Extracten uit schepenregisters Wernhout

Extracten uit de bewerkte en samengevatte schepenregisters van Wernhout 1542-1663

Nota

| WE-001-01 |

De volledige bewerking van de schepenakten van Wernhout is van de hand van Harrie Roelands, Zundert

17.06.1542

| WE-002-01 |

Roeloff Roeloffszone van den Langenberge verklaart schuldig te zijn jaarlijks te moeten uitreiken Lenaerden Jan Gorissone t.b.v. Dympne zijn vrouw, Roeloffs zuster, 3 zester en 6 lopen rogge erfpacht, uitgaande op de alinge hoeve daar zijn vader uit gestorven is en Roeloff van zijn medeerfgenamen gekocht heeft.

Roeloff Roeloffszone van den Langenberge voor hem zelf. Anthonis Roeloffszone van den Langenberge voor hem zelf. Jan Pauwels Keesselmans als voogd en Roeloff van den Langenberge als toeziende voogd van de kinderen wijlen Cornelis Pauwels Keesselmans, daar moeder af was Lysbeth Roeloffs dochter van den Langenberge, nog minderjarig zijnde. Dimpna Roeloffs dochter van den Langenberge met Lenaerden Jan Goris Donckers, haar man en voogd. Margriet Roeloffs dochter van den Langenberge met Aernout Cornelissone van der Vloet, haar man en voogd. Zijn met elkaar geerfdeeld na de dood van Roeloff van den Langenberge en zijn vrouw, hun vader en moeder.

04.01.1563

| WE-003-01 |

Arnout van Ostaden, wonende in het dorp Loenhout, bekent schuldig te zijn jaarlijks uit te reiken Leysabeth Jan Symons dochter, weduwe wijlen Steven Wouter Goris, 10 veertel rogge erfpacht en 5 Karolus Gulden losrenten, uitgaande op een beemd, genaamd "den Groeten Bempt" met een bos daaraan gelegen en nog een klein beempje daar ten einde aan gelegen, op Groot Maerbergen onder Wernhout.

06.02.1564

| WE-004-01 |

Conelis Mathijs, wonende te Loenhout, heeft verkocht Cornelis Jan Sconincx, 2 veertel rogge erfpacht en 2 Karolus gulden erfchijns, op zijn baten uit een erfstede gelegen ter Eycke, zoals Mathijs Cornelis Willems, zijn vader, die bewoonde en bezat. En zet Cornelis tot onderpand het gedeelte dat hij van zijn grootmoeder, Lucia Marck Wouter Mouws dochter, geerfd heeft en nog hetgeen dat hem na de dood van Aert Jan Aerts zone, zijn grootvader, versterven mag.

01.03.1564

| WE-005-01 |

Cornelis Bernout van der Vloet heeft overgetransporteerd 2 zester rogge erfpacht, uitgaande op een erfstede etc. te Achtmaal op de Geest. Deze zijn op 12.01.1571 afgelost door Adriaen Heynrick van Aerde en Elisabeth Cornelis Wouter [Jan Rombouts].

10.11.1564

| WE-006-01 |

Marie Aert Jan Lodders met Cornelis Gabriel Servaes Uter Hulst haar en voogd, hebben verkocht Lauwereys Thonis Jan Noutssen, 2 veertel rogge erfpacht, volgens een schepenbrief dd.28.01.1552.

...

| WE-007-01 |

Peeter Jan Cornelis Sconincx verklaart dat zijn broer Goris Jan Cornelis Sconincx, met Elisabeth Heynrick Thonis Drestel, zijn huisvrouw, hem afgekocht heeft 1 veertel rogge erfpacht, welke Peeter aangekomen was na de dood Anthonis Jan Cornelis Sconincx en die Cornelis zelf uitreikte.

22.03.1565

| WE-008-01 |

De erfgenamen Anthonis Jan Sconincx, te weten Adriaen Jan Sconincx, Cornelis Jan Sconincx, Peeter Jan Sconincx en Jan Jan Sconincx, bekenden dat Goris Jan Sconincx ook gepart is na de dood van Anthonis, hun broer, op 1 veertel rogge erfpacht, uitgaande op een perceel weide, genaamd "de Lanckdonck".

Goris Jan Sconincx is schuldig jaarlijks uit te reiken Adriana, zijn zuster, 1 veertel rogge erfpacht, uitgaande op de weide, genaamd "de Lanckdonck".

14.06.1565

| WE-009-01 |

Gosen Peeters van Antwerpen ter ene zijde en Peeter Heyns van Aerde voor hem zelf en als voogd van Lynken en Tanneken, kinderen van Cornelis Heyns van Aerde, daar moeder af was Katalina Nout Stuyts dochter, en Jan van Aerde voor hem zelf en mede vervangende Peeter Jan van Aerde, zijn broer, en vervangende Anneken, Nelken en Belken, die men noemt Mariken, gezusters Jan van Aerde voornoemd, daar moeder af was Cornelie Joos Geerts dochter, en Jacop Jacop Stops als voogd van zijn kinderen en van Katalina, zijn huisvrouw, zijn onderling geerfdeeld. Gosen Pieter zal hebben en behouden alle goederen die in het sterfhuis zijn bevonden, na de dood van Katalina Geerts dochter. Zij was gestorven te Antwerpen in de Coepelstrate op ’t Clapdorp, in het huis, genaamd "den Gulden Hoorn". En nog zal Gosen Peeters behouden 4 Karolusgld die Jan Jan Sconincx uitreikt en 1 veertel rogge erfpacht die Jacob Symon Rombouts uitreikt, welke voorschreven goederen Gosen Peeters huisvrouw, genaamd Lysken de Hooghe, bij testament wijlen Katalina Geerts voorschreven zijn toebedeeld.

16.05.1566

| WE-010-01 |

Adriaen Jan Sconincx, op verzoek van Cornelis Cornelis Christiaenssen, getuigde dat hij Adriaen ca 30 jaar geleden toeziende voogd is geworden van de onmondige kinderen wijlen Aert Lodders, daar moeder af is Heylwich Jan Sconincx dochter, huisvrouw van Cornelis Janssen voorschreven, verklaarde mede dat hij als toeziende voogd met Heynrick Aert Lodders als voogd van genoemde kinderen, heeft verkocht, met toestemming van de hoge heren, alle havelijke goederen, na de dood van Aert Jan Lodders, en daarmede heeft betaald de schulden en dat men daarmede de schulden konden betalen en dat Jan Lodders een kind heeft gehouden, met name Mariken, totdat het in huwelijkse staat was.

18.02.1570

| WE-011-01 |

Lauwereys Tongelberchs van Loenhout belooft te betalen Henrick Aert Bevers, de somme van 32 Rijnsgld. met 3 veertel rogge daar bij en hiervoor stelt Cornelis Gabriel zich borg.

11.01.1577

| WE-012-01 |

Peeter en Lenaert Goossen Cocx, Jan Peeter Christiaens, daar moeder af was Cornelie Goossen Cocx en Kersten Jan Symons, als vader en voogd van de kinderen Elysabeth Peeter Christiaens dochter, daar ook moeder af was voornoemde Cornelie. Alle als erfgenamen wijlen Goossen Cocx en van Cornelie zijn huisvrouw, hebben verkocht Cornelie Abrahams van Huysen(?) dogter, weduwe wijlen Cornelis Aert Rombouts, met Jacob haar zoon als voogd, de stede etc. te Wernhout aan de Lynde, groot ca 2 buynder.

15.02.1578

| WE-013-01 |

Jan, Cornelis, Merten, Adriaen en Goossen Adriaen Pullekens zonen, Lucia, de dochter, met Jacob Janssen haar man en voogd, Anna, de dochter, met Lenaert Lenaert Michielssen haar man en voogd en Elisabeth, de dochter, met Denys Diericx haar man en voogd. Alle als erfgenamen Adriaen Pullekens en van Digne Merten Maerberchs zijn minnelijk met elkaar geerfdeeld.

09.06.1580

| WE-014-01 |

Lenaert, Jacob, Cornelis, Rombout en Aert Cornelis Aert Rombouts zonen, Mariken, de dochter, met Pauwels Aert Rombouts, haar oom en voogd, hebben verkocht Peeter Goossen Cocx, een stede met huis etc. te Wernhout aan de Lynde en nog een perceel weide, genaamd "de Lanckdonck", komende oosten aan de Wielhoeve.

09.03.1581

| WE-015-01 |

Roeloff van den Langenberge bekent dat hij jaarlijks moet uitreiken Margriet Cornelis Pauwels Keesselmans dochter, daar moeder af was Elisabeth Roeloff van den Langenberghe dochter, 1 1/2 lopen rogge erfpacht, in mindering van 2 veertel rogge, die Elisabeth verstorven waren na de dood van Ruelen Ruelens zone van den Langenberghe. Zie hiervoor een deelbrief van 1542.

10.08.1580

| WE-016-01 |

Antonis Jan Engelen en Cornelis Cornelis Christiaenssen als voogd en toeziende voogd van Aert Gabriels voorzoon, daar moeder af was, Marie Aert Lodders dochter, en Aert zelf aanwezig, ter ene zijde.

Peeter Peeter Gijssen, als vervanger van Cornelis Jan Servaes Uyter Hulst, voogd van de nakinderen Cornelis Gabriel Servaessen, daar moeder af was Catarina Bernaert Rombouts dochter, en Jan Bernaert Rombouts als toeziende voogd van de nakinderen, ter andere zijde, zijn minnelijk met elkaar geerfdeeld inzake het sterfhuis wijlen Faes, hun vader.

03.09.1582

| WE-017-01 |

Anthonis Jan Engelen en Cornelis Cornelis Christiaenssen als voogd en toeziende voogd van de nagelaten voorkinderen wijlen Cornelis Gabriel Servaes Uyter Hulst, daar moeder af was Marie Aert Lodders dochter, Cornelis Jan Servaes zone Uyter Hulst als voogd van de nakinderen Cornelis voornoemd, daar moeder af was Catarina Bernaert Rombouts dochter, en de voogaande vervangende Jan Bernaert Rombouts als toeziender van voorschreven nakinderen, hebben verkocht Gillis Godert Mertenssen een stede met huis etc., gelegen te Wernhout op de Savelput en nog een perceel weide gelegen bij de Donckvoort, ganaamd "de Putten".

16.12.1589

| WE-018-01 |

Schepenen van Wernhout laten weten dat voor hen gekomen zijn in propere personen de eerzame Jan Goris Donckers, Cornelis Laureys Thomas, Peeter Jan Rombouts, Cornelis Peeter Henrick Maes en Peeter Jan Haest, alle rechtelijk gedaagd door de Vorster en hebben op verzoek van Schout, Burgemeester en Schepenen en gezamenlijke ingezetenen van het dorp Loenhout, onze naburen, op hun Mannen waarheid in plaats van eed verklaard, dat de ingezetenen van het dorp van Loenhout van contribtie onbelast zijn gebleven over jaar 1586, als wanneer de ingezetenen van Loenhout weer thuis gekomen waren van hun vlucht, berooid zijnde, met de Salvegarde van zijne Hr.Grave Lijnestre. Zoals de ingezetenen ook onbeslast zijn gebleven van contributie in de tijd dat het leger op de rivier en de omliggende plaatsen van Antwerpen hebben gekampeerd en verklaren verder dat de vs ingezetenen van Loenhout anno 1588, als wanneer het leger van zijne Majesteit in September van hetzelfde jaar voor Bergen op Zoom was neergeslagen, zij van hooi, stro en granen zijn bestolen en beroofd, dat de ingezetenen gedurende dit beleg en nog lang daarna door het Garnizoen van Calmpthout hun domicilie hebben moeten verlaten en zij zelf op het slot en in de kerk zich moesten onderhouden en behelpen, met al hun armoede.

