Markante figuren‎ > ‎

Onderpastoors van Loenhout

A.M. Bogaerts o.p. (1975)
Hetgeen wij vroeger bij ons "onderpastoor" noemden, had in vroeger jaren verschillende benamingen. Men noemde hem "rector" of "kapelaan" of "cureyt" of "vice-cureyt" enz. enz. De naam "onderpastoor" komt eerst later, tenminste hier bij ons in de Kempen. In Limburg kende men nooit "onderpastoors", wel kapelaans. In West-Vlaanderen spreekt men van medepastoor. Daarmee is hij dan duidelijk onderscheiden van de pastoor en wordt toch erkend als een vrije persoonlijkheid met eigen opdracht en eigen verantwoordelijkheid in de parochie.

Wij gebruiken hier ook dit woord "mede-pastoor" omdat wij te Loenhout voor de jaren 1650 niet zo duidelijk horen spreken van "onderpastoors". Wij zullen dat wel verder verklaren.

Loenhout heeft sinds zijn oprichting als parochie zijn pastoors gehad. Hoe weinig wij er ook over weten van ca. 1100 tot 1270, zij waren er… en ze zijn er gebleven. Een hele reeks loopt over die jaren en eeuwen voort tot nu toe. Het ras van pastoors sterft niet uit. Doch onderpastoors komen eerst later naargelang de parochie groeit. In deze bijdrage willen we deze mannen eens beschrijven.

Eerst enkele vragen beantwoorden:
  1. Welke informatiebronnen werden aangesproken? Klik hier.
  2. Vanwaar komen onderpastoors, wat is de oorsprong van hun ambt? Klik hier voor het antwoord.
  3. Welke kapelrijen bestonden er in Loenhout? Klik hier voor het antwoord.
Kort samengevat: nevens de pastoor heeft Loenhout sinds 1300 een rector of meerdere rectoren gekend voor de verschillende kapelrijen. In 1651 worden alle kapelrijen te Loenhout aan een geestelijke toevertrouwd die dan ook de naam krijgt van onderpastoor. De "rectoren" en "onderpastoors" laten wij hier voorbijtrekken onder de naam van "medepastoor". Het wordt een lange processie. Misschien een droge opsomming, maar hoe beter ge Loenhout kent, hoe boeiender het wordt al die mannen te kennen. Onderpastoors blijven altijd sympathieke kerels. Ze zijn jong, ze hebben nog het eerste vuur, zij vullen de oudere pastoor altijd aan, brengen nieuwe vormen, nieuw leven, nieuwe groei.