de helft van den akker waarvan voors Denis de ander helft af heeft, "den langhenacker". Item het hofstedeke aan het heiken, in vijf percelen. Item heiblok achter de stenen oven, 9 lopensaet. Item perceel met hout bezet in Coelshoeve, 3 lopensaet.

Onverdeeld blijft:

Een stuk erve of bosch "den steenhoven", over het heyken, 9 lopensaet 5 roeien. Item een heiblok omtrent de eerde van Oistmal, genaamd "Sionghenblock". Item het opgaande hout behalve de fruyt ofte oestboomen. Zij zullen die delen binnen twee jaar.

Denis zal nog hebben "den steen liggende over het heyken op de voors twee hofstedekens. Item het leechlant en de weiden zullen zij samen gebruiken.

1613, 31 januari

| BR-355-01 |

Anthonis Geleynssen heeft overgegeven aan Joncker Charles en Johan Vander Noot, 4 Kgulden 8 veertelen rogge jaarlijks en de 20 Kgulden erfelijk op beemd in Marum, 1 1/2 bunder en op beemd onder Loenhout opt Hoochbosch, 2 bunder, met een heiblok te Brecht onder Steechoven, 14 bunder.

Welke voors renten verleden zijn door wijlen Jonker Cornelis Vander Noot, met conditie dat voors Joncker Charles en Jan Vander Noot zullen betalen de chijns en renten in contract te voren gemaakt.

1613, 20 maart

| BR-356-01 |

Cornelis Adriaen Meeren en Jacobmijne Van Amstel, zijn vrouw, belooft aan Denis Jacops af te dragen en uit te reiken:

Een jaarlijkse rente van 4 Kgulden erfelijk die Mathijs Van Aerde en de kinderen van Symon Leest zijn heffende op de stede van wijlen Willem Vermeeren te Varenbraecken, aan voors Denis nu toekomend voor d'een helft en de ander helft aan voors Cornelis Adriaen Meeren bij koop van voors Denis.

Item een rente van 4 Kgulden jaarlijks die Merten Van Nijen op de goeden en stede van voors Willem Vermeeren.

Erfpand de helft der stede voors hem bij deling bevallen op 28 januari 1612, de helft onlangs gekocht van voors Denis.

Denis Jacops en Cornelia Willems Vermeeren hebben voor de som van 22 Kgulden eens overgegeven aan Mathijs Van Aerde, voor hem zelf, en Jan Betten als momber der weeskinderen wijlen Symon Leest, het derde deel in een erfelijke rente van 4 Kgulden jaarlijks op de stede te Varenbraecken, verleden door Willem Vermeren Willemssone, luidens constitutiebrief dd. 1537 31 mei. Welke rente de voors kopers van te voren was toehorende voor 2/3.

1613, 16 april

| BR-357-01 |

Joncker Charles Vander Noot heeft in betaling van teerkosten ten huize van Cornelis Nyeuwelants, weert alhier, gedaan en nog te doen, luidens specificatie daaraf gemaakt en te maken, overgegeven aan voors Cornelis Nyeuwelants en Tanneken Meyvisch, zijn paart in beemd te Loenhout op 't Hoochbosch, 2 bunder. Zoals aan comparant verstorven van wijlen zijn ouders en bij evictie door Anthoni Geleynssen opgewonnen en verkocht. Welk recht van opwinning en verkoping comparant met zijn broeder Joncker Johan Vander Noot, van voors Anthoni Geleynssen wederom gekocht hebben, luidens schepenbrief van Brecht dd. 31 januari 1613.

1606, 16 mei

| BR-358-01 |

Lyntken Huybrecht Van Ostayen met Geert Vanden Bleke, haar man, ten eenre.

Cornelis Jan Henselmans, brouwer, ten andere.

Hebben geerfdmangeld, te weten:

Gemerkt voors Henselmans over zekere tijd heeft gekocht van Lyntken Goosen Thielens zekere helft van drie driessen op de Leugenberch, waarvan een is gelegen naast de goeden Lenaerts Van Pulle, noord, komende aan de loop. Waarin voors Cornelis Jan Henselmans maar is competerende 100 roeien en voors Geert 50 roeien. Zo heeft voors Henselmans hem de voors 100 roeien overgegeven, "zal daarvoor hebben de 100 roeien in 1/2 bunder beemd te Loenhout opte Blaeckt, waarvan voors Henselmans de ander 100 roeien toehoort.

1612, 28 september

| BR-359-01 |

Lenaert De Bruyn Janssone heeft over vijf jaren, zijn stede en panden te Overbroeck, te ontlasten en te redineren van alzulke rente als Peeter Jordaens, procureur, met schepenbrieven van Brecht op de goeden van comparant heffende was, dat hij in plaats van dien aan voors Peeter Jordaens heeft overgegeven twee renten, die hij comparant te Loenhout heffende was, te weten:

6 Kgulden jaarlijks verleden door Claes Aerts der Weeuwen en Marie, zijn vrouw, op panden te Nedervenne dd. 9 februari 1540. Item 30 stuivers jaarlijks verleden door Jan Peeter Boetssone wijlen, op de stede te Loenhout, groot 4 lopensaet, in den Huffel, nu geheten "Antwerpen", dd. 17 augustus 1528.

1613, 27 november

| BR-360-01 |

Cornelia Willems Vermeerendochter met Denis Jacops, haar man, heeft overgegeven bij maniere van beleening voor 29 Kgulden aan David Van Thol, een jaarlijkse rente van 5 schellingen Vlaamsch, op panden te Loenhout, tot Sneppele, toebehoord hebbende aan wijlen Cornelis Peeter Noutszoene, en zulks voor 24 jaar.

1613, 27 augustus

| BR-361-01 |

Joncker Caerl Vander Noot en Joncker Jean Vander Noot, gebroeders, zonen van wijlen Joncker Cornelis Vander Noot.

Verklaren dat hun gebleken is dat Sr. Cornelis Van Dongen, schout en casteleyn te Loenhout, gekocht heeft van Joncker Jan Van Stembor, schepen van Antwerpen, 1/2 bunder beemd te Loenhout opt Molenbosch. Dewelke voors Joncker Jan Van Stembor vroeger o.a. partijen gekocht had van Jouffrouwe Petronella Van Parijs, weduwe wijlen Mr. Guillaume De Campo, die dezelve met andere partijen toebehoord gehad hebbende wijlen Jouffr. Catlijne Vander Noot, naar voorgaande uitwinning ter vierschaar van Antwerpen den 10 november 1598, getransporteerd en opgedragen waren geweest. Comparanten verklaren als erfgenamen van voors Joncker Cornelis Vander Noot, hun vader, die mede erfgenaam zou zijn van voors Jouffr. Catlijne Vander Noot, daar geen recht of actie meer competerend.

1613, 11 februari

| BR-362-01 |

Jan Cornelis Putcuyps als gemachtigd van Lenaert Schauers en Marie Lenaert Putcuyps, gezeten binnen de stad van Bree, land van Luyck, (proc. voor schout en schepenen van Bree, dd. 10 november 1607).

Heeft verkocht aan Jan Pellens en Adriana Jacop Geerts, het derde in renten, kredieten, in de stede te Cloot, alle gerechtigheid in 't cleyn steken beempden te Loenhout.

Aan constituante verstorven van wijlen Jan Lenaert Putcuyps, haar grootvader.

Jan Pellens zal den voors Lenaert en zijn vrouw, moeten afdragen en ontlasten van het derde in obligatie die Merten Vanden Bruegel was hebbende ten laste van de constituante, waarvoor Jacques Despommereaux was borge gebleven bedragende 103 Kgulden in 't geheel, en constituante onlangs verkocht had aan Mr. Peeter Jordaens zeker rente op voors stede waarvan zij nog geen opdracht hebben gedaan.

1614, 5 april

| BR-363-01 |

Peeter Mercx, te Breda, vervangende zijn broeder Jan Mercx Adriaenssone, heeft overgegeven aan Jan Jacop Geertssone, 1 Kgulden erfelijk die comparant en zijn broeder heffende waren op zekere hove bij Broeckhoven, toebehoord hebbende aan wijlen Goosen Thielens. Welke rente verleden is door Geertruyd Thielens Berthelmeeusdochter en Willem Vrancx aan Heer Wouter Van Zuetendaal en Willem Schooffs als mombers der kinderen wijlen Adriaen Zuetendaels, daar moeder af is Jacobmijn Schooffs, Meester Marcelis dochter, luidens schepenbrief van Brecht, dd. 20 oktober 1542.

Aan comparant verstorven van wijlen Lyntken Adriaen Zutendaels, hun grootmoeder.

In marge: Den 11 april 1614 heeft Jan Jacop Geertssen overgegeven aan Geert Vanden Bleke deze rente.

1637, 6 maart

| BR-364-01 |

Mr. Peter Jordaens, ten eenre.

Jan Henrick Pellens, ten andere.

Zijn minnelijk veraccordeerd aangaande een rente van 10 veertelen rogge en 10 Kgulden jaarlijks als voors Peter Jordaens gekocht had van de erfgenamen van wijlen Elisabeth Putcuyps, op de stede van wijlen Jan Putcuyps, te Cloot.

In marge: de rente is afgelost door Jan Henrick Pellens en Adriana zijn vrouw, aan Mr. Andries Joerdaens, secretaris te Loenhout en Franchoys Vander Buyten met zijn vrouw, Catharina Jan Huyb Bode, weduwe wijlen Michiel Joerdaens, in naam van haar kind verwekt door voors Michiel Joerdaens.

1615, 9 maart

| BR-365-01 |

Testament voor Anthonis Joos en Jenneken Cornelis Peeter Noutsdochter.

Anthonis Joos Huybrechtssone en Jenneken Cornelis Peeter Noutsdochter, zijn vrouw, wonende te Loenhout, maken testament voor schepenen van Brecht. Hij maakt aan Jenneken al zijn goederen, dewelke zij samen gekocht hebben, te weten: "den groten ende cleyen Heybaert", in recompensie en voldoening van des voors Jenneken oude ouderlijke goeden, die zij ten huwelijk staande, verkochth hebben.

Indien Anthonis langst leeft, zal hij voors goeden blijven bezitten in tocht. Het huis te Loenhout in de plaatse, zoals wijlen Nys Van Bavel daaruit gestorven is, maken zij aan de langstlevenden in tocht. Na dood van voors Jenneken laat zij al haar goeden aan Marcken Bertelmeeus Dast en Margriete, haar testatrice kinderen verwekt door wijlen Bertelmeeus Dast.

1602, 27 juni

| BR-366-01 |

Peeter Van Aerde Huybrechtssone, ten eenre.

Adriaen Janssen Coeck als momber van Jan Cornelis Coecxzoon, ten andere.

Zijn overeengekomen aangaande de stede te Eyndhoven achtergelaten door wijlen Anthonis Der Muyden, te weten:

Adriaen Janssen Coeck in voors qualiteit zal hebben een stuk land, ca. 1 veertelzaad lants, genaamd "den heylen acker", op Eyndhovenacker, leen onder de Graaf van Hoogstraten.

Peeter Van Aerde al zijn paart als voors Adriaen Janssen Coeck in voors qualiteit is hebbende in voors stede, achtergelaten door voors Anthonis Dermuyden.

1609, 7 april

| BR-367-01 |

Jacop Van Elsacker Peeterssone heeft overgegeven aan Gasper De Haze, een rente van 7 quartiers rogge jaarlijks met verloop, jaarlijks en erfelijk als comparant jaarlijks heffende is op stede te Loenhout in de plaetsse op den hoek van de Palnickstrate, laatsmaal gestaan hebbende in naam van wijlen Peter Jacobs alias de Dunne, palende: o de plaatse, n voor Palnickstrate. Daar eertijds twee huizen hebben gestaan, d'een geheten "de Lelie", en d'ander zonder naam. Welke rente comparant gekocht heeft van Mevrouw Vander Dussen, weduwe wijlen Seraets, markgraaf van Antwerpen.

1609, 11 november

| BR-368-01 |

Jacques en Peeter Van Gemele, gebroeders, elk voor zich, en als gemachtigd van Elisabeth Van Gemele, hun zuster, in een partij.

Michiel Voichten als man van Marie Jan Rombouts, voor hem zelf. Geertruid Michiel Pauwelsdochter, met haar voogd Michiel Henrick Pauwels, voor haar zelf. Michiel Pauwels zich sterkmakend voor Lenaert De Bruyne Janssone, voor hem zelf, Deze laatsten voor d'ander partij.

Hebben overgegeven aan Cornelis Jan Kesselmans en Catharina Cornelis Henrick Maesdochter, een rente van 8 veertelen rogge erfelijk, die comparanten heffende waren op een stede, groot 14 mokentsaey, genaamd, Ravenstein, te Loenhout, palende: o aan de Stoppelheide, z/w sheerenvroente, n Willem Nouts en Jan Nouts erven. Item op een stuk, 3 lpz. "dlischot", te Heechte. Luidens schepenbrief van Loenhout 13 december 1563.

Welke rente aan comparanten verstorven is van wijlen Aerde Van Gemele en Catharina Willem Polmansdochter, oom van voors Jacques, Peeter en Elisabeth, moeie van voors Catharina Willem Polmans, huisvrouw van voors Niclaes Voichten.

1609, 2 november

| BR-369-01 |

Reynier Smeesters, als gemachtigde van Mathijs De Smit, backer, en Anna Swauvels Mr. Jansdochter wijlen, zijn vrouw, gezeten binnen Antwerpen, (proc. voor not. Jacques Vanden Huffele te Antwerpen, dd. 14 oktober 1609), heeft getransporteerd aan Mathijs Laureys Rombouts en Marie Henrick Pauwels, een rente van 4 veertelen rogge jaarlijks en erfelijk als Jan Swavels, hoefsmid, wijlen vader van voors Anna, jaarlijks heffende was op een stuk hooimade, groot 1/4, op de Blaeckt onder Loenhout. Item op een stuk hooimade, een gemet, opt Hoochbosch aldaar. Achtergelaten door Peeter De Cuypere Symonssone wijlen, luidens constitutiebrief voor schepenen van Antwerpen, 8 november 1569.

1608, 8 april

| BR-370-01 |

Cornelis Van Eeckel Cornelissone, te Wuustwezel, is ten volle betaald door Andries Van Suetendael, ter zake vanden capitaal van 3 Kgulden 10 stuivers jaarlijks, die comparant jaarlijks heffende was op de stede van voors Andries Van Suetendael, gelegen aan het Laer. Aan comparant verstorven van wijlen Marie Delien, zijn moeder.

1609, 3 februari

| BR-371-01 |

Peeter Der Weeuwen Adriaenssone, voor hem zelf.

Anthonis Bode, wagenmaker, als momber en Jan Betten Peeterssone als toeziender der kinderen wijlen Symon Leest.

Jan Huybrecht Joerdaens, voor hem zelf, en als momber van Catharina Der Weeuwen Adriaensdochter.

Hebben verkocht aan Merten Van Nijen en Heylwich Goris Diericx, een stede in een velde te Broeckhoven, groot een bunder, palende: o/z/n Adriaen Peeters De Hoon erve, w het Broeckhoven heyken.

Dingna Van Riele Peetersdochter, met momber Henrick Van Riele, voor haar zelf.

Cornelia Adriaen Wouter Heylkens, weduwe wijlen Huybrecht Lenaerts, met haar voogd Jan Van Roye, voor haar zelf.

Jacob Verdijck als momber van het weeskind Michiel Thijs Luycx.

Hebben verkocht aan Henrick Jan Wils en Elisabeth Huybrecht Lenaertsdochter, hun paart en deel in een stede achtergelaten door Huybrecht Lenaerts, te Beckhoven inden Hoeck.

Item de helft in de stede achtergelaten door wijlen Huybrecht Van Aerde, ook te Beckhoven inden Hoeck, met twee stukken beemd gelegen op de Blaeckt te Loenhout.

Overgezet en gedepecheert uit de minute.

1606, 1 juni

| BR-372-01 |

Mr. Jan Van Amstel Niclaessone heeft verkocht aan Heer Cornelis van Spangen, ridder Heer vander List, met Anna Van Halmale, zijn vrouw, heerlijk volleen te Sterthoven, daaronder begrepen het steenen huis met grachten binnen en hove daaraan, 1/4 bunder, en nog een stuk goed, geheeten "de Goormeren", 5 bunder.

Aan comparant verstorven van wijlen Ghijsbrecht Van Amstel Reynierssone, neve van comparant, overleden zijnde zonder kinderen, volgens submissie en arbitrale uitspraak tussen hen en zijn andere mede erfgenamen dd. 5 mei 1597, voor schepenen van Loenhout.

Uitgenomen blijft het Leenboek metten manschap en gevolge. Comparant heeft nog verkocht zijn paart in een chynshof, te leen gehouden onder het leenhof der erfgenamen wijlen Cornelis Vander Noot onder Brecht. Tot zekerheid stelt comparant borg zijn derde deel in herberge "De Broetgans".

1611, 2 maart

| BR-373-01 |

Cristina Hovelmans Dielisdochter, daar moeder af was wijlen Josijne Peeters, met gecozen voogd Anthonis Bode, wagenmaker, heeft overgegeven aan Cornelis Cornelis Aerts en Anna Adriaen Mertens, 4 veertelen rogge jaarlijks en erfelijk die zij jaarlijks heffende was op zeker paart van erfgoederen in de gehele hoeve gelegen te Cloot, achtergelaten door wijlen Heylwich Van Stayen. Welke voors rente aan comparanten verstorven is van wijlen haar moeder, uitwijzens schepenbrief van Brecht dd. 7 oktober 1562.

1611, 26 maart

| BR-374-01 |

Adriana Delien en Jan Wouter Wils, haar man, vulgo van Ghierle, hebben voor 80 Kgulden bij forme van belening in handen gesteld aan Henrick Thomas een stuk beemd onder Loenhout, achter Adriaen Delien heiblok, genaamd "Celcxbeempt". Henrick Thomas mag de beemd gebruiken voor vier jaar. Na de vier jaar mag Jan Wouter Wils en zijn vrouw de beemd wederom lossen mits restitutie der 80 Kgulden.

1611, 24 september

| BR-375-01 |

Anthonis Geleyns, ten eenre.

Jacob Verdijck met Anna Geleyns, zijn vrouw, ten andere.

Hebben gedeeld erfrenten, hun verstorven van wijlen Meester Jan Rijven, hun neef.

Anthonis zal hebben:

De helft in een rente van 16 Kgulden en 6 veertelen rogge jaarlijks op gronden te Merckblaes, luidens schepenbrief van Antwerpen dd. 19 juli 1569.

Jacop Verdijck en zijn vrouw, zullen hebben:

Een rente van 2 Kgulden jaarlijks in een rente van 4 Kgulden jaarlijks op gronden te Loenhout, toebehorende aan Dingna Cornelis Maesdochter en Cornelis Jan Kesselmans, haar man, en Jan Nijs Allaes, luidens constitutiebrief voor schepenen van Antwerpen 13 juni 1561. Item de helft in 1/2 veertelzaad lands aan d'ackermolen alhier, met gebruik van dien.

1610, 15 september

| BR-376-01 |

Joris Van Riele Henricxzone heeft verkocht aan Ghijsbrecht Niclaessen en Catharina Wouter Lenaertsdochter, een stede te Oistbrecht, te weten:

Huis, schuur, boomgaard, en percelen van erve daaraan gelegen, palende: o/n Willem Jacops Luycx erve, z de herbaan, w sheerenstraat. Item een perceel erve tegenover voors stede over de straat, zo land als weide. Item een perceel erve op 't acker, 3 bunder, palende: o de hoogen wech, z de kerkpad, w Adriaen Peeters de Hoon en Mathijs Putcuyps erve, n Adriaen Jacop Kerstens erve. Item een perceel erve "den puyenplas. Item vier percelen erve, land en weide, tegenover de Goir Rijt. Item een heiblok ook aldaar, palende: z de cleynen Leeuwerck, o sheerenstraat, w de heide, n Pauwels Brant heiblok. Item vijf percelen heide achter "den Heester", op de Oostbrechtse heye. Item een stuk beemd te Loenhout op de Blaeckt. Item vier percelen beemden te Loenhout ook op de Blaeckt en het ander op het Hoochbosch.

Zoals hem eensdeels verstorven van zijn vader Henrick Van Riele heijcant en eensdeels gekocht.

1613, 26 januari

| BR-377-01 |

Anthonis, Henrick, Adriaen Van Riele Henricxzone, gebroeders boven hun jaren.

Henrick Baltens als momber en Jan Van Roye als toeziender van Marie Van Riele Henricxdochter, hun zuster.

Daar moeder af was wijlen Gommaerijnken Vanden Schoore, hebben gedeeld de erfelijke goeden hun van hun ouders verstorven.

Adriaan Van Riel, eerste cavel:

Hofstede aan 't Laar, palende: z Henrick Heuvelmans erfg. erve, w Cornelis Van Hertten erve, n Peeter Janssen cleermaker, o voors Laar, leen onder Bailloulle, geschat op 80 Kgulden. Item 1/2 in stuk land " den Hanepat", leen onder Bailloulle, geschat op 80 Kgulden. Item 1/2 in een beemd te Loenhout, 40 Kgulden. Item een stuk weide onder Kerckhoven, leen onder Vander Noot, 115 Kgulden. Item een rente van 2 Kgulden 10 stuivers jaarlijks op huizing bij de plaatse aan de kerk, "den Grooten Arent", toehorend aan Jan Dermuyden, 40 Kgulden. Item een rente van 13 lopen rogge jaarlijks op panden te Meersele, 35 Kgulden. Item een rente van 10 lopen rogge jaarlijks op erfpanden onder Rijckevorssel, tot Leemputten, 15 Kgulden.

Henrick Van Riel, tweede cavel:

Stuk land in Kerckhoven acker, 200 Kgulden. Item een stuk dries in de Luycxstrate, leen onder Hoogstraten, 80 Kgulden. Item een rente van 9 Kgulden 4 stuivers jaarlijks, in een rente van 18 Kgulden 8 stuivers op de stad Antwerpen, 150 Kgulden.

Marie Van Riel, derde cavel:

Stuk land onder Kerckhoven aan de Steechde, 250 Kgulden. Item een rente van 8 Kgulden op de stede toebehorende Jan Van Riel Henricxzone, halfbroer van voors comparanten te Broechoven, leen onder Bailloulle, 128 Kgulden. Item 1/2 van een half heiblok, onder Rijckevorssel, waarvan de ander helft toehoort aan Lenaert Van Riele Adriaenssone en consoorten, 25 Kgulden. Moet in 't gemein toegeven 20 Kgulden eens.

Anthonis Van Riel, vierde cavel:

Een huis bij de kerk, omtrent de plaatse, genaamd "den Cleijnen Arent", palende: o/n de Cure van Brecht erve, z "den Grooten Arent", toehorende aan Peeter Dermuyden, w de strate, leen onder Immerseel, 350 Kgulden. Item een rente van 5 lopen rogge op erve, genaamd "den Pothoeck", te St. Lenaerts, leen onder Vander Noot, 20 Kgulden. Item een rente van 11 lopen rogge jaarlijks op het "Hoochhuys", te Hoogstraten, 32 Kgulden.

Onverdeeld blijft de hofstede te Hoogstraten.

1613, 26 juni

| BR-378-01 |

Jan Henrick Pauwels als momber en Willem Maes Luycx als toeziender der drie onbejaarde kinderen wijlen Lenaert De Bruyn, daar moeder af is Cornelia Dierick Van Ghestel, ten eenre.

Cornelia Dierick Van Ghestel, nu getrouwd met Cornelis Schoenmaeckers Adriaenssone, ten andere.

Zijn overeengekomen, te weten:

Cornelia en haar man zullen de drie kinderen onderhouden, zij blijven behouden de goederen ,schulden en wederschulden. Zij mogen gebruiken de stede te Overbroek en ook den beemd te Loenhout en het inkomen der erfrenten tijdens den onderhoud.

De mombers reserveren het derde in een stede op de Leugenberch, daar Peeter Daneels op woont. Item ook het zesde in de stede te Overbroek, daar Frans Janssen nu op woont. Item nog de helft in een stede aan den Torfheuvel te Sterthoven.

Voors Cornelia zal elk kind geven 45 Kgulden ten huwelijk. Aangezien op de stede te Overbroek geen huis staat, zo zal voors man en vrouw daarop op hun kosten een woonhuis doen timmeren van 52 voeten wormelen lang, daartoe zullen zij het hout mogen afdoen.