04.12.1591

| WE-019-01 |

Willem Goris Aerts voor hem zelf en als voogd van de kinderen van zijn broer Jan, Cornelis Goris Aerts voor hem zelf en als voogd van de kinderen van zijn broer Steven en mede van de weeskinderen Gabriel Huybs, daar moeder af was Adriana Goris Aerts dochter, zijn zuster, en Goris Gabriel Huybs, daar moeder af was Adriane vs, voor hem zelf, hebben verkocht Rombout Jan Rombouts, de helft van een perceel land gelegen aen de Meystraet, die Goris Aerts, welk perceel toebehoord heeft Jan Henrick Christiaens, Vorster alhier en door wijlen Goris Aerts, hun vader was ingewonnen.

27.03.1593

| WE-020-01 |

Jan Peeter Janssen van Loenhout, heeft verkocht Wouter Adriaen van der Gouwen, 13 veertel rogge erfpacht en 12 Karolusgld 35 Stuivers erfrente, die hem van Adriaen Dierick Stevens, zijn grootvader, en moeder en tante zijn aanbestorven en uitgaan uit de hoeve etc. van wijlen Cornelis Goris Jan Goris, gelegen te Wernhout in de Cleyn Heystraet.

17.03.1593

| WE-021-01 |

Jan Peeter Janssen van Loenhout heeft verkocht Gillis Godert Mertenssen en Marie Jacobs dochter, zijn vrouw, een huis met hof etc., idem nog een weide ingekomen van de Lare, hem aangekomen van de erfgenamen wijlen Andries Jans Conincx.

02.05.1596

| WE-022-01 |

Marie Cornelis Wouter Jan Rombouts dochter met Maes Peeter Maes, haar zoon en voogd, en vervangende de andere erfgenamen van Anna Peeter Lambrechts van Onstaden en Cornelis Wouter Jan Rombouts zaliger, verklaart dat Rombout Jan Rombouts aan haar gelost heeft de helft van 4 Gulden 10 Stuivers jaarlijkse pacht, haar verstorven met haar medeerfgenamen van voornoemde Anna, dat vs Marie ook heeft aflost volgens een brief dd.15.02.1578. Welke 4 Gulsden 10 Stuivers Rombout uitreikt uit een erfenis die Geerts Willem Wouters in handen placht te hebben, gelegen te Achtmaal bij de Geest.

16.10.1596

| WE-023-01 |

Adriaen Cornelis Hovelmans voor hem zelf en hem sterk makende voor zijn broer Anthonis, daar grootmoeder af was van moederszijde Cornelie Peeter Tijs Larien dochter, en Margriet Adriaen Dips dochter, daar ook grootmoeder af was voornoemde Cornelie, met Cornelis Janssen haar man en voogd. Alle als erfgenamen Peeter Mathijs Larien, hebben verkocht Roeloff Gijs Peeter Maes, alle rechten die beide zouden mogen hebben in een stede gelegen te "Ter Eyck, die wijlen Peeter Tijs Larien placht te bezitten en nu zijn kinderen verstorven zijn. En nog 1 zester rogge erfpacht die de voornoemde comparanten verstorven zijn na de dood van Cornelie voorschreven uit de voornoemde stede.

06.02.1597

| WE-024-01 |

Jacob Cornelis Aert Rombouts voor hem zelf, ter ene zijde, Rombout, zijn broer, als voogd en Peeter Jan Christiaenssen als toeziende voogd van Joris, Jacobs voorzoon, daar moeder af was Elisabeth Joris Christiaenssen dochter, en Peeter en Rombout Jan Rombouts als ooms en voogden van Jan en Cornelis, voornoemde Jacobs nazonen, daar moeder af was Yda Jan Rombouts, ter andere zijde, zijn onderling met elkaar gescheiden en gedeeld.

25.10.1597

| WE-025-01 |

Jan Peeter Philips en Cornelis, zijn broer, bekennen voldaan te zijn uit handen van Anxem Mertens [van Poppel], van een obligatie van 108 Karolusgld dd.23.02.1583, die Pauwels Peeter Tijs Larien eertijds had verleden Peeter Adriaen Philips, hun vader, die daarmede volledig afgelost is.

07.01.1598

| WE-026-01 |

Adriaen Schooffs verklaart hiermede schuldig te zijn Jan Michielssen van Elsacker, de somme van 51 Karolusgld, inzake de koop van een "Swert merrie peert".

05.03.1598

| WE-027-01 |

Cornelis Geertssen [van Meer] uit naam en procuratie hebbende van Anthonie Cornelis Lambrechts dochter, zijn huisvrouw, volgens een bescheid gepasseerd voor Schepenen te Etten dd.02.12.1597, en als onwederroepelijke procuratie hebbende van Lambrecht Cornelis [Lambrechts] van Ostayen, gepasseerd voor Andries Roms, Notaris residerende te Turnhout dd.19.02.1598, en ook in naam van Marie Cornelis Lambrechts [van Osteyen] dochter met Cornelis Peeters van Bruynenberghe, haar man en voogd, volgens notarieel bescheid gepasseerd voor Mr. Peeter Beyers dd.04.03.1598, en ook als procuratie hebbende van Lenaert van Ostaeyen en Cornelis Joossen Aerts zone, als voogd en toeziende voogd van Cornelie en Digne Cornelis Lambrechts vs dochters, volgens procuratie gepasseerd voor Wethouders in Wuustwezel dd.25.02.1598, hebben verkocht Lambrecht Cornelis Willem Peeter Heyns zoon en Anne, zijn zuster, met Henrick Jacobs van Gestele, de helft in de stede met huis, erve en toebehoren, gestaan en gelegen te Achtmaal bij de Capelle, in dezelfde vorm zoals Peeter Lambrechts van Ostaeyen, hun oom van moederszijde, die placht te bezitten. Met nog diverse percelen landerijen, o.m. "de Sittaert", "den Bergh", "den Grooten Acker" etc. etc., waarvan de andere helft de voornoemde Lambrecht en zijn zuster Anne van tevoren reeds toebehoorden.

05.04.1598

| WE-028-01 |

Cornelis Peeter Haest, als vader en voogd van zijn kinderen, daar moeder af was Elysabeth Jan Diericx van Eeden dochter, getrouwd hebbende gehad Clara Kerstiaen Jacob Peeter Baten dochter, bekent dat de erfgenamen Cornelis Rombouts aan hem, comparante weduwnaar, gelost heeft 2 veertel rogge erfpacht in 14 lopen, staande te lossen de 14 lopen met 40 Karolusgld, met nog vershuldigd 9 Karolusgld staande op 3 lopensaet land op de Veltacker.

09.04.1601

| WE-029-01 |

Lucia Aert Aertssen dochter, daar moeder af was, Anna Symon Peeter Rombouts dochter, met Huybrecht Merten Heerstraets haar voogd in deze, heeft verkocht Symon Peeter Symonssen het gerechte 3e part in een perceel land, genaamd "den Vlooberch" en ook nog het 3e part in een weide daaraan gelegen.

f. 74 dd.26.04.1601

| WE-030-01 |

Aert Cornelis van Loenhout bekent schuldig te zijn Lucas Willem Maes, de somme van 49 Karolusgld eens, inzake de koop van een rood ruin paard met een bles. Aert belooft te betalen Bamis eerstkomende.

14.01.1602

| WE-031-01 |

Pauwels Mertens Cornelis van Lanschot als hebbende speciale procuratie van Anthonis Mr. Jan Huesschaerts, volgens een akte gepasseerd voor Mr. Merten van Uutenhove, Notaris dd.05.12.1601, heeft tot een waarborg gezet t.b.v.Wouter van Berselaer, 2 veertel rogge erfpacht die Mr.Adriaen van Gymnich tegenwoordig uitreikt uit zijn stede te Wernhout en nog 2 veertel rogge die de erfgenamen Geert Laureys Huesschaerts uitreiken uit de stede te Achtmaal, gelegen op den Buys, die de voornoemde van Berselaer mag lijden bij de koop van een buynder land, gelegen onder de Bancke van Loenhout, eertijds gekomen van Jacob van der Meer en door de voornoemde Anthonis verkocht aan van Berselaer.

13.03.1602

| WE-032-01 |

Peeter Gijs Peeter Maes bekent schuldig te zijn Goossen Cornelissen, uit naam van Cornelie Anthonis van Houte dochter, zijn huisvrouw, de somme van 26 Karolusgld 11 Stuivers, inzake verschenen renten van leen zijnde, waarvan de laatste pacht is vervallen Lichtmis 1601. Peeter belooft te betalen Lichtmis eerstkomende.

27.03.1602

| WE-033-01 |

Gillis Godert Mertens, oud ca 59 jaar, rechtelijk gedaagd, heeft ten verzoeke van Jan Peeter Janssen van Loenhout verklaart en attesteert waarachtig te zijn dat Jan Jan Pauwels Keesselmans met Cristina Adriaen Dierick Stevens dochter, zijn huisvrouw, staande huwelijk, eertijds hebben gekocht van wijlen Henrick Jan Christiaenssen, Stadhouder te Zundert, de helft van een perceel erve, bestaande uit heide, weide en land, groot ca een buynder, indertijd toebehorende Aert Jacob Stoops, die men noemt "Haerdeman" en nu Faes Huybrechts bezit. En dat Keesselmans en zijn vrouw de helft wederom verkocht hebben aan Henrick Meeus Groessen, met een jaarlijkse rente van 3 Karolusgld 10 Stuivers, maar weet niet zeker of die jaarlijkse rente nu nog wordt geheven.

29.01.1603

| WE-034-01 |

Lucas Maes voor hem zelf en Adriaenken Willem Maes dochter, waarvan moeder af was Elysabeth Jan Delien, met Jan Cornelis Peeter Maes, haar man en voogd, bekennen na de dood van Jan Delien, hun oom van moederszijde, gedeeld te zijn voor hen zelf en als actie hebbende van Wouter, hun broer.

18.03.1604

| WE-035-01 |

Sr. Cornelis van Dongen, Schout en Castelein te Loenhout, met speciale procuratie van Cornelis Cornelis Goris Aerts (oud 23 jaar), gepasseerd dd.03.03.1604 voor de Wethouders van Loenhout, heeft bij consent van Cornelis Cornelis Goris Aerts, aanwezig zijnde en vervangende zijn broer Jan, verbinden de weduwe en erfgenamen Cornelis Cools voor 200 Gulden met een rente van 8 ten hondert, de 2 gemet beemd genaamd "de Voortbeempt", zowel erve als leen zijnde, gelegen te Wernhout achter de Lynde. (Adriaen Cornelis Cools bekent van genoemde obligatie voldaan te zijn den 22e April 1610).

