De kapel van St. Quirinus

M. Van Aken (2012)  A.J. Van Aken (1938) E.F. Van Aken (1970) J. Cuyvers (1995) A. De Roeck (2002)

Op ongeveer 300m van de kerk, op punt waar de Kapelstraat, de Sint-Lenaartseweg en de Hoogstraatseweg samenkomen, bevindt zich een kapel die toegewijd is aan de h. Quirinus van Neuss, een tribuun in het Romeins leger die zich bekeerde tot het Christendom en de marteldood stierf in 130. Binnenin de kapel bevindt zich een gedenksteen.

De verering voor St. Quirinus in Loenhout is zeer oud. In de vroege zestiende eeuw was er reeds een St. Quirinusaltaar in de kerk. Op 16 november 1506 werd er immers een korenrente uitgeschreven ten voordele van het Sint-Quirinus en Sint-Nicolaasaltaar. Deze verviel jaarlijks met Lichtmis:

Core rente der cappelrije van St. Quirinus en St. Nicolaes Autaer tot Loenhout. Gefondeert in het jaer 1506 den 16 november, vervallende alle jaeren te Lightmisse. Vierentwintigh veertelen rogge.

Volgens A.J. Van Aken in 1938, staat in "meerdere historische werken" te lezen dat de St. Quirinuskapel niet teveel geleden heeft van de oorlogsomstandigheden in de tweede helft van de 16de eeuw. Er moet dus ten tijde van de Nederlandse Opstand (1568-1609) reeds een St. Quirinuskapel bestaan hebben. Het is echter onduidelijk op welke bronnen A.J. Van Aken zich hier baseert, en we vonden tot nog toe ook geen andere aanwijzingen voor het bestaan van een kapel in die tijd. Weliswaar lezen we op de grafsteen van Fr. Petrus Voorspoel, gestorven op 25 maart 1538:

Meester Peeter Voerspoel, vicecureyt van deser kercke ende d’ierste capellaê van deser Capelle en heeft gheresidêt 34 jaeren.

Met "capelle" kan hier echter ook een zij-altaar van de kerk bedoeld zijn.
Kapel van Sint-Quirinus, Loenhout

Op 3 augustus 1545 werd een aanbesteding uitgeschreven voor het maken van een nieuw altaarstuk voor St. Quirinus. Uit een 18de eeuwse schepenacte weten we dat dit altaarstuk in de Quirinuskapel oorspronkelijk in de kerk op het St. Quirinuskoor stond. Als er dus al een eerdere kapel bestaan heeft, moet die tussen 1550 en 1580 gebouwd zijn.

In de 17de eeuw woonde weled. Juffr. Catharina De Perez op het kasteel. Zij weigerde pertinent haar tienden aan de kerk te betalen en kwam daardoor in conflict met E.H. Bondelius, pastoor van Loenhout en dus pater van de Sint-Bernardsabdij. Ze wist zich in dit conflict echter gesteund door toenmalig Antwerps bisschop Mgr. Gaspard Nemius, wiens beleid erop gericht was de macht van de Sint-Bernardsabdij (bezat sinds 1277 het patronaatsrecht) te verminderen ten voordele van het relatief nieuwere bisdom Antwerpen (gesticht 1559). De bisschop steunde haar dan ook meteen toen ze hem de 6de maart 1651 op het kasteel van Loenhout ontbood, relikwieën van Sint-Quirinus toonde en vroeg om een nieuwe kapel te mogen bouwen ter ere van Sint-Quirinus.

Eigenlijk had ze liever een gasthuis willen bouwen, maar daarbij botste ze op teveel praktische bezwaren, zodat ze uiteindelijk verkoos om het huidige St. Elisabethziekenhuis in Antwerpen te sponsoren. Daarnaast liet zij voor de Sint-Jorisgilde enkele "schuttershuisjes" bouwen, die standhielden tot de vroege twintigste eeuw.

(Bron: Loenhouts Kerkarchief, 1880)

De plannen werden dus gemaakt, werklieden aangenomen, bouwmaterialen gekocht, en de bouw aangevat.  Alle rekeningen en bewijsstukken die verband houden met de bouw van deze kapel, werden zorgvuldig bewaard en bevinden zich nog steeds in het Rijksarchief te Antwerpen. Ziehier een extract uit urenstaten van de timmerman en zijn knecht:

"-.. dystach den 19 augustus weder gewerckt met enen cnecht
-...woensdach gewerrect tot drij uren naer de noen reste inde kerreck aenden autor (dit kan het bewijs zijn dat het St. Quirinusaltaar in de kerk stond.)
-..Maendach den 25 augustus den heelen dach gedroncken met den cnecht, niet gewerrect.
dystach den meester heeft gedroncken, maer den cnecht heeft gewerrect
-..woensdach gewerrect meester en cnecht
-..donderdach den 28 augustus is den metser van hier gegaen
-..den 17 september is den meester op een wonsdach alleen gewerrect, ook donderdach, savons is weder naer huys gegaen.
..en zo voort.."

Volgens het boek "London Weather" van J.H. Brazell kende West-Europa van 1651-1654 vier opeenvolgende lange, warme en droge zomers. Dit verklaart misschien waarom de weledele dame en haar knecht niet veel zin hadden om die dag te werken.

In 1654 stond er dus een nieuwe kapel met waterput.