1613, 1 oktober

| BR-379-01 |

Elisabeth Henrick Hovelmans, vrouw van Henrick Van Gestel, met een gekozen voogd Anthonis Jan Rombouts, als tochteres haar tocht afgaande.

Catharina Jan Rombouts met Dionys De Bie, voor haar zelf.

Marie Jan Rombouts met Jan Henricx, voor haar zelf.

Anthonis Jan Rombouts

Allen wettige kinderen van voors Elisabeth Hovelmans, als erfdragers, voor d'een helft.

Mr. Anthoni Boterpot, als man van Catharina Verdijck Jansdochter voor d'ander helft.

Hebben verkocht aan Mr. Lenaert Verdijck, een huis met hof in de plaetse tussen "den Valck" ten zuiden en Mr. Niclaes Waechmans, secretaris, huizing "de Exter", aan de noordzijde, west de plaetse.

1614, 22 oktober

| BR-380-01 |

Catharina Cornelis Rombouts als descendente erfgename van wijlen Michiel Laureys Rombouts met Anthonis Van Riele Henricxzone, haar man, heeft overgegeven aan Mr. Geeraert Luycx, ten behoeve van Sr. Nicasius De Herde, 10 schellingen groten Brabants erfelijke rente, die Jan Henrick Merten Sibs bekend heeft jaarlijks te moeten betalen aan voors Michiel Laureys Rombouts, op een stede, zeven bunders, te Loenhout ter beke opt Hesscot. Item op 6/4 bunder te Loenhout opt Hoochbossche aent Huffelaerheyken, en op 4 bunders heide op de Brande bijden ommen (?) erve, in drie percelen gelegen, luidens schepenbrief van Loenhout dd. 16 oktober 1522.

Catharina Cornelis Rombouts met Anthonis Van Riel Henricxzone, haar man, heeft overgegeven aan Sr. Jacques Loemans te Antwerpen, 10 schellingen groten Brabants jaarlijks en erfelijke rente, die wijlen Henrick Laureys Rombouts gekocht heeft van wijlen Adriaen Van Aken, op een stede met huis en hof, etc....te Loenhout op te Vossingers, palende: z sheeren erve, w/n Ment Jan Gielis stede en erve, o sheeren van Loenhout en Jans Vanden Wijngaerde meere, blijkens schepenbrief van Loenhout 30 december 1528.

Welke rente Anthonis Henrick Laureys Romboutssone getransporteerd heeft aan Cornelis Laureys Rombouts voor en nu Cornelis Cornelis Romboutszoon en Laureyssen Cornelis Cornelis Romboutssone na, blijkens transport voor schepenen van Brecht dd. 20 januari 1565.

1609, 5 mei

| BR-381-01 |

Peeter Adriaen Der Weeuwen, in voldoening van zeker paarten als Catharina Adriaen Der Weeuwen, zijn zuster, hebbende was in twee renten, die zij heffende waren te Wuustwezel, en die door hem waren verkocht.

Heeft overgegeven aan voors Catharina zijn helft dat hem toekwam in 1/3 eener rente van 4 Kgulden jaarlijks, als Willem Leest en Lysbeth Smeets, wijlen zijn comparants oud grootvader en grootmoeder, jaarlijks met Lichtmis heffende waren op stede over de straet te Vaerenbraecken, groot 3 bunders, achtergelaten door wijlen Willem Vermeere Willemssone, de steenbacker, en Lysbeth wijlen, luidens schepenbrief van Brecht 31 mei 1537.

1609, 2 september

| BR-382-01 |

Niclaes Voichten als man van Marie Jan Rombouts, voor hem zelf.

Geertruyd Michiel Pauwels met haar voogd Michiel Henrick Pauwels, voor haar zelf.

Deze ten eenre.

Lenaert De Bruyn Janssone, voor hem zelf.

Jan Hoefkens als momber en Cornelis Van Aerde als toeziender der twee kinderen wijlen Cornelis Janssen, hoeymaecker, daar moeder af is Catharina Jan Thijs Aerts Janssone dochter, hier ook present.

Cornelis, een der voors kinderen, boven zijn jaren.

Deze ten andere.

Alle erfgenamen van de nagelaten kinderen en erfgenamen wijlen Jan Heyns, daar moeder af was wijlen Margriet Willem Polmans, hebben gedeeld de erfrenten door voors kinderen en erfgenamen Jan Heyns nagelaten, te weten:

Niclaes Voichten en medeconsoorten zullen hebben:

Een jaarlijkse rente van 4 Kgulden op een stede, 10 lpz., te Wuustwezel, achtergelaten door wijlen Henrick Peeters Verheyensone, over de brugge, achter de kerk, luidens schepenbrief van Wuustwezel.

Kinderen Cornelis Janssen, hoeymaecker, zullen hebben:

Rente van 2 Kgulden jaarlijks op de goederen van wijlen Adriaen Symon Rombouts en Catelijn Peeter Heyns, te Overbroek, genaamd "de Poelbloken", nu aan voors wezen toebehorend. Hierin is gesmolten dood en te niet een som van 17 Kgulden eens, die de wezen terug moeten geven aan voors Niclaes Voichten en consoorten, die hun vader wijlen ontvangen had ter zake van zekere uitkoop van haaflijke goederen Peeter Pauwels Heyns, en waarin voors Niclaes Voichten en consoorten gerecht waren.

Niclaes Voichten en consoorten zal aan de voors kinderen Cornelis Janssen nog toegeven de som van 4 Kgulden eens.

Onverdeeld blijft een rente van 4 Kgulden jaarlijks op de goeden Jan Jacops.

Niclaes Voichten en consoorten moeten ten gelage gereed betalen 3 Kgulden eens.

1615, 23 juli

| BR-383-01 |

Willem Swaerdackers en Cornelia Cornelis Rombouts, zijn vrouw, ten eenre.

Jan Van Ysendonck Romboutssone, daar moeder af is de voors Cornelia Cornelis Rombouts, boven zijn jaren, met Peeter Joerdaens Lenaertssone, een zijner mombers geweest zijnde, ten andere.

Om geschil te voorkomen tussen voors Jan Van Ysendonck en de dochter van Willem Swaerdackers bij de voors Cornelia verwekt, zijn overeengekomen, te weten:

Jan Van Ysendonck en Neelken zijn half zuster (dochter van Willem en Cornelia) zullen hoofdsgewijs delen, zij zullen behouden hun oude patrimoniale goeden elk gekomen van zijn vader, te weten:

Jan Ysendonck de goederen verstorven van Rombout Van Ysendonck, zijn vader.

Neelken een rente van 9 Kgulden 6 1/2 stuivers, die haar voors vader jaarlijks heffende is op voors Peeter Joerdaens Lenaertssone stede te Overbroek aan de Merrijt.

Item op voors Jan Van Ysendonck stede "d'Eeckerenbraeck", te Overbroek, 8 gulden jaarlijks. Item op voors stede van voors Peter Joerdaens, 4 Kgulden erfelijk. Item 6 Kgulden jaarlijks en erfelijk op Adriaen Peeter Delien stede te Eyndhoven. Item een stedeken op de Locht door voors Willem gekocht van de erfgenamen Henrick Van Riel Prins.

De hoofdpenningen van dyen zijn gekomen van den voors Willem Swaerdackers stede te Beckhoven in d'oudaenstrate, die hij verkocht heeft aan Geeraert Janssen Van Raeck.

1616, 10 mei

| BR-384-01 |

Mr. Andries Jordaens, secretaris te Loenhout, gemachtigd van Jacop Jacopssone vanden Craen, te Rijderkerck in Holland, blijkens procuratie voor borgemeester en schepenen van Dordrecht dd. 28 november 1615, heeft overgegeven aan Mr. Niclaes Waechmans, secretaris alhier, leenrent van 5 gulden 16 stuivers 1 oort erfelijk, op leenpanden te Broechoven, eertijds toebehoord hebbende aan Jan Betten x Elisabeth Jordaens, volgens constitutiebrief dd. 18 september 1551.

1616, 5 juli

| BR-385-01 |

Lenaert Vermeeren alias Put.

Adriaen Put Adriaenssone.

Jan Ditvoirts in naam van Cornelia Vermeeren, zijn vrouw.

Lambrecht Lambrechtssone Broomans x Catlijne Vermeeren Adriaensdochter.

Adriaen Adriaen Wouters x Margriete Vermeeren.

Hebben verkocht aan Sebastiaen Dermuyden, een stede daar geen huis op staat, te Veerle, zoals Peeter Faes wijlen die bezeten en gebruikt heeft en nu Adriaen Wilborts die in huur en laatschap gebruikt.

1616, 30 augustus

| BR-386-01 |

Denijs Jacops en Andries Verrijt als mombers van de kinderen van voors Denijs, daar moeder af was Cornelia Vermeren Willemsdochter.

Voors Denijs zijn tocht afgaande.

Hebben met brandende kaars verkocht aan Henrick Wouters en Jan Verdijck de jonge, met zijn voogd Marten Niclaessen, een bos of stuk goed "den Boshoeck", 1 1/2 bunder, te Cleyn Veerle, palende: z/w de straete, n Cornelis Cornelis Aerts, o Adriaen Geertssen.

1616, 3 november

| BR-387-01 |

Cornelis Henrick Mercx, te Loenhout, als voogd van het kind van wijlen Henrick Van Riel, daar moeder af was Marie Geerts Van Elsackerdochter, heeft overgegeven namens de voors wees, genaamd Neeltken Henrick Van Rieldochter, gezeten te Thoolen in Seeland, aan Andries Anthonis Alaerts x Marie Peeter Kiendochter, een jaarlijkse rente van 30 stuivers erfelijk op stede, huis, hof, etc..., 2 bunders, te Oostbrecht, palende: n Marten Peeter Martens, z Henrick Van Riele Peeterssone voors erve "de Verbrande stede", o de heide, w de straet. Volgens constitutiebrief voor schepenen van Brecht 25 januari 1544.

Akte doorgehaald.

Cornelis Henrick Mercx te Loenhout, als voogd van het kind van wijlen Henrick Van Riel, daar moeder af was Marie Geerts van Elsackerdochter, heeft overgegeven namens voors kind, genaamd Neeltken Henrick Van Rieldochter, gezeten binnen de stad Thoolen in Zeeland, aan Andries Anthonis Alaerts x Marie Peeter Kiendochter, de jaarlijkse rente van 30 stuivers erfelijk op stede, huis, hof, etc..., 2 bunder, te Oostbrecht. (zie 37)

1617, 17 juni

| BR-388-01 |

Peeter Jordaens, procureur, gezeten te Loenhout, belooft te leveren aan Heer Johan Vander Stegen, raad en rekenmeester in Brabant, de constitutiebrieven aangaande de 12 veertelen rogge jaarlijks rent, die Joncker Cornelis Vander Noot, op 21 juni 1577, had verleden ten behoeve van Adriaen Delien, staande te lossen met 150 gulden, en welke Wenselijn tSerclaes heeft verkregen van Wouter Delien Adriaenssone op 1 maart 1583.

Welke brieven van transport de voors Jordaens beloofd heeft over te leveren en daarvoor in te staan dat d'actie van dijen de voors Heer Vander Stegen zal volgen.

1617, 10 oktober

| BR-389-01 |

Mr. Peeter Jordaens, gemachtigd van Juffr. Josijne Rubbens, weduwe wijlen Guilliam Sterckmans (proc. voor not. Augustijns Noydens te Antwerpen dd. 2 september 1617) heeft overgegeven aan Heer Johan Vander Stegen, een obligatie van 131 gulden en nog een van 7 gulden als Juffr. Johanna Van Sombeke, weduwe wijlen Cornelis Vander Noot, heeft bekend schuldig te zijn aan voors Josijne Rubbens, op 21 maart en op 16 april 1594.

Waarop in twee reizen waren betaald 8 gulden, zodat nog resteert 129 gulden tot verhael van de welke zij constituante voor wethouders van Loenhout had uitgewonnen, 16 maart 1615, een stuk hoymade te Loenhout opt Hoochbosch, gestaan hebbende in den naam van de erfgenamen Joncker Cornelis Vander Noot, palende: o Heer van Westmalle en Jan Van Dietvoort, z erfgen. Peeter Beyerssen, w Lenaert Mens, n erfgen. Cornelis Aert Rubbens alias Hollander en andere.

Mr. Peeter Jordaens, gemachtigd van Josijne Rubbens, weduwe wijlen Guilliam Sterckmans, heeft ontvangen van Mr. Cornelis Boterschot, schout te Brecht, 129 Kgulden haar toekomend ingevolge transport ten behoeve van Heer Johan Vander Stegen (zie 62)

1617, 3 april

| BR-390-01 |

Mathijs De Cnodder te St. Job in't Goor, voor hem zelf, en als gemachtigd van Joos Cornelissen van Bavel x Catharina Van Den Broecke.

Mr. Henrick De Cnodder, secretaris te Ekeren, met Peeter Lambrechts, als momber der kinderen wijlen Adriana De Cnodder.

Mr. Adriaen Tiberius x Catharina Schooffs.

Catharina De Cnodder, met haar zoon Hans Ghijsels.

Jan De Cnodder, voor hem zelf.

Tanneken De Cnodder x Merten Janssens.

Jacob Voets van Ravesteijn namens zijn zoon, verwekt bij Catharina Van Geele, daar moeder af was Petronella De Cnodder.

Dierick Vanden Wiele x Catharina De Cnodder.

Erfgenamen van Andries Van Horck, hebben met brandende kaars verkocht aan Joos Cornelissen van Bavel x Catharina Vanden Broeck, voor d'een helft en Dierick Vanden Wiele x Catharina De Cnodder, voor d'ander helft, een afgebrande hofstede en het heiveld te Cloote, eertijds toebehoord hebbende aan wijlen Mathijs De Cnoddere.

Dierick Vanden Wiele wordt in de stede en het heiveld gevest en geërfd.

1613, 24 november

| BR-391-01 |

Maria Van Hertten x Peeter Mathijssen hebben verkocht aan Henrick Peeter Ghijben, een stede te Cloot, zoals die voors Henrick die in huur is gebruikende. Item een beemd, 1/2 bunder, op de Blaeckt te Loenhout.

Voors stede aan Marie is toekomende bij testament van Jacob Geertssen, wijlen haar wettige man, die ook dezelve verkregen had bij testament van de dochter van wijlen Dillis Jan Dillis dd. 15 december 1609.

Vervolgens is proces gerrezen voor de Hoofdbank van Santhoven, aangaande de bossen behorende tot dezelve stede op hoeve. Zij partijen zijn overeengekomen. Op 24 november 1613 heeft Marie Van Hertten x Peeter Mathijsen daaraan gerenunchieerd.

1618, 2 april

| BR-392-01 |

Jan Martens.

Thomas Martens als gemachtigd van Catharina Martens Joosdochter, begijn te Antwerpen, daar moeder af was Marie Ghijsels.

Anna Ghijsels x Claes Claessen.

Mayken Ghijsels x Cornelis Denissen.

Hebben verkocht aan Jannen Wils, 2/5 in 2/5 van een stede of hoeve te Jucxschot, aan comparanten verstorven van wijlen Willem Ghijsels d'oude en Anthonis Ghijsels. Jan Wils heeft dit gekocht met brandende kaars op 30 januari 1618. Jan Wils heeft het overgedragen aan Mathijs De Cnodder als gemachtigd van Catharina De Cnodder, zijn zuster, 23 februari 1618.

Daarna compareerde Anthonis Ghijsels, gezeten te 's Gravenwezel, heeft verkocht aan Catharina De Cnodder, weduwe laatst Jan Wijns, geassisteerd met haar broer, Mathijs De Cnodder, 1/5 in 1/5 van voors hoeve te Jucxschot, in de Waterstrate, hem verstorven van wijlen Willem Ghijsels d'oude, zijn vader.

Jan Pellens heeft gekocht van Adolf van Veranneman en mijnheer de auditeur Schoerman, twee partijen beemd te Loenhout, voor 950 gulden, daarvan hij de 450 gulden in renten de penning 16, voor termijn van drie jaren, na dien termijn moet hij de som voorstellen met intrest. De resterende 500 gulden heeft Jan Pellens betaald den 27 november 1615. Get. Charles Schoirmans en A. Veranneman.

Ontfangen door mij Raad van hunne Hoochheden en Auditeur vanden Volcke van oorloge in Vlaanderen, van Jan Henrick Pellens voor mij en medeconsoorten, de somme van 125 gulden in mindering van zijn koop van de beemden te Loenhout, alsook 36 gulden 11 1/2 stuivers voor intrest van 350 gulden, sedert den 25 november 1617 tot 15 september 1619. Zodat voors Pellens nog resteert 150 gulden die van nu af intrest croiseeren. Charles Schoormans.

Ondergetekende heeft ontvangen van Jan Henrick Pauwels, 190 gulden over de volle betaling van de koop van de beemd te Loenhout. Item 37 1/2 gulden over vier jaren intrest, mits twee jaren quytschelding "in consideratie van de oirloeghe van dat quartier". A Veranneman

1621, 15 april

| BR-393-01 |

Daniel Jan Rombouts, schoenmacker, heeft voor 100 Kgulden overgegeven aan Henrick Gijsen, keteler, x Maria Bogaerts, een hoeymade te Loenhout op de Blaeckt, 1/2 vierendeel, palende: o mijnheer vanden Wijngaert, z Cornelis Verboven en consoorten, w erfgen. Adriaen Van Ostaeyen, n Daniel Buycx, schout.

Tot den tijd dat comparant de voors 100 Kgulden zal teruggeven. Aan comparant verstorven van wijlen Jan Rombouts, zijn vader.

1621, 1 juli

| BR-394-01 |

Deling der kinderen Willem Jacop Luycx.

Jacop en Jan Willem Jacop Luycx.

Cornelia Willem Jacop Luycx x Balten Bartholomeeusen, ten eenre.

Marie Janssen, weduwe Willem Jacop Luycx, met Jan Pellens als voogd en Anthoni Lauys als toeziender van haar kinderen, verwekt bij voors wijlen Willem Jacop Luycx, ten andere.

Hebben gedeeld:

Partij ten eenre zal hebben:

Huis en hof wezende d'oude stede, en alle ander huysen daarop staende, te Beckhoven, palende: o/n sheerenstraat, w d'ackerstraete. Item de maeydries aan voors huis met het klein lentenhofken aan het land dat gekomen is van Henrick Van Gestel. Item de lentenhof tegen het huis met den dries "het djechel". Item de corte bedden. Item een akkerken "den tervacker". Item een dries bij de Meerkens. Item een akker "Lenaert Thijs acker" onder Kerckhoven. Item een weiveld "den Schoot", onder Beckhoven. Item 1/2 bunder beemd in den Alaert onder Beckhoven. Item een beemd aenden grooten Vonder. Item twee heiblokken uit drie heiblokken aan Stapelheide.

Op deze stede blijft onverdeeld staan eenen boom aenden biestal, inden lentenhof op de gracht. Onverdeeld: de stede te Oostbrecht met de heide.

De partij ten andere:

De ander stede met huis, hof, grond, te Beckhoven in den Hoeck, palende: o sheerenstraet, de stede vanden Langenberch, z de beemden, w/n Peeter Adriaenssen de Weeuwen. Item een akkerken gekomen van Henrick Van Gestel. Item de langenacker metten santblock ende leuck. Item een akker "Lenaert Thijs acker", onder Kerckhoven, gedeeld met voorgaande stede. Item een dries in de Hoecxackerstraete "de Kevie". Item een beemd te Overbroeck aan den dijck aan 't Smidts, den Dijckbeempt. Item een heiveld aan Stapelheide "het groot heyvelt". Item acht opgaande eiken bomen op de stede te Beckhoven. Item al het gewaterd hout. Item elff gespannen van Jacop Verdijck. Item noch den geheelen steen soo stucken als andersints die op de voors stede tot Beckhoven los leijt. Item nog vier duysent geheelen steen die comen moet vanden steenhoven die Lenaert Verdijck gecocht heeft ende de gemeyne erffgenaemen mede gestoeckt hebben.

1622, 3 juni

| BR-395-01 |

Aert Henrick Keijsers, in naam van Catharina Van Riele, zijn vrouw, ten eenre.

Jacop Dielis Geertssone als last hebbende van Cornelia Leys, zijn moeder, ten andere.

Hebben malkander kwijtgescholden van alle questien en geschillen, verdoncken gelagen.

1623, 30 mei

| BR-396-01 |

Lenaert Mathijs Janssen, wonende alhier onder Broeckhoven, is schuldig aan Aert Janssen, moldere, van geleend geld 100 Kgulden eens, terug te geven binnen vijf jaar met intrest penning 16.

Hij verbindt daarvoor een hofstede te Loenhout aan de Beirestrate, 1 lpz., en 58 roeden.

Item akker, 1 bunder 60 roeden, daarachter. Item een weide daarachter 1 lpz. 52 1/2 roeden. Item een heiveld daarachter nevens de paelen van Brecht, 1 bunder 39 1/2 roeden.

1626, 9 februari

| BR-397-01 |

Cornelia Stevens laatst weduwe van wijlen Henrick Aert Keysers, gezeten te Sprundel, onder Ruckvenne onder het Markiesaat van Bergen, heeft gezworen dat het weeskind van haar voors man "bijde haestighe sieckte", is komen te overlijden en dat het sterfhuis met meer schulden belast is als de have en meubelen zouden kunnen opbrengen.

1626, 18 augustus

| BR-398-01 |

Jan Laurereijssen, als gemachtigd van Catarina Vissaert, weduwe wijlen Pauwels Brandt, voor de tocht van de helft.

Voors Pauwels Brandtzoon, daar moeder af is voors Catarina.

Jacobmijne Brandts, zuster van voors Pauwel, x Hans Van Cotthem. (proc. voor not. Franchoys Mercelis te Antwerpen, 7 juli 1626)

Heeft verkocht aan Jan Peeters Van Ghilse, lakenverkoper, de helft eener hoeve, heide, weide, etc....te Loenhout, "den Heester", alhier te Cloot, zoals Adriaen Ambrosius die in huur heeft, en zoals Pauwels Brandt die gekocht heeft van Raffael De Pievedo en consoorten op 8 juli 1626. Daarna compareerde Jan Laueryssen, gemachtigd van voors Catarina Vissaert, voor de tocht van de helft.

Pauwels Brandts en Franchoys Leys als rechtelijke mombers van Franseys Brandts, voor de ander helft van voors hoeve, ter Vrijdaechs merckt verkocht op 24 juli 1626.

Heeft verkocht en opgedragen de ander helft van "den Heester".

Jan Peeters Van Ghilse wordt daarin gevest en geerfd.

1626, 10 november

| BR-399-01 |

Jan Peeters Van Ghilse, lackenvercooper, heeft verkocht aan Goris Janssen x Willemken Denijsdochter, zekere hoeve "daeraff de huysinghen sijn affgebrandt", te Cloot in de baene, genaamd "den Heester", zoals comparant die gekocht heeft van de erfgenamen wijlen Pauwels Brandts. Comparant reserveert voor zich twee stukken beemden onder Loenhout, en een heiveld "het groot heijblock" onder Brecht, 12 bunders, naast de erfgenamen wijlen Ghijsbrecht Niclaessen en Joncker Cornelis De Wijse.

Item noch een half hoef heiden, aenden Leenhoeck. Item twee blokskens of drieskens in Bocxgoed, achter aan de heide, groot een bunder, alzoo de laet vanden Heester altijt mede gewoonen ende gebruijckt heeft, metten gebruijcke vander straete totten breeden blocxken toe".

Comparant reserveert nog voor zich een bunder land op Clootacker, naast de erfgenamen van voors Ghijsbrecht Niclaessen wijlen. Comparant moet op de voors hoeve doen zetten een schuur zoals besproken is.

1627, 21 april

| BR-400-01 |

Peeter Jan Bettensone.

Wouter Anthonis Rombouts x Marie Jan Betten.

Erfgenamen van wijlen Jan Betten, x Elisabeth....., hun ouders, hebben gedeeld de goederen onder Beckhoven.

Peeter zal hebben:

Het huis daar wijlen zijn voors vader uitgestorven is, te Beckhoven met twee landblokskens, met den maeydries en bogaard, samen 1 1/2 bunder. Item twee weikens, 1 1/2 meukenszaad. Item twee weikens z/o Mijn heere van Westmalle. Item de helft der plantagie op de straat.