19.03.1608

| WE-036-01 |

Peeter Gijs Peeter Maes belooft te betalen Cornelis Geerts en Peeter Henrick van Staeyen, als Heiliggeestmeesters van de Tafel van de H.Geest te Loenhout, de somme van 9 Karolusgld, te betalen te Sint Jansmisse in de nazomer en nog een zelfde som te Bavincx daarna, inzake verschenen pachten van 2 veertel rogge leenpacht.

11.01.1612

| WE-037-01 |

Marcelis Adriaenssen Verheyden, uit naam van Maeyken Antonis Tielemans, voor hem zelf en vervangende Lynken Antonis Tielemans, zijn huisvrouw zuster, Naten(?) Adriaen Schovaertssen, als moeder van de kinderen Adriaen Jan Tielemans, geassisteerd met Lenaert Janssen, haar tegenwoodige bruidegom, voor haar zelve en Cornelis Jan Mertens, uit naam van Jenneken Jans Weyns, daar moeder af was Adriane Antonis Tielemans dochter, Jan Thomas de Hooghe voor hem zelf en vervangende Cornelis Aernouts de Keyser en de Hooghe nog vervangende Anneken Jan Gijben, daar grootmoeder af was en vervangende Adriaen Jan Aert s’Keysers, en Jan Antonis Heyns als vervanger Merten Jans de Hooghe, zijn zwager. Alle als erfgenamen van Elysabeth Jan Hendrick Antonis Tielemans, hebben wettelijk gemachtig den 11e January 1612.

23.07.1612

| WE-038-01 |

Dionijs Cornelis Heyns, die men noemt Dionijs Casus Cocx zoon, bekent dat de erfgenamen Jan Aert Mers aan hem gelost hebben, een jaarlijkse rente van 8 Gld, in mindering van 25 K.gld jaarlijks, volgens een schepenbrief van de Eeningen van Rijsbergen dd.08.02.1522 met zijn transfixus op de 10e. .?. 1535. Welke rente wijlen Cornelis Stijnen en Catarina Mars, zijn huisvrouw voor vele jaren geleden hadden verkocht aan de vader van Dionijs, volgens certificatie gepasseerd voor de Schepenen van de Heerlijkheid Schilde dd.16.02.1610. (als voorbeeld naamsverwarring)

19.01.1613

| WE-039-01 |

Schepenen van Wernhout maken bekend dat voor hen gekomen zijn Marie Kersten Jan Symonssen dtr met Cornelis Peeters van Aerde, haar man en voogd, voor haar zelf en Catelijn Kersten Jans Symonssen dtr met Adriaen Adriaenssen van de Nieu Moer, haar man en voogd, voor haar zelf en Jacob Kersten Jan Symonssen voor hem zelf en als voogd van de weeskinderen van zijn broer Adriaen Kersten Jan Symonssen, alle als erfgenamen van wijlen Christiaen Jan Symonssen, hun vader, en Jan Cornelis Goris Aerts als onwederroepelijke procuratie hebbende om Jan Christiaen Jan Symonssen, hun broer, te goeden en te erven in een perceel beemd gelegen te Loenhout.

16.10.1613

| WE-040-01 |

Marie Willem Casus, nagelaten weduwe Geert Aerts, geassisteerd met Jacob Kerstens haar voogd, bekent schuldig te zijn Sr. Daniel Buycx, Secretaris te Loenhout, de som van 11 K.gld, welke som de weduwe belooft te betalen te Kerstmis eerstkomende.

17.01.1618

| WE-041-01 |

Jacob Christiaen Jan Symonssen, als procuratie hebbende van Peeter Joos [Jan Wouter] Gilsmans, daar moeder af was Antonia Bernaert Teunis [van der Vloet] dtr., gepasseerd voor Schout en Schepenen der Heerlijkheid Loenhout dd.30.12.1617, heeft getransporteerd, t.b.v. Anthonis Goris Sconincx en Jan Willemssen t’Wijnen, 1 halster rogge jaarlijks, uitgaande op de panden en onderpanden volgens de brief daarvan zijnde.

25.08.1622

| WE-042-01 |

Peeter Aerts de Graeuwe, oud omtrent 82 of 83 jaar, rechtelijk door de Vorster gedaagd zijnde en heeft op verzoek van Godert Jan Peeters verklaard, geattesteerd en geaffirmeerd met deze, bij zijn mannen waarheid, waarachtig te zijn dat de attestant bij het verkopen van een zekere stede met haar toebehoren, onder land, beemden, weide en heide, omtrent 13 of 14 bunder, met kommer van vele en verscheiden renten, waaronder ook was begrepen een jaarlijkse geldrente van omtrent 24 of 25 stuivers, zonder te weten de juiste rente, zo die nu gepretendeerd wordt door de Rentmeester van de Capitelle van Breda. Welke stede de vs Godert Jan Peeters aan Adriaen Dijckers, op conditie en met dezelfde jaarlijkse lasten als hij attestant aan de rekwirant had verticht.

21.11.1625(?)

| WE-043-01 |

(6 blz) Voor Jacob Christiaen Jan Symonssen en Peeter Henrick Braspennincx, Schepenen, kwamen Wouter Anthonis van der Gouwen voor hem zelf, Jan Anthonis van der Gouwen voor hem zelf, Catelijne Anthonis van der Gouwen dtr, geassisteerd met Goossen Lenaert Goossen Cocx, haar gekozen voogd in deze, ook voor haar zelf. Dympna Rummen Cornelis Rummens dtr, geassisteerd met voornoemde Jacob Christiaenssen, haar gekozen voogd in deze, Petronella Rummen Cornelis Rummens dtr, geassisteerd met Jan Jacob Anthonissen, haar man en voogd, ook voor haar zelf, alle als erfgenamen voor- en nakinderen van wijlen Marie Wouter Stoops, hun moeder, en verklaren bij deze hoe dat zij voor Wethouders van Wuustwezel hebben geerfdeeld tegen Rummen Cornelis [Aert] Rummens, hun respectievelijke vader en schoonvader [=stiefvader], in de manieren hierna volgende.

17.02.1627

| WE-044-01 |

Voor de voornoemde Schepenen kwamen Aert Aertssen de Jonge, voor hem zelf, Cornelis Anthonis van Stayen als voogd van de 2 andere kinderen Aert Aertssen, en Symon Symonssen als toeziende voogd in deze, mits de absentie van de voogd Aert Jan Pauwels, present zijnde en hetgeen hierna volgt mede adviserende en Margriet Jan Pauwels dtr, daar moeder af was Sijken Aert Aertssen dtr, Peeter Janssen als voogd van de 3 onbejaarde kinderen van Jan Dielissen, bij name Jan, Marie en Digne, daar ook moeder af was de vs Sijken Aert Aertssen dtr en Catelijne Anthonis Jan Rombouts dtr, daar moeder af was Peerken Aert Aertssen dtr, geassisteerd met Geert Willem Kerstens, haar man en voogd.

Alle als erfgenamen van wijlen Aert Aerts Jan Aertssen en Anne [Peeter Simon Rombouts] dtr, zijn huisvrouw, bekenden verkocht te hebben Jan Jacobs Verbaten en Anne Adriaen Cornelis Diericx [Uyter Hulst] dtr, zijn huisvrouw, een perceel land, genaamd "de Diepstede", groot 1/2 bunder, gelegen alhier bij de Meystraet.

04.02.1631

| WE-045-01 |

Voor Anthonis van den Broeck en Vergouwen, Schepenen, kwam Catelijn Cornelis Laureys Thomas dtr, daar moeder af was Jenneken Aernout [Jan] Verwijmer dtr, geassisteerd met Peeter Henrick Braspennincx, haar man en voogd, en bekende dat Jan van der Buyten aan haar comparante heeft afgelost een 3e deel van een rente van 16 R.gld jaarlijks, die zij na de dood van haar moeder en consorten waren heffende op de goederen wijlen Peeter Aert Sgraeuwen en Elysabeth Jan Maessen, die zij staande hun huwelijk hadden gekocht en verkregen van Janne van Thol, die tot de hoeve, genaamd "de Hulsthoeve" placht te behoren, volgens de brieven, die (zo men verstaat) plachten te berusten onder de Secretaris van Wuustwezel, wijlen Laureys Reyns, en ingevolge van dien bekende zij met haar man en voogd, met deze overgave en transport aan van der Buyten vs rente dood is en verklaarde daaraan geen actie meer te hebben en dat de hefbrief van deze rente bij vs van der Buyten wordt gelicht en overgeleverd. Constituerende onwederroepelijk tot dit einde Willem Andriessen van den Langenberge, gevende deze volkomen macht en authoriteit om vs afkwijting, lossing en transport voor Schepenen en Wethouders daar des behoren zal te vernieuwen als onder verbintenis van haar constituante, met haar vs man en voogd.

09.05.1631

| WE-046-01 |

Voor Peeter Braspennincx en Anthonis van den Broeck, Schepenen, kwamen Symon en Jan, zonen van wijlen Jan Symonssen, elk voor zichzelf, Aert Henrick Botbijl, als man en voogd van Cornelie Jan Symons dtr, zijn huisvrouw, en Aert mede vervangende Wouter Jan Symons, zijn zwager, Lauwereys Cornelis Laureys Thomas, als man en voogd van Adriaenken Jan Symons dtr, en de vs Symon Jan Symons als toeziender en als voogd van Anneken, Jansen Jacob kind, daar moeder af was wijlen Digne Jan Symons dtr en Adriaen Cornelis Berthels als voogd van Peerken, zijn onmondige dochter, bij hem geprocreerd aan Maeyken Jan Symons dtr, zoals bleek bij akte gepasseerd voor de Schepenen in de Hage dd.02.05.1631, alle als erfgenamen van wijlen Jan Symons, ter eenre. Jacob Jacob Roovers als actie en transport hebbende van Wouter en Reynier Joris van der Voort en van Jan, Nuyt Janssen natuurlijke zoon, daar moeder af was wijlen Jenneken Goris Backers, lestmaal huisvrouw van Jan Symonssen, mitsgaders van Peeter Cornelissen ...?ris te Loenhout, als voogd van de 5 nagelaten weeskinderen Jan Cornelissen, daar respectievelijk moeder en grootmoeder af was wijlen Jenneken Goris Backers, ter andere zijde. En bekenden in de vorm van scheiding en deling met elkaar te zijn overeengekomen, nopende het sterfhuis van wijlen Jenneken Goris Backers, in haar leven huisvrouw van vs Jan Symons, in de navolgende manieren, te weten dat vs Jacob cum suis voor hem, zijn erve en nakomelingen zal hebben en behouden al de profijtelijke schulden, hoedanig die zijn of genoemd mochten worden en ook waarvan die spruiten, geen uitgezonderd aan het vs sterfhuis. Daarenboven zijn de 1e comparanten gehouden dat vs Jacob contant zal betalen de som van 450 R.gld, onder de limitatie dat zover deze weeskinderen van Jan Cornelissen, daar moeder af was wijlen Digne ...... en grootmoeder vs Janneken Goris Backers met dit accoord niet tevreden waren, dat dit accoord zal worden gehouden krachteloos en van onwaarde vs Jacob en blijft hij hieraan verbonden. (In de marge: de som van 150 R.gld aan Cornelis Leenaerts Cocx in volle betaling van de obligatie die hij had op Jacob Jacob Roovers als actie van schade en bate geleverd van het sterfhuis van Joris van der Voort en Jenneken Goris Backers, deze 26 maart 1631).

