Thematisch‎ > ‎

Moord op Adriaan De Jongh (1943)


"Hier Witte Brigade! Uw geld!

Met deze woorden vielen in de avond van 30 december 1943 drie gewapende en gemaskerde bandieten de hoeve van Adriaan De Jongh te binnen.

Op dat ogenlik waren de verschillende gezinsleden rustig rond het haardvuur gezeten: vader Adriaan De Jongh, moeder Maria Schrauwen, hun 17-jarige dochter Theresia en hun knecht Jan Van Dijck. Vader De Jongh rustte in een rieten zetel met de pijp in de mond. Bij het woest binnendringen van de bandieten sprong hij recht, greep de pook die naast hem aan de leunlng van de "Leuvense stoof" hing en vloog hiermede de ongewenste indingers te lijf. Zijn enlg doel was de kerels door dlt onversaagd optreden angst aan te jagen en op de vlucht te drijven. Dit gelukte hem met de hulp van de knecht die eveneens onvervaard was rechtgesprongen. De boeven namen inderdaad ijlings de vlucht maar niet vooraleer zij in 't wilde weg enkele revolverschoten hadden afgevuurd. Een van de kogels werd Adriaan De Jong noodlottig. Hij werd getroffen in de buikstreek en zeeg ten gronde neer.

Louis Van Velthoven, in 1938 nog een beloftevolle wielrenner

Gazet Van Antwerpen, 7/7/1938

's Anderdaags reeds, de vooravond van Nieuwjaar, overleed hij aan zijn verwondingen in het St. Elisabethgasthuis te Antwerpen.

Louis Van Velthoven werd te Loenhout geboren op 11 november 1919 en zou dus op zijn proces in juni 1950 30 jaar oud geweest zijn. Hij was een zoon van houtzager Joannes Van Velthoven (1871-1953) en Joanna Schellekens (1880-1950), en de zevende van tien kinderen. In de jaren '30 was hij een beloftevolle wielrenner. Zo zegevierde hij in juli 1938 in de beginnelingenkoers van Brasschaat-Kaart. 

Van Velthoven had het initiatief tot de aanslag genomen. Hij was van Loenhout en kende dus het slachtoffer. In eerste instantie sprak hij Van Meer en Van Ham aan om mee te doen; later werd ook Hermans in de onderneming betrokken en betoonde ook Floren interesse. Eén uur voor de overval werd ook Verdijck nog door Van Meer meegelokt.

Eén dag voor de aanslag kwamen de boeven samen in de schuur van Van Velthoven, waar ze van hem stokken en revolvers kregen. Op de dag van de overval bleven Van Velthoven, Verdijck en Van Ham buiten de wacht houden, terwijl Van Meer, Floren en Hermans het zware werk zouden opknappen. In het tumult van de overval loste Floren een schot dat doel miste, en vuurde Van Meer het fatale schot af, hoewel deze laatste dat tot het einde toe bleef ontkennen.

Na de stoutmoedige roofmoord was Van Velthoven een tijd lang voortvluchtig in Brussel en Wallonië, om dan later weer in Merksem op te duiken. Daar zou hij zijn medeplichtigen bedreigd hebben hen te verklikken indien ze hem niet zouden helpen onderduiken. Daarop zou hij in het voorjaar 1944 in handen gevallen zijn van een zekere Reynaerts, die hem voorgoed deed verdwijnen. De verdwijning is evenwel nooit opgehelderd, voor zover wij weten.

Tijdens de oorlog werd er een moordonderzoek geopend door de Duitse bezetter, doch alle elementen van dit onderzoek gingen verloren nadat de Duitsers verdreven waren. De ontknoping volgde zeven jaar later toen, in 1950, in Sint-Lenaarts Jos Hermans uit de Brugstraat gearresteerd werd. Hij ging spoedig tot volledige bekentenissen over, waarna de hele bende kon opgerold worden.

In juni 1950 volgde een proces voor de militaire rechtbank van Antwerpen. Tijdens dit proces getuigden o.m. Maria Schrauwen, de weduwe van Adriaan De Jong, Jan Van Dijck, de knecht, Frans Van Velthoven, de broer van de hoofdverdachte. Dochter Theresia De Jongh was ziek en kon het proces niet bijwonen.

Op het einde van het proces werden de volgende straffen werden uitgesproken:

  • Louis Van Velthoven uit Loenhout, 30 jaar oud, werd als bendeleider bij verstek veroordeeld tot 10 jaar dwangarbeid.
  • Arthur Van Meer uit Heide-Kalmthout, 30 jaar oud, loste het dodelijk schot en kreeg hiervoor 8 jaar opsluiting.
  • August Van Ham uit Brecht, 31 jaar oud, die buiten de wacht hield, werd veroordeeld tot 5 jaar opsluiting.
  • Louis Floren uit Schoten, 41 jaar oud, loste een schot dat doel miste en kreeg hiervoor 6 jaar opsluiting.
  • Joseph Hermans uit Sint-Lenaarts, 38 jaar oud, die buiten de wacht hield, werd veroordeeld tot 5 jaar opsluiting.
  • Walter Verdijck uit Brecht, 35 jaar oud, hield buiten de wacht en kreeg geen straf vanwege zijn geringe betrokkenheid.

Hermans en Van Ham moesten hun brevet van erkend weerstander inleveren en allen verloren hun burgerrechten voor een termijn van vijf jaren. De nabestaanden van De Jong bekwamen 1 frank morele schadevergoeding.

Moeder De Jongh, Maria Schrauwen, hertrouwde niet en overleed in 1978 op 82-jarige leeftijd. Dochter Theresia huwde op 14 mei 1945 met Alfons Aertsen. Het gezin kreeg drie zonen. In de 1966 werden zij de nieuwe eigenaars van het kasteel van Loenhout.