Wouter zal hebben:

Het huis met hof, bogaerd en lentenhof, gekomen van Lenaert Schavers, 9 1/2 meukens. Item een weide "de lange weide", daarachter tegen goed van Facons, 2 1/2 meukens. Item een driesken of weide aan de Wouwere gelegen, palende aan het goed vanden Langenberch, 40 roeden. Item een leege weide ten noorden van voors twee weikens, palende o Heer van Westmalle. Item 1/2 veertelzaad op Beckhovenacker aan het Camerken aan de erfgenamen Merten Niclaessen o/z. Item de helft van de plantagien op sheerenstraete. Item den steenhoop liggende aende schuere.

De heide blijft onverdeeld.

1627, 27 mei

| BR-401-01 |

Peeter Goris Dardenne, gezeten nu ter tijt tot Antwerpen, heeft ontvangen van Jan Wouter Wils x Adriana Delien, de koopsom van heiveld met beemd te Loenhout, midsgaders een obligatie van 23 gulden, die voors Peeter tot last van voors Jan Wouter Wils heeft gehad.

1627, 7 juni

| BR-402-01 |

Marie Jan Bettendochter x Wouter Anthonis Rombouts hebben verkocht aan Mathijs Laureys Romboutssone en medeerfgenamen van wijlen Mathijs Laureys Rombouts, zijn vader, een akker aan het camerken, 2 lpz, palende: w H Geest land, z/o erfgenamen Merten Niclaessen, n zijn zelfs.

En zekeren steenhoop gelegen op de stede van wijlen Jan Betten tot Beckhoven, vroeger toebehoord hebbende aan Lenaert Schavers.

1628, 14 april

| BR-403-01 |

Maria Betten Jansdochter x Wouter Anthonis Rombouts hebben verkocht aan Joos Huybrecht Joos, haar paart en helft van zekere heide, die nog onverdeeld liggen tussen haar en Peeter Jan Betten, haar broer, volgens deling voor schepenen van Brecht dd. 21 april 1627. Op 10 april 1628 compareerde voors Joos Huybrecht Joos en heeft den koop overgegeven aan Andries Anthonis Dries Hoefkens.

1630, 5 februari

| BR-404-01 |

Anna Van Riel, weduwe wijlen Adriaen Goris Diericx, geassisteerd met haar zwager Aert Henrick Keysers, heeft verkocht aan Jan Van Riel x Maria Van Riel Lenaertsdochter, hoeve met huis, schuur, land, weide, heide, etc.......zoals zij die met haar man bezeten heeft. Item 1/2 bunder beemd te Loenhout op de Blaeckt.

De stede is gelegen te Broeckhoven.

1630, 18 december

| BR-405-01 |

Joos Huybrecht Joos heeft overgegeven aan Henrick Ghijsen, keteler, x Maria Bogaerts, een rente van 2 Kgulden jaarlijks te Lichtmis op de stede van Jacop Adriaen Theeus, in de Beerenstrate onder Loenhout.

1630, 3 april

| BR-406-01 |

Cornelis Botterschot, schout, heeft laten aflossen door Peeter van Bavel, eene rente van 3 Kgulden 17 1/2 stuivers jaarlijks op panden te Loenhout. Hij geeft volmacht aan Mr. Lauereys vander Buyten, procureur postuleerende voor de wethouders van Loenhout, te vernieuwen te Loenhout deze akte na aflossing.

1630, 18 mei

| BR-407-01 |

Mr. Andries Joerdaens, secretaris te Loenhout, heeft verkocht aan Aert Michielssen, percelen land, als hij comparant onlangs bij koop overgenomen heeft van Andries Verrijt als momber van het weeskind Denijs Jacops, genaamd Adriaenken, met Marcus Straetmans medemomber van zelfde kind.

Jacop Denijs Jacops voor hem zelf en Mayken Denijs Jacops bejaard.

Luidens voorwaarden daaraf zijnde dd. 5 maart 1630, te weten:

De langen acker achter de stede te Vaerenbraecken. Item landblok "de Coolhoeve" aenden Steenhoven, 1 1/2 bunders. Item drie coopen over het Heijken. Item weide naast de lange weijde. Item een hofstedeken over het Heijken met het landblok en het weiken.

Comparant verstorven van wijlen Denijs Jacops x Cornelia Willem Vermeerendochter.

1630, 10 december

| BR-408-01 |

Mr. Andries Joerdaens, secretaris te Loenhout, heeft verkocht aan Aert Michielssen, een schuur metten gersdries en een perceel land daarachter, aanden weg genaamd het Hoelken, te Vaerenbraecken, zoals comparant dezelve op 5 maart 1630 met brandende kaars gekocht heeft van de kinderen en erfgenamen wijlen Denijs Jacops.

1631, 29 april

| BR-409-01 |

Andries Verrijt, te Westwezel, gemachtigd van Margrita Bolckmans, weduwe wijlen Mr. Peeter Joerdaens, (proc. voor schepenen van Loenhout 23 april 1631), heeft verkocht aan Jan Wijns Cornelissone, perceel land "den langen acker", te Sterthoven. Comparante verstorven van wijlen haar ouders.

1631, 19 maart

| BR-410-01 |

Jan Joerdaens Peeterssone en Andries Verrijt, gezeten te Westwezel, als gemachtigd van Margrita Bolckmans, weduwe wijlen Mr. Peeter Joerdaens, hebben ontvangen van Jan Wijns Cornelissone, 403 Kgulden, en zulks ter afkwijting van twee renten, elk van 10 Kgulden 14 stuivers en 1 grooten Brabants erfelijk, die voors Margrita heffende was op panden te Sterthoven.

1631, 8 april

| BR-411-01 |

Joris Adriaen Janssen Coeck, als erfdrager.

Adriaen Janssen Coeck, zijn vader, zijn tocht afgaande.

Heeft verkocht aan Peeter Verrijt, zijn derde deel in een stede te Veerle eertijds toebehoord hebbende aan wijlen Lenaert Pruyens, genaamd "de Doeren".

1617, 19 april

| BR-412-01 |

Huybrecht Joos, als tochtenaar zijn tocht afgaande, voor hem zelf.

Joos Huybrecht Joos, daar moeder af was Gabrieelken Henrick Lambrecht Boidts, als erfdrager.

Hebben verkocht aan Adriaen Huybrecht Verheyen en Elisabeth Adriaen Peter de Hoondochter, en aan Jacops Cornelis Broumels met Marie Adriaen Peter de Hoondochter, zijn vrouw, alsmede ten behoeve van Pauwelijne Adriaen Peeter de Hoondochter, 1/4 als voors Joos Huybrecht Joos bij versterf van zijn moeder toekomt in een stede te Broeckhoven aan het heiken in diversche percelen, ook die buiten Brecht zouden mogen liggen, eertijds toebehoord hebbende aan wijlen Henrick Joerdaens en waarvan de kopers de 3/4 bezitten.

Adriaen Peeters de Hoon, weduwnaar van wijlen Catharina Peeter Joerdaens, als tochtenaar zijn tocht afgaande.

Adriaen Huybrecht Verheyen als man van Elisabeth Adriaen Peeter de Hoon.

Jacop Cornelis Broumeel met Marie Adriaen Peeter de Hoon, zijn vrouw.

Voors partijen hen sterkmakend voor Pauwelijn Adriaen Peeter de Hoon, deze laatste drie partijen als erfdragers.

Hebben laten aflossen door Merten Niclaessen en Geertruydt Marcelis Jan Thomasdochter, een rente van 2 Kgulden jaarlijks in een rente van 4 Kgulden jaarlijks als voors comparanten jaarlijks heffende waren op de goeden van voors Mertens te Broechoven, aan het cleyn heiken, eertijds toebehoord hebbende aan Jan Goris (waarvan voors Merten de ander 2 Kgulden gelost heeft aan de erfgenamen van Maximiliaan Beyerssen). De voors 2 Kgulden zijn aan comparanten verstorven van wijlen Jan Pellens alias Naecx, hun oud oom.

1617, 21 april

| BR-413-01 |

Pauwels Van Pulle, voor hem zelf, en in naam van Cornelia Willemsdochter, zijn vrouw.

Heeft voor 1400 Kgulden verkocht aan Mr. Huybrecht Stevens, schoolmeester, en Marie De Visschere Cornelisdochter, zijn vrouw, een stede met huis, etc..., met 1/2 bunder beemd onder Loenhout, te Houthoven onder St. Lenaerts, eertijds toebehoord hebbende aan wijlen Joos Puls, zijn vader, en zoals die door de erfgenamen van voors Joos Puls verkocht is geweest en nu door Jan Princen in huring wordt gebruikt. Door comparant en zijn vrouw gekocht van Cornelis Vervloet Anthonissone daar moeder af was Anthonia Joos Pulsdochter, luidens schepenbrief van Brecht dd. 15 mei 1614.

Comparant gaf nog over zijn recht en actie aan een rente van 6 Kgulden en 6 veertelen rogge jaarlijks als Joos Puls wijlen, zijn vader, bekend had schuldig te zijn aan Guilliaum Succa en Jouffr. Catharina Van Mierhop, op panden in voors stede, uitwijzens schepenbrief van Brecht dd. 25 mei 1570. Welke voors renten Anthoni en Ottavo Succa voor hun zelfs en in naam van hun broeders en zusters voor schepenen van Antwerpen op 16 april 1603 overgegeven hebben aan de erfgenamen Dierick Diericx. Welke voors renten voors comparanten op 18 maart 1616 heeft gelost en afgekweten aan Jacop Janssen van Os en Elisabeth Diericx als erfgenamen van voors Dierick Diericx.

1618, 7 maart

| BR-414-01 |

Peeter Dermuyden en Catharina Geeraert Bolckmans, ten eenre.

Henrick Wouters, daar moeder af was wijlen Elisabeth Bolckmans.

Michiel Claessen als momber van Tanneken Henrick Woutersdochter, zuster van voors Henrick, ten andere.

Hebben gedeeld de stede te Bechoven, achtergelaten door Geeraert Bolckmans, hun vader en grootvader, te weten:

Henrick Wouters en Michiel Claessen zullen hebben: woonhuis met den buer, bakhuis en borneput, 1/2 lentenhof. Item de helft van een akker "den Santbraecke". Item de helft van een akker "den Meeracker", naast Cornelis Janssen Vekemans. Item het akkerken "het Torfackerken", in Willem Jacop Luycx erve. Item de helft van een akker "het groot block". Item middelste dries met het voorsten driesken. Item 50 Kgulden eens.

Peeter Dermuyden zal hebben: de schuur met zes eyckenboomen daarom staande. Item ander helft van voors lentenhof. Item de ander helft van "de Santbraecke". Item de helft van "den Meeracker". Item een perceel erve "het loopensaet". Item de helft van "het groot block". Item een stuk erve "den ouden hoff", met de neringe int voorsten driesken. Moet 50 Kgulden geven aan eerste kavel.

De beemden te Brecht en te Loenhout blijven onverdeeld.

1618, 1 december

| BR-415-01 |

Willem Maes Luycx, als gemachtigd van Hans De Vos, te Antwerpen, en Geertruyd Pellens, zijn vrouw, heeft overgegeven aan Cornelis Schoemaeckers Adriaenssone en Cornelia Dierick Van Gesteldochter:

1/3 in een rente van 4 Kgulden jaarlijks op goeden van Henrick Bils te Wuustwezel. Item 1/3 in erfelijke rente van 3 Kgulden 10 stuivers jaarlijks op goeden der weduwe Cornelis Philps te Wuustwezel. Item 1/3 in rente van 30 stuivers jaarlijks op goeden der huisvrouw van Peeter Janssen Cril te Loenhout.

Zoals toebehoorend aan voors Geertruyd Pellens, zijn vrouw.

1619, 16 januari

| BR-416-01 |

Corstiaen Janssen Van Nuijnen als gemachtigd van Cornelis Jan Kesselmans (proc. Loenhout 27 april 1618 en Santvliet 3 november 1618).

Heeft verkocht aan Michiel Michielssen Van Elsacker en Barbara Peeter Beyerssen, de helft van heyvelders "de boschbloken", 3 bunder, aan Stapelheide, palende: n/o Stapelheide, w Adriaen Schoenmaeckers beemd.

Eertijds toebehoord hebbende aan Jan Kesselmans, vader van voors Cornelis. Anthonis Cornelis Wackers heeft de gifte ontvangen en is in het goed gevest, met consent van voors Michiel Michielssen Van Elsacker.

1619, 19 januari

| BR-417-01 |

Zelfde comparanten als nr. 92.

Hebben verkocht aan Michiel Michielssen van Elsacker en Barbara Peeter Beyerssen, het vierde in drie heivelders, 3 bunder, aan Stapelheide, "de bosblocken".

Anthonis Cornelis Wackers bij overgeven van de voors Michiel Michielssen van Elsacker, volgens akte voor schepenen van Loenhout 17 januari ll. is in voors 1/4 in voors heide gevest en geerfd.

1619, 9 oktober

| BR-418-01 |

Cristina Dielis Hovelmansdochter, renonceert ten behoeve van Marie Henrick Pauwels, weduwe wijlen Mathijs Laureys Rombouts, alzulke proprieteit als zij comparante had aan een weiveldeken te Overbroek, palende: z Anthonis Dries Hoefkens, w het ackerstraetken, o de beemden, n Jacop Lenaert Verschueren. Item aan een heiveldeken buiten Bechoven aan de heide, palende: o Dierick Van De Wiele beemd, z de Homerdonck, w de heide, n een cleyn straetken.

Haar comparante verstorven van Dielis Hovelmans, haar vader wijlen, zoals hij het publiek op 25 mei 1575 gekocht had van de weduwe en kinderen Geert Bayens, waarop voors Marie jaarlijks heffende is 30 stuivers, die vele jaren ten achter was.

1619, 4 december

| BR-419-01 |

Cristina Hovelmans Dielisdochter en Jan Der Weeuwen, haar man, gezeten tot Antwerpen, hebben verkocht aan Cornelis Jan Henselmans en Catharina Wouter Aertsdochter, een stuk vreheide, 6 bunders, op de grote heyde achter de Locht, palende: z/o de vroente, w Cornelis Janssen Schrobber. Aan comparanten verstorven van Dielis Hovelmans, haar vader.

1621, 8 januari

| BR-420-01 |

Scheiding tussen Adriaen Peeters de Hoon en kinderen:

Adriaen Huybrecht Verheijen en Elisabeth Adriaen Peeter De Hoon.

Jacop Cornelis Broumeels en Maria Adriaen Peeter De Hoon.

Henrick Verbuyten en Pauwelijn Adriaan Peter De Hoon.

Hebben gedeeld de erfelijke goeden, hun van hun ouders verstorven, te weten:

Adriaen Huybrecht Verheijen, eerste kavel:

De cleyn stede te Broechoven, met huis, schuur, hof, boomgaard en hof over de straat, met twee driessen, tot een veld gelegen, palende: o erfgenamen Adriaen Philps, z Merten Van Nijen, w/n de gebuerheyken en strate. Item een stuk land gekomen van de grote stede, genaamd " het Hoochkernes", met twee weikens. Item den driehoek t'einde de Broeckhovensche ackerstraete. Item een stuk land in 't groot ackerblock. Item de helft van een acker op Clootsacker. Item twee driessen gekomen van de groote stede. Item een dries. Nog een dries Item erve de Wehagen met heiveld daarvoor aan gelegen. Item het opgaande eikenhout rond de huizing, de bomen tussen akkerblok en cleyn driessen, uitgenomen zes of zeven bomen. Item de helft van de hoymade te Loenhout op 't Molenbosch en de helft van de hoymade opte Blaeckt. Item de helft van een bos bij den Broeckacker en de helft van een bos aan de herbane in de Cleyrijt. Item de helft van 't groot heiblok achter de Wehagen. Item de helft vanden Baerstadt beempde en de helft van ander beemdeken van Verloren Cost beide bij evictie gekocht.

Jacop Cornelis Broumeels, tweede cavel:

De grote stede te Broechoven, te weten, huis, schuur, hof met lentenhof en straatken tot aan den dries van voorgaande kavel, met dries achter den lentenhof, palende: o de beeck, z Anthoni Adriaenssen, n Merten Van Nijen, w het heyken.

Item stuk land het "Withernes", met een weiken beneden aangelegen. Item een stuk land in 't groot ackerblock. Item de helft inden acker op de Clootsche acker. Item dries t'einde "het Withernes". Item een dries daarbij gelegen. Item een dries tusschen hoochhernes ende ackerblock n/w de beeck, voors partijen zullen maken een straatken om daardoor te stouwen en varen, beginnende aan de brug vant Hooghernes, tot aan 't ackerblok en tot aan den dries. Item een dries tussen de achterste beek en de Clootsche acker. Item twee weiveldekens te Cloot, "de meerkens". Item de helft in een heiveld aan de Schorkensstrate waarvan Cornelis Cornelis Aerts het weerdeel af heeft. Item de helft van een hoymade te Loenhout op 't Molenbos en de helft van de hoymade te Loenhout op de Blaeckt. Item de helft van een bos bij den Broeckacker en de helft van een bos aan de herbane in de Cleyrijt. Item de helft van het groot heyblock achter de Wehagen. Item de helft van de Baerstadtbeempde. Item de helft van beemd van verloren Cost, beide bij evictie verkocht.

Henrick Verbuyten, derde kavel:

De stede te Loenhout, te weten huis, schuur, hof, land, heide, weide, beemden, zoals Jacop Broumeels die bezeten en gebruikt heeft met al het opgaande hout, te Loenhout en te Zundert, uitgenomen de hoymade op 't Molenbosch en Blaeckt.

1622, 8 maart

| BR-421-01 |

Mr. Cornelis Boterschot namens Juffr. Johanna Montens, zijn vrouw.

Mr. Laureys Reyns, secretaris te Wuustwezel, en Catharina Willem Pauwels Aertssen, zijn vrouw.

Mr. Laureys Reyns als momber der kinderen Anthonis Willem Pauwels Aertssen.

Anthoni Geleyns en zijn zuster Anna.

Willen bezet hebben de erfpanden, een schaarbos te Cloot, toebehorende aan de erfgenamen Dielis Van Alphen, voor een jaarlijkse rente van 6 Kgulden, eertijds toebehoord hebbende aan Carel Van Haveren wijlen, die zij comparanten hadde geevinceert en ingewonnen, voor hun paart in de somme van 900 Kgulden, die voors Carel Van Haveren van hunnentwegen in 't geheel geprofiteerd en ontvangen had ter zake van de aflossing van een rente van 50 Kgulden erfelijke rente. Welke rente van 6 Kgulden zij comparanten op 15 januari 1619 voor hun voors gebrek met 13 jaren verloop had ingekocht. Schout maande etc. Ten hoogste met brandende kaars verkocht aan Jan Peeters Van Gilse.

Jan Peeters Van Gilse bekent de koop overgegeven te hebben aan Jan Henrick Pauwels. 14 juli 1622.

1622, 14 juni

| BR-422-01 |

Henrick Wouters, voor hem zelf, en namens zijn zuster Tanneken.

Hebben verkocht aan Marie Henrick Pauwels, weduwe wijlen Mathijs Laureys Rombouts, 20 stuivers erfelijk in 4 gulden erfelijk waarvan de ander drie gulden afgelost zijn.

Item twee gulden erfelijk met zeven jaren verloop, als comparanten heffende waren jaarlijks op panden te Loenhout, nu in handen van Joos Cornelissen van Bavel, uitwijzens twee schepenbrieven van Loenhout: 20 april 1552 en 15 februari 1553.

1623, 21 oktober

| BR-423-01 |

Daneel Buijcx, schout en castelijn te Loenhout, heeft laten aflossen door Merten Voichten voor 2/3 en door Jan Henrick Pauwels als momber van de kinderen Lenaert De Bruyn, voor 1/3, een rente van 4 veertelen rogge erfelijk als hij jaarlijks heffende was op hun stede op den Leugenberch.

Welke rente hij comparant met nog andere renten heeft gekocht van Jan Jacop Buijcxzone te Welde, zijn neef, daar moeder af was wijlen Jenneken Cornelis Speecxdochter, luidens transportbrief van Antwerpen 27 mei 1622.

Hij geeft aan de aflossers twee franchijne brieven, gepasseerd voor schepenen van Brecht dd. 2 februari 1488 en 16 maart 1566.

1623, 4 november

| BR-424-01 |

Jacop Willem Jacop Luycx, ten eenre.

Cornelis Huybrecht Eijskens als momber der kinderen Peeter Huybrecht Eijskens, daar moeder af is Cornelia Willem Jacop Luycxdochter.

Anthonis Cornelis Princen, nu getrouwd met voors Cornelia.

Hebben gedeeld de hofstede "daer de huysingen affgebrant zijn" van de stede te Bechoven, daaruit gestorven is hun vader Willem Jacop Luycx, met den maydriessche tot de middelcant toe.

Kinderen Peeter Eijskens, de eerste kavel: van af de straat neffens d'ackerstrate met de middelcant tot achter toe.

Jacop Willem Jacop Luycx, twee delen: Is bevallen op de tweede en derde kavel: tweede kavel de erve daar het huis afgebrand is, derde kavel: erve beginnende voor aan de straat, langs nevens Peeter Verrijt.

1624, 18 februari

| BR-425-01 |

Jan Geertssen als gemachtigd van Sebastiaen Geertssen, zijn broeder, heeft verkocht aan Goris Anthonis Goris en Alijt Jan Princendochter, een stede te Cleijn Veerle, palende: o de straat, z Wouter De Decker, w Jan Hoefkens, n Adriaen Geertssen.

1624, 20 februari

| BR-426-01 |

Sebastiaen Dierick Joos als cessie en actie hebbende aan Dierick Joossen, zijn vader, testamentelijk erfgenaam van wijlen Cornelia Adriaen Wouterdochter, zijn huisvrouw, blijkende bij testament voor wethouders alhier gepasseert, aan de voors Dierick Joossen gegeven en gemaakt en bij contract van cessie aan hem comparant gedaan op 18 november 1620 overgegeven, ten eenre.

Merten en Mathijs Jan Hoefkens, deze zich sterkmakend voor Peter Barvoets en Gabrieelken Jan Hoefkens,zijn vrouw, daar grootmoeder af was Geertruydt Adriaen Wouter Heylkens, ten andere.

Zijn overeengekomen aangaande de achtergelaten erfelijke en onroerende goederen van voors Cornelia Adriaen Wouter Heylkens, te weten:

Sebastiaen geeft over aan de comparanten ter andere zijde als erfgenamen van Geertruydt Adriaen Wouter Heijlkens al de oude goeden, te half maart a.s., ook de conquesten van het vierde paart die voors Dierick Joossen en Cornelia Wouter Heylkens samen verstorven hebben.

Etc.............

1624, 30 april

| BR-427-01 |

Joos Huybrecht Joos als momber van Jan Jan Huybrechts Bode den jongen, te Loenhout, heeft verkocht aan Jan Henrick Pauwels en Adriana Jacop Geertssendochter, het vierde paart in heivelden bij Marumvoort, aan Stapelheyde (de ander delen zijn aan voors Jan Henrick Pauwels) palende: o Stapelheide, z Merten Zaelden, w de beemden, n de Marumvoort.

1624, 19 juli

| BR-428-01 |

Lenaert Henrick Van Gestel, te Loenhout, voor hem zelf en voor zijn broer Jan.

Adriaen Henrick Van Gestel, te Loenhout.

Hebben verkocht aan Jacop Willem Jacop Luycx en Marie Janssen, weduwe wijlen Willem Jacop Luycx, perceel heide, 6 bunders, achter Overbroeck, palende: o Cornelis De Gruyter, z Dierick Van Gestel erfgen., w de vroente, n Anthoni Bode.

1624, 10 juli

| BR-429-01 |

Michiel Joerdaens en Cornelia Jan Huybrechts Bodedochter bekennen dat, nadat Dierick Diericx en Marie Adriaenssen de volgende goeden hadden gecalengierd, zij verkocht hebben aan Mr Andries Joerdaens, secretaris te Loenhout, een stede met schuur, land, weiden, heiden, "den Grooten Leeuwerck", te Brechterloo.

"Nota desen is hiervoren in ordine vergeten geweest te stellen, mits de pampieren door den orloge tot Antwerpen zijn gevlucht geweest".

