Hedendaagsche Geschiedenis

A.J. Van Aken (1938) E.F. Van Aken (1970)
De bloeiende landelijke gemeente, die wij thans bewonen, is in een halve eeuw tijds gansch van aanschijn veranderd.

Waar eens die armzalige hoefkens, met leemen muren en strooien daken stonden, waar onze voorouders hun leven sleten in kleine hutten, daar verheffen zich thans de meest moderne modelhoeven, daar ziet men nu flinke nijverheidsinstellingen, mooie villa's, prachtige winkelhuizen met moderne uitstalramen en allerlei fraai gebouwde woonhuizen.

Vóór het jaar 1845 bestond er geen enkele steenweg in onze gemeente. Het was alsdan, dat de eerste kasseiweg gelegd werd, van het gewezen Tolkantoor van Wuustwezel tot aan Terbeek. Rond 1880 werd die smalle weg verlengd tot Hoogstraten. Gedurende eenige jaren moest er een octrooi betaald worden op de plaats, die nu nog "Barreel" genoemd wordt. Genoemde steenweg werd later merkelijk verbreed en in de kom der gemeente gaat men sinds eenige jaren over stoepen. In 1895 werd de steenweg aangelegd naar Brecht, en eenige jaren later deze naar St Leenaerts. In het begin van deze eeuw kwamen de verbinding over het Neerven, en later deze langs de Dorpsplaats en het Oosteneind tot stand. Volgden nog de landbouwsteenwegen naar het Popendonck, in de Katerstraat, in de Terbeeckse straat, enz. Wanneer in 1893 de buurtspoorweg doorgelegd werd naar Wuustwezel, was het een groote opluchting voor vele Loenhoutenaren, die vroeger verplicht waren naar Kalmthout te gaan, om den trein te nemen. Vóór een tiental jaren kwam een regelmatige autobusdienst tot stand, die hier ter plaatse zelf een standplaats heeft. Waar vóór een zeventigtal jaren de karren met ossen bespannen, nog door het mollige zand reden, daar bollen thans de auto's en camions van tal onzer inwoners.

Ten jare 1895 kwam een afdeeling van den Boerenbond tot stand, en korts daarna volgde de oprichting van een samenwerkende melkerij. Deze bloeiende inrichting, met al de verbeteringen die in den loop der jaren daaraan gebracht zijn, dwingt eenieders bewondering af, en heeft daarenboven machtig veel bijgedragen om den boerenstand in onze gemeente te verheffen. Tal van parochiale maatschappelijke instellingen werden opgericht, die het lot van burger en landbouwer verbeterden. In 1925 werd door het gemeentebestuur de electrische verlichting en drijfkracht ingevoerd.

In 1914 brak de wereldoorlog uit, die de grootste onheilen medebracht: doch wij mogen zeggen, dat ons gezegend grensdorpje, op uitzonderlijke wijze, van de ontzettende rampspoeden, die men elders kende, gespaard bleef.

Ten titel van erkentelijkheid geven wij hier de namen der twaalf gesneuvelden onzer Loenhoutsche dorpsgenooten:
  • Aernouts Aug. en Aernouts Henri, gebroeders
  • Aernouts Jozef
  • Bartholomeeusen Frans
  • Belet Frans
  • Bevers Arnold
  • Elst Alfons
  • Sips Corn.
  • Stoffels Jan
  • Kuypers Leonard
  • Van Aken Adriaan
  • Van Dyck Pet. Jan

In 1919 werd een prachtig monument als dankbare hulde aan deze helden opgericht.

Sedert den oorlog verhoogde gedurig de welstand onzer bevolking, voornamelijk wat den landbouw betreft. De ontginning van heidegronden, die vóór den oorlog reeds met reuzenstappen vooruitging, nam nu een kollossale uitbreiding en wij mogen er thans dier op gaan, in onze gemeente zulke schoone landerijen, met weelderige gewassen en een prachtigen veestapel te bezitten.
Bidprentje Cornelius Sips (1893-1918)


Bidprentje gebroeders Henri (1893-1914) en August (1892-1918) Aernouts

Collage van de oorlogsslachtoffers van de oorlog 1914-18. De collage bevat één fout: Adriaan Roovers is eigenlijk Adriaan Van Aken