17.03.1632

| WE-047-01 |

Voor Schepenen in Wernhout in vergadering zijnde, zijn gecompareerd Tanneken Aertssen, laatst weduwe wijlen Aert Geert Aerts, geassisteerd met Mr.Laureys van der Buyten, haar voogd in deze, ter eenre en Adriaen Jan Mathijssen als toeziender van het weeskind van vs Aert Geert Aerts, ter andere zijde, en verklaarden te renoveren het accoord van afscheid destijds voor de incompetente Wethouders van Loenhout en buiten deze jurisdictie gecelestreerd en gepasseerd, luidende de kopie uit het protocol, van woord tot woord aldus en bekenden zij wettelijk te zijn overeengekomen van het sterfhuis en de nagelaten goederen van Aert Geert Aerdts in deze voegen. Te weten dat vs momboirs van het weeskind aan voorgenoemde Tanneken Aerts, moeder van dit kind, zullen uitreiken de som van 100 R.gld eens, nu in gereed geld en als zij de penningen ten eeuwigen tijd onderhielden, dan zullen zij daarvan een intrest betalen de penning 16 tot de volledige betaling toe. Met conditie als de moeder het goed van doen hadde, hetgeen altijd zal mogen, en aan haar betaald moeten worden waarover zij heeft overgegeven met deze al haar actie en recht, dat zij hebbende was in het sterfhuis, hafelijke en meubele goederen, actien, schulden en crediten, gezaaide vruchten te velde staande en andere, geen uitgezonderd en bij Aert Geert Aerts nagelaten. En ook van de beemd, gelegen bij de "Verckens Hoeck", die zij samen staande hun huwelijk gekocht hadden van Jacob Voets van Bavesteyn kind en ook van de oude patrimonale en matrimonale goederen bij vs haar man nagelaten, renuncierende daarvan gans en geheel t.b.v. het weeskind. En hebben als vs momboirs van het kind deze goederen met al de schulden en lasten van het sterfhuis overgenomen, belovende de moeder van het kind daarvan kosteloos en schadeloos te houden. En hebben ook de momboirs het kind tot hun last genomen en dat betaald aan de moeder voor de tijd van een jaar, voor de som van 29 R.gld en dat alleen voor het opvoeden, van eten en drank. Idem is besproken en geaccordeerd dat de moeder uit het sterfhuis zal mogen nemen en voor haar behouden een bed met toebehoren, een tresoor en zekere andere kleinigheden welke zij ingebracht heeft en 10 ellen lijnwaad. Houdende vs comparanten, zowel ter eenre als ter andere, tevereden. Actum, deze 6e mei 1624. Ondertekend J.Jordaens.

24.05.1632

| WE-048-01 |

Voor Kerstens en Vergouwen, Schepenen en Mannen van Leen, kwam Lucas Matheeussen als onwederroepelijke procuratie hebbende van Jan Henricx van Elsacker, als vader en momber van zijn kinderen, met name Willem, Lysken en Neelken, daar moeder af was wijlen Maeyken Peeter Aerts Sgraeuwen, en waarvan hij ook verklaarde procuratie te hebben, gepasseerd voor Schepenen van Brecht, ondertekend Secretaris van der Vlueten. Willem en Henrick Aerdt Peeter Aerdts Sgraeuwen, elk voor hen zelf en uit naam van Peeter en Lysken, hun broer en zuster, bejaard zijnde, en Henrick ook als momboir en Jan Henrick van den Elsacker als toeziender van de 5 weeskinderen van Aert Peeter Aerts Sgraeuwen, alle kindskinderen van de voorbedde van wijlen Peeter Aerts Sgraeuwen, gepasseerd voor Wouter Jan Wouters en Andries Jodaens, Schepenen in Loenhout dd.08.03.1632, als bleek bij kopie protocolle van Loenhout, gecollactioneerd bij A.Jordaens. En heeft uit kracht van voornoemde procuratie opgedragen, gecedeerd en getransporteerd, om en voor een somme van penningen, aan vs constituanten vol en al betaald zijnde, Willem van den Langenberghe met Marie Peeter Aerts Sgraeuwen, zijn huisvrouw en Willem Anxem [Poppelaers] met Neelken Peeter Aerts Sgraeuwen, zijn huisvrouw en hun consorten, alle kinderen van de nabedde van vs Peeter Aerts Sgraeuwen, alzulke actie en gedeelte als hun constituanten was competerende bij versterven van de voornoemde Peeter Aerts Sgraeuwen, hun grootvader, zo in haaflijke als erflijke goederen, leengoederen, renten, actien, schulden en crediten, geen daarvan uitgezonderd binnen deze Heerlijkheid of elders gelegen en dat schade en bate, zodat zij op geen enkele wijze schulden meer houden. Belovende de geconstitueerde, uit naam van de constituanten geen recht of actie aan hun successie en versterf meer te hebben of te behouden, ten opzichte van Willem van den Langenberge met zijn huisvrouw en Willem Ancxten met zijn huisvrouw en hun consorten als nakinderen van voornoemde Peeter Aerts Sgraeuwen, hun grootvader. Waardoor dezelfde Willem van den Langenberge en Willem Ancxten voor hen zelf en voor hun goederen onder de jurisdictie van deze Heerlijkheid gelegen, gevest en geerfd zijn met vonnis, zoals het behoort.

10.07.1634

| WE-049-01 |

Voor Van den Broeck en Wouter Vergouwen, Schepenen, kwam Merten Adriaen Cornelis Diericx [Uyter Hulst] en bekende schuldig te zijn Sr. Thomas van Diepenbeeck de som van 150 R.gld, toekomende van ondergedane penningen. En om de crediteur de baat te verzekeren, zo zijn mede gecompareerd Geert Gillis Goortssen en Jan Jacobs Verbaten om te borgen als principaal debiteur. (In de marge: de weduwe Merten Adriaen Cornelis Diericx cum prolibus hebben deze obligatie, met intrest, voldaan bij bekentenis van Sr. Thomas van Diepenbeeck dd.22.12.1651).

25.10.1634

| WE-050-01 |

Voor Wouter Anthonis Vergouwen en Peeter Henrick Braspennincx, Schepenen en Oppermomberen, kwamen Cornelis Jan Kerstens [Simons] nomine uxoris en Adriaen Jan Mathijssen als voogd van de kinderen Jan Jacob Cornelis Rombouts en hebben wettelijk geconstitueerd en gemachtigd en in hun plaats gesteld Mr.Laureyssen van der Buyten, Peocureur te Loenhout. Om van hun wege en in hun naam te innen en te ontvangen de achterstand van een jaarlijkse rente van 4 veertel rogge, die de constituanten heffende zijn op een stuk land, genaamd "den Eijckhoff", gelegen op de Molenacker te Loenhout, leen zijnde onder de Leenheer Sr.Daniel Buycx, uitgereikt wordende bij Anthonis Peeter Denis en Anthonis Stoffels van Aerde. De constituanten vs Van Buyten, daartoe en hetgeen hierna volgt, volkomen last gegeven hebbend. En indien desnoods zij, de uitreikenden, niet betalen, zo behoort, te constringeren, bezetten en alle andere rechtvorderingen, zo naar Loenhouts recht behoort, op het pand van de uitreikers te doen en generaal te ratificeren en approberen al hetgeen hen voorschreven geconstitueerden in hetgeen voorschreven is en wat daaraan kleeft. Belovende dit voor goed, vast en van waarde te houden, onder verband van hun personen en goederen, hebbende en verkrijgende.

08.04.1637

| WE-051-01 |

Voor Peeter Braspennincx en Anthonis van den Broeck, Schepenen, kwam Anthonis Adriaen Vergouwen en bekende schuldig te zijn Sr.Thomas van Diepenbeeck, Schout en Castelijn van Loenhout, de som van 150 R.gld, toekomende van ondergedane en geleend geld. Verbindende daarvoor zijn persoon en goederen en om vs crediteur te baat te verzekeren, zo is mede gecompareerd Cornelis Jan Mathijssen, als principaal debiteur. En om vs kapitaal met intrest aan schuldenaar te voldoen, onder verband als voor, belooft Anthonis Vergouwen zijn borg kosteloos en schedloos te houden en hieraan te verbinden en te pand te zetten zijn huis en hof met de erve daaraan gelegen, groot 2 gemeten, gelegen alhier in de Kleine Heystraet.

26.04.1638

| WE-052-01 |

Voor Vergouwen en Braspennincx, Schepenen, kwamen Marie Peeter Aerts Sgraeuwen dtr, voor haar zelf, geassisteerd met Willem Andries van den Langenberghe, haar man en vogd, Cornelie Peeter Aerts Sgraeuwen dtr, ook voor haar zelf, met Willem Anxem Mertens [Poppelaers], haar man en voogd, Anneken Peeter Aerts Sgraeuwen dtr, ook voor haar zelf, geassisteerd met Joos van der Kieboom, haar man en voogd, Cornelis Rommen Cornelis Aert Rombouts als voogd en Andries Geert Peeter Maes als toeziender van de 3 weeskinderen wijlen Jan Gijsbrecht Leemans, daar grootmoeder af was wijlen Adriaenken Peeter Aerts Sgraeuwen, Jan Gijsbrecht Hoppenbrouwers, oud 24 jaar, geassisteerd, mits de absentie van zijn voogd, met voornoemde Willem Andries van den Langenbergh, zijn toeziender, en samen vervangende Henrick en Jan des vs Gijsbrecht Hoppenbrouwers zonen en voorkinderen wijlen Catelijn Peeter Aerts Sgraeuwen dtr en de vs Rommens als voogd van Maeyken Jan de Backers weeskind, nadochter van voorschreven Catelijn, vervangende vs Jan de Backer, vader en toeziender van zijn vs kind. En nog de voornoemde Willem van den Langenbergh als voogd en Henrick Peeter Smulders als toeziender van Lenaert Jan Peeter Aerts Sgraeuwen, oud omtrent 20 jaar, alhier present staande en hierin voor zich mede adviserend.

01.12.1638

| WE-053-01 |

Wij Jacob Christiaenssen, Wouter Anthonis Vergouwen, Braspennincx en Dyrven, Schepenen der Heerlijkheid van Wernhout in de lande van Breda oirconden met deze en certificeren de gerechte waarheid ten aanzien van Mr.Andries Jordaens, oud Secretaris van het dorp Loenhout en procuratie hebbende van Lambrechte, dat deze Mr.Andries Jordaens is een man van een goede naam en faam, zonder dat wij van zijn persoon iets vernomen of gehoord hebben waardoor zijn erenaam en faam zouden belast zijn. Voor redenen van waarheid verklaren Schepenen voorgenoemd van de persoon Mr.Andries Jordaens goede kennis te hebben en dat hij somtijds, op verzoek van enkele personen alhier, een lange tijd gecompareerd heeft als en in procuratie gediend heeft, zo wij weten.