1624, 5 augustus

| BR-430-01 |

Mr. Andries Joerdaens, secretaris te Loenhout, heeft verkocht aan Cornelis Jan Henselmans en Catharina Wouter Aertsdochter, een stede met schuur, land, weide, heide "den Grooten Leeuwerck" te Brechterloo.

1624, 11 september

| BR-431-01 |

Peeter Heylen als momber en Lenaert De Coninck als toeziender van de twee onbejaarde kinderen Aert Janssen, molder, daar moeder af was Jenneken Adriaenssen, ten eenre.

Aert Janssen voors ten andere.

Zijn overeengekomen bij afscheid.

Aert zal zijn kinderen onderhouden tot hun 15 jaar, etc....... Hij stelt te pand de helft eener stede te Loenhout in de Berrestrate, hem van zijn vader verstorven.

1626, 6 februari

| BR-432-01 |

Cornelis Huybrecht Eyskens.

Cornelis Verboven en Tanneken Huybrecht Eyskensdochter.

Voors Cornelis Huybrecht Eyskens als momber der kinderen wijlen Peeter Huybrecht Eyskens.

Hebben over zekere tijd tijdens het leven van voors Peeter Huybrecht Eyskens met Marie Laureys Meijs, hun moeder, wettelijk gedeeld en gescheiden inzake de haaflijke goeden, daar zij in gerecht waren bij wijlen van Huybrecht Eijskens, hun vader wijlen.

Het was nog niet geacteert.

1626, 5 juni

| BR-433-01 |

Lenaert Mathijs Janssen, te Loenhout, ter zake van de koop eener stede op de Hencxbroeck te Brecht, eertijds toebehoord hebbende aan Mathijs Jan Cleys, 5 bunder, palende: o de heide, z Mr. Niclaes Waechmans, Joos Huybrecht Joos en Anthonis Geleyns kinderen, w Jan Verhese kinderen, n zijn comparant zelfs ander erve, gekocht van Sr. Jaspar de Haze.

Moet jaarlijks betalen aan voors Jaspar De Haze en Jouffr. Marie Lambrecht Buijckdochter, 25 Kgulden jaarlijks en erfelijke rente op St. Bavo op voors stede.

1626, 7 juli

| BR-434-01 |

Peeter Verbocht en Heylwich Aert Henselmans hebben verkocht aan Peeter Adriaan Schoenmaeckers en Marie Cornelis Jan Henselmans alle paart en actie, comparanten toekomende en verstorven in de haaflijke en erfelijke goeden van wijlen Agneeta Henselmans, haar moeie en die voors Angneeta en Michiel Pauwels achtergelaten heeft.

1627, 15 juli

| BR-435-01 |

Lenaert en Mathijs Putcuyps, gebroeders, hebben gepaart erven, hun van hun ouders verstorven en onverdeeld gebleven (Lambrecht Cornelissen, gesworen landmeter) te weten:

Mathijs, eerste kavel.

De helft van een onbegraven heide, 14 bunders, aan Houtelhoeck, te weten de zijde naast Hoogstraten beginnende aan de vroente, nevens Peeter Otterdaels gracht van zijn heiblok aldaar gelegen, naar het Heesveken en van daar den hoek om tot Goris Janssen heide, gelegen tot zijn hoeve "den Heester".

Item de helft van een stuk heide, 4 bunder, aan de Leenhoeck, te weten de zijde naast Rijckevorsel, palende: o Ghijsbrecht Niclaessen kinderen heide, w Adriaen Jacop Kerstens kinderen heide, n den gelderschen wech, z haar zelfs heide. Item een perceel heide, 6 bunders, aldaar op de heide achter Cloot, nevens Jan Henrick Pauwels heiblok aan d'een zijde ende Goris Janssen heide, gekomen van de Heester aan d'ander zijde.

Item de helft van een stuk erve "den Bosman". Item de helft van een begraven heiblok aan de Clootse straete. Item een stuk bos, 276 roeden "Heyaertsbossche, te Cloot, achter de stede van voors Lenaert Putcuyps. Item de helft van een beemd te Loenhout "den Boeckheester", naast Jan Peeters van Gilse heesterbeempt. Item de helft van een heide onder Loenhout naast sheerengerecht aende oistzijde.

Lenaert, tweede kavel.

De helft van de heide, 14 bunders, bij Houtelhoeck zijde langs Brecht, beginnende aan de vroente nevens de wederhelft. Item wederhelft van voors 4 bunders heide aan de Leenhoeck. Item een stuk heide op de heide nevens Goris Janssen heide en Willem Jacop Luycx kinder heide. Item de helft van "den Bosman". Item de helft van voors heiblok aan de Clootse straete op hoeck van den Terfacker. Item een stuk bos, 273 roeden. Item de helft van een beemd onder Loenhout, "den Broeckheester", naast beemd van Heer van Spangen. Item de helft der heide onder Loenhout.

Nadien hebben zij gemangeld:

Mathijs zal hebben de helft van 4 bunder heide aan de Leenhoeck, naast Loenhout en Lenaert zal hebben de helft van voors heide naast Rijckevorsel.

1628, 23 mei

| BR-436-01 |

Mathijs Cornelis Reijns.

Barbara Cornelis Reijns met Philippe Vander Velden, haar man.

Marie Cornelis Reijns, weduwe wijlen Cornelis De Decker, haar tocht afgaande.

Adriaen De Decker als momber van de kinderen van voors wijlen Cornelis De Decker, erfdragers.

Anna Cornelis Reijns.

Hebben verkocht aan Jan Henrick Pauwels en Adriana Jacop Geertssen, een stede, zo huis, hof, schuur, etc....zoals die aan wijlen hun moeder Barbara Heylen ten deel is bevallen (uitgenomen het moer te Wuestwezel), onder Kerckhoven, palende: o de straat, z/w voors Jan Henrick Pauwels, n de kerckpad en welke met noempt den hanepadt.

1629, 20 maart

| BR-437-01 |

Cornelis Jan Nouts heeft verkocht aan Adriaen Huybrechti Verheyen x Elisabeth Adriaen De Hoon, 3 percelen land, 8 lpz., leen onder Vander Noot, in de Clootse acker, palende: o wed. Ghijsbrecht Niclaessen, z kinderen Adriaen Philps, w Adriaen De Hoon kinderen, n Adriaen Goris Diericx weeu erve.

Door comparant bij evictie verkregen voor zekere renten die hij daarop hadde, uitwijzens schepenbrief van Brecht dd. 8 maart 1616.

1630, 31 juli

| BR-438-01 |

Aert Laureyssen, timmerman, momber van het weeskind Anthonis Geertssen, daar moeder af was Tanneken vanden Nieuwenhuysen, (Loenhout), heeft met brandende kaars verkocht aan Mr. Jan Luycx, de helft van een moerken, wateringe, heide en bosken, inde Clootacker aan de oostzijde (de andere helft is Adriaen Goris Diericx erfgen.) Aan de wees verstorven van zijn vader Anthonis Geertssen.

1631, 1 februari

| BR-439-01 |

Michiel en Mathijs Mathijs Laureys Rombouts.

Merten Hoefkens x Adriana Mathijs Laureys Rombouts.

Caterina Mathijs Laureys Rombouts.

Hebben gedeeld de erfelijke goederen achtergelaten door Mathijs Laureys Rombouts x Marie Henrick Pauwels, hun ouders.

Michiel, eerste cavel:

Stede met huis, hof, schuur, land en weide, te Stegoven, zoals Adriaen Merten Saelden die nu in huur heeft. Met een stuksken erve ende huysinge "den Troch", 2 lpz. Samen met voors stede groot in winnende land, 19 lpz 16 roeden. Item een huyse ende hove, in de plaatse, genaamd "St. Michiel". Item akker in Bekhovenacker, daar de kerkpad van Overbroeck door loopt, "den Bovenacker". Item stuk beemd te Beckhoven nevens den Hoeck, achter de wed. en kinderen Willem Jacob Luycx. Item drie paarten in een stuk bos, te St. Lenaerts aan de acker (het ander 1/4 is Henrick Wouters).

Caterina, tweede cavel:

Vijf paarten in een stede met huis, hof, schuur, land, weide, etc.. te Overbroeck, waarin de kinderen Lenaert de Bruyn het 1/6 toekomt, en die Frans Janssen nu in huur heeft. Item perceel erve, aldaar "den Huysacker", 4 1/2 lpz. Samen groot 5 bunders 32 roeden. Item stuk weide aldaar, "Moniershoff", gekomen van Guilliam Succa erfgen. grooten stede. Item drie percelen weiden "de Heijnssen goeden", aldaar gekomen van de erfgenamen van Heer van Eeck. Item weiken "aent boonlant", aan het straetken van Backersbossche. Item stuk beemd "Hoeymaeckersbeempt", te Beckhoven, met nog een stuksken beempt aldaar in de Werft, gekomen van de erfgen. Heer van Eeck. Item 1/2 bunder beemd te Beckhoven in de Weeu, waarin de cappelrije van de Vroemisse van Brecht 1/3 heeft. Item 1/3 in stuk bos te Overbroeck, "tquaetbosch".

Merten, derde cavel:

De stede met huis, hof, schuur, schaapskooi, gaersdries, te Beckhoven met het land van de lentenhof, 3 lpz. 12 roeden. Item weerdeel van den grooten acker, 8 lpz. 2 roeden. Item perceel erve "den Putacker", gekomen van Govaert Janssen, aldaar, 1 lpz. 52 roeden. Item acker in Beckhovenacker, gekomen van Dierick vanden Wiel, 3 lpz. 50 roeden. Item akker "het Camerken", gekomen van Geeraert Smout erfgen., 2 1/2 lpz. 12 roeden. Item akker "Jan Betten acker", 2 lpz. 11 roeden, met nog een akkerken "het Betackerken", 1 lpz. 40 roeden. Samen bedragend in winnend land 23 lpz. Item percelen weide "de Goirmeeren", aldaar met nog een weiken "den grooten dries", aldaar, aan d'ackerblock, met nog een weiken tegen den lentenhof. Item de helft van een beemd te Beckhoven op de Weeu nevens den Scrootsbeempt (de andere helft is Facons). Item helft van stuk beemd te Beckhoven, "Lochtsbeempt". Item smal beemdeken aldaar. Item heiveld te Beckhoven tegen den Heerman, over de straat, nevens de erfgen. Geert van Raeck.

Mathijs, vierde cavel:

De stede met huyse, hove, schuere ende lentenhof, te Beckhoven, genaamd "den Borchgracht". Item akker gekomen van Peeter Frans Havermans, met een stuk van den Venacker, 8 lpz. 29 roeden. Item akker "het ackerblock", 4 lpz., aldaar, aan d'ackerstraete aan de Cruysen. Item akker op Wemersacker, 2 1/2 en 11 roeden. Item akker "de cleijnen acker", gekomen van Cornelis Janssen Vekemans, 2 lpz. 17 roeden. Item den grooten acker, gekomen van den zelfde, 4 lpz. min 8 roeden. Item akkerken "den terffacker", gekomen van d'oustede tot Beckhoven, 3 lpz. 26 roeden. Item klein akkerken, gekomen van dezelfde stede, aan den Overbroecxsen kerkpad, 1 lpz. 40 roeden. Item akkerken "de Meeracker", gelegen aan de Meerkens, 1 lpz. min 3 roeden. Samen groot 27 lpz. 12 roeden. Item twee weikens "de Meerkens", met nog een hoek land, in d'ackerblock aan het oosteinde, nevens de ackerstraete. Item weiken aan den Leertuyn, gekomen van Peeter Frans Havermans. Item stuk dries over de straat, tegenover de voors stede den Borchgracht. Item stuk beemd te Beckhoven in den Hoeck, gekomen van Govaert Janssen en Wouter Diericx. Het paart hun te samen competerende in heiblok "s Jongenblock", met nog een heiveldeken aan de Homerdonck.

De heide tot de voors twee steden te Beckhoven, met de heide die nog na gekocht is, zullen blijven tot dezelve twee steden, om samen te gebruiken of samen te delen.

1631, 17 april

| BR-440-01 |

Sr. Jaspar de Hase, drossaard van Merxem en Dambrugge, heeft overgegeven aan Cornelis Cornelis Aerts, een rente van 25 Kgulden jaarlijks en erfelijk, op erfpanden van Lenaert Mathijs Janssen, aan de Hencxbroeck op 't einde alhier gelegen en ook onder Loenhout.

1632, 10 januari

| BR-441-01 |

Bernaert Joos Cornelissen van Bavel, gezeten tot Wortel, voor hem zelf en als gemachtigd voor:

Mr. Silvester Lintermans, chirurghijn, x Elisabeth Joos Cornelis van Bavel, zijn zuster.

Joos Pieterssen van Lil.

Caterina Joos Cornelissen van Bavel, zijn zuster.

Heeft verkocht aan Dierick vanden Wiel x Catarina Mathijs de Cnodder, een stuk erve (heide en bos) 1 bunder, te Cloot, o/w/n Jacop Adriaen Jacop Kerstens, z Peeter Adriaen Goris. Aan comparant met zijn zusters verstorven van hun ouders.

1632, 5 februari

| BR-442-01 |

Wouter Jacop Geertssen.

Mr. Aert Cristiaenssen, chirurghijn, x Barbara Jacop Geertssen.

Peeter Floren x Elisabeth Jacop Geertssen.

Wouter Diericx x Maria Jacop Geertssen.

Jan Peeters van Gilse, als momber uit de wet, van de kinderen Wilbort Janssen, daar moeder af was Agneta Jacop Geertssen.

Jacobus Cornelis Meeussen x Caterina Peeter Mathijssen.

Tanneken Peeter Mathijssen, weduwe wijlen Jan Huyben.

Hebben gedeeld de erfelijke goederen, achtergelaten door Jacop Geertssen en de voors Maria van Hertten met Peeter Mathijssen, wijlen hun ouders, te weten:

Jan Cornelis Meeussen, eerste cavel:

De helft van dries achter de kerk "de Scholhoff". Item 1/3 in den grooten acker aan d'ackermolen, naast Jan Henrick Pauwels land. Item helft van beemd met helft van Stapmansbeemd, met nog de helft van de Weehagen. Item 1/3 in akker op Wemersacker, te weten de lange bedden naast Cornelis Cornelis Aerts land. Item 1/3 in heiveld aan Stapelheide "bij tboomken ten halven", naast het straetken.

Kinderen Wilbort Janssen, tweede cavel:

De ander helft van "de Schoelhoff". Item 1/3 in den grooten acker, aan d'ackermolen. Item de helft van Stapmansbeempt, met de helft van de Wehagen. Item 1/3 in dezelve lange bedden in de akker op Wemersacker. Item 1/3 in heiveld bij Stapelheide "byt boomken ten halven".

Wouter Diericx, derde cavel:

Twee percelen erven "de Berckhoven". Item 1/3 in den acker aan d'ackermolen, naast Jan Henrick Pauwels land. Item 1/2 van beemd te Loenhout "den Heijbeempt". Item helft van eenen aert oft weijde te Beckhoven, aan den Alaertsbeempt. Item land op Wemersacker, de cortte geweijnten. Item 1/3 in het heiveld aan de Weehagen, naast Dierick vande Wiel heiveld.

Peeter Floren, vierde cavel:

Den akker "Roelkensbosch". Item stuk erve "den Berckhoff". Item stuk beemd, 1/2 bunder, te Loenhout op de Blaeckt. Item paart in beemd te Beckhoven, waarin de kinderen Jan Wouter Wils de drie delen in hebben. Item 1/3 in de lange bedden. Item 1/3 in heiveld bij Stapelheide "aen het boomken naast den heere van Westmal heyvelt".

Mr. Aert Cristiaenssen, vijfde cavel:

Helft van stuk erve "Stapmansblock", naast den Heer van Spangen. Item den langen Stapmansdries, met den drijhoeck. Item helft van beemd "den heybeempt", te Loenhout. Item helft van den aert oft weijde te Beckhoven aan den Alaert. Item 1/3 in den lentenhof aan de Biest, naast "den Schoolhoff". Item een veertel rogge erfelijk op de goeden van Jan Cornelis Dielen, met een jaar verloop. Item 1/3 midden int heiveld aan de Weehagen.

Tanneken Peeter Mathijssen, zesde cavel:

De ander helft van Stapmansblock, met de eiken boom aent veckengat. Item stuk dries, wezende de eersten Stapmansdries. Item helft van den Alaert. Item 1/3 midden in den lentenhof aan de Biest. Item heiveld in de Luycxstrate. Item heiveld achter Faconsacker. Item 1/4 in bosch t'Oistbrecht achter de stede "het Peerdeken", waarin de kinderen Jan Wouter Wils de drie delen in hebben.

Wouter Jacob Geertssen, zevende cavel:

1/2 bunder land op Eyndhovenacker. Item den grooten Stapmansdries. Item helft van den Alaert. Item 1/3 in den lentenhof aan de Biest. Item 1/3 in heiveld aan de Weehagen, naast de kinderen Adriaen Philips Weehagen. Deze cavel moet aan vijfde cavel toegeven de som van 20 Kgulden eens.

Blijft onverdeeld de stede op de Locht, genaamd "de Broetgans" en "de huysinghe mette schuere ende brouhuys metter erve daaraan gelegen genaempt "den Voetboge" gelegen aen de Biest".

1632, 11 februari

| BR-443-01 |

Michiel en Mathijs Mathijs Laureys Rombouts.

Marten Hoefkens x Adriana Mathijs Laureys Rombouts.

Jan Henrick Pauwels als momber van Catarina Mathijs Laureys Rombouts.

Hebben gedeeld de erfrenten, achtergelaten door wijlen Mathijs Laureys Rombouts x Marie Henrick Pauwels, hun ouders, en de beemd te Loenhout die onverdeeld was gebleven.

Mathijs, eerste cavel:

Diverente partijen van renten op goederen der erfgenamen van Cornelis Swaerdackers, te Overbroeck aan de Vlasroot, bedragende 32 Kgulden 10 stuivers jaarlijks. Item op de goederen der erfgen. Jan Wouter Jaspers te Houthoven, 4 Kgulden jaarlijks en erfelijk. Item op Peeter Claessen, 30 stuivers jaarlijks. Item op wed. en erfgenamen Merten Niclaessen, 3 gulden 2 1/2 stuivers jaarlijks.

Michiel, tweede cavel:

Op goederen door erfgen. Mathijs Van Aerde Lenaertssone, te Bechoven, 21 gulden 10 stuivers jaarlijks. Op Anthonis Cornelis Wackers erfgen. te Loenhout, 6 Kgulden 5 stuivers. Item op Adriaen Goris Diericx Weeu, 52 Kgulden 12 1/2 stuivers jaarlijks. Item op Jan Henricx, 3 Kgulden 2 1/2 stuivers jaarlijks. Item op Matheeus Grielen, 2 Kgulden 10 stuivers jaarlijks. Item op panden te Meer, 2 Kgulden 10 stuivers jaarlijks.

Catharina, derde cavel:

9 Kgulden 7 1/2 stuivers jaarlijks op Wilbort Janssen, timmerman, goeden. Item dezelfde 6 Kgulden 10 stuivers jaarlijks. Item 9 Kgulden 5 stuivers op Henrick Jan Wils goederen te Beckhoven. Item op Adriaen Cornelis Aerts, 6 Kgulden 5 stuivers jaarlijks. Item 4 Kgulden jaarlijks op Adriaen Lenaert van Tychel goederen te Eyndhoven. Item op Mr. Huybrecht, schoolmeester, 2 gulden 10 stuivers jaarlijks. Item 4 Kgulden 15 stuivers jaarlijks op erfpanden te Meer.

Merten Hoefkens, vierde cavel:

Op Adriaen Jan van Roye, 2 Kgulden 10 stuivers jaarlijks. Item op de wed. Jacop Verdijck goeden, 6 gulden 5 stuivers jaarlijks. Item op Adriaen Geertssen goeden, 6 gulden 5 stuivers jaarlijks. Item op Henrick Verhesen erfgenamen, 5 Kgulden jaarlijks. Item op Peeter Verbuyten goeden te Loenhout, 4 Kgulden jaarlijks. Item op panden toebehoord hebbende aan Joos Cornelissen van Bavel, te Loenhout, 3 gulden jaarlijks. Item op goederen van Jan Wouter Wils erfgen. 30 stuivers jaarlijks. Item op goederen van Jan Huybrecht Joerdaens erfgen., 4 gulden 6 stuivers jaarlijks.

Eerste, tweede en derde cavel zullen hebben 25 gulden die Peeter Floren schuldig is en 25 gulden die Adriaen Cornelis Franssen schuldig is van geleend geld.

Onverdeeld 2 gulden 9 stuivers jaarlijks op goederen van Jan Hendrick Wils erfgen., met nog 6 lopen rogge jaarlijkse leenrent op Jan Cornelis Dielen wijfs goederen, daarom proces is. Item de rente van 6 gulden 5 stuivers jaarlijks op Peeter van Aerde erfelijke goederen, zijn gelaten ten behoeve van de kinderen Michiel Mathijs Laureys Rombouts, verwekt bij Heylwich Jaspar de Haen, ingevolge testament van de moeder der comparanten.

Van de beemd te Loenhout, is bevallen aan Michiel Mathijs Laureys Rombouts en Merten Hoefkens, de eerste cavel: beemd onder Sneppel opt Molenbosch. Mathijs en Catharina Mathijs Laureys Rombouts, de tweede cavel: beemd op de Blaeckt, perceel 1/4 bunder op de Blaeckt en 1/4 bunder in de Verkenshoeck.

1632, 28 februari

| BR-444-01 |

Jan Adriaenssen Verboven te Loenhout, als momber, en Cornelis Huybrecht Eijskens als toeziender van de zes onbejaarde kinderen Cornelis Adriaen Verboven, daar moeder af is Anna Huybrecht Eijskens, ten eenre.

Anna Eijskens voors, ten andere.

Zijn overeengekomen bij afscheid:

Anna zal de kinderen onderhouden tot jongste 18 jaar zal zijn. Ze zal blijven behouden de haaflijke goederen en betalen 200 Kgulden tot onderhoud der wezen, comptant.

Anna heeft betaald 200 Kgulden over lang, 3 maart 1634.

1632, 17 juli

| BR-445-01 |

Gabriel Henricx vander Buyten, als gemachtigd van Anthonia Mr. Cornelis vanden Nieuwenhuysen, in zijn leven secretaris tot Loenhout.

Aert Laureyssen van Dongen, als rechterlijke voogd en momber van Cornelisken, weeskind van Willem Dielis, daar moeder af was Willemijne vanden Nieuwenhuysen, zuster van voors Anthonia.

Aert Laureyssen als momber van het weeskind van Anthonis Geertssen, genaamd Jan, daar moeder af was Tanneken vanden Nieuwenhuysen, zuster van voors Anthonia en Willemijne.

Verklaart dat alzo Marie Voorspoels, moeder van voors Anthonia, Willemijne en Tanneken, verkocht en opgedragen had voor schout en stadhouders van lenen, en schepenen van leenmannen van Brecht en ook Jonker Charles vander Noot, leenheer in Brecht, aan Heer Cornelis van Spangen, ridder, x Vrouwe Anna van Halmale, een hoeve, genaamd "de oude hoeve", te Sterthoven, zoals ide op 22 september 1600 aan voors Maria Voorspoel en haar man Cornelis van Nieuwenhuysen aangedeeld is, tegen hun mede erfgenamen uit het sterfhuis wijlen Ghijsbrecht van Amstel, haar grootvader.

1633, 1 september

| BR-446-01 |

Mr. Jacobus Casus, te Hoogstraten, heeft onlangs verkocht aan Michiel Janssen van Elsacker te Loenhout, percelen van beemden opt Hoochbosch aldaer. Bevonden wordt nu dat de kerk van Brecht daarop heeft 1 pond was, dat hij verkooper niet heeft uitgestoken. De verkoper ontlast van Elsacker hiervan en stelt als pand zijn stede te Varenbraecken voor dat pond was.

1633, 20 december

| BR-447-01 |

Mr. Andries Joerdaens, secretaris te Loenhout, gemachtigd van Catelijne Adriaen Philips, weduwe wijlen Huybrecht Joerdaens (procuratie van Antwerpen, 17 dec. jl.) heeft verkocht aan Joachim Leest x Anthonia Adriaen Philips, 2/3 in een stede met huis, grond en toebehoorten te Broeckhoven, te weten: De binnen stede. Item stuk erve, nu dries "den stert", aldaar. Item 1 1/2 bunder land in de Clootsacker. Item vreheide t'Oistbrecht, boven de Heester. Item heiblok in de Heijstraet, met het leeg veldeken "de Wehagen", daar tegenover. Achtergelaten door Adriaen Philips, wijlen haar vader, aan haar verstorven voor 1/3 en het ander 1/3 gekocht van Philips, haar broeder.