Het prachtige altaarstuk dat destijds (in 1545) door Jan Van Velthoven gemaakt werd kreeg een ereplaats op het altaar van de nieuwe kapel.

Gedurende drie eeuwen, van 1500 tot 1800, vinden we meldingen over kapelanen van Sint-Quirinus.

"gedaen in't opbouwen ende maecken vande capelle van St. Quirijn... in't jaer ons heeren 16c ende drijenvijftich"
(Bron: Loenhouts Kerkarchief KA100)
De beroemde landkaart van De Ferraris (1769) bevat een foutieve beschrijving van de Sint-Quirinuskapel. Ze wordt verkeerdelijk als "St. Colinns Capelle" aangeduid. Misschien is de verwarring te wijten aan het feit dat de kerk van Loenhout een Sint-Nicolaasaltaar had. "Collin" is een gekende variant van Nicolaas. (cfr. Oude vleivormen en varianten van voornamen, F. Debrabandere)

De  laatst bekende kapelaan  van St. Quirinus, E.H. Willem Vinck, moest in 1788 overgaan tot de aanschaf van nieuwe ornamenten voor de kapel, omdat deze geplunderd waren. 

Hij schrijft:
Nota in rei memoriam.
Als ik, Fr. Guilelmus Vinck in't jaer 1788 ben capellaen van Loenhout gestelt, dan is de capel berooft geworden van alle haeren ornamenten en misgewaden, en niet tegenstaende de kerck nu veele jaeren den jaerlijkschen offer, dies niet klijn is, had genoten, is de kapel naekt en bloot op Zijn Zelven gelaeten. Zoo dat ik gedwongen ben geweest haer op nieuw te voorsien van alles. In't volgende jaer, teweten 1789 heb ik doen maeken vooreerst 3 halpen met kanten versiert, 6 amicten, 9 purificatoria, 2 dwylen voor den autaer, een witten karsuyvel met een root kruysmet groote groove gouden blommen, dienende voor wit en roodt, item eenen gemeynen swarten karsuyvel.



En kocht dus:
  • 3 alben. Een albe is een tot de voeten afhangend witlinnen onderkleed met smalle mouwen gedragen door priester en (sub)diaken.
  • 6 amicten. Een amict is een vierkanten linnen doek die de priester draagt over hals en schouders onder de albe.
  • 9 purificatoria. Een purificatorium wordt ook wel kelkdoekje genoemd en is een lapje van wit gesteven linnen dat in de H. Mis wordt gebruikt om na de communie de miskelk te reinigen en vooral te drogen, nadat het uitspoelen (ablutie ofwel reiniging) van de gebruikte miskelk met een weinig wijn en water heeft plaatsgehad.
  • 2 altaardoeken
  • Een witte en een zwarte kazuifel. Een kazuifel is een mouwloos opperkleed dat door een priester gedragen wordt bij het lezen van de mis.
Achter de kapel bevindt zich een waterput met daarnaast een voetstuk in blauwe steen met een opschrift in gotische letters. Jammer genoeg zijn deze niet meer leesbaar.

De eerste zondag van mei wordt St. Quirinus nog steeds vereerd met een processie, de zgn. Loenhoutse Mei. Tot in de jaren vijftig van de twintigste eeuw duurde dit feest 3 dagen. Van heinde en verre kwamen dan bedevaarders naar Loenhout om zich te laten zegenen met de relikwie van St. Quirinus en water de drinken uit de waterput aan de kapel. De H. Quirinus stond erom bekend speciale hulp te bieden tegen zweren en huidziekten.

We lezen op de affiche:

Solemneele begangenis met vollen aflaet
ter gelegenheyd van de verheffing der Reliquiën van den H. Quirinus
Martelaer, Bezonderen patroon tegen kortsen, gezwillen, doofheyd, kwaede oogen, loopende zeeren en zweeragien.
Te verdienen in de succursale kerk van
Loenhout,
Op den eersten zondag van Mey
---
Onzen allerheyligsten vader Pius den VII, paus van Roomen, heeft voor altyd verleend vollen aflaet aen alle christene geloovige, die met waeragtig berouw gebiegt en gecommuniceerd hebbende, zullen bezoeken de voorzeyde kerk, en aldaer zullen bidden voor de eendragtigheyd der christene princen, uytroeyingen der ketterijen en verheffing van onze Moeder de H. Kerk; welken aflaet zal beginnen op zaterdag met de eerste vesperen, en dueren de geheele octave, en kan ook toegevoegd worden aen de zielen des vagevuers.
Op zondag zal ten 5 ueren, met uystellinge van het Allerheyligste, d'eerste misse gecelebreerd worden, ten 9 ueren het sermoon, waer op volgen zal de hoog-misse en solemneele processie. Naer middag ten 4 ueren het solemneel lof.
Nota. Alle maendagen door het jaer word er eene misse geleezen in de capelle van den H. Quirinus, met het zegenen zyner reliquiën.
Alles ter eere Gods en van den H. Quirinus
In de kerk is ook te bekomen de geschiedenis van zyn leven en marteldood.
---
Antwerpen, ter drukkery van Hubertus Saeyens, in de korte Doornik-straet.

Loenhoutse Mei, 1 mei 2011


(Bron: Gazet Van Antwerpen, 29/4/1948)

Met dank aan Maria Gorissen voor het bezorgen van afschriften van de archiefstukken waarmee deze bijgewerkte tekst kon samengesteld worden.