Altaarstuk St. Quirinus

In de kerk bevindt zich het Sint-Quirinusretabel. Het heeft een bijzondere kunsthistorische waarde vanwege de uitgebreide documentatie die erover bestaat: archivalische documenten bieden informatie over de maker, de opdracht, materiaalgebruik en verlenen het werk een belangrijke ijkwaarde. Daarnaast is het retabel als iconografische bron erg belangrijk vanwege de zeldzame uitbeelding van het leven van Sint-Quirinus van Neuss. De artistieke waarde van het topstuk wordt bepaald door het zeer realistische en kwaliteitsvolle snijwerk dat, naast de laatgotisch elementen, duidelijk de overgang naar de renaissance illustreert. Al deze elementen samen dragen bij tot de grote zeldzaamheid van het retabel. (uit: Belgisch Staatsblad, 23/12/2011, Ministerieel besluit betreffende de definitieve opname van roerende goederen in de lijst van het cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap).

De bak van het altaarstuk is bewaard gebleven; de predella is verloren gegaan. Het is tussen april 1905 en november 1907 vanuit de kapel van Sint Quirinus overgebracht naar de parochiekerk van Loenhout, waar het zich nog altijd bevindt. In de bak zijn, zoals in het contract beschreven staat, zes voorstellingen van de marteling van de heilige Quirinus afgebeeld. De centrale scène middenonder lijkt een combinatie van de bekering van Quirinus en het uitrukken van de tong van de heilige. Erboven wordt zijn huid verscheurd met ijzeren haken. Linksboven worden zijn handen afgehakt en eronder bevindt hij zich in een ijzeren pot met kokende olie. Rechtsboven is te zien hoe zijn ogen met een priem worden uitgestoken en eronder hoe zijn lichaam met molenstenen aan handen en voeten over een foltergalg is gehangen. Onder de segementboog zijn twee engelen afgebeeld die de ziel van de heilige opnemen. (uit: Schilderen in opdracht : Noord-Nederlandse contracten voor altaarstukken 1485-1570, L.M. Helmus 2010)

Ziehier de aanbesteding (Gemeentelijk Archief Loenhout, nr. 1177, gedateerd 3 augustus 1545):

 Transcriptie

De taffele van Sinte Quirijn tot Loenhout

Opte conditie nabescreven heeft mr. Jan van Velthoven aengenomen te makene een gesneden tafele boven de aultaer van Sinte Quirijn tot Loenhout te weten van goeden custbaren wageschote zonder vou oft speeck.

Inden iersten sal den back wesen 8 voeten breet ende vijf vierendeel voets diepe ende de huechte naden heysch vande warcke ende de dueren met versteken werck ende boven opten back met eenen antyckschen toge vuytwijsen een patroone daeraf ons heeren gethoont.

Item inden back 6 parcken ende inden voet drie parcken indewelcke 9 parcken staen zullen de 9 martierien oft passien van Sinte Quirijn achtervolgen der legenden.

Item voirt sal de zelve Jan gehouden zijn te leveren allen de gehangen oft yserwerck dat daertoe behoeven sal.

Item de bovenste dueren toegaende ende sluytende met eenen makelaere ende de onderste dueren aenden voet met eenen greyndelslote.

Item voirt is voirwaerde dat oft gebuerde dat de voirs mr. storve eer hij dese taffele leverde dat in dien gevalle sijn huysvrouwe sal gestaen metten penningen die nu Jan sal ontfangen hebben weder om te keeren sonder de voirs tafele te moeten leveren de welcke tafele hij geloeft heeft te leveren tot meesters prijse ende oft nyet soo goet en is als deze voirwaerde begrypt samen hem cortten aen zijn penningen van welcke stucke ende tafelen de voirs meester hebben zal alse vollevert is vijventwintich ponden thien schellingen vleems behoudelijck datmen hem altyt zal geven opte hant na advenant dat dwerck voirtgaet.