1634, 14 november

| BR-448-01 |

Cornelis Botterschot, schout, heeft voor 242 Kgulden, overgegeven aan Matheeus Peeter Arnouts, te Loenhout, eene rente van 2 Kgulden jaarlijks. Item een rente van 6 Kgulden 10 stuivers jaarlijks. Item een rente van 2 Kgulden 10 stuivers jaarlijks. Samen de voors drie partijen 11 Kgulden jaarlijks, als hij comparant jaarlijks heffende was op erfpanden te Loenhout, eertijds toebehoord hebbende aan Margriete, weduwe wijlen Lenaert Wouter Diericx en haar kinderen, en verleden hadden ten behoeve van Huybrecht Leys Lenaertssone, cuyper, x Barbele Wouter Delien, uitwijzens drie constitutiebrieven van Loenhout, dd. 10 febr. 1562, 24 mei 1563, 21 febr. 1575.

Hem comparant verstorven van Elisabeth Huybrecht Lenaert Leys, wijlen zijn grootmoeder.

1635, 21 maart

| BR-449-01 |

Mathijs Lenaert Putcuyps.

Elisabeth Lenaert Putcuyps x Jacop vander Vleuten, secretaris alhier.

Magdalena Lenaert Putcuyps x Cornelis Peeter Domis.

Hebben gedeeld de erfelijke goederen hun verstorven van wijlen Lenaert Putcuyps x Marie Delien, hun ouders.

Mathijs, eerste cavel:

De stede te Cloot, te weten: het huis, hof, boomgaard, schuur, land, heide en weide, uitgenomen het half bunder land "de Clootkens", en de bossen tot de derde cavel gelegd. Item paart in den vrebeempt te Loenhout en paart in beemd te Sneppel. Item alle opgaande hout, nog onverdeeld tegen Mathijs Putcuyps d'oude, hun oom.

Elisabeth, tweede cavel:

Stede in de plaatse, te weten: huis, hof, schuur, boomgaard en lentenhof. Item helft van stuk erve "den langenhoff", achter voors stede (de andere helft is kinderen Jan Wouter Wils). Item stuk weide "Smits", achter voors langenacker. Item stuk weide in de Molenstraet, nevens Peeter Verrijt aan beide zijden. Item heide achter Eyndhoven.

Magdalena, derde cavel:

Akker bij den ackermolen, 4 lpz. Item beemdeken "Leijskensbeempt", te Beckhoven. Item stuk erf "de Lentenhoff", aan 't Laer, met plantagie en vischput. Item stuk dries aan de Herbaene. Item 1/2 bunder land "de Clootkens", in Clootacker. Item stuk beemd, 1/2 bunder te Loenhout. Item de bosschen van de stede te Cloot. Item rente van 5 veertelen rogge jaarlijks en erfelijk in 8 veertelen rogge jaarlijks, waarvan Mathijs Putcuyps de oude de 3 veertelen heeft, op de stede der kinderen Lenaert Verdijck Lenaertssone te Cloot. Item 1/3 in een rente van 4 Kgulden jaarlijks op stede "de Solhoff", nu toebehorende aan Catelijne van Ostaeyen, weduwe wijlen Geert vanden Bleeck. Met de last: heerenchijns, fabrieken te Antwerpen 12 1/2 jaarlijks op den lentenhof aan 't Laer. Etc....

1635, 27 maart

| BR-450-01 |

Deling tussen Cornelis van Aerde en kinderen Henrick en Elisabeth Havermans.

Cornelis Van Aerde, gehuwd gehad hebbende Maria Henrick Van Riel, ten eenre.

Peeter Frans Havermans als momber en Wouter de Decker als toeziender van de twee kinderen wijlen Hendrick Frans Havermans, daar moeder af was Adriana Wouter de Decker.

Cornelis Cornelis Aerts, de jonge, als momber en Peeter Frans Havermans als toeziender van de twee kinderen van Merten Cornelis Cornelis Aerts, daar moeder af was Elisabeth Frans Havermans, ten andere.

Hebben gedeeld de erfelijke goederen waarin voors kinderen bij dood hunner ouders in gerecht zijn en door voors Maria van Riel, hun grootmoeder, achtergelaten.

Cornelis Van Aerde:

Huis en hof, land daarachter, 1 lpz. 39 roeden, met de helft van de dorne haege, in de Paddestrate. Item helft van meijdries, met helft van het land daarboven. Item helft van land op d'acker, bij den ackermolen, 1 veertelzaad en 11 roeden. Item weiken in de Molenstraete, bij de Huygenrijt. Item helft van heiveld in de Cleijrijt, naast Merten Saelden. Item helft van heiveld aan Stapelheide.

De weeskinderen:

Warmoeshof met driesken, borneput en de ander helft van het land, aan 't huis, aan de oostzijde naast erve van schout Botterschot. Item helft van den meijdries, achter de schuur, met helft van land boven aan den meijdries. Item ander helft van het land op d'acker, bij den molen, groot in 't geheel, 1 veertelzaad 11 roeden. Item de eerste weide in de Huygenrijt, 100 roeden. Item helft van heiveld in de Cleijrijt, groot in 't geheel 1 bunder 20 roeden, naast Catelijne Thomas Luycxdochter. Item helft van het heiveld, aan Stapelheide, noordzijde, naast Jacop Willem Jacop Luycx kinder heiblok, groot in 't geheel 17 lpz.

Onverdeeld het 1/2 bunder beemd te Loenhout op de Blaeckt en jonge plantagie van eijcken boomen.

1636, 1 juli

| BR-451-01 |

Peeter, Cornelis, Kersten en Jaspar Adriaen Goris.

Adriaen Lenaert Meus x Margriet Adriaen Goris, te Loenhout.

Jan Van Aken x Lucia Adriaen Goris.

Joos Huybrecht Joos x Marie Adriaen Goris.

Lenaert Merten van Nijen x Tanneken Adriaen Goris.

Hebben gedeeld de erfelijke goederen van hun ouders, Adriaen Goris x Elisabeth Adriaen Peeter Wouters.

Lenaert Merten Van Nijen, eerste cavel:

Woonhuis met hof, helft van dries en land met bogaert, 3 lpz. 16 roeden. Item helft van erve zuidwaarts op de Hencxbroeck "Joosken Aerts", 1 bunder, het klein heiveldeken daarbij. Item stuk beemd in de Weehagen, t'einde het heiblok, 4 1/2 lpz. 29 roeden. Item 1/7 in voors heiblok, bij de Weehagen (het derde paart).

Jan Van Aken, tweede cavel:

Schuur en andere helft der erve aan 't woonhuis (de andere helft is eerste cavel) 3 lpz. 16 roeden. Item ander helft van de erve "Joosken Aerts", 1 bunder. Item stuk beemd in de Weehagen, 3 1/2 lpz. en 3 roeden. Item stuk land, 1 lpz., aldaar over de beek. Item 1/7 in voors heiblok.

Adriaen Lenaert Meus, derde cavel:

De schaapskooi met dries "den bogaert", 3 lpz. 46 roeden. Item 3 lpz. in den grooten acker. Item erve "het leechvelt", 1 bunder 1/2 lpz. 3 roeden. Item 3 lpz., erve achter in de grooten acker. Item 1/7 in voors heiblock.

Peeter Adriaen Goris, vierde cavel:

Weide "het block", t'einde den opstal, 4 lpz. 9 roeden. Item helft van de voorste "Nuytkens", t'einde voor blok, 2 lpz. 21 roeden. Item 3 lpz. erve in de grooten acker. Item stuk zaailand, 5 lpz. 20 roeden, opt acker. Item 1/7 in heiblok bij de Weehagen.

Cornelis Adriaen Goris, vijfde cavel:

Stuk erve "het voorste Nuijtkens", 4 1/2 lpz. 5 roeden. Item block "Nuijtkens acker", 1 bunder 1 lpz. 4 roeden. Item 3 lpz. erve uit de grooten acker. Item 1/7 in 't heyblock bij de Weehagen.

Jaspar Adriaen Goris, zesde cavel:

Helft van de stede, hof, zaailand, weide, te Varenbraecken, eertijds toebehoord hebbende aan Mr. Jacobus Casus, nu genaamd "de legaen", 5 bunders 2 lpz. 27 roeden. Item 1/7 in heiblock in de Weehagen.

Joos Huybrecht Joos, zevende cavel:

De helft van voors stede en 1/7 in heiblok bij de Weehagen.

Adriaen Goris, achtste cavel:

De stede t'Oistbrecht, zoals hij die nu in huring heeft.

1637, 13 juli

| BR-452-01 |

Cornelia Lenaert Pruyensdochter, weduwe wijlen Peeter Verrijt, ten eenre.

Huybrecht, Jan, Cornelis en Lenaert Peeter Verrijtszonen.

Voors Huybrecht Peeter Verrijt als momber en Jan Lenaert van Riel Adriaenssone als toeziender van het weeskind Michiel Peeter Verrijt, daar moeder af is Marie Lenaert van Riel.

Willem Jan Neelen x Elisabeth Peeter Verrijtdochter.

Jan Adriaen Diericx x Heijlwich Peeter Verrijtdochter.

Ten andere.

Alle wettige kinderen van voors Cornelia Pruyens en wijlen Peeter Verrijt.

Zijn overeengekomen:

Cornelia Pruyens, hun moeder, zal hebben de haaflijke goederen en zal aan elk haar kinderen geven 132 gulden.

Cornelia zal haar leven lang betochten de goeden van voors sterfhuis, uitgenomen:

De stede te Eyndhoven, daar Huybrecht Peeter Verrijt op woont. Item de stede te Cloot, daar Lenaert Willems Weeu op woont, met 1/2 bunder, hoymade te Loenhout, gekomen van Cornelis Willem Huybs, die de voors kinderen zullen volgen, ten regarde van hun 1/4 in al de erfelijke goederen bij voors Peeter Verrijt achtergelaten.

Cornelia heeft nog aan haar kinderen gegeven: veerthien stocken bien, die zij nu onder malkander hebben verdeeld de andere bien van het voors sterfhuis zal Lenaert de zoon en zijn moeder half en half behouden.

1638, 3 maart

| BR-453-01 |

Mathijs Putcuyps, d'oude.

Magdalena Lenaert Putcuypsdochter x Jan Bruels, ten eenre.

Jacop Ghijsbrecht Niclaessen en Thomas Ghijsbrecht Niclaessen, voor hun zelf, en medeconsoorten, ten andere.

Hebben gedeeld beemden te Loenhout, te weten:

De eerste zullen hebben stuk beemd op't Hoochbosch, 3/4 bunder en beemd op de Blaeckt, 1/4 bunder.

De tweede zullen hebben stuk beemd, 1 bunder, op de Blaeckt.

1639, 21 juni

| BR-454-01 |

Adriaen Peeters van Aken, te Loenhout, als momber der kinderen Jan van Aken x Lucia Adriaen Goris wijlen, heeft met brandende kaars verkocht aan Kersten Adriaen Goris x Elisabeth Peeter Nuyts, een stede zo huis, hof, schuur, boomgaard, land, weide, etc... "Peerken Mertens", te Varenbraecken, o/z Adriaen Diericx, w de strate, n/o erfgen. Cornelis Nieuwlants. Item het paart der kinderen in heiblok te Cloot, achter de Weehagen, achtergelaten door Adriaen Goris, grootvader der voors kinderen. Item erve te Varenbraecken gekomen van Lisken Speecx, o/n de straat, z Anthoni Adriaen Meeren en Adriaen Diericx, w kinderen Anthoni Botterpot.

1639, 20 oktober

| BR-455-01 |

Bertelmeeus Peeters van Gilse.

Jan Loys, gareelmaker, x Marie Peeters van Gilse.

Jan Adriaen Jan Pauwels x Heylwich Peeters van Gilse.

Voors partijen actie en transport hebbende van Adriaen Peeters van Gilse en Jan Jacops x Cornelia Peeters.

De eerste partij.

Heer Jan Bouckaert, pastoor, en Peeter Adriaen Schoenmaeckers als testamentelijke mombers van het weeskind van Jan Peeter van Gilse, genaamd Cornelis.

Tweede partij.

Hebben gedeeld de erfelijke en leengoederen door voors wijlen Jan Peeters van Gilse, broeder van eerste comparant achtergelaten, te weten:

Bartelmeeus en consoorten, eerste cavel:

Helft van huis met erve aan de Biest, eertijds toebehoord hebbende aan d'erfgenamen Guilliam Succa, leen onder Spangen. Item huis en erve aldaar, gebruikt thans door Jan Adriaen Pauwels, o Jacob Vander Vleuten, secretaris, kinder erve, z Elisabeth Putcuyps erve, w Adriaen Jan Wouter Wils en consoorten, n de strate. Item stuk erve gekomen van het goed vander Noot, te Stegoven, "den cleijnen lentenhoff", tegen Cornelis Meeusen, smit, erfgenamen. Item de hofstede aldaar, gekomen van Jonker vander Noot, met het land daaraan tegen het Sandeken. Item erve "den Hootsweer", te Veerle, eertijds toebehoord hebbende aan Jan Aerdekens erfgenamen, met den acker in Veerlacker, met den "rouwen acker", vander zelven Hootsweer. Item stuk bos t'Oistbrecht", gekomen van Peeter Heijlen. Item akker, gekomen van de stede "den Heester", op den Clootacker. Item helft van bos te Varenbraecken, "den Steenhoven". Item stuk beemd, 1/2 bunder, te Loenhout, gekomen van de stede "den Heester". Item stuk beemd op de Blaeckt, gekomen van Joos Huybrecht Joos.

Weeskind, tweede cavel:

Huis met hof, stal of torfhuis daarop staande, bij de plaatse, tegen de kerk, "de Sevensterre", leen onder graaf van Hoogstraten. Item huis met hof en stal of torfhuis "St. Lenaerts", in de plaatse (leen onder dezelve). Item stuk erve "den grooten lentenhoff", gekomen van Jonker vander Noot, te Stegoven. Item stukske erve aan 't Laar, o het Laar, z Wouter Diericx Weeu, w erfgen. Cornelis van Hertten, n Jan Loys gareelmaker. Item helft van stuk land bij de Conijnshage, waarvan het weerdeel toekomt de heer pastoor alhier. Item stede te Cleijn Veerle, eertijds toebehoord hebbende wijlen Adriaen Geertssen, te weten: huis, hof, schuur daarop, erve met het weiken naast de wed. van Goris Anthonis Goris, met noch de erve, daar eertijds een huis op gestaan heeft, tegenover de voors stede, gekomen van Peeter Lenaerts van Ostayen. Item den grooten acker der stede "den Hootsweir", met het heesterbosken. Item heiveld nevens Sr. Jan Papenbroeck erfgen., met ook "den rouwenacker", met het heiveld gekomen van Anthoni Geleyns, met het leechveldeken. Item stuk beemd "den Grooten Heesterbeempt", te Loenhout. Item de bossen te Veerle "de Doggenbossen", gekomen van Pauwels Brants. Item stuk beemd 1/4 bunder te Loenhout op de Blaeckt. Item akker te St. Lenaerts, gekomen van Marie, de wed. van Henrick Verhese erfgen.

1640, 11 januari

| BR-456-01 |

Peeter Floren x Maria Jan vanden Langenberch moeten jaarlijks betalen aan Barbara van Breseghem, weduwe wijlen Jaspar Wouters, te Antwerpen, 15 Kgulden jaarlijks en erfelijke rente te Kersavond, op een stuk erve, land en weide, 1/2 bunder, te Veerle, o sheerenstraat, w Heer Jan Bouckaert, pastoor, z Jan Peeters van Gilse erfgen., n Peeter Henricx, molder, erfgen.

1640, 19 januari

| BR-457-01 |

Frans en Jan Havermans Peeterssonen, gebroeders, daar moeder af was Catarina Willem Maes Luycx, hebben verkocht aan Adriaen Boymers Eliassone, 34 Kgulden 7 1/2 stuivers jaarlijks en erfelijke rente op een huis met schaapskooi, bogaard, tegenover de schuur aan d'ander zijde van de straat. Item op stuk land "den grooten acker, bij het huis, met het weiken t'einde, z het roelkens bosch, n hun zelfs, o erfgen. Jacop Verdijck. Comparanten verstorven van wijlen Willem Maes Luycx x Jenneken Brants, hun grootouders, en hun aangedeeld tegen Mr. Jan Luycx en consoorten op 4 februari 1636 voor schepenen van Brecht.

1640, 11 september

| BR-458-01 |

Bartelmeeus Peeters van Gilse.

Jan Loys x Marie Peeters van Gilse.

Jan Adriaen Jan Pauwels x Heylwich Peeters van Gilse.

Heer Jan Bouckaert, pastoor, en Peeter Schoenmaeckers als testamentelijk mombers van het weeskind wijlen Jan Peeters van Gilse, genaamd Cornelis.

Hebben wederom gedeeld de goederen door voors Jan Peeters achtergelaten, en die hun op 20 oktober 1639 voor een helft tegen voors weeskind ten delen bevallen, in welke helft het voors weeskind 1/5 is toekomend.

Bertelmeeus:

Erve met huis, gekomen van de Moriaen, uitgenomen dat voors Jan Adriaen Jan Pauwels het binnenwerck daaruit zal mogen doen. Item het bosken, gekomen van Govaert Verrijt.

Jan Adriaen Jan Pauwels:

De helft van 't Schalienhuys ende erve daartoe behorende aan de Biest, met twee boskens "de Reepkens", gekomen van de stede "den Hootsweer", te Veerle, z de straat. Item helft eener hoymade te Loenhout op de Blaeckt, 1 bunder.

Jan Loys:

Den cleijnen lentenhof te Stegoven, gekomen van Jonker vander Noot, met de hofstede van de hoeve van den zelven vander Noot, tegenover, met de erve aan de hofstede "tot het Sandeken toe". Item stede "den Hootsweir", te Veerle, uitgenomen de plakken in voorgaande deling afgenomen. Item akker in Veerleacker, ende de vierdelen van de helft van de beemd te Loenhout, waarvan voors Jan Adriaen Jan Pauwels de andere helft van heeft.

Het weeskind:

Voor 1/5 zal hebben in de eerste cavel, gekocht van Adriaen Peeters van Gilse en Jan Jacops x Cornelis Peeters:

Bos gekomen van Peeter Heijlen te Oistbrecht, met helft van bos te Varenbraecken "de Steenhoven". Item stuk beemd te Loenhout, gekomen van de Heester.

1664, 5 maart

| BR-459-01 |

Jenneken Merten Jans, laatst weduwe wijlen Jaspar Mathijs Van Aerde met haar tegenwoordige man Henrick Adriaen De Weert, ten eenre.

Lenaert Mathijs Van Aerde als momber.

Jenneken en haar man Henrick zullen de vier kinderen van Jenneken en Jaspar wijlen onderhouden tot het jongste 20 jaar zal zijn. Ze zullen hebben de haaflijke goederen. Ze zullen na de dood van Catharina Der Weeuwen, grootmoeder der kinderen, de tocht gebruiken de erfgoederen derzelve, gedurende zeven jaar. Ze zal haar leven lang in tocht hebben 1/3 der stede, waarin zij tegenwoordig woont, gelijk zij die met haar man gekocht heeft van Lenaert Mathijs Van Aerde de momber in deze.

Jenneken zal ook haar leven lang op de Verloren Cost, uit der wezen goederen 21 gulden en 10 stuivers jaarlijks, door haar op de wezen goederen afgelegd aan Michiel Jan Pellens. Ze zal ook het gebruik van 1/4 bunder beemds, gelegen aan den Marumvoort, haar leven lang.

Ze zullen aan elk kind geven ten huwelijk 6 gulden. Ze zullen ook hebben de schulden en wederschulden.

1672, 26 januari

| BR-460-01 |

Mathijs Janssen Weerts, weduwnaar wijlen Tanneken Bernaerts, ten eenre.

Adriaen Janssen Weerts als momber en Peeter Bernaerts als toeziender der vier kinderen des voors Mathijs en voors wijlen Tanneken, ten andere.

Mathijs zal de vier kinderen onderhouden tot het jongste, nu over de 8 jaar, 20 jaar zal zijn. Hij zal behouden de haaflijke goederen en genieten en verkopen de helft van een stedeken in de Houthovensche straat, waarvan de ander helft toehoort aan voors Peeter Bernaerts. Hij zal ook hebben de schulden en wederschulden.

Gezien schuldbrief, dd. 2 januari 1672, voor schepenen van Loenhout, ter somme van 1044 gulden 7 stuivers 1 oort ten behoeve van Michiel van Elsacker te Loenhout, ter zake van verwoonde huurpacht der stede waarop voors Mathijs nu woont.

1674, 15 december

| BR-461-01 |

Lenaert Michiel Verhese, weduwnaar van wijlen Catelijn Adriaenssen, ten eenre.

Adriaen Michiel Verhese als momber en Jan Mertten Vermuyden als toeziender der vier kinderen van voors Lenaert en voors wijlen Catelijn, ten andere.

Eerste comparant zal de vier kinderen onderhouden tot het jongste, nu vier jaar, 20 jaar zal zijn. Hij zal hebben de haaflijke goederen, schulden en wederschulden en zal gebruiken de erfelijke goederen alhier en te Loenhout, gedurende den onderhoud. Hij zal aan elk, ten huwelijk geven 40 Kgulden, met een ton bier.

1676, 15 februari

| BR-462-01 |

Martijntken Mertten Verhese, weduwe wijlen Jan Peeter Aerts sGrauwen, met haar tegenwoordige man Adriaen Peeter Janssen, ten eenre.

Andries Peeter Aerts sGrauwen als momber en Cornelis Merten Verhese als toeziender der twee kinderen van voors wijlen Jan en voors Martijntken, ten andere.

Martijntken met haar man zullen de twee kinderen onderhouden, tot jongste 18 jaar zal zijn, en ze zullen elk kind alsdan of ten huwelijk geven 70 Kgulden. Ze zullen hebben de haaflijke goederen, koeien, paarden, schapen, meubelen, actien en credieten, schulden en wederschulden.

1704, 14 april

| BR-463-01 |

Adriaen Goris Jan Lippens, weduwnaar wijlen Susanna Braeckmans, ten eenre.

Jan Stoopen als momber en Willem De Cnodder als toeziender der vier wezen, voorkinderen van voors wijlen Susanna, daar vader af was wijlen Peeter Stoopen.

Lenaert Goris Jan Lippens als momber en Willem Braeckmans als toeziender van het enig nakind van de voors wijlen Susanna en voors Adriaen Goris Jan Lippens, ten andere.

Hij zal onderhouden de voor en nakinderen, tot het nakind, nu 8 jaar, 20 jaar zal geworden zijn. Hij zal behouden de haaflijke goederen, schulden en wederschulden en zal elk kind geven (20 jaar oud of ten huwelijk) 12 Kgulden.

1721, 12 mei

| BR-464-01 |

Bernaert Van Aecken, weduwnaar wijlen Maria De Hauwer, nu gehuwd met Joanna Snels, ten eenre.

Cornelis Van Aecken als momber en Hendrick Heyns als toeziender uit de wet, der minderjarige kinderen van voors wijlen Maria De Hauwer en voors Bernaert, ten andere.

Bernaert zal onderhouden zijn vier kinderen, waarvan het jongste nu omtrent 5 jaar oud is, tot het jongste 18 jaar zal geworden zijn. Hij zal behouden de haaflijke goederen, schulden en wederschulden, en zal aan ieder kind, 18 geworden zijn of ten huwelijk, geven 7 gulden. Hij zal de tocht hebben der erfelijke goederen.

1725, 1 februari

| BR-465-01 |

Michiel Verschueren, weduwnaar wijlen Cornelia Van Riel, nu gehuwd met Bello Jan Bode, ten eenre.

Anthoni Verschueren als momber en Peeter Van Riel als toeziender der twee kinderen van wijlen voors Cornelia en voors Michiel Verschueren, ten andere.

