Vraaggesprek met K.C. Peeters (1970)

Terug naar het overzicht

Als achtergrondinformatie publiceren we hier een vraaggesprek dat Joos Florquin voerde met K.C. Peeters, auteur van het boek "Soldaten van Napoleon", op 22 oktober 1970. De auteur vermeldt hierin o.m. hoe hij in het bezit kwam van de notities van Willem Kenis.

Een ander belangrijk en interessant werk van u is ‘Soldaten van Napoleon’. Hoe kwam u bij Napoleon?

Mijn grootmoeder die in 1837 werd geboren, was op school geweest bij Willem Kenis. Deze meester Kenis noemden de kinderen ‘de bult’, maar als de pastoor dat hoorde, dan zei hij: Ge moogt dat niet zeggen! Die man heeft veel geleden onder Napoleon en al wat hij beleefd heeft, heeft hij opgeschreven. Grootmoeder vertelde dat als een sprookje zodat mijn nieuwsgierigheid werd geprikkeld en ik me afvroeg waar dat boek wel kon zijn. Mijn grootmoeder is 94 jaar geworden en overleed in 1932.

Het toeval wilde nu dat ik op een avond na een Kempens kongres in Essen nog een glas bier zat te drinken met de burgemeester Jules Kenis en die zei mij zo ertussendoor: ‘Weet gij dat ik van mijn grootvader een boek bezit waarin alles staat opgeschreven wat hij onder Napoleon heeft beleefd?’ Ik vroeg onmiddellijk of ik het mocht lezen en ik kreeg het voor een nacht in leen. Thuisgekomen hebben mijn vrouw en ik het manuskript in één trek rats overgeschreven en enkele bladzijden hebben we gefotografeerd. Ik heb dan mijn vondst meegedeeld aan Floris Prims, die me de raad gaf de historische achtergrond te onderzoeken en uit te maken of alles wat Kenis had genoteerd met de feiten klopte.

Ik zond dan in 1938 een aanvraag naar het Franse ministerie van Oorlog om het legerarchief in het kasteel van Vincennes te mogen raadplegen, maar ik kreeg geen antwoord. Daar bleef de zaak dan bij. In 1946 hadden in Parijs ‘Antwerpse havendagen’ plaats en op het diner 's avonds zat ik naast onze kulturele attaché. Ik vertelde hem de geschiedenis en voegde er aan toe dat ik die nonchalance van de Fransen toch wat min vond. Geef mij een kopie van uw brief, zei hij. Een maand later had ik de toestemming om in Vincennes te gaan werken. Ze hebben daar het mooiste archief dat ge u kunt indenken. Daar kan men de volledige geschiedenis van elk Frans regiment tot in de kleinste details terugvinden. Er berust daar een ‘régistre matricule’ waarin men de naam terugvindt van elke soldaat die in het leger van Napoleon heeft gestreden. Men vindt er gegevens over de regimenten die in onze gewesten vertoefd hebben, evenals inlichtingen over wat er met sommige soldaten in de Boerenkrijg is gebeurd. B.v.: ‘Tué dans un combat avec les partisans à Mol.’

In dat archief heb ik Wilhelmus Kenis teruggevonden. In zijn dagboek beschrijft hij al wat hij heeft meegemaakt: hoe hij na de loting uit Antwerpen vertrok en hoe hij in Grenoble werd ingelijfd bij het 3e jagers te paard, dat toen in Noord-Italië lag. Hij is dan te voet over de Mont Cenis naar Italië getrokken. Hij beschrijft nauwgezet die tocht en het is merkwaardig hoe hij alles ziet met de ogen van de Kempense boer.

Ik heb de volledige geschiedenis van zijn regiment teruggevonden. De Franse president Tiers heeft voor zijn werk Histoire du Consulat et de l'Empire heel de tocht in Rusland laten bestuderen door de leerlingen van St. Cyr. Die aantekeningen waren me van groot nut. Er bestaat ook een Itinéraire de Napoleon waarin van dag tot dag opgeschreven staat waar Napoleon verbleef. Ik heb al de correspondenties en dagboeken die betrekking hebben op deze periode bestudeerd. Mijn soldaat was er bij toen Mohilew werd ingenomen. Een detail: aan de poort van de stad kruist hij de staf van maarschalk Davout. Hij vertelt in zijn dagboek dat hij door de maarschalk ondervraagd werd, die hem bij zijn intrede in de stad meenam als gids. Welnu, in zijn Mémoires sorteert Davout; ‘J'ai rencontré un sous-officier, qui m'a raconté la prise de Mohilew.’

De enige fout die onze soldaat soms maakt, is dat hij de steden in verkeerde volgorde opnoemt. Maar verder is het dagboek betrouwbaar en helemaal niet droog. Want hier en daar beleeft onze Kempenaar een liefdesavontuurtje waarover hij ook verslag uitbrengt. Later wordt hij door de Russen gevangengenomen. Hij werd uit het gevangenenkamp gehaald om als leraar rekenen en Frans te fungeren op een kasteel uit de buurt. De barones werd zo verliefd op de leraar van haar kinderen dat ze hem verzocht te blijven. Maar de liefde voor zijn land heeft het dan toch gehaald en hij is terug naar zijn dorp gekomen.

Bevat uw boek alleen zijn aantekeningen?

Toch niet. Ik heb zijn relaas geplaatst in het raam van de geschiedenis van zijn regiment, waarin een driehonderd conscrits hebben gediend. Bovendien heb ik voor heel het gebeuren als achtergrond de veldtochten van Napoleon genomen. Doch hoofdzaak blijft de tekst van Kenis, die men volledig kan terugvinden daar hij kursief is gedrukt.

Bron: dbnl.org