31.10.1640

| WE-054-01 |

Voor Peeter Braspennincx en Anthonis Peeters van den Broeck, Schepenen, kwam Catelijn Joris Jacob Hollanders dtr, huisvrouw van Cornelis Jan Christiaenssen [Jan Symons], geassisteerd met een vreemde voogd, haar met consent van haar man haar met recht gegeven tot hetgeen hierna volgt. En is onwederroepelijk gemachtigd en in haar plaats gesteld met deze Cornelis Jan Christiaenssen [Jan Symons] en Mr. Laureys van der Buyten, Procureur, om, samen of elk voor zich, in haar naam te compareren voor Wethouders van het dorp Loenhout of elders en aldaar t.b.v. Wouter Anthonis Vergouwen en Huybrecht Jan Nijssen van Tichelt respectievelijk op te dragen, te cederen en te transporteren. Te weten t.b.v. vs Van der Gouwen de helft van een stuk beemd, genaamd ....(niet genoemd), waarvan de andere helft competeert Peeter Jan Nijssen, gelegen in of omtrent "den Verckenshoeck" aldaar. En te doen ten profijte van Huybrecht Jan Nijssen van Tichelt de helft van een heiveld, ook aldaar op Popendonck gelegen, onverdeeld met de andere helft, toebehorend de erfgenamen Peeter Joris Christiaenssen. Catelijn na de dood van haar vader verstorven volgens de constitutiebrief daarvan gemaakt.

23.03.1643

| WE-055-01 |

Voor Wouter Vergouwen en Peeter Henrick Braspennincx, Schepenen van Wernhout en de voornoemde Braspennincx en Anthonis Adriaen Kerstens, Schepenen in der Eeningen van Rijsbergen, kwam Pieternelle Aert Geert Aertssen dtr, geassisteerd met Anthonis Goris Conincx, haar man en voogd, en bekende verkocht te hebben Niclaes Goris Augustijns en Marie Aert Geert Aertssen, zijn huisvrouw, een gerechte 4e part in de stede met de huizinge, gronden en toebehoren, gestaan en gelegen te ter Eyck. Zo onder deze jurisdictie alsmede onder Wuustwezel en Loenhout, waarvan de kopers de andere 3e parten van tevoren reeds toebehoren.

14.05.1642

| WE-056-01 |

"Kopie uit de akte van het dorp van Loenhout"

06.10.1632

| WE-057-01 |

Voor Braspennincx en Dyrven, Schepenen en Mannen van Leen, kwamen Cornelis Cornelis Peeter Aerts Sgraeuwen de jonge, voor hem zelf, Elisabeth Cornelis Peeter Aerts Sgraeuwen dtr, geassisteerd met Jan Merten [Arnout Marten] Baelgaerts, haar man en voogd, elk voor hen zelf en Andries Peeter Aerts Sgraeuwen als voogd van Jan en Peeter Cornelis Peeter Aerts Sgraeuwen zonen, geassisteerd met vs Cornelis, hun broer en toeziender, en bekenden verkocht te hebben Willem Andries van den Langenberch en Marie Peeter Aerts Sgraeuwen, zijn huisvrouw en Maries zusters, broers en zusters of broers kinderen van de nabedde van Peeter Aert Sgraeuwen, daar moeder af is Elysabeth Jan Maessen et suis op datus ut ante. Constituerende vs comparanten onwederroepelijke tot Wuustwezel Cornelis Willem Huybrechts en Jan Cornelis Gorts te Loenhout, Schepenen aldaar, belovende deze tesamen etc., deze 06.10.1632.

13.03.1631

| WE-058-01 |

Voor dezelfde Schepenen kwam Peeter Cornelis Meus van Loenhout en bekende schuldig te zijn Niclaes Goris van Orschot de som van 89 R.gld, spruitende van een roodbruin merriepaard. Verbindende daarvoor zijn persoon en al zijn goederen, have en erve, geen uitgezonderd, waar die ook gelegen zijn. Opmerking: In kennis van mij Peeter Henrick Braspennincx die dit heeft geschreven in absentie van de Secretaris.

25.10.1634

| WE-059-01 |

(behoort bij akte op fol. 47 dd.25.10.1634)

Voor (...), schepenen, kwamen Cornelis Jan Kerstens nomine uxoris en Adriaen Jan Mathijssen, als voogd van de kinderen Jan Jacob Cornelis Rombouts, en hebben wettelijk gemachtigd Mr.Laureyssen van der Buyten, Procureur te Loenhout, om in hun wege te innen en ontvangen een achterstallige pacht van 4 veertel rogge jaarlijks, die de constituanten heffende zijn op een stuk land, genaamd "den Eyckhoff", af te dragen op de "Molenacker" te Loenhout, leen zijnde onder de Leenheer Sr.Daniel Buycx. Uit te reiken bij de attestor eens aan Anthonis Stoffel van Aerde, gelijk de constituanten verlangen en voorschreven Van Buyten daartoe hebben, in nood zijnde, volkomen zeggenschap gegeven en indien het moet dat hij de uitreikers deze rente met recht tot betaling, zoals het behoort, te bezetten en alle ander recht, zo het onder des leenhofs behoort, en op de betaaldag uit te reiken.

28.02.1646

| WE-060-01 |

Voor Vergouwen en Braspennincx, Schepenen van Wernhout en dezelfde Van der Gouwen en Anthonis Adriaen Christiaenssen, Schepenen inder Eeningen van Rijsbergen, kwam Cornelie Peeter Aerts Sgraeuwen dtr, geassisteerd met Anthonis Nuyts, haar tegenwoordige man en voogd, en bekende met deze gecedeerd en getransporteerd te hebben t.b.v. Anthonis Sebrecht Smeyers de huizinge, schuur, hof en aanstede met de erve daaraan gelegen en met alle toebehoren, zo haar die nader gespecificeerd zijn aangedeeld. Ten eerste het huis, de hof met de daaraan gelegen erve en de boomgaard daarop staande, groot omtrent 7 lopensaet, zoals het afgepaald is, idem nog het 8e part in de bossen, onverdeeld gelegen met de andere parten, groot omtrent 3 a 4 gemeten, zoals het gelegen en aldaar afgepaald is, en nog haar aandeel in de voorste en achterste "Wolff Bossen", groot omtrent 4 lopensaet. Belast met alzulke kommer tot een gaande en staande pacht en op alle verdere en andere condities en voorwaarden als de verkoopcedule daarvan gemaakt dd.03.02.1646 inhoudt, waarnaar wordt gerefereerd en is alhier ter Secretarie berustende, t.b.v. vs Smeyers en t.b.v. zijn zoon Cornelis, alhier present zijnde, en Lenaert Goossen Cocx en Henrick Gijsbrecht Hoppenbrouwers, ut supra. Anthonis Sebrecht Smeyers is in de helft van de opgedragen goederen , mits het consent bij Cornelis, zijn zoon, hoewel hij de opdracht had geaccepteerd, daarin gedragen, geerfd en gevest en Henrick Gijsbrecht Hoppenbrouwers voor het 4e part in de andere helft, deze 20.03.1647 en Lenaert Goossen Cocx is in het 4e part van de goederen geerfd en gevest, dd.27.01.1648, in presentie van Rombouts en Vergouwen.

01.03.1646

| WE-061-01 |

Voor Van der Gouwen en Braspennincx, Schepenen, kwamen Anthonie Joos [Cornelis] Philips Verhaert dtr voor haar zelf, geassisteerd met Peeter Adriaenssen van Huysen, haar man en voogd, en Marie Joos [Cornelis] Philips Verhaert dtr, ook voor haar zelf, geassisteerd met Cornelis Adriaen Geert Wouters, haar man en voogd, en bekenden tegen elkaar, na de dood van wijlen Anna Peeter Maes, laatst weduwe van vs Joos Verhaert, en Adriana Joos Philips Verhaert, hun zuster, gescheiden en gedeeld te zijn in de navolgende manieren. Te weten dat voornoemde Anthonie met haar man is geerfdeeld, ten eerste op de rente van 10 lopen rogge erfpacht, 2 lopen kwijtrogge en in geld 10 R.gld, uitgaande alle jaar op de panden die Jan Goris Sconincx eertijds in handen placht te hebben, gelegen aan de Leynde. Idem nog op het 4e part in "Barbara Floris Acker", met de kommer die daar met recht schuldig is voor uit te gaan. En de voornoemde Marie met haar man is geerfdeeld, ten eerste op het 4e part in de hofstede met de erve daar achteraan gelegen, alhier op de Meystraet, idem op het 4e part, of zoveel als men daarin gerecht was, in de boomgaard, idem op het gerecht 4e part in de beemd, gelegen te Wernhout ten Eynde, achter de verbrande molen, idem op het gerechte aandeel in een geldrente van 3 R.gld jaarlijks, uitgaande op de stede van Marie Peeter Aerts Sgraeuwen, gelegen ter Eyck, idem nog op haar gerechte aandeel in een rente van 3 R.gld jaarlijks op Niclaes van Dael te Loenhout, idem op het Moerken, gelegen achter de Grote Heystraet, en nog op haar gerechtigheid van een obligatie van 100 R.gld, die onder placht te hebben Jan Jacob Verwijmers. Verder verklaart voornoemde Marie met haar man geen actie, part nog gezag te willen hebben in het sterfhuis van wijlen Leonora Cornelis Philips Verhaert dtr, ten aanzien van voornoemde Anthonie en haar man, overgegeven, gerenuncieerd en vertijende, zonder daarvan profijt te verwachten.

14.02.1646

| WE-062-01 |

Voor Schepenen in vergadering kwamen Anthonis Jan Nuyts en Cornelie Peeter Aerts Sgraeuwen dtr, zijn huisvrouw, en bekenden schuldig te zijn Jan Jan Goris Donckers de som van 100 R.gld, toekomende van geleend geld. Belovende vs som te restitueren, met een intrest de penning 16, dd.18.02.1647, welke de som van deze obligatie zullen ontvangen van Anthonis Sebrecht Smeyers als korting van de erfpenningen, ten voorschreven dage verschijnende, welke som de debiteuren dan zullen afkwijten uit de te ontvangen erfpenningen, renuncierende daarvan in forma, onder verbande van hun personen en goederen, als naar recht. (In de marge: Jan Jan Goris Donckers bekent van deze obligatie door Anthonis Jan Nuyts voldaan te zijn, deze 27.04.1647).

06.08.1647

| WE-063-01 |

Voor Cornelis Sibs en Cornelis Jan Christiaenssen, Schepenen, kwam Adriaen Henricx van der Buyten, daar moeder af was Pauwlyntken Adriaen Peeters de Hoon dtr, en bekende met deze schuldig te zijn Jan Cornelis Jan Jacobs [Looyen] de som van 100 R.gld, toekoemende van geleend geld. Verbindende daarvoor zijn persoon en goederen en om voorschreven crediteur de baat te verzekeren is mede gecompareerd Cornelis Peeters van Aerde, zich stellende als principaar debiteur. (In de marge: Cornelis Jan Mercx Sgrauwen, als getrouwd zijnde de dochter van Jan Cornelis Jan Jacobs [=Catharina Looyen], bekent als aktie daarvan hebbende, van deze obligatie vol en al betaald te zijn, met intrest, dd.25.10.1654).