Michiel en Bello zullen de drie kinderen onderhouden, tot het jongste, nu 16 maanden oud, 18 jaar zal zijn. Ze zullen hebben de haaflijke goederen, schulden en wederschulden en aan elk kind ten huwelijk geven 26 gulden. Ze zullen hebben in tocht de erfelijke goederen, tot het jongste kind 18 jaar oud zal zijn.

1668, 28 februari

| BR-466-01 |

Sebastiaen Lenaerts, weduwnaar wijlen Petronella Peeters de Gruyter, ten eenre.

Dierick Lenaerts als momber en Jan Van Doren als toeziender der drie onbejaarde kinderen van voors Sebastiaen en voors wijlen Petronella, ten andere.

Sebastiaen zal zijn drie kinderen genaamd, Naentken, Petronelleken en Peeter, onderhouden tot het jongste 20 jaar zal zijn. Hij zal hebben de haaflijke goederen, schulden en wederschulden en de intrest eener obligatie van 100 Kgulden capitael op zeker akker toebehorend aan Philips Vermaes, gelegen in de Overbroecxsen acker aan 't Hemelrijck, zijn leven lang, met uitsluiting in een ander obligatie van 50 Kgulden die voors kinderen hebben ten laste van Jan Van Doren, die blijft met den intrest aan de kinderen, zonder Sebastiaen.

1633, 19 oktober

| BR-467-01 |

Mr. Jacques Casus Janssone, daar moeder af is Margrita van Thienen, bejaard, wonende te Hoogstraten, heeft verkocht aan Meester Henrick Van Cantelbeeck, notaris te Antwerpen, 18 Kgulden 15 stuivers jaarlijks en erfelijke rente op een hoeve met huis, land, grond, te Varenbraecken, bij de Laserije, aan het neerveken, 6 bunders, waaronder 8 lpz. zaailand leen onder Jonker Jan Vander Noot, hem comparant en zijn halfbroer Hans Casus ten deel bevallen tegen zijn moeder voors Juffr. Margrita van Thienen, bij scheiding en deling op 18 december 1621 voor schepenen van Antwerpen, en na het overlijden van voors wijlen Hans Casus, hem comparant in 't geheel is gebleven uit cracht van accoord en transactie op 19 juli 1632 voor schepenen van Hoogstraten, zo tussen voors Margrita van Thienen, weduwe wijlen Hans Casus, uit naam van Frederick Ooms x Sussanna Casus met Peeter Ghijsels x Margrita Casus, al te samen erfgenamen van voors wijlen Hans Casus, natuurlijke zoon van wijlen Hans Casus d'oude. Jaarlijks te betalen op 30 juli te Antwerpen. Compareerde mede voors Frederick Ooms, graencooper, wonende int Clapdorp, zwager van de eerste comparant, verklaart dat de hoeve in 't geheel toebehoort aan voors comparant, en stelt hem borg voor vier jaar. 30 juli 1633.

Mr. Jan Luycx, procureur te landrechte alhier, gemachtigd van Mr. Jacques Casus, hernieuwt voorg. Akte voor schepenen van Brecht

1634, 9 februari

| BR-468-01 |

Jacop Casus, wonende te Hoogstraten, heeft verkocht aan Mr. Bartholomeeus Vanden Berge Loyssoene, notaris te Antwerpen, 18 Kgulden 15 stuivers jaarlijks en erfelijke rente op een hoeve te Vaerenbraecken, bij de Laserije, aan het neerveken, 6 bunders. Item op een beemd te Loenhout tSneppel, "tcleyn Cleijt", 1/2 bunder, o het groot Cleijt, w Cornelis Van Elsacker Michielssoene, z Henrick Leijs, n Henrick Van Elsacker, "de Laeck".

Item op een beemd onder Loenhout opt Hoochbosch, eertijds toebehoord hebbende aan de erfgen. Huybrecht Praeijens, te Brecht. Item op een 1/4 bunder hoymaden, te Loenhout onder Blaect, wezende bos gemeynte, geheeten, "den Boeck", z H Geest van Brecht, n Thuys Van Aerde, o de heyninghe van 't Nedervenne, w Eewout van Eemeren beemd. Comparanten toekomende als in nr. 23.

Mr. Jan Luycx, procureur, vernieuwt voorgaande akte voor schepenen van Brecht.

1623, 25 februari

| BR-469-01 |

Anthonis Goossens x Lijsken Van Riele Lenaertsdochter, ten eenre.

Cornelis Van Aerde als momber en Jan Laureyssen Vanden Spijcker als toeziender der onbejaarde kinderen wijlen Lenaert Van Riele, daar moeder af was Maria Cornelis Jan Geertssen de Haen.

Adriaen Van Riele Lenaertssone, bejaard, ten andere.

Zijn overeengekomen:

Anthonis Goossens zal hebben, stede te Cloot, 6 à 7 lpz., zoals wijlen voors Lenaert Van Riele die gekocht heeft van Jan Neelkens, o de straat, w Adriana Wouters, z Jan Verhese.

De weeskinderen al de paarten gedeelten, actien, renten, waarin voors Anthonis zou gerecht zijn, mits de dood van voors Lenaert Van Riel x Maria Jan Geertssen de Haen. 100 gulden te betalen door voors Anthonis.

1635, 27 januari

| BR-470-01 |

Huybrecht Goossens als momber en Jan Van Riele als toeziender van het weeskind van Anthoni Goossens, genaamd Lenaert, nu 17 jaar oud, daer moeder af was Elisabeth Van Riel, ten eenre.

Anthoni Goossens voors, ten andere.

Hebben afscheid genomen, te weten:

Anthoni Goossens moet zijn zoon twee jaar onderhouden en zijn ambacht van sloetmaecker daeroppe hij besteedt is. Moet zijn zoon na de twee jaar nog geven 32 gulden "omme daer mede het landt te gaen besien oft anderssints sijnen wille daermede te doene". Als Lenaert 25 jaar oud zal zijn en trouwt of tot andere staat komt, zal hij nog ontvangen van Anthonis 75 Kgulden eens. Anthonis mag behouden de haaflijke goederen.

1635, 15 februari

| BR-471-01 |

Cornelis en Jan Merten Niclaessen.

Maria Merten Niclaessen x Michiel Mathijs Laureys Rombouts.

Tanneken Merten Niclaessen x Adriaen Symons.

Barbara Merten Niclaessen.

Erfgenamen wijlen voors Merten Niclaessen x Geertruydt Schooffs, hun ouders, hebben gedeeld stede, huis, hof, schuur, te Beckhoven, te weten:

Barbara:

Drie eerste gebynten in woonhuis naast de straat, te weten: den heert met de 1/2 schouw, den oven, en het achterhuis. Item gehele dries bij voors huis. Item weiken "het Meerken", comende o Adriaen Dermuyden, w Mathijs Laureys Rombouts, n Henrick Wouters. Item 1/3 in den lentenhof. Item de helft vanden "Waerloos acker". Item 1/2 veertelzaad land in de "Lavers acker", n Drossaard van Cranendoncx. Item 1/4 bunder beemd in de Weeuwen, w erfgen. Geert van Raeck beemd. Item voorste perceel in heiveld aan 't Cleyn heyken, tot 25 roeden meer als de volgende cavels zullen hebben.

Tanneken:

De drie andere gebynten in voors woonhuis, naast d'ackerstraat, te weten: de camer, 1/2 der schouw, de kelder, met het stalleken t'einde voors camer. Item warmoeshof. Item eerste perceel in de hofstede over de straete, naast de stede der erfgenamen Peeter Frans Havermans. Iten de helft van de lange bedden, inden lentenhof, naast d'ackerstrate. Item de helft van "Waerloosacker", o Peeter Verrijt, met nog een veertelzaad land tegen de erfgenamen Ghijsbrecht Niclaessen o en H Geest west. Item den grooten dries met het Geerhoecxken op Beckhovenacker, w de Veldersche heyde van Jan Henrick Pellens. Item 1/4 bunder beemd in de Weeuwen in 't heiveld aan 't Cleyn heyken.

Jan:

De helft der schuur naast voors woonhuis, met den grond. Item tweede perceel in de hofstede over de straete. Item tweede perceel in de lentenhof. Item 1/2 veertelzaad land aan 't camerken, o/w Michiel Mathijs Laureys Rombouts. Item de helft van "den Betacker", o Peeter Frans Havermans erfgen. Item klein driesken over d'acker met het weiken "het Haverdriesken". Item 1/4 bunder beemd in de Weeuwen. Item derde perceel in heiveld aan 't Cleyn Heyken, w erfgen. Henrick Jan Wils.

Maria:

De helft der schuur. Item derde paart in voors hofstede over de straete, o d'oustraete. Item eerste perceel in de lentenhof. Item 1/1 veertelzaad land in den "Lauersacker", z erfgen. Ghijsbrecht Niclaessen, n het wederdeel. Item 1/2 "Betacker". Item weide "den Rijck Jacop", met 1/4 bunder beemd in de Weuwe. Item heiveld aan Stapelheide, o de Vroente, w Heer van Westmalle.

Cornelis:

Stedeken aan 't Cleyn Heyken, tot Beckhoven, met weide "het Hoochblock". Item de rest van 't land aan 't Camerken, boven 1/2 veertelzaad, tot derde kavel gevoegd. Item den "Joris acker". Item de helft der lange bedden in den lentenhof. Item het laatste 1/4 bunder beemd in de Weeuwen, en het heiveld voor de voors beempd.

1636, 4 februari

| BR-472-01 |

Deling Mr. Jan Luycx en consoorten.

Mr. Jan Luycx, voor hem zelf.

Catharina Jan Luycx x Mr. Lenaert Verdijck Jacopssone.

Frans en Jan Havermans, daar moeder af was Catharina Willem Luycxdochter.

Hebben gepaard de goederen hun verstorven van wijlen Willem Maes Luycx x Johanna Braens.

Mr. Jan Luycx:

De stede te weten het huis met schuur, aan Stapelheide, waarop de weduwe Cornelis Van Teteringen op woont met de weide achter de schuur en de weide daarnevens voor 't huis, tot aan den Breemacker. Item den lentenhoff. Item de rest van stuk land "den grootten acker", daarachter aangelegen. Item een stedeken daarvoor aangelegen "Het Hanneken Verhese", w H Geest, n/o Stapelheide, z zijn zelfs. Item twee weikens in de Breemacker, genaamd "de Bieveldekens". Item heiveld mette visserije daarin, tegenover voors huizing aan d'ander zijde van de straat. Het gebruik van voors visserije sal toebehoren aan Mr. Jan Luycx voor zijn leefdagen lanck. Item een heiken buiten Schepersdijck, palende aan Merten Saelden heide, omtrent het Beerschot.

Catharina Luycx:

De schuur met den grooten lentenhof. Item land op Wemersacker, uitgenomen de cortte geweijnten, geheten "Het Mortelken", met het weiland daaraan, n de ackerweg, o/z Cornelis Cornelis Aerts, w erfgen. Peeter Mathijssen en Lenaert Swinnen. Item een stuk land "het Keijsersackerken", in Weemersacker, n/o Geert Van Raeck erfgen., z Mr. Huybrecht Stevens, w den loop. Item de helft van de "Poppenhoeve", met het weiken daar achter, in de Luycxstraat, naast Cornelis Cornelis Aerts steken. Item een stuk land "den cleijnen lentenhof", met de hofstede, gekomen van Heer van Westmalle, n de loop, o de straet, z zijn zelfs, w Heer van Westmalle. Item weide in de Luycxstraete, tegenover de voors Poppenhoeve, o de Luycxstrate, z Merten Van Nijen. Item heiveldeken "de Goeren", aan Stapelheide, w de loop, n erfgen. Merten Niclaessen, o/z de Stapelheide. Item de helft in een beemd benevens de Weeuwen, n de Weeuwe, w Heer van Westmalle. Item twee weiden "de leege velders", achter de Goeren, o Stapelheide, z Andries Anthonis Dries Hoefkens, w de loop, n Michiel Mathijs Laureys Rombouts.

Frans en Hans Havermans:

Huis met schaapskooi en bogaard tegenover de schuur aan d'ander zijde van de straet. Item een stuk land "den grooten acker", bij het huis met het weiken daar t'einde, z "het Roelkens bosch", w/n zijn zelfs, o erfgen. Jacop Verdijck. Item stuk land 2 lpz. aan de westzijde van den Grooten acker van de hoeve waarop de weduwe Cornelis van Teteringen woont. Item een stuk land "het hoppenblock", in de Haeckstraet, n Peeter Floeren, o erfgen. Jacop Verdijck, z "den vogelensanck", w voors Haeckstraete. Item de cortte bedden op Wemersacker, z/o Peeter Floeren, Andries Anthonis Dries, gekomen van Peeter Mathijssen. Item de helft van de Poppenhoeve met de grote weide wezende de noordzijde naast de visserije. Item twee weiden "de Haverdriessen" aan Stapelheide, n/w Cornelis Cornelis Aerts, z de loop. Item een klein weiken bij de Bieveldekens, met plantagie van een rij bomen op den opstal, o Merten van Nijen, z het ackerstraetken, w voors opstal. Item 1/2 beemd op de Weeuwen. Item heiveld aan Stapelheide nevens de Heystrate, w de visserij van Cornelis Van Aerde, n Stapelheide, z/o de heijstrate.

1637, 24 maart

| BR-473-01 |

Jan Merten Niclaessen als momber en Pauwels Vochten, te Loenhout, als toeziender van de vier weeskinderen wijlen Cornelis Merten Niclaessen, daar moeder af is Barbel Niclaes Vochten, ten eenre.

Barbel voors, ten andere.

Zijn overeengekomen bij afscheid:

Barbara zal haar vier kinderen onderhouden tot het jongste 17 jaar zal zijn. Ze zal den oudste zoon, Merten, ter schole houden gaan, tot dat hij tamelijk zal kunnen lezen en schrijven. Ze zal behouden de haaflijke goederen, schulden en wederschulden en zal geven aan de kinderen 12 Kgulden voor een herkentenis van hun vaders haaflijke goederen. Ze zal op het goet te Beckhoven binnen twee jaar planten 100 heesters.

1637, 6 maart

| BR-474-01 |

Mr. Andries Joerdaens, secretaris van Loenhout.

Franchoys Vander Buyten x Cornelia Jan Huybrechts boede, weduwe wijlen Michiel Joerdaens, in de naam van hun kind van wijlen Michiel Joerdaens.

Hebben laten aflossen door Jan Henrick Pellens x Adriana, een rente van 10 veertelen en 1 loopen rogge en 10 Kgulden jaarlijks als Meester Peeter Joerdaens x Margrita Bolckmans wijlen, vader en moeder van de comparant jaarlijks heffende was op voors Jan Henrick Pellens stede te Cloot, voormaals gekomen van de erfgenamen wijlen Jan Thijs Putcuyps.

1638, 4 maart

| BR-475-01 |

Joncker Jeronimus Vander Noot, soene van wijlen Joncker Jan Vander Noot, heeft bij donatie inter vivos gegeven aan meester Andries Joerdaens, een parceel van hoeymaede, te Loenhout, opt Hoochbosch en met dezelve bosch gemeijn zijnde, hem comparant die toebehoord bij koop ofte calengiering zoals Heer Philips Vander Steghen dezelve hoeymaede en ander goederen verkocht heeft, o hoeymaede van Michiel Van Elsacker e.a. en Cornelis Tommens, z Peeter Christiaen Vorsselmans kinderen, Cornelis Dietvoorts en Jan Vuysts erfgenamen en heer van Westmal, w Christiaen Raets kinderen en Jan Vuyst van Antwerpen erfgenamen, n Peeter van Aerde kinderen.

"mits welcke voors donatie de voors Joerdaens heeft geremitteert ende geschoncken alle zijne diensten, vacatien ende verschoeten gelde bij hem gedaen tot desen daege toe soo voorden voors comparant als zijns comparants vader wijlen".

1639, 28 maart

| BR-476-01 |

Deling kinderen en erfgenamen Cornelis Jan Henselmans.

Cornelis Henselmans Cornelissone.

Peeter Adriaen Schoenmaeckers x Maria Henselmans.

Henrick Van Aerde x Catharina Henselmans.

Mr. Adriaen Waechmans, secretaris, x Anna Henselmans.

Allen erfgenamen van wijlen Cornelis Jan Henselmans x Catharina Wouter Aertsdochter, hebben gedeeld.

Cornelis Henselmans:

De groote huysinghe, brouwerije, rosmolen, brouwketel, kuype, appendentien ende dependentien in de voors brouwerije, gelijck hij deselve altoos ende tot nochtoe heeft gebruijckt, coeyenstalle, schuere, schaepscooye ende den wermoeshove. Item voorste helft vanden lentenhof, gemeten vande dorenhaege vanden voors warmoeshoff af, nevens de erfgenamen Jan Wouter Wils, en aan den bogaert van Jan Wouter Wils en Anna Geleijns. Item 1/4 in 1 1/2 bunder beemd te Loenhout in de Blaeckt. Item de helft van de maeydries, nevens Quaeymechelen helsche straete. Item het hoeksken aan Cornelis Schoenmaeckers alias Pije 's land. Item achterste helft van Pulmans weijde, op den Leugenberch, tegen Cornelis Cornelis Aerts. Item de helft van een beemd (de ander 1/2 is aan Michiel Anthonis Dries) aan Schaepsdijck, met het 1/4 in "Leijskensbeempt". Item akker aan den Molen "het Savelblock", gekomen van wijlen Jonker Henrick Havermans.

Peeter Adriaen Schoenmaeckers:

Het cleijn huijsken met de twee warmoeshoven op Quaeymechelen, te weten van de schuere tot de schaapscoye, de heining moet onderhouden worden door Cornelis Henselmans. Item de achterste helft vanden maeydries, t'einde aan den warmoesstraete. Item geheel "grooten dries", achter Henrick Van Aerde, tegen Peeter Verrijt erfgenamen. Item voorste helft in de weide van Pulmans, met het achterste driesken. Item acker omtrent de Meulenweg, eertijds gekomen van Anthoni Waechmans, met den geer van den loop af naar den meulen. Item vijf delen in den Schroetsbeempt, gekocht van de erfgenamen Mr. Jacop Vander Vleuten. Item twee beemdekens "de Wehaegen", daar het beeksken door loopt. Item akker op Eyndhovenacker, vroeger toebehoord hebbende aan Gillis Jacop Geertssen, nevens de soey. Zoals die door Henrick Van Aerde in huur was gebruikt. Item acker "het Smeel", gekomen van Jonker Jan Hovelmans, aan de molen alhier, tegen het Savelblock. Item bosch te St. Lenaerts, eertijds gekomen van de erfgenamen Thomas Wijns. Item 1/3 in den Grooten Leeuwerck, eertijds gekomen van Michiel Joerdaens, met de lentenhof vanden Cleijnen Leeuwerck voor het derde deel. Item twee delen of de helft in 1 1/2 bunder beemd, te Loenhout op de Blaeckt. Item de helft van twee heiveldekens achter "het Hechtveken", onder Loenhout.

Henrick Van Aerde.

Huis, schuur, maeydries, warmoeshof, lentenhof, met het cleyn lentenhofken daarachter aan, in de Warmoesstraete, waarin hij nu woont. Item de helft van een dries, gedeeld tegen erfgenamen Henrick Havermans. Item acker gekomen van Jonker Jeronimus Vander Noot, op Eyndhovenacker. Item acker op den Leugenberch, tegen de erfgenamen Geert Vanden Bleke. Item acker "den Vooracker", nevens Godshuis van het Facons. Item voorste bunder beemds in Leyskensbeemt", langs nevens Schaepsdijck. Item twee bosschen achter de driessen van Pulmans, op den Leugenberch, tegen erfgenamen Geert Vanden Bleke. Item 1/4 in een ander 1/2 bunder beemd, te Loenhout, op de Blaeckt. Item 1/3 in den Grooten Leeuwerck, eertijds gekomen van Michiel Joerdaens, met lentenhof van de Cleynen Leeuwerck, voor 1/3.

Adriaen Waechmans.

Achterste helft in den lentenhof, naast Heer Jan Bouckaert, pastoor, en naast Jan Wouter Wils. Item akker gekomen van die Vander Noot, aanden Creijtenborch, met het boschken ende haag en de gracht, naast Cornelis Meeussen erfgenamen en de oude plantagie met de plantagie gekregen van Jonker Jeronimus Vander Noot.

Item erve met huis, plantagie, op de Locht "het Vosken". Item twee percelen erve (weide en land) bij het Laer, "de Kempen". Item drie partijen erven, op de Leugenberch, eertijds gekomen van Adriaen Van Riel. Item akker bij de meulen, tussen het Smeel, en den acker de cortte bedden. Item akker op Eyndhovenacker, eertijds toebehoord hebbende aan Jan Coecken. Item een bunder beemd aan Schaepsdijck, in Leyskensbeempt, nevens Henrick van Aerde. Item 1/3 inden Leeuwerck, ut ante. Item heiveld "het Veeblock", aan de Heystraete, onder Broeckhoven, met de helft van twee heiveldekens achter "het Hechtvecken", onder Loenhout. Item bosch op Broeckhovenheiken, gekomen van Wouter de Wege. Item boschken inden Hunselen alhier. Item de helft in schaerboschken te Overbroeck, gekomen van Adriaen Jan Luycx.

1642, 25 februari

| BR-477-01 |

Adriaen Van Raeck Henricxssone, voor hem zelf, in een partij.

Adriaen Peeter De Gruytere als momber en Willem Jan Neelen als toeziender van Catarina en Jenneken van Raeck, Henricxdochteren, in d'ander partij.

Hebben gedeeld de erfelijke goederen hen verstorven van wijlen Geraert van Raeck, hun grootvader en Henrick Van Raeck, wijlen hun vader, te weten:

Adriaen zal hebben al de erfelijke goederen gelegen te Hilverenbeke, met goeden onder Ghestel. Item beemd te Brecht bij Schaepersdijck, eertijds toebehoord hebbende aan Mr. Peter van Ceulen. Item 15 Kgulden eens van elke wees.

Catharina en Jenneken zullen hebben:

Stede met grond en toebehoorten inde Oudaenstraete, met 1/2 bunder beemd te Loenhout op de Blaeckt, zoals Cornelis Jan Aerts tselve in huur en laatschap heeft. Item de stede met grond en toebehoorten te Overbroeck, waarop tegenwoordig Niclaes Ghijssen woont. Item een stedeken waar Anssen Laureyssen op woont te Overbroeck aan de Meerijt.

Item huis en hof op de Bist met een deel in heiveld onder Steghoven.

1646, 13 december

| BR-478-01 |

Deling kinderen Cornelis Cornelis Aerts, d'oude.

Cornelis, Adriaen en Merten Aerts.

Merten als momber en Jan Willemsen, te Schilde, als toeziender van het weeskind wijlen Aert Cornelis Aerts.

Kinderen wijlen Cornelis Cornelis Aerts x wijlen Tanneken Adriaen Mertens, hebben gedeeld, te weten:

Cornelis:

De stede "het kerckhovens" met een calverhoff, lentenhof, met de driessen, gekomen van Jan Mertens, met de plantagie en de vischkuil op de strate. Item akkerblok met een weiken, gekomen van de erfgen. Adriaen Schoenmaeckers, tegen voors erve. Item stuk land in de Clootsche acker, genaamd de Clootkens. Item boschken bij de Leuckvonder. Item beemd, "den Swijnshorst", gekomen van Adriaen Van Raeck. Item beemd te Loenhout op de Donck, gekomen van Geus Jan. Item de helft eener stede "den Hencxtbroeck". Item heiveld bij de Heijstrate, nevens de heivelden van Secretaris Waechmans. Item de helft van een heiveldeken aan den boschhoeck. Item de helft van de heivelden gekomen van Anthonis Geleijns aan de Buytelaerstraete. Item de helft van drie percelen vreheiden op de Clootsche heide. Item een obligatie op het dorp van Brecht van 400 gulden. Item een obligatie van 100 gulden.

Merten:

De stede aan Stapelheide, waarop Cornelis van Teijteringhen op woont, zoals die gekocht is van Mijnheer Coutereau, heer van Westmalle. Item een stuk erve, zijnde twee driessen, te Cloot, nevens erve van Joos Huybrecht Joos. Item een stuk erve "het hoochbosch", te Cloot, aen de cleijn Heirbane, met een heiveldeken daar tegenover, met het boschken daar t'einde. Item twee percelen land in den Broeckacker. Item "den dorenacker" te Cloot. Item het Bruynlants bos te Overbroeck. Item beemd, gekomen van Mijnheer van Westmalle ""en Daesdonck". Item beemdeken aan den Overbroexschen vonder, bij den H Geestbeemd. Item beemdeken bijde Donckervoort, onder Loenhout. Item heiveld achter Overbroeck. Item rente op Lenaert Mathijssen, van 400 gulden capitael.

