E.P. Jozef Vissers vertrekt naar Kongo op 15 september 1925

E.P. Theodoor Koeken 1918-2003

Terug naar overzicht

Missionaris van Scheut

  • Geboren te Wernhout op 17/10/1918
  • Intrede te Scheut op 7/9/1937
  • Priesterwijding op 4/8/1943
  • Vertrek naar Kongo op 10/2/1946
  • Overleden in 2003
Ook in de missie kan men professor benoemd worden. Bij zijn aankomst werd Pater Koeken dadelijk op het Klein Seminarie "gestoken" om er reken-, stel- en meetkunde te onderwijzen aan aspirant-priesterstudenten. Daar bleef hij vier jaar plakken om in 1950 verplaatst te worden naar Tshilunda als bestuurder van de missieschool: weer een gevalletje zoals we er een bij P. Vissers tegengekomen zijn, met een kleine duizend jongens waarvan 70% nog heiden is.

Het schooljaar eindigt er met een prijsuitdeling zoals hier, maar ook met een doopfeest, waarbij 150 jongens ingelijfd worden in de H. Kerk alvorens het leven in te gaan.

Wie op het einde van de lagere school de beste uitslagen behaalde mag voortstuderen aan de verschillende instellingen als daar zijn: vak- en normaalschool, college en klein seminarie.

Om terug te komen tot het klein seminarie: sedert december 1952 in P. Koeken terug in Kabwe, waar hij nu buiten het professoraat in zijn hoger genoemde lievelingsvakken, ook nog het economaat heeft bijgenomen. Dit laatste ambt betekent buiten het gewone werk, nog "heel veel werk" en "van alle soort werk".

Kabwe is een interessant geval om na te gaan hoe de Katholieke Kerk zich op 80 jaar tijd stevig gevestigd heeft in de wildernis. Men heeft er nooreerst de missiepost, uitsluitend door inlandse priesters bestuurd, onder wier leiding ook blanke zusters dienst doen in school en hospitaal.

Op 3km van de missiepost (plaats is er genoeg: waarom dan niet wat ruimte nemen voor mogelijke uitbreidingen?) ligt het klein seminarie: de 150 à 180 jongens volgen er dezelfde studies als bij ons op de colleges, maar ze doen er één jaar langer over en van het Grieks hebben ze geen last. Als ze daar doorheen gesparteld zijn zijn beginnen ze de wijsbegeerte, waarna de godgeleerdheid, aan het groot seminarie, dat weer enkele kilometers verder ligt.

Reeds zijn er parochies met uitsluitend inlandse priesters, reeds heeft men in Rwanda een inlandse bisschop: eens zal de tijd komen dat de Kerk van Kongo op eigen benen kan staan.

Bij dit gebouwencomplex moeten we nog het karmelitessenklooster vermelden dat daar ook in de buurt ligt: blanke en zwarte slotzusters bidden er zonder ophouden voor de heiligheid van de inlandse clerus en voor vele priesterroepingen.

Dit kunnen we hieruit leren: waar de genade van het doopsel en van de andere sacramenten het goddelijk werk verricht in de zielen van de inlanders, waarom zou daar de bloem van het christendom niet kunnen openbloeien: maagdelijkheid en priesterschap? We mogen P. Koeken benijden om het mooie maar lastige werk dat hem toevertrouwd werd.

Uit: Loenhouts missionarissen (1955)