27.07.1648

| WE-064-01 |

Voor Vergouwen en Kerstens, Schepenen, kwam Melchior Jacob Bevers en bekende getransporteerd te hebben, t.b.v. Jenneken Diericx Vercaert dtr en Jan Jan Goris Donckers, haar zoon, de obligatie van 200 R.gld, die vs comparanten heeft op Jacob Jacob Roovers, Vorster alhier, volgens de akte daarvan zijnde, gepasseerd voor nots. Laureys van der Buyten, te Loenhout residerende, dd.21.10.1643, waarbij beloofd is jaarlijks te betalen 5 ten honderd aan intrest. De voorschreven akte, die door Jenneken en Jan Donckers overgeleverd is en waarvan de intrest ten profijte van vs Jenneken en Jan is, zal zijn begin hebben te Bamis eerstkomende en navolgende jaren, die zij hebben geaccepteerd op conditie dat voorschreven transportant altijd belooft daarvoor in te staan als principaal debiteur, als naar recht.

13.10.1649

| WE-065-01 |

Voor Wouter Vergouwen en meer andere Schepenen, in gebanne Vierschaar in vergadering, kwam Anthonis Sebrecht Smeyers ter eenre en Cornelis Willem Anxems [Poppelaars] ter andere zijde en bekenden tegen elkaar gescheiden en gedeeld te zijn nopende de erfgoederen gekomen van Cornelie Peeter Aerts Sgraeuwen, tegenwoordig huisvrouw van Anthonis Nouts, te Loenhout wonende, in de navolgende manieren. Te weten de 2e comparant is gevallen, gekaveld en gedeeld .... (opmerking: akte is niet verder afgemaakt).

10.12.1649

| WE-066-01 |

Voor dezelfde Schepenen kwamen Jacob, Adriaen en Jan, Cornelis Jacob Janssen zonen, elk voor hen zelf, Sijcken de dochter, geassisteerd met Christoffel Merten Baelyaerts, haar man en voogd, voor haar zelf, en Anna de dochter, ook voor haar zelf, geassisteerd met Cornelis Willem Anxem Mertens [Poppelaars], haar man en voogd. Alle als erfgenamen van wijlen Cornelis Jacob Janssen, hun vader, en mede in conformiteit van het accoord bij scheiding en deling op heden tegen hun moeder, ter eenre en ter andere gemaakt en gepasseerd voor Wethouders alhier, bekenden gescheiden en geerfdeeld te hebben in de navolgende manieren.

Te weten dat Jacob is gekaveld en geerfdeeld op de helft van de schuur aan de oostzijde, met de erve daar deze op staat, met de helft van de dorsvloer en met de andere helft te gebruiken.

28.03.1650

| WE-067-01 |

Voor Cornelis Sibs en Geerit Rombouts, Schepenen, kwamen Cornelis Christiaenssen van Wechelen voor hem zelf, Sr.Dielis Havermans voor hem zelf alsmede vervangende Jouffr.Genoveva Havermans, zijn zuster en huisvrouw van Sr.Thomas van Diepenbeeck, Schout en Kastelein te Loenhout en Sr.Adriaen Havermans, Schout alhier te Zundert en Rijsbergen, van welke 3 genoemde laatste personen moeder was wijlen Jouffr. Piryntien Christiaenssen van Wechelen dtr, ook voor hen zelf, geassisteerd met Mr.Niclaes Franchoys, Chirurgijn alhier. Dezelfde Mr.Niclaes Franchoys vervangende Adriaentken Christiaen Christiaenssen van Wechelen dtr, huisvrouw van Willem van Ravestijn, tot Hoogstraten wonende, en de voorschreven Cornelis van Wechelen als voogd en Mr.Niclaes Franchoys als toeziender van Christiaentken Christiaen Christiaenssen van Wechelen. En bekenden, elk in de kwaliteit als voor, dat Aernout Cornelis Janssen aan hen gelost heeft een rente van 2 veertel rogge jaarlijkse erfpacht die hij zelf uitreikte, zodat zij daar geen aktie of recht meer op behouden. (In de marge: compareert Fanciskus Aernout van den Bolck, als actie en transport hebbende van Adriaen Adriaen Schobbe, zo hij zeide, en bekende van de 200 R.gld, in het witte dezer geroerd en met alle verlopen intrest daarover, van de erfgenamen Geerit Rombout Jan Rombouts, in zijn leven borg gebleven voor Aernout Cornelis Jans, vol en al betaald te zijn dd.26.07.1686. Dit ter oirconden heeft de comparant deze, naast Schepen Cornelis Peeter de Wijs, ondertekend, Francois van den Bolcks handschrift).

11.02.1651

| WE-068-01 |

Voor dezelfde Schepenen kwam Adriaen Henrick van der Buyten, wonende te Loenhout, en bekende schuldig te zijn Cornelis Jan Kerstens [Jan Simons] de som van 100 R.gld, toekomende van geleend geld. Verbindende daarvoor zijn beemd, genaamd "d’Entendonck", groot omtrent 1 bunder, gelegen op Popendonck. (In de marge: voldaan bij Jacob Bevers, uit naam van zijn moeder, als geassisgneerd zijnde te voldoen volgens de akte alhier, dd.25.10.1654).

01.04.1651

| WE-069-01 |

Voor dezelfde Schepenen kwam Adriaentken Willem Anxem Mertens [Poppelaars], geassisteerd met Laureys Peeters van der Buyten en bekenden verkocht te hebben Cornelis Frans Cornelis Rombouts en Jenneken Willem Anxem Mertens [Poppelaars] dtr, zijn huisvrouw, hun aandeel in "het Cleyn Schootken". Idem nog omtrent een 4e part van het heiveld, oosten de erfgenamen Peeter Gijs Maes gelegen. En nog hun gerechte deel in een plat bosken. Vrij van kommer.

12.07.1651

| WE-070-01 |

Voor dezelfde Schepenen kwamen Cornelis Willem Anxems [Poppelaars] ter eenre en Adriaentken Willem Anxems [Poppelaars] dtr, geassisteerd met Laureys Peeters van der Buyten, haar man en voogd, ter andere zijde en bekenden in de navolgende manieren geerfmangeld te hebben, te weten dat Cornelis voortaan zal hebben en behouden de helft of omtrent de helft van een weide, gelegen ter Eyck, oost s’heeren stroom. Idem nog omtrent het 4e part in "de Bosacker", groot omtrent 1/2 lopensaet, vrij van alle kommer en calangie, uitgezonderd de erve en andere gemene lasten. En nog haar 2e comparante part in de schuur met de erve daar deze op staat en daaraan gelegen, zo het is afgepaald. Daartegen moet de 1e comparant de 2e comparant kosteloos en schadeloos afdragen en indemneren van de kooppenningen de helft van 5 veertel 1 lopen rogge en de helft van 10 stuivers, in voorgaande brief van heden datum vermeld, waarmede voorschreven vermangelde erven zijn vrijgemaakt. En nog het 4e part in de helft van 2 obligaties, alhier voor Wethouders gepasseerd op den .....(datum niet genoemd). Groot tesamen 1150 Gulden kapitaal met alle onbetaalde intrest van dit kapitaal. En om de 2e comparante de baat te verzekeren, zo heeft Cornelis speciaal verbonden "de Schooten" en zijn andere erfgoederen.

19.10.1651

| WE-071-01 |

Voor Vergouwen en Sibs, Schepenen, kwamen Digne Lenaert Goossen Cocx dtr, weduwe wijlen Merten Adriaen Diericx vuyter Hulst, geassisteerd met Wouter Vergouwen, haar gekozen voogd in deze, Adriaen Merten Adriaen Diericx vuyter Hulst voor hem zelf als uit naam van Lenaert, Jan, Maeyken en Digne, kinderen van vs Merten, en voor zijn broers en zusters, die hij hierin verving, Jan Faes Huybrecht, als man en voogd van Lyntken Mertens Adriaenssen vuyter Hulst dtr, daar moeder af was Anneken "N" en Willem Aertssen, als man en voogd van Neeltken Merten vuyter Hulst dtr, welke 2 laatste personen hun vs huisvrouwen hier vervingen. En bekenden samen schuldig te zijn Jan Jacobs Verbaten de som van 150 Gld, toekomende van voorgeschoten en betaald geld aan Sr.Thomas van Diepenbeecke, Schout te Loenhout, in voldoening van een obligatie. Verbindende daarvoor speciaal hun huizinge en erfenisse daar deze op staan en aangelegen zijn, groot omtrent 1/2 bunder, gelegen omtrent "de Leynt". Belast met 2 veertel rogge jaarlijks ter kwijting, volgens het bescheid daarvan zijnde en die eertijds placht te heffen Jenne Adriaenssen Teus.

23.12.1652

| WE-072-01 |

Voor W.Vergouwen en Cornelis Jan Kerstens, Schepenen, kwam Adriaen Henricx van der Buyten en bekende schuldig te zijn Cornelis Peeters van Aerde de som van 250 Gld, toekomende van geleend geld. Verbindende daarvoor speciaal een stuk beemd, genaamd ....(n.g.), groot omtrent 2 1/2 gemeten, gelegen op Maerbergen of Popendonck. Vrij van kommer, uitgenomen s’heeren chijns en belast met 2 obligaties, samen 300 Gld. De 1e aan Cornelis Jan Kerstens en de andere 100 Gld aan Cornelis Jan Mercx Sgraeuwen. (In de marge: voldaan bij Jacob Marinus Bevers, uit naam van zijn moeder, met intrest, bekende de crediteur dd. 25.10.1654).

03.12.1653

| WE-073-01 |

Voor dezelfde Schepenen kwam Adriaentken Willem Ancxten [Poppelaars] dtr, geassisteerd met Laureys Peeters van der Buyten, haar man en voogd, en bekende verkocht te hebben Henrick Gijsbrecht Hoppenbrouwers, ten eerste de kamer met toebehoren en een stuk van de warmoeshof, zoals zij verkopers daarop waren gedeeld, oost en noord aan de "hoochcamer", waarop de huisvrouw van Cornelis Franssen [Cornelis Rombouts] is geerfdeeld, gelegen alhier ter Eyck. Idem nog omtrent 1 lopensaet erve in de Lentenhof, gelegen bij het vs huis. Idem nog omtrent 1 gemet in de akker, genaamd "de Schooten". Vrij van kommer, met uitzondering van 1 veertel rogge jaarlijkse erfpacht aan de erfgenamen wijlen Maeyken Meeus Vergroessen, de helft reducibel of anderszins, zoals de brieven daarvan vermelden. En is volgens de verkoopcedule mede verkocht omtrent 1/2 bunder heide, onder de jurisdictie van Wuustwezel, buiten onze wijsdom gelegen. Opgedragen dd.03.12.1653 en volgens de akte van consent gevest dd.09.01.1654.

09.01.1654

| WE-074-01 |

Voor Vergouwen en Rombouts, Schepenen, kwam Henrick Gijsbrecht Hoppenbrouwers en heeft hier vertoond een akte, luidende van woord tot woord: "Ik Laureys Peeters van der Buyten, als man en momber van Adriaentken Willem Anxem [Merten Poppelaars], haar consent en last aan Schout en Schepenen van het dorp van Zundert (hetwelk bij abuis is geschreven, alzo de goederen en erve waarvoor opdracht is geschied zijn gelegen onder de jurisdictie van Wernhout en alwaar ook de opdracht is geschied) om te vesten en te erven Henrick Gijsbrecht Hoppenbrouwers, volgens de opdracht die Laureys van der Buyten en Adriaentken, mijn huisvrouw, voor Secretaris en Stadhouder van het dorp Zundert (moet zijn Wernhout) hebben gedaan op ....(n.g.)". En heeft vs Laureys van der Buyten dit ondertekend, in presentie van Anthonis Nuyts en Cornelis Gabriels als getuigen, actum dd.08.01.1654 en was met een ander hand geschreven. Aldus bij mij Laureys Peeters van der Buyten verzoek dat deze akte zal worden gebruikt tot voorschreven opdracht om die volgens voorschreven opgedragen goederen met recht gevest te worden. Ter oirconden heeft onze Secretaris ondertekend en het voorschreven origineel verklaard of bevestigd en aan vs Hoppenbrouwers gerestitueerd, deze 09.01.1654. Ondertekend: Joris van Gymnich 1653.

