In L. J. Florum commentarius

Terug naar overzicht

Van een heel andere aard is het werk waarover wij thans te handelen hebben.

Zooals hoger gezegd, was Stadius in 1565 leraar der Mathematieken en ook der Oude Geschiedenis aan de Leuvense Hogeschool benoemd geworden. Zijn "Florus" dient beschouwd als proeve van gegeven onderricht in dit laatste vak.

Na een jaar lag dit werk persklaar. Meester Jan Stadius diende alsdan bij de Raad van Brabant een verzoekschrift in ten einde toelating te verkrijgen, om zijn met commentaren voorziene "Florus" door een gezworen drukker te laten uitgeven en verkopen. Gezien dit werk, onderzocht door de Pastoor van St. Pieter te Leuven en door de Portionaris van St. Niklaaskerk te Brussel, goed bevonden werd "niets quaets begrijpende", ging men op het verzoek in, en Stadius verwierf op 31 October 1566 het privilegie voor een tijdspanne van drie jaren (24.1).

Hij vertrouwde zijn handschrift toe aan de geniale Antwerpse drukker Christoffel Plantijn. Meermalen meldt deze aan de schrijver hoe ver het staat met het zetten (24.2). In 't begin van augustus 1567 verscheen het boek (24.3). het titelblad meldde breedvoerig :

L. Julii Flori de gestis Romanorum lib IIII et seorsum in eos commentarius Joanni Stadii, Historiae et Matheseos Lovanii professoris primi, in quo obscura in lucem proferentur ; obmissa supplentur ; inversa restituuntur ; breviter denique quidquid in Romana historia dignum est observatione, annotatur, una cum variis lectionum et castigationum rationibus

Ad Illustriss. Amplissimosque ordines statusque Brabantiae, etc."

Dit werk, opgedragen aan het volk en de Staten van Brabant, is, zoals uit de titel reeds blijkt, in twee delen gesplitst.

Het eerste omvat de 4 boeken van L. Julius Florus "De gestis Romanorum"; het tweede, door een bijzonder titelblad voorafgegaan, de commentaren van Stadius op deze "gesta".

In deze commentaren worden de duistere plaatsen opgehelderd, het ontbrekende bijgevoegd, het verkeerde terechtgewezen, in één woord al wat in de Romeinse geschiedenis meldenswaard is, wordt aangetekend, tesamen met de verschillende lezingen en de redenen der verbeteringen.

Het werk wordt gesloten met lofdichten op Stadius' commentaren, namelijk door Elbertus Leoninus van Bommel, Cornelius Valerius, Ludovicus Carrion, allen leraren te Leuven.

Twaalf jaren na deze eerste uitgave had de Keulse drukker Gymnicus een nieuwe druk van Stadius' Florus ontworpen. Door de zoëven genoemde Carrion kwam dit ter ore van Plantin. Zonder dralen schreef deze op 10 april 1579 aan den "Clarissimo doctissimoque viro Domino Stadio", alsdan leraar aan het Collège de France te Parijs, om hem het nieuws over te brieven. Plantin, die van de betaling der drukkosten van "Florus" had afgezien, vroeg toelating om de eerste uitgave van dit werk te mogen herdrukken, voordat de slechte oplage van Gymnicus het licht zou zien. (25.1)

Over de handelwijze van Gymnicus is de Antwerpse drukker erg ontstemd; wanneer hij op 25 juni 1579 aan Alde Manuce en Manassi schrijft (25.2), kan hij het niet verzwijgen:

"Car je ne cerche pas tant mon particulier profict que celui des estudiants et d'amitie de tels nobles personnages que vous estes, ce qui m'a tousjours faict contenir de n'imprimer pas incontinent les oeuvres d'ancun sans son congé : de quoy plusieurs se soucient peu, tant ailleurs qu'es pays de pardeça et mesmes ne font aucuns qu'espier et aguetter s'il sortira rien de nouveau pour incontinent le contrefaire et bien souvent si miserablement qu'ils font honte aux autheurs et premiers imprimeurs."

Tot het herdrukken van dit werk kreeg Plantin aanstonds de gewenste machtiging. Twee maanden later overleed Meester Jan van Loenhout.

Bibliografie

Voetnoten

(24.1) Op versueck gedaen inden Raede van Brabant, van weghen Mr Jan Stadius, tenderende ten eynde dat hem toegelaten ende gepermitteert wordde te mogen doen drucken ende vercoopen by sulcken gesworen drucker als hem goetduncken ende gelieven sal, zeker boeck geintituleert inden latijn : L. Julii Flor de Gestis Romanorum historiarum Libri quatuor, et in eos commentarius Joannis Stadii historiae et matheseos Louanii professoris primi etc., gevisiteert ende geapprobeert respective by heeren ende meesters Cunerum Getzi prochiaen der kercken van Ste Peeters binnen Loevene, ende Joesen Schellinck portionaris van Ster Claes binnen Bruessele ; Onse Heere die Coninck als Hertoge van Brabant, nae dyen hem vander voers. visitatie ende approbatie ende gebleken tot dat den boeck voers. goet is, nyet quaets begrypende, heeft toegelaten, geoirloft, geconsenteert, ende gepermitteert, laet toe, oirloeft, consenteert, ende permitteert bij desen, den voers. Mer Janne Stadio suppliant den voers. boeck navolgende der correctie daerop gedaen soe verre daer eenige geschiet is, by sulcken gesvvoren drucker als hem goetduncken sal, te moegen doen drucken, vercoopen, ende distribueren, alomme binnen deser Lande van Brabant, daert hem goet duncken ende gelieven sa], sonder daeromme tegen die voers. Conincklyke Maiesteit, oft zyn ordinantien verboden ende plaecaeten te misdoene. Behoudelyck dat die voers. drucker schuldich sal zyn hem in desen te reguleren navolgende der ordinantie van wegen der voers. Maiesteit opt stuck vanden printerye gemaeckt, Interdicerende ende verbiedende die voers. Maiesteit allen anderen printers endei liberairies den voers. boeck boven geintituleert in drye jaeren naestcommende nae te printen, opte pene vande confiscatie vanden selven ende daerenboven te incurreren tot behoeff vande voers. Conincklyke Maiesteit die emende van twintich Carolus guldenen, by elcken vanden ghenen die de contrarie daeraff doen sal. Gedaen inde stadt van Bruessele, den lesten octobris, anno xvc zessentzestich. J. De Witte. (Museum Plantin-Moretus. - Archief.) Terug

(24.2) Max Rooses. Corresp. de Chr. Plantin. T. 1, blz. 114-15 ; 125-26. Terug

(24.3) In fine van dit werk : "Excuclebat Antverpia Crislophorus Plantinus M. D. LXVII. Mense Augusto." Terug

Den 6 Augusti 1567 is er spraak van 25 Ludas Florus DES SIENS. (Zie nota 4, op blz. 9.) (25.1) Denucé. Corresp. T. VI, blz. 61-63. Terug

(25.2) Ibidem, blz. 69. Terug

(26.1) Ibidem, blz. 98. Terug

(26.2) Ibidem, " Florem quem per annos expectavimus e filii manibus EXTORSUM". Terug