Adriaen:

Het huys aen de kercke genaemt St Joris met stallinge, schuere, brouwerije ende aelem daartoebehoirende mette erve achtervuyt totte Biest mette plantagie op de Biest. Item den maeydries met het ackerken tegenover genaemt "den Moriaen". Item stuk erve "het Wuyt Thomas", met de plantagie daarvoor staande. Item stuk land met een boschken op Wemersacker, 4 lpz. Item weide "het Mortelken". Item twee weiden in de Luycxstrate. Item de helft van den Hencxtbroeck, met de ander helft van drie percelen vreheiden op de Clootsche heijde. Item bosch in de bane bij de cleyrijdt. Item d'ander helft van beemd, gekomen van Mijnheer van Spangen, naast Michiel Mathijs Laureys Rombouts. Item een stuk beemd op de Marum, te weten over de beek, naast Verloren Cost en nevens beemd van den Prelaat van Tongerloo. Item 1/2 bunder beemds te Loenhout op de Blaeckt. Item heiveld inde Buytelaerstraet naast Loenhout. Adriaen zal uitreiken aan Cornelis Cornelis Aerts 100 Kgulden. Item 100 Kgulden aan weeskind van Aert Cornelis Aerts.

Weeskind:

De stede tot Eyndhoven "den Palmboom", zoals nu gebruikt wordt door Sivaris van Nijen. Item driessen met heivelden daarachter "de Dijckxkens", te Steeghoven. Item stuk land op Kerkchovenacker, 7 lpz. met het weiken daaraan "Cnoddersdriesken". Item weide met een boschken nevens Pulmans. Item hofstede inde Luycxstraat, gekomen van Jan Reijns. Item een stuk erve aan Wemersacker "den Berckhoff". Item hofstede te Cleijn Veerle, "het Hanneken Theeus, 8 lpz. Item boschken bij den Creckelbergh, met de boomen daarin staande, met nog een boschken achter den Dorenacker. Item een halve beemd gekomen van Mijnheer Van Spangen, in den Hoeck, naast Jaspar Van Aerde. Item 1/2 bunder beemd te 's Gravenwezel, in de Voortbosschen. Item beemd met een boschken te Loenhout "de Werdelbeemt". Item beemdeken op de Marum, voor de beek naast Stapelheide. Item de helft van heivelden gekomen van Anthonis Geleyns aan de Buytelaerenstraat. Item de helft van een heiveldeken bij den boshoeck. Item vreheide achter Eyndhoven annex de voors Palmboom. Item obligatie op het dorp van Brecht van 400 gulden capitael. Item 100 gulden. Item de helft van de geboschten houtten bij de Hencxtbroeck, in 't water. (de ander 1/2 is de Hencxtbroeck).

Tot volbrenging van de begeertte en uitterste wille van voors Aert Cornelis Aerts wijlen, liggende op zijn sterven, hebben voors Cornelis, Adriaen en Merten Cornelis Aerts, gebroeders, uit pure caritatie en aelmoesse aan de bastaard sone van voors wijlen Aert Cornelis Aerts, genaamd Cornelis, "die hij jongman zijnde hadde verweckt ende geprocreert bijde dienstmaerte van zijne ouders", 200 Kgulden capitael en de mombers hebben hem gegund een akker te Cleijn Veerle, 7 à 8 lpz. " het Hanneken Theeusacker".

In marge: Catelijn Aerts heeft ontvangen van Margriet Jan Pellens, weduwe wijlen Adriaen Cornelis Aerts, de somme van 100 gulden capitael, die Catelijn hebben moest uit de nagelaten goederen bij deling achtergelaten door Cornelis Cornelis Aerts d'oude, blijkens brief van 14 oktober 1661.

Heeft ontvangen van de erfgenamen Adriaen Cornelis Aerts, de somme van 100 Kgulden, uit voors deling. Martijn Jan Voichten, 11 juli 1665.

1649, 2 januari

| BR-479-01 |

Schepenbrief van Antwerpen.

Peeter Gillis Heijlen alias De Costere, te Brecht, heeft verkocht aan Daniel Fourment Danielssone, voor hem en als momber van Balthasar, Henrick, Pauwels en Jouffr. Maria Fourment, zijn broers en zuster, 75 gulden jaarlijks en erfelijk op een hoeve met huis, schuur, stal, plantagie, grond en toebehoorten, te Oostbrecht, o sheerenstraat, z/w Adriaen Delien, n Henricx van Riele Peeters, daarin begrepen twee stukken beemd te Loenhout. Item op een akker "de vijf loopensaet", met nog een heiveldeken daaraan gelegen, o voors ander land, n Lenaert Van Riel en Jan Wouter Wils, w erfgen. Joos Puls, z voors ander land. Zoals comparant verkregen heeft en daarin gevest voor schepenen van Antwerpen, door Jouffr. Magdalena de Cuyper, weduwe van Bartholomeeus Lewitre, op 9 december 1626.

Mr. Mathijs Luycx, notaris vernieuwt te Brecht

In marge: Deze rente is gecasseerd 15 juni 1663.

1649, 14 mei

| BR-480-01 |

Marck Adriaen Straetmans als momber van Adriaen Willem Straetmanssone, daar moeder af was Lijsken Denis Jacops (Loenhout), heeft verkocht aan Jan Cornelis Lenaerts, te Loenhout, 5 lopen rogge met twee jaren verloop als voors wees is heffende jaarlijks op de goeden van Merten Hoefkens te Brecht gelegen.

1650, 13 juni

| BR-481-01 |

Jan Cornelis Lenaerts te Loenhout, heeft overgegeven aan Adriaen Aert Luycx, een erfelijke rente van 5 lopen rogge jaarlijks op de goeden van Merten Hoefkens, met één jaar verloop, volgens brief dd. 14 mei 1649.

1639, 22 november

| BR-482-01 |

Jan Peeter Brugmans x Catelijne Geert Mostmansdochter, daar moeder af was Margriete Steenbackers, ten eenre, voorkind.

Jan Aert Michielssen, voor hem zelf.

Catelijne Aert Michielssen x Govaert Willemsen, daar moeder af was voors Margriet Steenbackers, ten andere. Nakinderen van dezelve hunne moeder, zijn overeengekomen, te weten:

Voors Margriet Steenbackers heeft gemaakt wettig afscheid van haar twee voorkinderen, waarvan alsnu maar één in leven is, op 13 september 1608.

Jan Peeter Brugmans x Caterina Mostmans zal behouden in 't geheel al de percelen van erve, te voren geweest zijnde eene stede gekomen van Peeter van Riele, die voors Margriet Steenbackers in haar weduwe staat gekocht heeft.

Jan en Catharina zullen behouden twee stedekens met huizingen daarop staande, onder St. Lenaerts aan Varenbraecken heijken, het een gekomen van de kinderen Denis Jacops en het ander van Heijlken Bartelmeeussen oft Heyken Voermans genaampd, verworven in het tweede huwelijk van wijlen voors Margriet Steenbackers. Item een rente van 7 Kgulden 10 stuivers jaarlijks op leenpanden onder Wuustwezel, "het Kievits venne", gekomen van wijlen Peeter Wildeman of Peeter Verwilt en die voors Jan Peeter Brugmans getransporteerd heeft aan Jan en Catharina. Item een rente van 2 gulden 10 stuivers jaarlijks op panden te Loenhout, achter de kerk, gekomen van Anthonis Goris.

Hiermede is te niet eene rente van 2 veertelen korens jaarlijks die voors Jan en Catharina op de stede van Jan Brugmans voors, gekomen van Peeter van Riel. Item een rente tot 8 gulden jaarlijks die voors Jan Brugmans had ten laste van Jan en Caterina voors.

1640, 21 augustus

| BR-483-01 |

Cornelis en Peeter Adriaen Schoenmaeckers.

Mr. Jan Vander Vleuten.

Marie Vander Vleuten Jacopsdochter x Frans Bogaerts.

Sara Vander Vleuten Jacopsdochter x Peeter Peeterssen van Bavel.

Cornelis Adriaen Schoenmaeckers als momber van Cornelia Jacops Vander Vleuten, nog onbejaard.

Hebben gepaart de erfgoederen hun toekomend van Adriaen Schoenmaeckers x Christina Taeymans, ouders van Cornelis en Adriaen voors, en grootouders der kinderen Jacop Vander Vleuten, te weten:

Cornelis Adriaen Schoenmaeckers, eerste cavel:

Huis met koestal aan de kerk, aan de plaats, w de vier heemskinderen, z/o, n de sevensterre, n/o sheerenstraat. Item 1/2 van heiveld "aent eijcken boomken", onder Loenhout, (de ander 1/2 erfgenamen Mr. Peeer Joerdaens) Item akkerken in de Luycxstraat, tussen erfgenamen Jacop Verdijck en Dierick Vanden Wiele.

Jan, Maria, Sara en Cornelia Vander Vleuten, tweede cavel:

Stuk land op Kerckhovenakker, tussen Cornelis Cornelis Aerts ten oosten en n Merten van Nijen. Item akkerken gekomen van Henrick de Backere, met driesken daarachter in de Luycxstrate.

Peeter Adriaen Schoenmaeckers, derde cavel:

Twee driessen op de Leugenberch. Item akkerken gekomen van Wouter de Weege, in de Luycxstrate, o Wouter de Decker erfgenamen, z Mr. Adriaen Waechmans, nomine uxoris, w erfgen. Pauwels Brants, n voors Luycxstraat.

Peeter heeft geen gezag in de schuur op den eerste dries staande, de schuur mag twee jaar blijven staan.

1642, 9 maart

| BR-484-01 |

Lenaert, Willem, Gabriel, Kersten en Cornelis Verhese Cornelissone.

Cornelis Cornelissen als toeziender der weeskinderen wijlen Michiel Cornelis Verhese.

Adriaen Adriaen Cornelissen als toeziender der weeskinderen wijlen Merten Cornelis Verhese.

Barbara Cornelis Verhese x Kersten Joos Lenaerts.

Margriet Cornelis Verhese x Peeter Kerstiaenssen.

Erfgenamen wijlen Cornelis Verhese voors, hebben gedeeld, te weten:

Kersten, eerste cavel:

De verbrande stede, wezende twee akkers, gelegen aan de Merrijt en de Maeystraet. Item den Beur met huis naast de oostzijde. Item maeydriesken "heibogaerdeken" met warmoeshove. Item middelste paart inden lentenhove van de stede aan de Merijt. Item weide "de middelste weijde", over de dweerssche straete, met een heyaerdeken oostwaarts. Item paart in vreheide.

Margriet, tweede cavel:

Den buer met paart van het huis ootwaarts. Item het maeydriesken "den bogaert", met de warmoeshof. Item middelste paart inden lentenhof der stede aan de Merijt. Item weide "de middelste weijde", over de dweerssche straet, met een heyaerdeken, de plantagie.

Weeskinderen wijlen Michiel Cornelis Verhese, derde cavel:

Paart in voors woonhuis, aan de Merrijt, met het maeydriesken, t'einde voors huis. Item voorste land in den lentenhof der voors stede. Item weiken "het Ackermansveldeken", z/w erfgenamen Henrick van Raeck, o mijn Heer van Spangen erfgenamen, n de middelste weide. Item 1/3 in 2 lpz. land onder Cloot (het ander is kinderen Willem Jan Willemsen en de kinderen van Jenneken Willemsen, zijn zuster). Item rente van 1 lpz. coren erfelijk op de goederen van Cornelis Van Nijen te Veerle. Item twee eikenbomen, getekend met drie kerven.

Willem, vierde cavel:

De helft der schuur westwaarts. Item weide "het haverweijken" met het boschken daarin, met de helft van de koeykenslentenhof, n Anthonis Rombouts de jonge. Item weide "de veurste weijde", over de dweerssche straet, n Joos Huybrecht Joos, z Henrick van Raeck. Item rente van 30 stuivers jaarlijks op de kinderen Willem Jacop Luycx, met twee opgaande eiken, getekend met vier kerven.

Lenaert, vijfde cavel:

De helft van voors schuur op de stede aan de Merijt, achterste paart in voors Coeykenslentenhof. Item achterste paart in lentenhof en ossenblock, o de dweerssche straet, n Jan Rombouts. Item twee opgaande eikenbomen, getekend met vijf kerven.

Weeskinderen wijlen Merten Cornelis Verhese, zesde cavel:

Akker aan Overbroecxe cappelle, w voors Cappelle, n erve Clooster Tongerloo, z schout, o de soe. Item weiken "het Boonlant", aan de Dweerssche straete. Item 1/2 heijaerdeken (bosch en heide), z Henrick van Raeck, o/w Mijnheer van Spangen erfgenamen, uitgenomen 4 eiken.

Gabriel, zevende cavel:

Weide "de Leucke", n erfgen. Melsen Brugmans, o boschken erfgenamen Van Spangen, w Andries Anthonis Dries. Item weiken "het achterste weijken", w boschken van Spangen erfgenamen, n den Elsacker, o achterste haverweijken. Item 1/2 heyaerdeken (gedeeld met zesde cavel).

Cornelis, achtste cavel:

Akker "den Elsacker" naast de Santschelle noord, o Andries Peeter Hoefkens, nomine uxoris. Item weiken nevens voors acker, w Jaspar van Broeckhoven kinderen.

Barbara, negende cavel:

De helft van de huizingen staande op de erve, genaemt den Schoyt, te Overbroeck, zoals gedeeld tegen Cornelis Verschueren. Item 1/4 in maeydries en lentenhof, met 1/2 ackerblock, gedeeld tegen Cornelis Lenaerts Verschueren. Item weide "de Veijlhove". Item rente van 5 gulden 17 stuivers jaarlijks op Mathijs Putcuyps (de ander twee delen is aan de erfgenamen Henrick Verhese en Willem Jan Willemsen). Item 1/3 in heiveld te Cloot (de ander twee delen is aan voors Willem Jan Willemsen en de erfgenamen Henrick Verhese). Item drie eikenbomen met negen kerven getekend, op de verbrande stede. Item 1/3 in 1/2 beemd te Loenhout opt Hoochbossche. Item 1/9 in 1/2 bunder beemd op Marum. Item paart opt Hondermoer.

1642, 12 november

| BR-485-01 |

Denis en Jacob Goris Janssen.

Heyltken Goris Janssen x Jan Adriaen Henricx van Ghestel.

Pauwelijntken Goris Janssen x Cornelis Willem Jan Neelen.

Jan Adriaen Ghilsen als momber en Aert Denis als toeziender van de andere drie onbejaarde weeskinderen van voors Goris Janssen, te weten: Anthonis, Gregorius en Tanneken.

Erfgenamen van wijlen voors Goris Janssen, hebben gedeeld stede te Oistbrecht aan de heide, "den Heester", achtergelaten door voors Goris Janssen x Willemken Denis, hun ouders, te weten:

Denis, Heyltken, Anthonis en Tanneken, eerste cavel:

Het oud woonhuis op voors stede "den Heester". Item de helft van de schuur naast voors woonhuis. Item akker naast de Heirbane, met den lentenhof t'einde voors akker aan voors heirbaan. Item akker in 't achterste stuk, n/o de Goorrijt, w akker van de tweede kavel. Item groote weide met den cleijnen opstal, achter voors huis, n gemein heirbane, z leeghen dries, o maeydries tweede cavel. Item weide "den grooten Hollander", z Kerstiaen Goris, o heide naast Rijckevorsel, n Peeter Lenaert van Ostaeyen, w Cleijn Hollanderken tweede cavel. Item 1/2 bunder beemd te Loenhout op de Blaeckt. Item een halve beemd tot Castel onder Baerle, gedeeld tegen de erfgenamen Christiaen Jan Geertssen.

Jacob, Pauwelijntken en Gregorius, tweede cavel:

Het nieuw huis op de grooten opstal. Item de helft der schuur. Item den grooten opstal. Item akker, den middelste acker, n akker van eerste cavel, o Goorrijt, z achterste acker in 't groot stuck. Item achterste akker, w groote opstal, z de heide naast Rijckevorsel, n/o achtersten akker van eerste kavel. Item maeydries tegenover de schuur. Item weide "den leeghen dries". Item weide "de achterste weide", nevens de leeghe weide met de heijhaerdekens daarachter tot de heide toe. Item weide "den cleijnen Hollander".

De vreheide en de Goorrijt blijven onverdeeld.

1642, 30 december

| BR-486-01 |

Mathijs Goossens, de jonge, x Caterina Anthonis Wackers.

Cornelis Cornelis Teuns x Maria Anthonis Wackers.

Cornelis Christiaen van Nuijnen als momber der kinderen wijlen Jan Anthonis Wackers.

Zich sterkmakend voor Engelken Anthonis Wackers.

Alle erfgenamen wijlen Anthonis Wackers hebben met Jan Henrick Pellens de volgende conditien aangegaan, te weten: dat voors Jan Henrick Pellens van wijlen voors Anthonis Wackers in beleening had genomen zeker heiblokken en andere vreheide, eendeels gelegen te Brecht omtrent Marumvoort, "de Bossblocken", z de beemden van Marum, w de weg van Marumvoort, n de Stapelheide, o Merten Saelden heiblok. De andere vreheide onder Wuustwezel, omtrent "de Vogelcoye van Wuustwezel". Pellens zal eeuwig behouden die heiblokken te Marum. Mathijs Goossens etc. zullen behouden de vreheide te Wuustwezel. Pellens zal aan de voors erfgenamen nog betalen 35 gulden.

1642, 28 maart

| BR-487-01 |

Adriaen Jan Wouter Wils.

Adriaen Adriaenssen van Roye, weduwnaar Tanneken Jan Wouter Wils.

Merten Jan Hoefkens, schepene, deszelfs kinderen, hebben gedeeld percelen achtergelaten door wijlen voors Jan Wouter Wils x Adriana Delien, hun ouders, te weten:

Adriaen Jan Wouter Wils, eerste cavel:

Woonhuis in de plaatse, wermoeshof en erve tussen de voors huyse en de coeystal, de schuur met de helft van de gaersdries, achter voor schuur. Item de helft van de maeydries over de straete naast de zijde aan de hofstede "den Valck". Item akkerken "het Smidts", tegen tselve, n Cornelis Van Aerde, w de straet, z Elisabeth Putcuyps. Item paart in land op Wemersacker, n/w Jan Henrick Pellens. Item 1/2 in weide "de Kempe", naast erve van Mr. Huybrecht Stevens. Item 1/2 in zeker gedeelte te Veerle (de ander helft is aan Dierick Vande Wiele). Item paart in zeker heiveld onder Loenhout.

Adriaen Adriaenssen van Roye voor zijn kinderen:

De hofstede "het Schaeckbert" met de stallinge met de helft van de gaersdries daarachter. Item de helft van den maeydries over de straete naast Cornelis Schoenmaeckers alias Pije. Item akkerken gedeeld tegen Lenaert Putcuyps, z Cornelis Cornelis Henselmans en Mr. Adriaen Waechmans, nomine uxoris. w/n/o erfgen. Lenaert Putcuyps. Item de helft eener weide "de Kempe" naast erfgenamen Heer van Westmalle. Item wederhelft van land op Wemersacker naast de gemeinen akkerweg. Item paart in schaarbosch te Cloot, met hoeksken bos daar t'einde. Item wederhelft in heyveld te Loenhout. Item rente van 3 gulden jaarlijks op goeden nu in handen van de erfgenamen wijlen Pauwels Brants.

Onverdeeld beemd in de hoeck. Rente van 3 veertelen rogge jaarlijks op kinderen Jan Cornelis Dielen. Item rente van 2 Kgulden rogge jaarlijks op goederen wijlen Michiel Jan Dielis Schram. De put tussen beide hofsteden, gemeen gebruik.

1646, 11 december

| BR-488-01 |

Niclaes, Adriaen, Thomas, Ghijsbrecht en Jacop Ghijsbrechts Niclaessen, gebroeders.

Jan Wouter Ghijsbrechts Niclaessen, voor hem zelf, en in naam van Niclaes Wouters, zijn broeder.

Cornelis Cornelissen van Teteringhen als momber en Niclaes Ghijsbrechts Niclaessen voors als toeziender van de vier weeskinderen van wijlen Catarina Ghijsbrechts Niclaessen, daar vader af is Jan Franssen.

Erfgenamen van wijlen Ghijsbrecht Niclaessen x Catarina Wouter Lenaerts, hebben gedeeld, te weten:

Jan en Niclaes Wouter Niclaessen hebben gemangeld met Ghijsbrecht Ghijsbrechts Niclaessen, die op den eerste cavel bevallen was, voor schepenen van Brecht den 6 maart 1647. Zij zullen hebben:

Het oud huis op de stede te Cloot, waarin nu Jacop Ghijsbrechts woont, met warmoeshof. Item maeydries achter voors huis, met den opstal. Item lentenhof met den dries tot aan den loop. Item den grooten dries met het straetken tussen het Kerstenblock en den dries. Item voorste helft van het Kersten block, naast voors straetken. Item stuk land op Clootacker, n Jacop Adriaen Jacop Kerstens, o de groenen wech. Item middelste deel in het bosch, "het heesterbosch". Item achterste deel in het heiveld nevens Jacop Adriaen Jacop Kerstens. Item voorste deel in de vreheide achter de Heester, tegen Peeter Heijlen vreheide. Item 1/2 der Spiheijde, z de Vorsselse vroenten. Item achterste deel in heiveld achter Overbroeck nevens Cornelis Cornelis Aerts kinderen heiveld. Item 1/2 van 3/4 bunder beemd te Loenhout, op de Blaeckt, n langshenen Adriaen Pudts.

Thomas, tweede cavel:

De groote schuur, bij het groot huis, op de stede te Cloot, met warmoeshof en bogaerd achter de schuur, met een stuk van den opstal. Item lentenhof dweers over de straat, met een bloksken daarachter "het vrouwenhofken". Item voorste paart in den heijacker, tegen de erve der kinderen Willem Jacop Luycx. Item stuk land 1/2 veertelzaad, n Adriaen Vreheijde, z Lenaert Putcuyps. Item stuk land midden in den groten acker. Item het heiveldeken voor het voorste gedeelte van het Heesterbosch. Item voorste paart van 't Groot heijvelt, nevens Jacop Adriaen Jacop Kerstens heijvelt. Item 1/2 der vreheide aan de Sevenvuijlen, nevens de heiveldekens van Henrick Ghijssen. Item de 1/2 van de Spieheijde, noord aan Peeter Heijlen vreheide. Item 1/2 van heiveld achter Overbroeck, nevens eerste cavel, 1/2 van 3/4 bunder beemd te Loenhout op de Blaeckt (de ander 1/2 is eerste cavel).

Cornelis Cornelissen van Teeteringhe voor de vier weeskinderen, derde cavel:

Het nieuw huis te Cloot, waarin nu woont Thomas Ghijsbrechts, langs nevens de bane. Item weide "den puyeplas", tegenover d'erve van de erfgenamen wijlen Cornelis Henselmans. Item wederhelft van 't Kerstenblock (de ander 1/2 is eerste cavel). Item stuk land op Cloot acker aan den hoogen wech "de cortte bedden". Item erve aan voors acker van de lange bedden. Item weiken of heiveldeken. Item achterste deel in 't Heesterbosch. Item voorste paart in het groot heijvelt nevens de heijvelden totten cleijnen Leeuwerck. Item eerste paart in de vreheide achter den Heester, n Peeter Henrick Ghijben vreheide. Item voorste paart in vreheide achter de Kouwenberch, n de gemeijne wech. Eerste paart in 't tweede heiveld te Overbroeck nevens eerste en tweede cavel. Item 2 lpz. beemd te Loenhout op de Blaeckt, nevens beemd van wijlen Cornelis Wiercx.

Niclaes, vierde cavel:

Het oud schuurken te Cloot met het lanck veldeken en bosken. Item drie drieskens nevens Peeter Heijlen met twee boschkens. Item dries aan de heide "den Couwenberchs dries". Item 1/2 van den heijacker (wederhelft is tweede cavel). Item stuk land op Cloot acker in de lange bedden. Item achterste paart in't groot heijvelt nevens de kleijnen Leeuwerck. Item 1/2 der vreheide achter den Heester, z de vreheide van Peter Heijlen. Item vreheide achter den Kouwenberch, paart in ander vreheide, ook achter idem. Item 1/2 van tweede heiveld achter Overbroeck (wederhelft is derde cavel). Item 2 lpz. beempts te Loenhout, op de Blaeckt, nevens vierde cavel.

