Luchtfoto kerk, ca. 1970

1951-1967 E.H. Gust Desmedt

Terug naar overzicht

Geboren te Minderhout op 10 februari 1903; priester gewijd in 1928; leraar aan het Klein Seminarie te Hoogstraten van 1928 tot 1936; onderpastoor te Sint-Lenaarts van 1936 tot 1951; daarna pastoor te Loenhout tot 1967; pastoor te Sint-Lenaarts van 1967 tot 1978; ging dan op rust in Sint-Lenaarts en bracht de laatste jaren door in Lindelo te Lille, waar hij overleed op 11 maart 1985.

E.H. Gust Desmedt
E.H. Gust Desmedt

Onder zijn redactie verscheen in 1955 het boekje "Loenhouts missionarissen".

Uit de mémoires van E.P. L. Bogaerts o.p. (1985):

Zo komen wij bij pastoor Gust Desmedt, geboren te Minderhout op 10 februari 1903 en priester gewijd op 2 juni 1928. Hij was pastoor te Loenhout van 11 november 1951 tot 23 april 1967.

Eigenaardig genoeg: hoe beter ge een pastoor kent, hoe moeilijker het wordt om over hem te schrijven. Wij staan nog dicht bij hem. We kunnen onder elkaar met bewondering over hem spreken, maar schrijven over de rijkdom van zijn hart, dat gaat niet. Als jonge priester werd hij in 1928 professor-subregent te Hoogstraten "in 't simmenorrie".

Hij vertrok uit Hoogstraten in 1936 naar Sint-Lenaarts. Hij werd hier onderpastoor bij E.H. Edmond Van Noten, die er sinds 1928 als pastoor fungeerde. Al waren zij zeer verschillend van karakter, ze hebben met hun beiden Sint-Lenaarts als 't ware wakker geschud, georganiseerd en gekneed. Ook de andere onderpastoors, als Louis Michielsen en Karel Matheussen, hebben veel bijgedragen om hier een modelparochie op te bouwen.

Pastoor Van Noten had wel graag dat zijn onderpastoor Desmedt hem zou opvolgen "als hij zelf niet meer kon". Goed, maar Van Noten kende geen grens van zijn "kunnen" en bleef hier pastoor tot zijn 87ste jaar! Intussen had pastoor Desmedt de stiel van pastoor al 16 jaar in Loenhout uitgeoefend. De wens van Van Noten werd toch uitgevoerd, toen pastoor Desmedt - tot spijt van de Loenhoutenaren - naar zijn oude parochie Sint-Lenaarts terugkeerde.

Laten wij vooraf nog zeggen dat alle pastoors, die we in Loenhout gekend hebben sinds pastoorke Adriaenssen goede mensen waren en vrome priesters. Ook pastoor Desmedt had die kwaliteiten, maar hij was anders. Juist dat "andere" kunt ge moeilijk weergeven. Alleen enkele aanduidingen, enkele karaktertrekken die ons zijn opgevallen.

Pastoor Desmedt had een ingeboren gave van zachtheid in zijn spreken en handelen. Hij was geen bevelhebber. Hij commandeerde niet. De woorden van inspraak, medebeheer en medezeggingschap heeft hij niet veel gebruikt. Maar practisch waren ze in zijn leven en doening ingebouwd. Hij kon de noden van Loenhout aan zijn parochianen doen aanvoelen, hij kon vragen oproepen, hij kon suggereren wat er moest gedaan worden. Hij kon mensen, bijzonder de jongeren, aan het werk zetten. Een parochie bloeit door en met de parochianen, de herder moet het kader scheppen, de middelen aanbieden, het voedsel geven.

Als hij wist dat de parochie daarvan overtuigd was, kon hij "in zijn kram schieten", zoals hier gezegd werd. Dan had hij een ongehoord doorzettingsvermogen om zijn plannen uit te bouwen. Zo werd hij eerst de bedelaar, en later de bouwer van de oude katholieke school, die herbouwd werd tot parochiezaal (of liever parochiezalen). Hij bouwde scholen voor de meisjes, bracht de kerk verder in orde. Hij heeft als bouwmeester later verder gewerkt door in Sint-Lenaarts een nieuwe kerk te bouwen op het gehucht Veerle en door de Sint-Leonarduskerk aan te passen aan de nieuwe liturgie.

