Geschiedenis van het onderwijs

A.J. Van Aken (1930)

Het schijnt dat de onderwijsinrichtingen, in tegenstelling voor wat de omliggende gemeenten betreft, vrij laattijdig alhier werden ingericht.

Tot vóór een eeuw waren hier geen wezenlijke scholen: alleen gewaagt men van een middelbare kostschool, die zou bestaan hebben op het einde der XVIIIe eeuw, op de Dorpsplaats, en waar een twaalftal leerlingen jaarlijks werden opgeleid.

Voor het overige werden de kinderen van 8 tot 11 jaar toevertrouwd aan een persoon (meestal een vrouw) die de eerste beginselen van lezen, schrijven en rekenen aanleerde en hen verder gereedmaakte om de godsdienstlessen in de kerk te volgen.

In het begin der vorige eeuw werd de eerste openbare school gebouwd op den Huffel. In 1842, na de eerste Belgische schoolwetgeving, werd de gemengde school bestuurd door Mr. Mannekens, die later opgevolgd werd door Mr Warmoes. In 1860 werd de aangenomen meisjesschool gesticht en toevertrouwd aan de E. Zusters van Gijzegem.

In 1876 werd de nieuwe gemeenteschool opgericht in het Kerkblok. Dit stevig gebouw bestond uit twee klassen.

Tijdens den schoolstrijd van 1879 werd door de parochiale Overheid besloten, een nieuw gebouw op te trekken, om een parochiale school te stichten. De heer De Roy, die reeds in een noodlokaal les gegeven had, werd als hoofdonderwijzer in de nieuwe school geplaatst. In het jaar 1885 werd de vrije school ondergebracht in de lokalen der gemeenteschool en door de gemeente aangenomen.

In 1914 werd de leerplicht ingevoerd, doch deze kwam eigenlijk na den oorlog eerst tot zijn volle recht. In 1919 werd de aangenomen jongensschool omgezet in gemeenteschool, met behoud van hetzelfde personeel, onder het bestuur van den heer De Roy.

Een dankbare hulde van innige erkentelijkheid gaat tot voornoemden Meester De Roy, in 1920 overleden, die tijdens zijn lange onderwijzersloopbaan, wars van alle tegenkantingen, en trots allerlei moeilijkheden, het opkomende geslacht van Loenhout, met talentvolle kundigheid, wist op te werken in deugd en wetenschap, en daarenboven vele eervolle burgers heeft gevormd.

In het huidige schooljaar 1938-'39 tellen wij te Loenhout niet min dan 444 leerplichtige kinderen, d.i. 227 jongens in de gemeentelijke jongensschool en 217 meisjes in de aangenomen meisjesschool.

Vele dorpsgenooten, die onze lagere scholen verlaten hebben, zijn de trots onzer bevolking. Bemerk, behalve de gewezen studenten der hooge- middelbare- en vakscholen, die schaar van priesters, die vele kloosterlingen van beide kunne, met aan de spits Z. Exc. Monseigneur Van Dyck, titelvoerend bisschop van Abbir en en Apostolisch Vicaris van Soei-Yuan, overleden den 4 December 1937.

Wij hebben in onze gemeente twee bloeiende muziekmaatschappijen: "De Heidegalm", gesticht in 1878, en "Ste Lucia", tot stand gekomen in 1890. Behalve de muziekkunst beoefenen deze twee vereenigingen, met nog andere jeugdorganisatiën van de Katholieke Actie, op doeltreffende wijze de toneelkunst.

Loenhout: onderwijzend personeel ca. 1940

Staande: Laurent Bresseleers, Edmond Van Aken, Constant Van De Mierop
Zittend: Adriaan Van Aken en Constant Vorsselmans.
Enkele krantenknipsels over de Franse kostschool te Loenhout

26/9/1839. Jos. Mannekens was voorheen werkzaam in de Franse kostschool 'Jr. Mannekens & Gebr.' te Hemiksem. Het lesgeld bedraagt 140 gulden per jaar.

27/9/1840Het schooljaar ving aan op 1 oktober. Inlichtingen te bekomen bij dhr. Kerremans op de Boschstraat en Peel, winkelier op de Ginnekensstraat te Breda.

14/8/1842. Het schoolgeld werd opgetrokken van 140 naar 141,75 gulden. Inlichtingen te bekomen bij burgemeester Jan Frans Mertens.

Bron: De Bredasche Courant

Josephus Mannekens was geboren op 9 december 1803 te Hemiksem en overleed op 4 februari 1880 te Loenhout.