St. Jorisgilde, anno 2018

De gilden

Terug naar overzicht

Wanneer de twee oudste gilden: deze van Sint Joris (kruisboog) en van Sint Sebastiaan (handboog) gesticht werden, kan men niet met zekerheid bepalen. In 1538 was er reeds spraak een altaar van Sint Joris (geschiedenis) op te richten in de kerk. Wij mogen veronderstellen, dat die gilden ontstaan zijn als verenigingen van weerbare mannen, om de heerlijkheid en het dorp te verdedigen. Stilaan was er van verdedigen geen sprake meer, en er bleven slechts de wapens en de oefeningen over.

Dat de gilden vroeger in hoog aanzien stonden, bewijzen de eigendommen in landerijen, de zijden vlaggen, de wimpels, de zilveren schilden, enz., en verder allerlei plichtplegingen, binnen en buiten de kerk. Het is opvallend, dat de gildenakkers, eigendommen van de drie zustergilden: kruisboog, handboog en bus, zo dicht bij elkander gelegen waren. Het is meer dan waarschijnlijk dat deze oefenplaatsen door de heerlijkheid van Loenhout geschonken werden aan de gilden.

Oude formaliteiten die vervuld werden bij koningschieten, laten veronderstellen, dat de heren in vroeger eeuwen hun bijzondere bescherming aan de gilden verleenden.

Ook de gilde van Sint Ambrosius of Biegilde heeft vroeger bestaan.

De oude statuten en reglementen, die nog in het bezit zijn van de gilden, wijzen er vooral op, dat de gildebroeders zich op zedelijk en godsdienstig gebied bijzonder goed moesten gedragen.

Aan het hoofd der gilden stond een Hoofdman, met vier Ouderlingen en verder een Deken, die jaarlijks verkozen werd. Vroeger betekende "Deken" een overheid, die tien schutters onder zijn bestuur had, naar het woord Deca, of tien. De koning of keizer kwam in het bestuur als voornaamste schutter.

Het Sint Sebastiaanaltaar in de kerk bevatte een altaarstuk uit de Franse school van David. Daaronder vond men fijn beeldhouwwerk in Renaissance uit de tijd van Frans I.

Het Sint Jorisaltaar dagtekende van 1661 en was van Korinthische orde. Een ruiterbeeld van Sint Joris bekroonde het altaar.

Het schijnt dat op de plaats, waar nu het altaar van Sint Quirinus staat, in vroeger eeuwen een altaar gestaan heeft van Sint Niklaas.

De biegilde of Gilde van Sint Ambrosius vond het beeld van haar patroonheilige op het koor van O.L. Vrouw, en de missen van haar jaarlijks teerfeest geschiedden insgelijks aan het altaar van genoemd koor.