Pastoor Desmedt was een Mariale pastoor. De aandacht voor O.-L.-Vrouw, de hulde aan O.-L.-Vrouw en het gebed tot O.-L.-Vrouw, alles om Christus, alles om het Rijk Gods. Dat was een wezenstrek van zijn apostolaat. Het trof ons des te meer omdat wij er zelf zo dikwijls bij betrokken werden door het dominicaans Rozenkransapostolaat en de Maria-missies. Een groep dominicanen kwam hier voor het Maria-jaar van 1954, voor het Lourdesjaar in 1958, voor de grote missie met de voorbereiding en de hernieuwing. Zijn Lourdesbedevaarten, die hij voor de parochie leidde, waren hoogtepunten in zijn Mariaal apostolaat.

Mgr. JansenMgr. Daem, E.H. A. Desmedt en zijn broer Raphaël
wandelen door het kerkblok
(uit: "Loenhout. Historisch fotoboek door Marcel Leunen")

Zijn Mariadevotie was uitgezuiverd van alle onderdrijvingen en nevenverschijnselen, O.-L.-Vrouw stond niet tussen God en de pastoor. Neen, de pastoor stond nevens O.-L.-Vrouw, en samen konden ze opkijken naar de eeuwig-levende Christus. Samen konden ze bidden en terwijl hij bad, vertelde O.-L.-Vrouw dan in de rozenkransmysteries het leven van haar Zoon, altijd bekommerd en altijd actief "om de anderen". Dat "zich inzetten voor anderen" heeft zijn leven gericht en zijn werk bezield. Het was voor hem eerst en vooral een samenzijn met allen, gezonden en zieken, georganiseerden en alleenstaanden, jongeren en ouderen, werkgevers en werknemers, boer en tuinder. We zeiden dikwijls: hoe kan hij dat allemaal gedaan krijgen?

Hij was de eerste Loenhoutse pastoor die auto reed. Het gaf hem de mogelijkheid om in en buiten de parochie zijn zieken te bezoeken. Onze pastoor was gekend in alle klinieken waar Loenhoutenaren konden geraken. Hij had een mobiliteit die de vroegere pastoors nooit gekend hebben. Zijn auto heeft de enge parochiegrenzen doorbroken. Loenhout werd een "parochie zonder grenzen".

Zijn auto was ook zijn ontspanning. Als er ergens een "kranske" was van pastoors uit de omgeving, had hij altijd een reden om eerst eens gauw een paar zieken, die langs zijn reisroute woonden, te bezoeken en om dan - natuurlijk te laat - bij zijn confraters aan te komen. Stralend gelukkig en ontspannen.

Na zijn verblijf te Loenhout vertrok hij terug naar Sint-Lenaarts. Hij heeft hier even hard en even vruchtbaar gewerkt als in Loenhout. Hij nam ontslag in 1978, bleef even levenslustig en vitaal als vroeger... tot een auto-accident, waarbij hij zijn heup brak, hem van de geliefde "mobiliteit" naar de ongewenste "immobiliteit" dwong. Hij was een gebroken man. Rechtzinnig gezegd: hij heeft het nooit kunnen begrijpen. Nog vol levenskracht zijn en niets meer kunnen doen, nog naar de anderen willen toegang en niet kunnen. Gewoon stil blijven liggen in een gasthuis, geradbraakt en geraakt in hoofd en zinnen. En verder aftakelen! Dat was het zwaarste offer van zijn leven. Iedere morgen heeft hij aan God gezegd: Uw wil geschiede, doe Gij maar wat ge wilt, alles is goed. Iedere dag heeft hij geworsteld om dat morgengebed van overgave te verwezenlijken... tot op 11 maart 1985 God de poort van de eeuwigheid heeft geopend, en onze goede, nooit-rustende pastoor in de eeuwige zaligheid heeft opgenomen.