27.03.1651

| WE-075-01 |

Voor Wouter Vergouwen en Cornelis Jan Kerstens, Schepenen en Mannen van Leen van het Leenhof van Wernhout oirconden, dat voor ons gekomen is Mr.Pieter de Kynderen, Secretaris binnen de Heerlijkheid van Westmalle, als speciaal onwederoepelijk geconstitueerd zijnde van heer Nicolaes van Varick, Borchgrave van Brussel, Schout der stad Antwerpen en Marckgrave van het land Rijen etc., als hij deed blijken bij clausule van constitutie, vermeld onder de akte van verkoping of transport, gepasseerd voor Schepenen van Antwerpen dd.27.03.1651, ondertekend P.J.van Valkenisse, uitgaande met 2 zegels van groene was aan welke staarten van franchyn met wit pampier overdekt, die wij Schepenen en Mannen van Leen hebben gezien en horen lezen. En bekende in de vorm recognisering, gelijk de constituant dat bekend heeft voor vs Schepenen van Antwerpen, waarvan de teneur als volgt luidt: "Wij Antoni Sibori, Ridder, en Maximinus Gerardi, Schepenen van Antwerpen, bekennen dat voor ons kwam heer Niclaes van Varick, Borchgrave van Brussel, Schout dezer stad en Marcgrave van het land van Rijen etc., bekende dat hij verkocht heeft heer Robbert de Cotereaux, heer van Westmal, Zoersel, etc. een zekere tiende, genaamd "de Thiende van Sundert", geheven wordende te Wernhout en Achtmaal onder Zundert, consisterende in 2 schoven, idem 5 zester of 20 veertel rogge jaarlijks, die Henrick de Bie te gelden placht en nu de heer van Breda, van 3 schoven tienden uit het dorp van Schoonhoven gespleten, alles te leen gehouden wordende van de Zonneramen Leenhove van Brabant. Idem 8 veertel koren erfpacht, spruitende uit erfpenningen, geheven wordende op de goederen eertijds toebehoord hebbend Goris Jan Goris [Donckers], gelegen onder Zundert en die nu geldende zijn de erfgenamen wijlen Jenneken Huybrechts cum suis. Idem nog 5 meukens rogge jaarlijks, geheven wordende op dezelfde goederen, gelegen onder Zundert, eertijds geheven van Vrouwe Constante van Berchem, weduwe wijlen Gosewijn van Varric, des Ridders, en daartoe nog 30 veertel rogge en 2 Gld 18 Stv 2 Oort jaarlijks, met het Leenmanschap daartoe behorende, geheven wordende op zekere goederen, gelegen in het gehucht Nederven onder Loenhout, te leen gehouden wordende van de heer van deze plaats, welke voorgenoemde goederen vs heer toegekomen en verstorven zijn met de dood en aflijvigheid van wijlen heer Henrick van Varic, Ridder, zijn vader, welke de zoon was van voorschreven heer Gosewijn van Varric en Vrouwe Constante van Berchem en die voor het merendeel aan voorschreven heer Henrick van Varric in patafie gegeven en getransporteerd zijn bij Jouffr.Adriana van Berchem, heer Henricx dochter en haar consorten, bij bescheiden dd.13.01.1599 voor Schepenen dezer stad gepasseerd zijnde. Voorts dezelfde goederen tot behoeve van voorschreven heer comparant verschenen in voorschreven Leenhove van Brabant dd.04.10.1642 en de goederen te Nederven onder Loenhout heeft vs heer comparant bij koop verkregen van de heer Grave van Suys, volgens het transport bij heer Jan Klain, Edelman, in die kwaliteit, zo hij compareerde dd.27.11.1641 voor Schepenen dezer stad gepasseerd, alles naar inhoud der brieven daarvan zijnde, hiermede overgegeven. En om voorgemelde goederen ten gerechte en meest profijte te brengen heeft over hetzelfde tot verscheiden Vrijdagen te "vrijen vrijdags merct" dezer stad naar uitvellingen en erfpenningen van billetten, doen uitkopen en veilen te koop openbaarlijk eenieder en, na bij Jan van Born gezworen, onderkleerkoper, waarvan des Vrijdags den 16e dag van deze maand Maart, als hoogste verdierdere en meest daarom biedende de koop en de palmslag ontvangen en behouden en heeft Cornelis Roeberchs, t.b.v. voorgenoemde Robbert de Cotereau, heer van Westmal, mitsgaders de heer van Erdtbrugge, zijn broer, die tevoren de koop van voorschreven goederen gesloten had op de som van 26.000 Gld, zo wij verstonden. Zodat al voorschreven goederen, met de brieven gelijk voorschreven, hij opdroeg met klaarlijk kwijten van de Schout van alle dagen, de voorschreven heer Robbert de Cotereau en zijn nakomelingen, met al de rechten die hij daaraan had en houdende was, en bekende dat hij daar geen recht aan behield en belooft hem die te waren en te klaren, vrij van alle kommer en calangie, constituerende voort onwederroepelijk deze Peter de Kynderen, Secretaris te Westmal etc., en alle toonders dezer, samen en elkeen in het bijzonder om te gaan en te compareren in de Sonneramen Leenhove van Brabant, mitsgaders in de Leenhove van Loenhout en overal elders daar het behoort.

29.01.1654

| WE-076-01 |

Voor Vergouwen en Kerstens, Schepenen, kwamen Cornelis, Jan en Willem, Henrick Meeus Vergroessen kinderen, elk voor zichzelf, Peeter Symons de Coninck als speciale procuratie hebbende van Adriaen en Jacob Henrick Meeus Vergroessen, zoals hij deed blijken bij akte gepasseerd voor notaris Ghijsbrecht Wijtens tot Wouw residerende dd.25.01.1654, die wij Schepenen gezien hebben en horen lezen. De voornoemde Jan Henrick Jan Meeus Vergroessen als voogd van de 2 onbejaarde kinderen van Jacob Symons de Coninck, daar moeder af was Sijcken Henrick Meeus Vergroessen dtr. Peeteren Henrick Meeus Vergroessen dtr, geassisteerd met Adriaen Jan Denissen, haar man en voogd, en Jan Jacob Roovers als man en voogd van Maeyken Henrick Meeus Vergroessen, zijn huisvrouw, die hij hierin verving. Peeter Valetin, als vader en in deze als voogd van Remisius, zijn zoon, die hij ook in deze verving, daar moeder af was Catelijn Meeus Vergroessen dtr. Aert Jan Janssen Neeffs, als man en voogd van Maeyken Peeter Meeus Vergroessen dtr, die hij ook verving, en Marinus Bertholomeeus van Zittaert als man en voogd van Margriet Cornelis Jan Wagemaekers, die hij hier verving. Alle als erfgenamen wijlen Maeyken Bertholomeeus Vergroessen, weduwe laatst van wijlen Cornelis Jan Ooms en daar tevoren van Anxem Merten Poppelaers. En bekenden dat Cornelis Willem Anxem Mertens [Poppelaars], Cornelis Franssen [Cornelis Rombouts], als man en voogd van Jenneken Willem Anxem Mertens [Poppelaars] dtr, en Henrick Gijsbrecht Hoppenbrouwers als actie hebbende van Adriaentken Willem Anxems [Merten Poppelaars] dtr, met Laureys Peeter van der Buyten, haar man en voogd, aan hen hebben afgelost en gekweten het 4e part van alzulke rogge en geldrente als voorschreven Marie Bertholomeeus Vergroessen dtr met nog een ander 4e part, met Anxem Mertens [Poppelaars] samen, en Lucas Maes voor de andere helft, hadden gelost met de verlopen intrest daarvan, gekomen van wijlen Marie Cornelis Cornelis Christiaenssen, als bleek bij akte daarvan voor Wethouders alhier gepasseerd. Van welke helft van deze rogge en geldrente vs Marie het gebruik of osumfructuur haar leven lang mocht gebruiken, volgens een akte dd.08.04.1615, in margine van de aflossing en obligatie staande, met alle verschenen achterstand, zodat voorschreven rente nu is geextingueerd en te niet gedaan.

17.04.1654

| WE-077-01 |

Voor Jan Verbaten en Cornelis Jan Kerstens, Schepenen, kwam Adriaen Hendrick Hendricx van der Buyten en bekende bij mangeling tegen een beemd onder Loenhout gelegen, als bij koop over te geven, conform de notariele akte gepasseerd voor notaris Louis van der Buyten, te Loenhout residerende, dd.18.03.1654, t.b.v. Jacob Marijnis Bevers, voor zijn moeder en haar nakomelingen, een beemd, grond en toebehoren, groot omtrent 1 bunder, zo die de verkoper toebehoort en gelegen is alhier op Popendonck, genaamd "d’Entendonck", met de lasten en de gerechte herenchijns daarop uitgaande, die de koopster daarop zal moeten blijven uitreiken.

19.12.1654

| WE-078-01 |

Voor Wouter Vergouwen en Cornelis Jan Kerstens, Schepenen, kwam Cornelis Willem Anxem Mertens [Poppelaars] en bekende schuldig te zijn Laureys Peeter van der Buyten en Adriaentken Willem Anxem Mertens [Poppelaars] dtr, zijn huisvrouw, de som van 150 R.gld, toekomende als recht van erfpenningen van de erfgoederen die de debiteur heeft gekocht van Henrick Gijsbrecht Hoppenbrouwers. (In de marge: Cornelis van den Elsacker, zo voor hem zelf als uit naam van Jan Adriaenssen Rommens, die hij hierin verving, bekende, als ebinent in conformiteit van de provisionelen vorm dd.24.09.1654, ontvangen te hebben uit de obligatie de som van 100 Gld, met de intrest van de volle obligatie, blijft als rest van deze obligatie in zijn voegen, zoals in de tekst van de akte, ten laste van Andries van den Langenberghe als voogd van Cornelis Willem Anxems [Poppelars] kinderen, deze 25.09.1659, in presentie van Sibs en Vergouwen, Schepenen) (Voor Roelant Willemssen van den Langenbergh, vervangende Adriaen Jacob Kerstens, Schepen, compareert Lenaert Willemssen van den Langenbergen als toeziender van Margriet, Roelofs Willemssen van den Langenberghs voordochter, daar moeder af was Anthonie Pauwels Adriaenssen [Pauwels Swrijters] en bekent de resterende 50 Gld betaald te zijn van Jan Jacobs van Wesel, als schoonvader van de kinderen Cornelis Willem Ancxem Mertens [Poppelaars] dd.02.02.1671).

