Inval in Rusland (jun. 1812)

Terug naar het overzicht

De 17de juni 1812 ontvingen wij order revue te passeren voor keizer Napoleon op omtrent twaalf uren afstand van Kowno [Kaunas, Litouwen], waar het gehele korps verzameld werd. Hij deed daar wederom dezelfde bevelen uitvoeren: de inwoners al hun vee te ontnemen en het mede te nemen in Rusland. Daags voor onze entrée in Rusland ontving elk regiment nog order van een district af te zoeken en de levensmiddelen die men bij de inwoners vinden kon af te nemen.

Inval in Rusland: Memel oversteken te Kaunas (24 juni 1812)

Het bleek wel, dat wij in een arm land gingen voyageren, en mijn weg richtend op de Memel vond ik onderweg reeds het regiment, dat kantonneerde te [oningevuld] waar wij enige dagen hebben vertoefd. Vooraleer te vertrekken ontvingen wij bevel al de levensmiddelen en al het hoornvee dat wij in de dorpen konden vinden, te verzamelen en alles mee te voeren naar het leger. Het is droevig voor de soldaten oorlog te moeten gaan voeren en dan nog in zulke slechte en afgelegen landen, maar ook ongelukkig is het voor de inwoners, want men zag te allen kant hun huizen zonder daken, al hun stro opgevoederd aan de paarden, de stallen zonder vee en zonder levensmiddelen. Men zag daarenboven nog hun oogst te velde afvoederen, zodat er niets overbleef dan armoede. Men moest zich niet verwonderen als men zag hoe inwoners de soldaten naliepen om een stuksken eten. Het was ongelukkig de bevelen te moeten uitvoeren, die ons gegeven werden. Want, vond men hier of daar nog hetzij enige levensmiddelen, hetzij een beetje hoornvee of een paard, het werd hen alles afgenomen en diende voor de Armée...

Toen de levensmiddelen overal opgezocht waren, gaf hij bevel op de 24ste juni voor dageraad te verzamelen aan de rivier de Memel of Niemen, nabij de stad Kowno [Kaunas, Litouwen]. De Armée verzameld zijnd en in slagorde opgesteld, passeerden wij de Memel zonder te vechten. Als wij arriveerden aan de stad Kowno werden wij ingehaald door de geestelijke en wereldlijke overheid, vergezeld van de gilde van de stad. Kowno ligt aan de Memel rondom in de mastbossen. Het land is er zeer zandachtig en niet al te vruchtbaar. Men vindt er vele grote en schone kloosters.

Vandaar dirigeerden wij onze weg op [oningevuld] maar op ongeveer een uur afstand van Kowno werden wij aangevallen door de Kozakken, die aan de andere kant van de rivier waren, zodat een eskadron verplicht was er met zijn paarden over te zwemmen en hen te achtervolgen. Het regiment zette zijn weg voort langsheen de rivier. Nu en dan hadden wij enige schermutselingen met de Kozakken. Men zag op de rivier een schip geladen met levensmiddelen voor het Russische leger, doch dat in brand gestoken was. Wij rukten die avond immer verder op tot wij een dorpje bereikten waar wij kampeerden. Ongelukkig voor dat plaatsken want de inwoners behielden gaar niets.