E.P. Jozef Vissers vertrekt naar Kongo op 15 september 1925

E.P. Frans Quirijnen 1909-1985

Terug naar overzicht

Jezuïet

  • Geboren te Loenhout op 1/9/1909
  • Intrede te Drongen op 23/9/1927
  • Afreis naar Engels Indië op 20/10/1934
  • Priesterwijding op 31/11/1940
  • Overleden te Ranchi op 13/7/1985.

Hij was een zoon van Cornelius Quirijnen, landbouwer, en Joanna Willemsen. Zijn zus Maria ging in het klooster en zijn broer Lodewijk werd ook jezuïet.

Pater Frans Quirijnen deed zijn middelbare studies aan het St. Jozefcollege te Turnhout, waarna hij bij de Jezuïeten binnenging. Na zijn wijsbegeerte te Eegenhoven (Leuven) en één jaar koloniale studies te Leuven, vertrok hij naar de missiën van Engels Indië (thans India), waar hij eerst een drietal jaren leraar was aan het St. Xaviercollege te Calcutta en einde 1937 zijn theologische studies begon te Kurseong (in 't noorden van de missie). Na zijn priesterwijding was hij twee jaar professor aan het groot seminarie te Ranchi, de missie van pater Lievens, waar toen Mgr. Sevrin bisschop was, die thans vervangen is door een inlandse bisschop, Mgr. Kujur.

Van '43 tot '48 was hij novicemeester van het inlandse noviciaat te Hazaribegh, daarna weer even professor aan het groot seminarie.

In januari 1950 kreeg hij de opdracht om naar de heidenen te gaan, d.i. naar de hindoes, waarmee de missionarissen zich tot dan toe niet hadden beziggehouden, grotendeels omdat hun gesloten kasten-systeem een haast onoverkomelijke hinderpaal vormt voor het bekeringswerk. Er is maar één middel om die burcht binnen te dringen: hun levenswijze delen en zoveel mogelijk geheel en al met hen één worden. De hindoes hebben 'n grote eerbied en diepe verering voor de Sadhu, de bedelmonnik, en voor deze bestaat geen gesloten kaste. Daarom trok P. Quirijnen de saffraankleurige toog van de Indisch asceet aan en op sandalen of barrevoets, met een rozenkrans om de hals en enkele geneesmiddelen op zak, trok hij naar een dichtbijgelegen hindoedorp. Het eerste contact viel mee. De mensen toonden zich vriendelijk en spraakzaam, en weldra bracht men zieken voor een geneesmiddel of voor een gebed.

Enkele maanden later kwamen de mensen van een naburig dorp hem uitnodigen om bij hen te komen wonen en zij hielpen hem een kleine hut bouwen met een klein altaar, waar hij in de vroege morgen, voor het ontwaken van het dorp, de H. Mis kon opdragen. Een arm boerengezin nodigde hem uit middag- en avondmaal bij hen te komen gebruiken en, wanneer 's avonds de mensen buiten samenzitten, hielpen zij hem hun taal spreken.

Zo geraakte hij ingebrugerd en werd hij aangenomen als "hun Sadhu", die voor hen bidt en offert, hun zieken bezoekt enz. Reeds kon hij enkele stervenden (kinderen en volwassenen) dopen.

Begin '51 kwamen inwoners van 'n groter, centraal gelegen dorp aandringen om bij hen te komen wonen. Een timmerman gaf een stuk grond en een groot deel van het nodige hout en de hut werd opgetrokken. In een afzonderlijk kamertje staat het altaar en mag het H. Sacrament bewaard worden. Het schooltje dat hij begonnen was, moest hij echter sluiten, omdat zijn meester, een bekeerling, ziek werd en er in de buurt een staatsschooltje was geopend. Maar hij zal nu op een andere plaats beginnen.

"Goed, schoon volk", schreef P. Quirijnen: "bijna als het volk uit de Kempen. Bidt opdat zij zich eensdaags openstellen voor het Licht, dat Christus, onze HEer, is."

Uit: Loenhouts missionarissen (1955)

E.P. Frans Quirijnen overleed op 13/7/1985 in Ranchi.