03.04.1659

| WE-079-01 |

Voor Wouter Vergouwen en Cornelis Jan Kerstens, Schepenen, kwamen Niclaes Goris Augustijns, als nagelaten weduwenaar wijlen Marie [Aert] Geerit Aerts dtr, ter eenre en Goris en Willem Niclaes Augustijns zonen, elk voor zichzelf en Willem nog als voogd van Adriaentken, zijn zuster, en mede vervangende Antonis Willems [de Potters], toeziender van voornoemde Adriaentken, en belovende, mits die buiten het dorp is, ter eerste gelegenheid te doen in vs kwaliteit te aggeren en te ratificeren hetgeen hierna volgt, en Lauwereys Anthonis Rombouts, als man en voogd van Maeyken Niclaes Goris Augustijns, op conditie dat hij zijn akte ter eerste gelegenheid ook belooft te doen ratificeren, en bekenden tegen elkaar gescheiden en geerfdeeld te zijn in de navolgende manieren. Te weten dat de 1e comparant is gedeeld op het huis en de hof met de erve daaraan gelegen, daar zijn huisvrouw uit gestorven is, groot omtrent 10 lopensaet, onder leen en erve, gelegen ter Eyck. Idem op de weide, genaamd "de Vellekens", groot omtrent 1 gemet. Idem op de voorste helft van de boomgaard, tegenover de huizinge gelegen. Idem op "de Molenacker", gelegen onder Wuustwezel. Idem op de helft van een stuk land, groot omtrent 1 gemet, gelegen te Loenhout. Idem op de helft van een stuk land, genaamd "Bogaerthoff", groot omtrent 1/2 gemet. Belast met 1 veertel rogge jaarlijks aan St.Catelijne altaar in de kerk te Groot Zundert en met 1 stuiver en 3 1/2 oort herenchijns aan de Heren van Wuustwezel. Aangaande de rente van 8 Gld jaarlijks, gelost aan Melchior Jacob Bevers, staande het huwelijk van de 1e comparant, wordt gecompenseerd tegen het parten in de oude goederen op de 2e comparanten moeder, haar verstorven na de dood van Adriaen, haar broer.

04.04.1659

| WE-080-01 |

Voor Wouter Vergouwen en Cornelis Jan Kerstens, Schepenen, kwamen Goris Niclaes Augustijns, voor hem zelf, Willem Niclaes Goris Augustijns, ook voor hem zelf, Maeyken Niclaes Goris Augustijns dtr, ook voor haar zelf, geassisteerd met Laureys Anthonis Rombouts, haar man en voogd, en de voornoemde Willem als voogd en Anthonis Willems de Potters als toeziender van Adriaentken Niclaes Goris Augustijns dtr, en bekenden als erfgenamen wijlen Maeyken Geert Aertssen dtr, hun moeder, na haar dood tegen elkaar gescheiden en gedeeld te hebben in de navolgende manieren. Te weten dat Goris, bij loting, is gedeeld op de 1e helft van de schuur, aan het kort stuk, om deze binnen de tijd van 3 jaar af te breken en alsdan zal de grond volgen voornoemde Willem. Op conditie dat hij van zijn helft van de schuur eerst zal mogen afbreken 2 stijlen, mits genietende van de proprietaris van de andere helft, de som van 10 Gld eens. Idem op 2 gemeten leen in "de Mortelacker", welke akker houdt zijn weg over de stede en erfenisse van zijn vader, ter naaste velde en ter minste schade. Idem op het voorste land in "Schotenhoff", met de heggen aan beide zijden, groot omtrent 1 1/2 lopensaet. Idem op het 4e part van de beemd onder Loenhout aan de Watermolen en op het 4e part in de"Bogaerthoff", welke 2 percelen in voorgaande deling zijn geregenoot. Belast met het 4e part van 5 lopen rogge jaarlijks aan de H.Geest te Zundert en met het 4e part in de herenchijns.

19.11.1660

| WE-081-01 |

Voor Wouter Vergouwen en Berthelmeeus Vercoyen, Schepenen, kwam Cornelis Peeter de Wijs, voor hem zelf en mede als geede voogd van de 2 onmondige kinderen wijlen Willem Peeter de Wijs, Cornelie Peeter Cornelis de Wijs dtr met Embrecht Aert Reyns, haar man en voogd, en Marie Peeter Cornelis de Wijs dtr, geassisteerd met Jacob Dielis Hooghen, haar man en voogd, alle als erfgenamen wijlen Marie Peeter Jan Rombouts dtr. En bekenden gescheiden en geerfdeeld te hebben in de navolgende manieren. Te weten Cornelis is gedeeld op het woonhuis en schuur, met de erve daar deze op staan en de erve daaraan gelegen, zoals de boomgaard, koolhof, lentenhof met de "Santhoff", groot omtrent 1 gemet, gelegen te Wernhout in den Hoeck. Belast met 2 lopen rogge jaarlijks en nog met 2 1/2 lopen rogge, in mindering van meerdere pachten.

Cornelis, als voogd van Willem, zijn broers kinderen, is geerfdeeld op de "Gaersdries", groot omtrent 1 lopensaet, gelegen aan de Gebuerstraat, met de helft van de houtwas daarop staande en daarenboven nog op het gedeelte van Cornelie, de dochter, de som van 70 R.gld eens, te betalen te St.Jansmisse Baptiste in de midzomer naastkomende en nog 50 R.gld eens op het gedeelte van Marie, de dochter, ook te betalen als voor.

Marie, de dochter, geassisteerd als voor, is gedeeld op een stuk land, genaamd "het Clootken", groot 1/2 bunder. Belast met de kommer van 4 lopen rogge jaarlijks, in partijen uitgaande, volgens een bescheid daarvan zijnde. En nog eens te betalen aan de weeskinderen te St.Jansmisse naastkomende de som van 50 R.gld.

Cornelie, de dochter, geassisteerd als voor, is geerfdeeld op de helft van de beemd achter het Schoor, waarvan de andere helft toebehoort de erfgenamen Cornelis Peeter Aerts Sgraeuwen, groot de helft omtrent 1/2 bunder, gelegen over de beek. Belast met de kommer van 7 lopen rogge jaarlijks aan Adriaen Demos(?), te betalen als voor, en nog aan vs wezen de som van 70 R.gld, te betalen te St.Jansdag naastkomende.

29.12.1660

| WE-082-01 |

Voor Wouter Vergouwen en Cornelis Jan Kerstens, Schepenen, kwam Cornelis Peeter de Wijs als voogd van de 2 onmondige kinderen wijlen Willem Peeter de Wijs, zijn broer, en bekende ter voldoening van een obligatie van 2 sommen, elk van 150 R.gld, voor Schepenen in der E.v.Rijsbergen gepasseerd dd.12.12.1658, met akte van verbintenissen, zowel persoonlijk als andere condities daarin gemaakt, schuldig te zijn Christoffel Peeter Bruynincx de som van 300 Gld, welke vs comparant belooft te betalen als zijn eigen schuld. Verbindende daarvoor speciaal zijn huis en hof met de huizinge daarop staande en de erve daaraan gelegen, groot in het geheel omtrent 1/2 bunder, zoals hij debiteur tegen zijn mede-erfgenamen daarop onlangs geerfdeeld was, gelegen te Wernhout in den Hoeck. Belast met de kommer van daarin benoemd en verder zijn persoon en al zijn andere goederen. (In de marge: Jenneken Stoffel Bruynincx bekent van deze obligatie ontvangen te hebben van Lambrecht Cornelis Koymans de som van 250 Gld dd.01.10.1683) (Op 07.03.1687 compareerde Cornelis van Riel en bekende van de resterende 50 Gld, met intrest, vol en al voldaan te zijn).

09.03.1662

| WE-083-01 |

Voor Wouter Vergouwen en Antonis Kerstens, Schepenen, kwam Lucia Cornelis Jacob Hoppenbrouwers, weduwe wijlen Stoffel Merten Baliaerts, geassisteerd met Adriaen Jan Gijsbrecht Leemans, haar gekozen voogd in deze, Jan Cornelis Jacobs [Hoppenbrouwers] voor hem zelf, Anneken Cornelis Jacobs [Hoppenbrouwers] dtr, geassisteerd met Jan Jacob Jan Theuns, haar man en voogd, en Joris Wouter Vervoort, onze mede wethouder alhier als gekozen deelvoogd en Jan Nicolaes Rombouts als toeziender van Willem en Tanneken, wijlen Adriaen Cornelis Jacobs [Hoppenbrouwers] zoon en dochter, en bekenden met elkaar, bij blinde loting, gescheiden en geerfdeeld te zijn van de goederen bij wijlen Jacob Cornelis Jacobs [Hoppenbrouwers] nagelaten, hun dividente broer en oom was, gelegen alhier ter Eyck en daar omtrent, in de navolgende manieren. Te weten:

12.03.1663

| WE-084-01 |

Voor dezelfde Schepenen kwam Jenneken Willem Anxem Poppelaers, weduwe wijlen Cornelis Frans Rombouts en Jan Adriaens van Ostaden, haar tegenwoordige man en voogd, heeft verkocht Jan Jan Goris Donckaerts d’oude een kamer met toebehoren van het woonhuis, gestaan en gelegen ter Eyck, zo de verkoper die in koop verkregen heeft van Hendrick Gijsbrecht Hoppenbrouwers, als blijkt bij attestatie bij dezelfde Hoppenbrouwers en Roelant Willemsen van den Langenbergh gegeven, ten verzoeke van Jan van Ostaden, residerende te Loenhout en gepasseerd voor Cornelis van Elsacker en Huybrecht Bode, Schepenen aldaar, dd.14.02.1663, ondertekend P.van Elsacker en stond op de plique gedrukt met de gemenen schepenzegel van groene was overdekt met ruiten van wit papier, ongerazeerd. Idem de 3/4e parten van de verdere huize, gronden en toebehoren, de 3/4e parten van een deel van de schuur, daarbij nog de 3/4e parten van den dries en de boomgaard daaraan, en met nog de 3/4e parten van een weide, ook ter Eyck gelegen, oost en zuid s’heren stroom. Alles in zulke manieren als de kamer de verkoper, tesamen en de 3/4e parten van de verdere huize etc., de voorgenoemde Janneken Willem Anxems [Poppelaars] heeft toebehoord. Te vrijen en te waren al vs goederen vrij en kommerloos.

10.11.1663

| WE-085-01 |

Voor Vergouwen en Roovers, Schepenen, kwam Adriaen Jan Gijsbrecht Leemans, daar grootmoeder af was wijlen Adriaentken Peeter Aert Sgraeuwen dtr, en bekende dat Roelof Willem van den Langenbergh, uit naam van Maria Peeter Aert Sgraeuwen, zijn moeder, aan hem comparant heeft afgelost een rente van 48 Gld jaarlijks, uitgaande uit zijn moeders stede, gestaan en gelegen ter Eyck, volgens de brieven daarvan, die voornoemde Leemans aan hem binnen de tijd van 8 dagen belooft over te leveren, en dat met de som van 800 R.gld en 1 jaar rente van de 48 Gld jaarlijks, te verschijnen te St.Merten 1663, en bekende de comparant mede dat de voorgaande jaren aan hem betaald zijn met 38.12.- jaarlijks, vermits hij 4 stuivers op iedere gulden voor dorpslasten heeft laten korten, volgens diverse kwitanties daarvan zijnde.