Jacop, vijfde cavel:

Woonhuis mette camer op de stede te Overbroeck met warmoeshof, bogaert, maeydriesken. Item lentenhof nevens het bosch. Item 1/2 van ackerken naast het bosch "het Bockentveldeken". Item achterste 1/2 van "den Sielacker". Item middelste deel inden acker "den moorthoeck", met 1/3 in akkerken aan 't camerken, met 1/3 in de renten tot Bael. Item heijveldeken nevens de Sielacker, achterste deel in heiveld te Overbroeck naast de Meereijt. Item voorste paart van de weikens "de Winternesten", met 1/2 van het heijaerdeken tegenover eerste cavel. Item achterste deel in de Berchweijde en achterste deel van 't heiveld nevens idem. Eerste paart in 't voorste heiveld. 1/3 in 't moerken in voors heiveld. 2 lpz. beemd te Loenhout op de Blaeckt.

Adriaen Ghijssen, zesde cavel:

Het achterhuis van voors huis op voors stede mette schouw en den oven, "den berch metten water rontsomme" met het straetken neffens den berch ende so verre den berch duert mette plantagie daarinne. Item weiken voor de voors berch, met 1/2 lentenhof (de ander 1/2) is vijfde cavel). Item 1/2 van acker "het Bockentvelken", nevens de straet. Item bloksken "het cleijn ackerken". Item voorste deel van den acker "den Moorthoeck" met het cleijn heiveldeken nevens het bosch der hoeve van Tongerlo. Item middelste deel van 't heijveld tegenover Jan Rummen Ysendoncx kinderen stede, met middelste deel van de weikens "de Winternesten", met het heijaerdeken. Item middelste paart van de berchweijde met de helft van heijvelt daar tegenover, 1/3 in akkerken aent Camerken. 1/3 in de rente tot Bael. Item 1/2 van 1/2 bunder beemd bij Marum, nevens beemd van Jan Bruynen en Peeter Floren. Item middelste paart in 't voorste heiveld met 1/3 in 't moerken.

Ghijsbrecht, zevende cavel (in mangeling zie eerste cavel):

Schuur op de stede te Overbroeck, met lentenhof en bogaard. Item voorste van de "Sielacker", met 1/3 van den acker "den Moorthoeck", nevens Lenaert de Bruyn. Item heiveldeken achter voors heiveld, voorste deel in heijvelt tegenover Lenaert de Bruyne. Item akkerken, 1 lpz., n/o Jan Rummen Ysendoncx. Item achterste deel in twee weikens "de Winternesten", met 1/3 van voors heiaerdeken. Item voorste van de "berchweijde", met straetken daarachter. Item 1/3 van 't groot heiveld nevens de Winternesten, met 1/3 van 't moerken daarin, 1/3 in 't ackerken aan 't Camerken, 1/3 in de rente tot Bael. Item 1/2 van 1/2 bunder beemd bij Marum.

1641, 22 maart

| BR-489-01 |

Adriaen en Aert Peeter der Weeuwen.

Adriana Peeter der Weeuwen x Jan Franssen.

Cornelis Huybrecht Eijskens als momber en Adriaen Peeter der Weeuwen als toeziender der weeskinderen wijlen Laureys Adriaenssen, daar moeder af is Digna Peeter der Weeuwen.

Cornelis Huybrecht Eijskens voors als momber en Adriaen der Weeuwen als toeziender der weeskinderen wijlen Cornelis Adriaenssen, daar moeder af is Catarina Peeter der Weeuwen.

Erfgenamen wijlen Peeter der Weeuwen, hebben gedeeld, te weten:

Adriaen, eerste cavel:

Het woonhuis met lentenhof, weiken. Item weide "het leechvelt", achter voors lentenhof. Item heiveldeken noord den Schrootbeempt.

Aert, tweede cavel:

Akker op Verloren Cost, w de heide, n erfgen. Mathijs van Aerde, o beemd van Lenaert Verdijck Jacopssone, nomine uxoris, z Facons. Item heiveldeken achter den Hovenberch noordwaarts. Item 1/4 bunder in 't groot heiveld, inden achterste hoeck (het weerdeel is vijfde cavel).

Kinderen Laureys Adriaenssen, derde cavel:

Acker op Verloren Cost, 100 roeden, n/w kinderen wijlen Peeter Jan Huybrecht Joerdaens, z/o kinderen Mathijs van Aerde. Item akkerken "den Havenberch". Item vierde paart in het groot heiveld in 't voorste gedeelte. Item heiveldeken "den Haesdonck", naast de beemden.

Jan Franssen, vierde cavel:

50 roeden in den acker "den Havenberch". Item akker op Verloren Cost, "het hertlant", o heiveld der erfgen. Mathijs van Aerde, w kinderen Joachim Leest. Item akkerken "de vijfftich roeyen", op Verloren Cost, z/o kinderen Joachim Leest. Item vierde paart in 't groot heiveld in 't voorste gedeelte, met nog een heiveldeken "den veursten Haesdonck".

Kinderen Cornelis Adriaenssen, vijfde cavel:

Akker op Verloren Cost "de lange bedden", o de Weeuwen, w kinderen Mathijs van Aerde. Item heiveldeken, noord Peeter Henricx, de molder, kinderen. Item vierde paart in 't voors groot heiveld inden achtersten hoeck.

Peeter en Bastiaen Jacop Broumels.

Catarina Jacop Broumels x Willem Jan Augustijns.

Tanneken Jacop Broumels x Joos Geeraerts.

Erfgenamen wijlen Jacop Broumels x Maria Adriaenssen de Haen, hebben gedeeld, te weten:

Bastiaen, eerste cavel:

Het woonhuis op de stede te Broeckhoven met de messie tot aan het heiken toe. Item 1/2 van lentenhof achter voors huis. Item 1/3 in de weide t'einde aan voors lentenhof langs nevens het straetken. Item 1/3 in akker "het Hernas", t'einde voors dries, naast Henrick Mertens oost. Item twee weikens t'einde voors acker "Het Hernas". Item 1/3 in den grooten acker, naast Adriaen Verheijen. Item 1/3 van 't land op Clootacker.

Peeter, tweede cavel:

De schuur met het warmoeshofken daar t'einde, met ander helft lentenhof. Item 1/3 in dries naast deel van eerste cavel. Item 1/3 in den Hernas acker, naast eerste helft. Item weide "de veurste weijde", tot aan het loopken. Item 1/3 in den grooten acker, westzijde. Item 1/3 in 't acker op Clootacker, naast Adriaen Verheijen noord.

Catarina, derde cavel:

Al de grote opgaande eijcken bomen op de voors gronden, getekend, te bossen dees seisoene, binnen Smeijs. Item twee weikens te Cloot achter Mathijs Jacop Wijns erve, bij koop van Mijnheer van Westmalle, "de Meerkens". Item 1/3 der weide naast Anthonis Adriaen Meeren. Item 1/3 in voors Hernas acker, naast het ackerstraetken. Item 1/3 in de grooten acker, 1/3 van land op Clootacker, langs nevens den kerkweg. Item weide beneden het land op Clootacker, "de Beecke".

Deze drie cavels zullen nog hebben:

1/2 bunder beemd aan Marumvoort (het ander 1/2 bunder is Adriaen Verheijen). Item 1/2 van 7/4 bunders hoeymaden te Loenhout opt Meulenbosch (de ander 1/2 is Adriaen Verheijen). Item 1/3 in goederen onder Loenhout in de Beerestraet (de ander 2/3 is Adriaen Verheijen). Item al de heivelden te Brecht (zoals gedeeld tegen Adriaen Verheijen). Item 1/2 van schaarbos inde Weehagen (de ander 1/2 is Adriaen Verheijen). Item 1/6 in moerken onder Westwezel (de 5/6 is Adriaen Verheijen).

Tanneken, vierde cavel:

1/2 zaailand te Westwezel onder Breckel in Broumelsacker. Item 1/2 beemd te Westwezel (de ander 1/2 is Aert N. molder tot Wouw. Item beemd, aldaar "de veurste kudtsbeempt". Item schaarbosken te Brecht aan de Heirbane, o Cornelis Cornelis Aerts erfgenamen, w Adriaen Diericx.

1654, 9 juni

| BR-490-01 |

Bartholomeeus Adriaen Peeter Dielen als momber en Peeter Kersten Adriaen Goris als toeziender van de vijf weeskinderen wijlen Margrita Kersten Adriaen Goris, daar vader af is Peeter Adriaen Peeter Dielen.

Hebben met brandende kaars verkocht aan Bernaert en Marie Kersten Adriaen Goris, de helft van schuur, naast de boomgaard met voors boomgaart en de hof eener stede onder Vaerenbraecken, "het Peerken Mertens". Item paartken in dries, achter voors schuur. Item 1/3 in akker over het beeksken. Item weiken onder Vaerenbraecken, "het leechweijken", afgenomen van de erve "het Lisken Speeck". De wezen toebehorende volgens deling voor schepenen van Brecht op 24 maart 1654.

1649, 2 maart

| BR-491-01 |

Cornelia Willem Jacop Luycxdochter x Anthonis Princen, haar tocht afgaande.

Jan Peeter Eijskens.

Tanneken Peeter Eijskens x Jacop Jan Geens.

Hebben verkocht aan Willem Jacop Luycx, 1/3 in een stede met woonhuis en schuur, land, weiden, etc..., comparanten toekomende van wijlen Willem Jacop Luycx, grootvader van voors Jan en Tanneken.

1651, 2 mei

| BR-492-01 |

Cornelis Adriaen Lenaert Meus, voor hem zelf, en in naam van Adam Andriessen x Maeyken Adriaen Lenaert Meusdochter (Bergen op Zoom)

Cornelis Wiericx als momber der onbejaarde kinderen van voors Adriaen Lenaerts Meus.

Hebben met brandende kaars verkocht aan Henrick Gijssen, keteleer, x Maria Thomas Bogaerts, een stede met woonhuis en schuur, te Cloot.

1654, 28 maart

| BR-493-01 |

Peeter en Bernard Kersten Adriaen Goris.

Maria Kersten Adriaen Goris, jonge dochter.

Bertholomeeus Adriaen Peeter Dielen als momber en Peeter Kersten Adriaen Goris als toeziender van de onbejaarde kinderen wijlen Margrita Kersten Adriaen Goris, daar vader af is Peeter Adriaen Peeter Dielen.

Erfgenamen van wijlen voors Kersten Adriaen Goris, hebben gedeeld, te weten:

Peeter, eerste cavel:

Keuken, kelder en bakoven in woonhuis te Varenbraecken, "het Peerken Mertens". Item hoeksken in den dries, t'einde de keuken. Item middelste paart in de weide over het beeksken. Item middelste paart in den acker t'einde voors weide. Item deel in weide "het beemdeken", naast Adriaen Diericx.

Bernaert, tweede cavel:

Het achterhuis van voors huis. Item driesken t'einde voors achterhuis naast Jan Janssen Santecroes bij koop. Item paart in dries over de beek, o eerste cavel, n Lenaert Swinnen en Mr. Jacob Nieuwelants. Item paart in akker achter den dries. Item 1/2 der weide "het beemdeken".

Bartholomeeus q.q., derde cavel:

1/2 schuur op voors stede "het Peerken Mertens", naast de boomgaard. Item paart in driesken daarachter. Item 1/3 in den akker over het beeksken naast Adriaen Diericx. Item weiken "het leech weijcken".

Maria, vierde cavel:

Wederhelft der voors schuur. Item het stedeken "het Lijsken Speeck", (uitgenomen het leeg weiken, is derde cavel).

1647, 24 december

| BR-494-01 |

Mr. Aert Cristiaenssen vander Meyden x Barbara Jacob Geertssen hebben verkocht aan Jan Cornelis Goris, te Loenhout, schaarbos "de Conijnshaege", onder Eyndhovenacker, met een ander schaarbosken "het Exterbosken", ook op Eyndhovenacker, zoals door comparant gekocht van wijlen Jeronimus vander Noot Jonker Janssone, en daarna op 24 december 1647 bij Frans Merten Cornelis Aerts en Willem Jan Cornelis Goris, nomine uxoris, rechtelijk bij calengiering. Daarin worden gevest de voors Frans Merten Cornelis Goris en Willem Jan Cornelis Goris.

1658, 29 oktober

| BR-495-01 |

201.

Magdalena Cornelis de Cnoddere x Merten Jaspar Waechmans hebben voor 200 gulden verkocht aan Sr. Markus Anthoni Claphouder, appotecaris te Antwerpen, x Elisabeth Borrekens, 10 gulden jaarlijks en erfelijke rente op 1/4 der stede te Sterthoven "den Krekelberch", het 1/4 haar toekomende bij dood van Cornelis de Cnoddere, haar vader.

In marge: Afgelost door Merten Jaspar Waechmans dd. 31 maart 1665 te Antwerpen.

1657, 4 april

| BR-496-01 |

Peeter Huybrechts Verrijt.

Maria Huybrechts Verrijt x Cornelis van Doren.

Cornelis Peeter Verrijt als momber van het onbejaard kind wijlen voors Huybrecht Verrijt, met name Michiel.

Hebben gedeeld de goederen hen verstorven van wijlen Peeter Verrijt x Cornelia Pruyns, hun grootouders.

Maria, eerste cavel:

De helft van weide of dries "het Feyes", nevens de Molenstraat. Item 2 1/2 lpz. akkerland, in de voorsten acker, achter de Molen. Item de helft van erve "de Huygenrijten", (de ander helft is kinderen Jan Peeter Verrijt). Item voorste 1/3 in heiveld onder Steeghoven. Item schaapskoije metten steen daarin liggende en eenen essenboom, staande aan de hoeck van de schuur wijlen voors Peeter Verrijt.

Peeter, tweede cavel:

De helft van voors dries "het Feyes", naast erve van Henrick van Aerde. Item resterend land in voors voorsten acker achter de molen, naast voors 2 1/2 lpz. akkerland. Item 1/4 in beemd achter de Hoeck (de andere delen zijn Heijlken Peeters Verrijt en kinderen Jan Peeters Verrijt). Item middelste 1/3 in voors heiveld onder Steeghoven.

Cornelis, q.q., derde cavel:

Weide "den Cooldries", komende aan de Molenstraat noordwaarts, o Cornelis Peeter Verrijt, bij koop van Cornelis Peeter Schoenmaeckers, nomine uxoris, z Maria Henselmans, w Adriaen Cornelis Aerts, nomine uxoris.

Item gerechtigheid in akker achter voors Molen, "de Putacker", bij voors voorste acker (een deel is Lenaert Peeter Verrijt). Item achterste 1/3 in voors heiveld onder Steeghoven.

1661, 20 februari

| BR-497-01 |

Catelijn Frans Peeter Havermans x Danelis Michiel Anthonis Dries Hoefkens, daar moeder en grootmoeder af was (?) Catlijn Willem Maes Luycx, als mede erfgenaam van Mr. Jan Luycx, hebben laten lossen Maeyken Lenaert Verdijck Segersdochter x Cornelis Verdonck, Elisabeth Lenaert Verdijck Segersdochter x Mattheeus Peeters, Jenneken Jan Cornelissen, weduwe wijlen Lenaert Seger Verdijck en Maeyken der Muyden, weduwe wijlen Seger Verdijck Lenaertssone, twee renten van vier gulden jaarlijks en 15 stuivers jaarlijks als voors wijlen Mr. Jan Luycx bij transport verkregen van Jan en Henrick de Cock, bezet te weten: 4 gulden op stede van Lenaert Verdijck Cornelissone, op Brechterlo, blijkens constitutiebrief van 14 oktober 1539, de 15 stuivers op perceel heide bij de Vorsselsche heide, 4 bunder, dd. 1565, gecasseerd.

1658, 16 oktober

| BR-498-01 |

Arnout Peeter Kijen voor hem zelf en als momber der twee onbejaarde kinderen wijlen Maeyken Peeter Kijen, daar vader af was Peeter Jan Aerts.

Cornelis Peeter Kijen.

Jan Bertels x Engelken Peeter Jan Aerts, daar moeder af was voors Maeyken Peeter Kijen.

Hebben met brandende kaars verkocht aan Mathijs Jan Weerts x Tanneken Bernaerts, stedeken onder Beckhoven, (woonhuis, schuur, torflogie, wermoeshof, boomgaard, lentenhof, maeydries, beemden) in een veld gelegen o/z/n de straete, w erfgen. Michiel Mathijs Laureys Rombouts. Item akker met een weide over de voors straat, 11 lpz. Item akkerken over de straat, 1 lpz.

1663, 16 mei

| BR-499-01 |

Nijs Lenaerts, ingezetene geweest zijnde tot Loenhout, bekent over enige jaren overgegeven te hebben aan Andries Peeters, ingezetene alhier, 1/4 in erve, omtrent den Hencxtbroeck, 5 bunders, genaamd "het Brachtsgoet", zijnde land en weide, o de heide, z de Hencxbroeck, w Cornelis en Adriaen Cornelis Aerts, n Michiel Adriaenssen Janssone. Resorterende onder Loenhout.

1662, 16 december

| BR-500-01 |

Bastiaen Jacob Broumeels x Leijsken Peeter Vorsselmans zijn overeengekomen nadat zij comparanten samen hebben gekocht van Cornelis Peeter Brouwmeels, zeker paart, te weten in een schuur, land als weide, wezende 1/3 in deze stede aan Broeckhovenheiken, te weten dat de penningen waarmede dit paart zal worden betaald, zijn voortkomend van voors Leijsken, zodat de schuur en grond in volle eigendom volgen aan Vorsselmans en haar nakomelingen. Bastiaen Brouwmeels voorkinderen blijven daaruit.

1663, 13 augustus

| BR-501-01 |

Peeter Jan Brughmans en Mathijs Jan Weerts, armmeesters van Brecht, hebben met brandende kaars verkocht aan Huybrecht Cornelis Eijskens een erve met het klein huisken daarop staande te Overbroeck, den armen toekomende bij gift van wijlen Elisabeth van Pol, 7 lpz., o erfgen. Jan Van Riel, z de Schoerstraete, w ook de straat, n het Spirincxstraetken.

1663, 16 augustus

| BR-502-01 |

Huybrecht Cornelis Eijskens x Maria Janssen Verboven, alhier, hebben voor 200 Kgulden verkocht aan Mr. Johannes Botterschot, procureur alhier, 12 gulden 10 stuivers jaarlijks en erfelijke rente op stedeken te Overbroeck, op een huisken met lentenhof en maeydries, 3 lpz., o erfgen. Merten Jan Hoefkens, z de Schoorstraete, w de gemeijne straete, n zijn zelfs. Item op een leegveld of weide, 100 roeden. Item op dries, 1 lpz, o/z zijn zelfs, w de gemein straete, n de Spirinckstrate. Item op akkerken, 120 roeden, o erfgen. Jan Lenaerts van Riel, z/w hem zelfs, n voors Spirinckstraete. Item erve (heide en groes) o Cornelis Verboven en Jan Cornelis Eijskens, z Lenaert de Bruyn, w het straetken genoemd "het Vossenhol", n gemeine heide.

Cornelis Huybrecht Eijskens compareert eveneens en stelt tot onderpand een hoeve te Overbroeck, huis, schuur, etc.., o/z/n de gemein straten, w Jan en Cornelis Verboven. Item akker "den Poortacker", 8 lpz. Item "den grooten acker", 7 lpz. Item voors "Mortelweide", 1/2 bunder. Alle door koop verkregen van Mr. Marcelis Vander Leenen x Juffr. Aldegonde van Horenbeeck.

In marge: Afgelegd den 15 augustus 1664.

1664, 11 januari

| BR-503-01 |

Adriaen Janssen van Riel.

Cornelis Janssen van Riel.

Adriana Janssen van Riel x Goris Janssen.

Tanneken Janssen van Riel x Jan Cornelis de Bie.

Catalijn Janssen van Riel, jonge dochter.

Adriaen Janssen van Riel, voors, en Lenaert Matthijs Putcuyps als mombers voorde kinderen wijlen Lenaert Janssen van Riel, daar moeder af was Maria Matthijs Putcuyps.

Hebben voor 500 Kgulden, die wijlen Jan Lenaerts van Riel bij manuale obligatie bekend had schuldig te zijn aan Bartholomeeus Peeter Wendricx x Maria Janssen van Riel, welke obligatie "alsnu in stucken is verscheurt ende verbrant" en alzo gecasseerd, jaarlijks te betalen aan voors Bartholomeeus Peeter Wendricx x Maria Janssen van Riel, 25 gulden jaarlijks en erfelijke rente op een hoeve te Broeckhoven (huis, schuur, etc..) die voors Jan Lenaerts van Riel in zijn leven gebruikt heeft.

1664, 4 februari

| BR-504-01 |

Leijsken Peeter Vorsselmans x Sebastiaen Brouwmels.

Sebastiaen Brouwmeels voors, als gemachtigd van Adriana Beens en Cornelis Anthonissen, mombers der twee onbejaarde kinderen wijlen Catharina Anthonissen, daar vader af is voors Sebastiaen Brouwmels.

Hebben verkocht aan de infermerije van het Begijnhof te Antwerpen, jaarlijks en erfelijk 62 gulden 10 stuivers rente op woonhuis, schuur, etc.., te Broeckhoven bij OLVrouwe cappelle, 14 lpz in zaailanden, 8 lpz. in weiden, 2 lpz. in houtwassche, o Mr. Jacobus Nieuwlants, z Laureys Anthonis Meeren, w Broeckhoven heijcken, n Cornelis Merten van Nijen. Item op 3 lpz. zaailand op Clootacker.

Door Leyskens Vorsselmans gekocht van Cornelis Peeter Brouwmels, en andere partijen gekomen van wijlen Jacob Brouwmels.

1664, 30 januari

| BR-505-01 |

Leijsken Peeter Vorsselmans x Sebastiaen Brouwmels, tot ontlasting van een huis met 1/3 erve daaraan dependerende, wezende in een stede te Broeckhoven, als Adriaen Cornelis Beens en Cornelis Anthonissen, momber en toeziender der twee onbejaarde kinderen wijlen Catharina Anthonissen, daar vader af is voors Sebastiaen Brouwmeels, tot mede verbintenis van een capitael van 1000 gulden rentsgewijs bij voors Sebastiaen en zijn vrouw.

Heeft verbonden schuur op stede staande en erve, door voors Sebastiaen Brouwmels, op 16 december 1662 gekocht van Cornelis Peeter Brouwmels en waarin Leijsken Peeter Vorsselmans op 31 januari 1663 door schepenen van Brecht is gevest en gegoeid.

1664, 28 februari

| BR-506-01 |

Merten Willem Hunselmans.

Adriaen Janssen van Rielsone.

Cornelis Janssen van Rielsone.

Mayken Jan van Rielsone x Bertholomeeus Peeter Wendricx.

Adriana Jan van Rielsone x Goris Jan Lippens.

Tanneken Jan van Rielsone x Jan Cornelis de Bie.

Catelijne Jan van Rielsone geassisteerd met Frans Peeter Havermans en Willem van Riel.

Voors Adriaen Janssen van Riel en Lenaert Matthijs Putcuyps als mombers der kinderen wijlen Lenaert Janssen van Riel, daar moeder af was Marie Matthijs Putcuyps.

Hebben verkocht aan Bartholomeeus Peeter Wendricx, die de koop heeft overgegeven aan Peter Cornelis Lambrechts, smit, een woonhuis met wermoeshof aan 't Laer, o/n Jan Matthijs Janssen, koster, z voors Laer, w de Warmoesstraete. Comparanten toekomende van wijlen hun ouders, verkocht met drie zondagse kerkgeboden.

1690, 10 oktober

| BR-507-01 |

Lucas Cornelis Luycx x Anna Jan Jacob Philips hebben verkocht aan Jan de Decker, onze medeschepene, een weijken, 2 lpz. in de Leemstraet, o erfgen. van Secretaris Verdijck, z voors Leemstraete, w Jan Peeter Saelden, n erfgen. Elisabeth Pellens. Haar tweede comparante toekomende bij dood van haar ouders.