Onze kerk

A.J. Van Aken (1938) E.F. Van Aken (1970)
Vele kerken in de Kempen zijn gebouwd tusschen de jaren 1420 en 1550. In Loenhout heerschte destijds groote welvaart; men leefde alsdan in een tijd van opbloei, dank vooral aan den wolhandel (schapen). De toren, die heden nog bestaat, was reeds gebouwd vóór het jaar 1485, vermits een nieuw uurwerk toen werd geplaatst. In het begin van de XVI° eeuw werd besloten het bestaande kerkje te herbouwen. In 1519 werd er bij de burgers een geldomhaling gedaan en rond het jaar 1525 werd de kerk grootsch herbouwd. Tal van inwoners droegen het hunne bij voor den bouwen en de versiering der kerk en voornamelijk voor de H. Sacramentskapel. In 1538 was er reeds spraak van de oprichting van het autaar van St Joris.
De overlevering zegt ook, dat de steenen, gebruikt aan het bouwen van onze kerk, zouden gemaakt zijn op de plaats "Steenhoven", gelegen bij den Herseling. Uit den kuil "Het verloren Gat" zou de klei gehaald, en daar ter plaatse zou handsteen gemaakt zijn. Het is trouwens waar, dat op deze plaats in heggen en kanten, nog steenen worden gevonden, van denzelfden vorm en grootte als deze, waarmede de kerk gebouwd is.

Wij hebben te Loenhout een groote, gotische kerk, vervaardigd uit baksteen en versierd met witte banden. De vierkantige toren bevatte dubbele trapvormige steunmuren. Het onderdeel, met ronden deurboog, en rond venster, met een spitsboog omlijst, schijnt nog ouder te zijn. Het jaartal 1756, boven in den westermuur gemetst, duidt slechts een herstelling aan, evenals wij op den toren nog het jaartal 1853 vinden. De naald is achtvlakkig. De groote klok werd gegoten in 1595. In 1712 barstte deze klok en er werd een nieuwe en grootere vervaardigd. De oude klok woog slechts 1093 pond en de nieuwe weegt er 2094. Deze hergieting kostte aan de gemeente de som van 1068 Hollandsche gulden en twee stuivers. De klok werd vervaardigd door Alenus Julliën en draagt het volgende opschrift: "Communitas Loenhoutana me refeci per Allenum Julliën, anno Domini M.VIIe XII".

Wanneer het andere kleine klokje of tienden-klok gemaakt is, weet men niet. Het opschrift meldt slechts: "Bartholomeus Cauthals me fecit".

Vroeger lag in de kerk een zolder, doch in 1685 werd deze uitgenomen en vervangen door een plafoneering met verheven omlijsting, met siermotieven, naamletters en beeltenissen van H.H. Petrus en Paulus. Het schijnt, dat dit werk verricht werd door een zekeren Van Nueten. In het gewelf van het koor, dat later gemaakt is, leest men 1721. Van het oud hoogaltaar in Renaissancestijl, dat vervangen werd in 1899, staan nog alleen twee apostelbeelden aan den ingang van het koor.

Op het hoogkoor, aan weerskanten van 't middenraam, bevinden zich oude en wonderschoone glasramen, waarschijnlijk van denzelfden glasschilder, als deze, die ongeveer dezelfde ramen in de kerk van Hoogstraten plaatste. Zij werden geschonken door den toenmaligen Heer van Loenhout, Robrecht van der Marcke in het jaar 1537. Benevens de H. Drievuldigheid in het eene, en O.L. Vrouw met 't Kindje Jezus in het ander venster, staat genoemde Heer Van der Marcke zelf met zijn vrouw en kinderen afgebeeld.

Het alomvermaarde houten altaarblad van St Quirinusaltaar, dat zich in de zijkapel bevindt, dwingt eenieders bewondering af. Het is gemaakt in het einde der XVe of in het begin der XVIe eeuw, en bevat zes paneelen en een bekroning. Vier tafereelen hebben betrekking op den marteldood van St Quirinus, de twee overige waarschijnlijk op den dood van Ste Agnes. Het is een waar kunststuk, dat op bevel van de Commissie van Monumenten uit de kapel gehaald werd, om overgeplaatst te worden in de kerk. Sindsdien werd dit kunstgewrocht reeds tweemaal op een wereldtentoonstelling gebracht, waar het vanwege de kunstenaars de grootste belangstelling genoot.

De gestoelten dragen op de hoeken vier neergehurkte leeuwen met de wapenschilden van de Familiën van der Marcke en Montfort.

De prachtige houten predikstoel, in 1778 door F. Somers gemaakt, verbeeldt Jezus en de Samaritaansche Vrouw. Het is eveneens een echt kunstjuweel.

De merkwaardige orgelkast in Lodewijk XIV-stijl, met musiceerende engelen, alsmede de afhankelijke deur onder het hoogzaal, zijn echte parels der beeldhouwkunst.

Verder bewonderen wij nog onder de oudere kerkbemeubeling: de credentietafeltjes in Lodewijk XVI-stijl, een relekwiekast van O.L. Vrouw, een albasten beeldje van St Joris en offerandeschotels uit de XVI° eeuw; verder een schoon gebeeldhouwde legkast, enz...
Foto van de kerk, ca. 1935

Stormschade in 1788, o.m. aan dak, St. Jorisaltaar, gestoelte en sieraden
(De Surinaamsche Nieuwsvertelder 16-10-1788)


De kerk, verwoest in 1940