Hoeves en huizen‎ > ‎

Het Boerenijsje


De eerste vertegenwoordiger van de familie Aertsen die hier gewoond heeft was Goris Aertsen (°1689) zoon van Jan Aertsen en zijn tweede vrouw Joanna Claessen Van Oirschot. In 1724 trouwde hij met Cornelia Adams, dochter van Jan Adams en Maria Cools. De hoeve was eigendom van de familie Adams. Goris Aertsen heeft er gewoond als pachter. Zijn zoon Jan Aertsen (°1734) kocht de boerderij van de erfgenamen Jan Adams. Hij was getrouwd met Adriana Van den Boom. Hij stierf in 1783, amper 49 jaar oud. De weduwe Adriana zette het bedrijf verder met haar kinderen. Na haar dood in 1809 bleven drie ongetrouwde zonen op de boerderij; Jan 48 jaar, Goris 46 jaar en Jacobus 40 jaar oud. Frans Aertsen heeft in 1832, na de dood van zijn drie ongehuwde broers, de boerderij gekocht en is er komen wonen. Maar hij en zijn vrouw Catharina Kersemans stierven twee jaar later kort na elkaar. Hun zoon Geert Aertsen met Catharina De Keyser werden in 1836 de nieuwe eigenaars. Ze hebben er gewoond tot 1854 toen ze naar Popendonk verhuisden. Van 1855 tot 1870 werd de hoeve verhuurd, eerst aan Frans Van Dijck, daarna aan Jan Vermeiren en Joanna Aertsen, dochter van Geert. In 1871 kwamen Frans Aertsen en Adriana Aernouts er wonen, vervolgens Corneel Aertsen en Maria Quirijnen in 1906, Jan Aertsen en Maria Vermeiren in 1945. Zoon Jan Aertsen nam in 1985 het bedrijf in handen. Samen met Marie Louise Francken beheren zij niet alleen de boerderij, maar ook het Boerenijsje, ver in de omtrek gekend om zijn lekkere hoeve-ijsje, rijstpap en pannenkoeken.


Het Boerenijsje