Doopsel van Clovis, eerste koning der Salische Franken, Kerstmis 508

Oorsprong van Loenhout

Terug naar overzicht

Het schijnt dat Lonout (later Loenhout) zijn ontstaan te danken heeft aan twee onderscheidene nederzettingen of kolonisaties: de eerste op het Heilaer nabij het Heiken en Den Dijk; de tweede op het Sneppelaer, nu Sneppel genoemd.

De Saalfranken zochten plaatsen op, gelegen tussen twee beken of rivieren, opdat zij geen tekort zouden hebben aan het onmisbaar water. Zulke nederzetting besloeg van 10 tot 12 bunder grond, verdeeld in drie akkers, waarvan elk jaar een akker braak bleef, als gevolg van de onvruchtbaarheid van de grond. Verder was elke kolonisatie aan heide verbonden, om de kudde schapen te voeden. Van ander hoornvee was er omzeggens geen spraak. De gemeenschappelijke weide voor de schapen droeg de naam van "unsel". Het is wel mogelijk dat de naam "Huffel" van het woord "unsel" voorkomt.

Bij elke kolonisatie of nederzetting, en wel op een hoogte, ontwikkelde zich een driehoekige plaats met gemeenschappelijke drinkput en drie uiteenlopende wegen. Vinden wij bij het Heilaar de Dorpsplaats terug; het Sneppelaar heeft eveneens nog zijn Driehoek.

De nederzettingen Heilaer en Sneppelaer waren gelegen ten oosten van Wiezeloo aan de rand van het Kolenwoud. Dit grote bos bestond voornamelijk uit bieken, beuken, berkenhout, of anders gezegd uit eiken, beuken en berken. Hier ter plaatse zou een ander soort hout overheerst hebben, namelijk het orne- of lorrenhout. Vermits alle plaatsnamen, die eindigen op "hout" of "loo" voormalige wouden of bossen waren, oordelen de oudheidkundigen, dat de naam van onze gemeente voortkomt van orne- of lorrenhout, later Lonout en nu Loenhout.