Het Slot van Loenhout

1472-1476 Margaretha van Boechout

Terug naar overzicht

Bij het overlijden van Margaretha van Poucke in 1472 gingen de heerlijkheden van Loenhout en Popendonk over op haar wettige dochter Margaretha van Boechout die gehuwd was met jonker Everaert Van der Marck, graaf van Arenberg. Dit benadrukken van wettige dochter wijst naar bastaardkinderen. In het 15 bladzijden tellende testament van Daniƫl III erfden de bastaardkinderen de eigendommen in Humbeek. Zij was de laatste van de heren of vrouwen van Loenhout met de naam Van Boechout. Ze waren meer dan een eeuw heren van Loenhout. Everaert Van der Marck was ook een lid van een familie "vechters".

Het bisdom Luik had een bisschop die tegelijkertijd de wereldlijke macht had van het Prinsbisdom Luik. In de middeleeuwen is de benoeming van die bisschop dan ook zeer dikwijls een zeer omstreden feit geweest. De paus moest rekening houden met de wereldse macht, die niet altijd pastorale bedoelingen had. In 1455 had Lodewijk van Bourbon, op negentienjarige leeftijd, op een niet zo fraaie wijze het bisdom Luik overgenomen. Hij was de neef van de Hertog Philip de Goede. Om politieke redenen werd deze keuze door de paus bevestigd. Bisschoppen werden gekozen of lieten zich kiezen in die tijd. Na elf jaar bisschop te zijn geweest, meende Lodewijk van Bourbon dat het stilaan tijd werd om priester te worden en om de echte bisschoppelijke zalving te ontvangen. Dit gebeurde in 1466. Ondertussen zaten ze te Luik met een "rare" bisschop. In 1482 trok deze bisschop met zijn Luikse wapenlieden op tegen den Ever van de Ardennen, Willem van der Marck, heer van Arenberg. Bisschop Lodewijk van Bourbon viel onder het zwaard van zijn vijand. Den Ever van de Ardennen probeerde nog zijn zoon op de bisschopszetel te krijgen. Dit mislukte maar op 30 december 1505 kozen de kanunniken met handgeklap voor Erard van der Mark. Waarschijnlijk was dit de zoon van de heer van Loenhout. Hij overleed op 16-2-1538 en werd algemeen als een uitstekend kerkvoogd aanzien ook al trad hij hard op tegen de ketters. (Samengevat uit: Kerkelijk en Godsdienstig Brabant door kanunnik Dr. J. Laenen (uitgave 1935).

De bisschop van Luik, Erard Van der Marck, keurt een "kapelrij" goed aan het altaar van St.-Quirinus te Loenhout gesticht op 16 november 1506. Dit is een stichting voor overledenen aan een altaar in de kerk. De veronderstelling van de heer Weyns, dat het retabel van St.-Quirinus oorspronkelijk voor een altaar in de kerk gemaakt werd, wordt hiermede min of meer bevestigd.

Schema

Bron: Huis van der Marck, Etienne Pattou 2006 (http://racineshistoire.free.fr/LGN)