Item is voirwaerde dat Jan den voet hier af te leveren sal voir St. Quiryns dach naestcomende ende den back metter metselrien in dien hem des mogelyck is.

Item als dwerck vollevert is sal tgelt verschenen zijn ende dan sal Mr. Jan voirs noch doen ende versoe lange als hij can oft hem muegelijck is.

Aldus bestaet den 3den augusti a° 1545 put Jan van Lint schouteth, de scepenen, kerckmeesters ende heyligeestmeesters ten huyse van Peetere van Onstaeyen.

Vertaling in hedendaags Nederlands

Het altaarstuk van Sint-Quirinus te Loenhout

Op de navolgende voorwaarden heeft dhr. Jan van Velthoven aangenomen om een gesneden altaarstuk voor het Sint-Quirinus altaar van Loenhout te maken van goed kostbaar eikenhout zonder vouw of spaander.

Het altaarstuk moet 8 voet breed (2,3m) zijn en 1,25 voet diep (36cm). De hoogte is navenant de andere afmetingen. Het moet deuren bevatten met verborgen afwerking en aan de bovenzijde afgesloten met een segmentboog in renaissance-stijl waarop onze Heer afgebeeld wordt.

De bak zal zes parken bevatten en de predella drie. Daarin zullen de negen martelingen of passies volgens de legende van Sint-Quirinus afgebeeld worden.

Voorts moet Jan het nodige hang- en sluitwerk leveren.

De bovenste deuren moeten kunnen toegaan en afgesloten worden met een maekelaere (eiken lat), de deuren van de predella met een grendelslot.

Verder is bepaald dat wanneer Jan zou komen te overlijden vooraleer het altaarstuk klaar is, zijn echtgenote de penningen die hij ontvangen heeft zal moeten teruggeven zonder de verplichting om het altaarstuk nog op te leveren.

De beeldsnijder moet het altaarstuk leveren te meesters prijse, voor 25 pond en tien schellingen Vlaams. Als het altaarstuk minder goed is dan het afgesproken bedrag, dan krijgt hij minder geld. De uitbetaling zal geschieden naarmate het werk vordert.

De leverdatum van de predella wordt vastgesteld op de dag van Sint Quirinus (30 april) en die van het middenstuk met de gesneden voorstellingen zo spoedig mogelijk daarna.

Als het werk opgeleverd en betaald is, zal meester Jan ontslagen zijn van alle verdere verplichtingen.

Aldus opgesteld op 3 augustus 1545, voor schout Jan van Lint, de schepenen, en kerkmeesters en de Heilig-Geestmeester ten huize van Peeter van Onstaeyen.

Na de bouw van de Sint-Quirinuskapel in 1653-54 verhuisde logischerwijs het Sint-Quirinusaltaar naar de nieuw-gebouwde kapel, zoals ook bevestigd wordt in deze schepenacte uit 1742:

Loenhout R 212, 13-12-1742

Verklaring van Michiel Huygens oudt 60 jaeren gewesen kerckmeester anno 1 – In diezelfde tijd was Peeter van Breda ook Kerkmeester en was in bezit van den sleutel van de offerblok van St Quirinuskapel- geld werd door hem bij het kerkgeld gelegd. Altaar in St. Quirinuskapel is afkomstig uit de kerk waar het op St. Quirinuskoor stond. Geertty van den Heuvel oudt … Jaer gewesen kerkm. (zelfde verklaring)

In 1863 werd het altaarstuk gerestaureerd door dhr. Jan Jacobus Antonius Van Arendonk (°04-05-1822 Antwerpen, †09-03-1881 Mechelen), zoals blijkt uit deze brief, die zich in het kerkarchief van Loenhout bevindt. Hierin schrijft de gouverneur van de provincie Antwerpen dat de fondsen voor de restauratie zijn vrijgemaakt, en verzoekt hij de kerkfabriek van Loenhout om het altaarstuk ter beschikking te stellen van de restaurateur, zodat deze het kan meenemen naar zijn atelier.